De klad in de klassieken (synopsis)

De klad in de klassieken gaat over kwaliteitszorg in de oudheidkunde. Hier is de synopsis; een Engelse is hier. De conclusies leest u daar.

Inleiding

De universiteit verkeert in een crisis en de eerste wetenschappelijke discipline dreigt te vallen: de oudheidkunde. De factoren waardoor dit gebeurt, zijn ook relevant voor andere disciplines.

1 ‘Een vak, te gemakkelijk voor echt grote geesten’

Wat is oudheidkunde?; Poliziano en de tekstkritiek; Nanni en de bronkritiek; Erasmus; historisch pyrrhonisme; antiquarisme en de verbreding van het vak; filosofische geschiedschrijving en de verdieping van het vak.

2 Drie genieën en een politicus

Winckelmann en Gibbon en de fusie van de oudere disciplines; het filhellenisme; Wolf definieert het vak; Von Humboldt organiseert het vak; wetenschappelijke winst door institutionalisering; nadelen van de institutionalisering. Vier hoofdproblemen:

  1. onvoldoende aandacht voor het Nabije Oosten,
  2. archeologie gereduceerd tot bijvak,
  3. onbewezen continuïteit aangenomen,
  4. historisme.

3 Woorden van weleer

Taalkundige tekstinterpretatie en tekstlinguïstiek; culturele tekstinterpretatie; intertekstualiteit; subjectiviteit; Schleiermachers hermeneuse; Diltheys hermeneuse; formalisme; orale literatuur. Het vijfde hoofdprobleem: onuiste informatie, bijv. gebaseerd op verouderde hermeneutische technieken.

4 Feiten en vergelijkingen

Ooggetuigenverslagen en primaire bronnen; secundaire bronnen; feiten, indirecte feiten, geaggregeerde feiten; logische problemen rond empirische kennis; de relatie tussen feit en taal; impasse van het historisme; het alternatief en de gevaren daarvan; noodzaak tot samenwerking met de sociale wetenschappen.

5 De dienstmaagd van de geschiedenis

Van antiquarisme naar archeologie; Schliemann; archeologie als dienstmaagd der geschiedenis; Kosinna; Childe; cultuurhistorische archeologie en nationalisme.

6 Archeologieën

Samenwerking met de sociale wetenschappen breekt het historisme (4); beslissende vernieuwingen (functionalisme; Clark; koolstofdateringen); landschapsarcheologie (het Iraq-Jarmo-project); New Archaeology; mogelijkheid de continuïteitsvraag (3) te beantwoorden; postprocessuele archeologie en hermeneuse; klassieke archeologie tot 1980; Snodgrass; archeologie niet langer een bijvak (2); decentralisering van Griekenland als bakermat van de beschaving; ruimte voor het Nabije Oosten (1).

7 Feiten en verklaringen

De vijf verklaringsmodellen

Net nu vier van de vijf problemen zijn opgelost, ontstaan nieuwe problemen.

8 Het vijfde hoofdprobleem

Voorbeelden van serieuze desinformatie; soorten vergissingen (pseudowetenschap; kwakgeschiedenis; overdrijving; contaminatie; verouderde informatie); de opkomst van verouderde kennis en verklaringen daarvoor:

  • het internet* in combinatie met het tolereren van betaalsites*: kwakhistoricus kan verwijzen naar zijn bronnen, de echte geleerde kan alleen verwijzen naar betaalsites en verliest online dus elke discussie;
  • inperking studieduur*, waardoor onvoldoende herkenning van verouderde informatie;
  • de Conventie van Valletta veroorzaakt een data-explosie.

We leven in een tijd waarin verouderde informatie zich sneller verspreidt dan goede terwijl academici minder goed in staat zijn desinformatie te bestrijden.

9 Waterskiën achter een wijnschip

Wat is kwaliteit? Twijfel aan waarheidsclaims,* bureaucratische oplossingen.* Vakinhoudelijke problemen: verouderde informatie (5); onvoldoende samenwerking;* onbeantwoorde onderzoeksvragen; stagnerende theorievorming. Algemene problemen: slechte externe overdracht; als gevolg daarvan de opkomst van de “wetenschapscritici”.*

Hoe kon het zo verkeerd gaan? Falende kwaliteitscontrole,* bezuinigingen,* ondoordachte bureaucratisering,* falende interne kwaliteitscontroles (peer review,* visitatiecommisies,* afwezigheid van controle op overdracht aan de samenleving*).

Moeten we ermee stoppen? Nee, de keuze is niet tussen kritiekloos doormodderen en stoppen; je kunt ook hervormen.

10 Uit het Prokroustesbed

Wetenschap moet de samenleving dienen. De belangen van de onderzoekers zijn ondergeschikt.

  • Beantwoord verwaarloosde vragen (grenzen aan de vergelijkbaarheid, continuïteit, enz).
  • Vorm volgt inhoud: pas als je weet wat we nu eigenlijk willen, studierichtingen vastleggen, die dan ook voldoende lengte hebben. Als dat een kleine, elitaire universiteit oplevert, dan moeten we die oprichten; aan de bestaande universiteiten gaat het sowieso niet meer.
  • Zorg voor efficiëntere vormen van controle, die zich niet richten op artikelenproductie of worden uitgevoerd door incompetente visitatiecommissies, maar die zich richten op de kennis die in de samenleving aanwezig is.
  • Wat burgers kunnen en moeten doen.

De hierboven met * aangegeven problemen doen zich ook voor bij andere disciplines.

***

Dit boek verscheen in januari 2012. Errata op de eerste druk hier. Bestellen kunt u daar.

5 gedachtes over “De klad in de klassieken (synopsis)

  1. Henk Ras

    Hoewel ik geen oudhistorische kwalificaties bezit en slechts een belangstellend liefhebber ben, komt een warm gevoel in mij op als ik de samenvatting van “De klad in de klassieken” lees. Taalkundig doet alleen al de begin- of stafrijm mij goed.
    Het is rond vijftig jaar geleden dat ik een universitaire studie deed
    (Geneeskunde aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam). Contacten met studenten van andere faculteiten vonden voornamelijk plaats binnen de studentenvereniging (in mijn geval de legendarische Studenten Sociëteit Olofspoort; overigens ook een plek voor contactoefeningen met het andere geslacht).
    Door de opleiding en de Olofspoort heb ik een kritische blik ontwikkeld die bij het beschouwen van wetenschappelijke publicaties nog regelmatig toegepast kan worden.
    Wanneer ik incidenteel nog wel eens in contact kom met studenten en docenten, meen ik te moeten vaststellen, dat de opleiding van studenten gemiddeld een niveau is gedaald. Dat geldt helaas ook voor een aantal docenten, hoewel sommige wellicht wel degelijk Nobelprijswinnaars zouden kunnen zijn.
    Ik ben daarom erg positief benieuwd naar de studie van Jona Lendering. En voor de universiteiten (trouwens ook voor het daarop voorbereidend onderwijs) zou ik terugkeer naar de jaren vijftig van de vorige eeuw wensen.

    Henk Ras.

  2. Elsbeth Littink

    Ben benieuwd naar je volledige studie.
    Ik als Oudheidkundige werkzaam in de Universiteitsbibliotheek van de VU zie de ontwikkeling al enige tijd aan.

  3. Verouderde informatie komt ook in de studie middeleeuwse geschiedenis (inmiddels in Leiden gecombineerd met die van de vroegmoderne tijd) voor. Nog erger is dat die verouderde informatie al jaren in schoolboeken is terug te vinden. Zie mijn MEP rapport of de middeleeuwen in Nederlandse lesmethoden.

Reacties zijn gesloten.