Errata “De klad in de klassieken”

U koopt een boek, u geeft er geld aan uit, het moet dus in orde zijn. Uitgeverijen en schrijvers doen hun best. De tekst wordt bijvoorbeeld tweemaal door de auteur gecontroleerd, maar er zijn ook een redacteur en een corrector. Omdat al mijn boeken non-fictie zijn, is er daarnaast altijd een heel team dat de teksten inhoudelijk beoordeelt: bij De klad in de klassieken waren dus twee oudhistorici, twee algemeen historici, twee classici, twee archeologen, twee wetenschapsjournalisten en nog dertien anderen betrokken, en dan is nog afgezien van de mensen van de uitgeverij.

Ondanks aller hulp zijn er fouten blijven hangen: slordigheden, zetfouten en andere stommiteiten waaraan u zich zult storen. Het zijn er zelfs meer dan ik ben gewend. Geen ervan doet werkelijk afbreuk aan het betoog, maar het blijft ergerlijk, en ook dit boek zal, als het ooit wordt herdrukt, worden gecorrigeerd. Athenaeum – Polak & Van Gennep is, wat betreft, een van de aardigste uitgeverijen die ik ken.

Een lijstje van de storendste vergissingen is daar. En bestellen kunt u daar.

De klad in de klassieken

In het kader van de schaamteloze zelfpromotie: De klad in de klassieken is vanaf vandaag leverbaar. Het is in feite de toetsing van een bepaling uit de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek:

Universiteiten zijn gericht op het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. … In elk geval dragen zij kennis over ten behoeve van de maatschappij.

Dat laat weinig aan duidelijkheid te wensen over, maar de overdracht van kennis is totaal ongecontroleerd, zodat veel onjuiste informatie in omloop kan komen. De verspreiding daarvan gaat, met het internet als katalysator, sneller dan ooit en wordt nauwelijks gepareerd. De correcte informatie ligt namelijk achter slot en grendel op wetenschappelijke betaalsites.

Tegelijkertijd krijgen studenten minder tijd om hun vak te leren, worden onderzoekers gedwongen tot een ongezond specialisme en is er meer informatie dan ooit. Niemand heeft overzicht. Als er dan ook verwaarloosde onderzoeksvragen zijn, kan een vakgebied in grote problemen raken. Dat is gebeurd met de oudheidkunde.

Wat te doen?

Ik denk dat het in elk geval zinvol is om eens uit te leggen waaruit het werk van classici, archeologen en oudhistorici bestaat. Niet alleen het grote publiek, ook de betrokkenen zelf weten het vaak niet. Er zou al een wereld zijn gewonnen als archeologen opnieuw leerden hoe ze met bronnen moesten omgaan, als classici voorzichtiger oordeelden over geschiedenis en als historici eens serieus werk maakten van de archeologie. Kortom, in zeven hoofdstukken leg ik uit wat oudheidkundigen nu eigenlijk doen.

In de laatste drie hoofdstukken leg ik uit welke problemen er zijn. Het ernstigste daarvan is, zoals gezegd, dat de samenleving niet adequaat wordt geïnformeerd. De klad zit echter niet alleen in de klassieken. Ook andere vakgebieden kunnen in de problemen raken doordat de controlemechanismen tekortschieten. Ik hoop met dit boek te bereiken dat er een discussie komt over de vraag of de gebureaucratiseerde universiteiten, die vijandig staan tegenover de geesteswetenschappen, nog de juiste institutionele inbedding zijn van deze disciplines.

Synopsis hier, conclusies daar; errata eerste druk. Bestellen kunt u daar.

De klad in de klassieken

Mijn nieuwe boek, De klad in de klassieken, presenteert de huidige crisis van de geesteswetenschappen aan de hand van één voorbeeld, de oudheidkunde. Wie alleen de hoofdconclusies wil kennen, heeft vermoedelijk iets aan het onderstaande.

(1)
De huidige, te kort opgeleide, generatie oudheidkundigen is de eerste in een half millennium die minder kan dan de voorgaande. Dat leidt tot problemen.

  1. Er is onvoldoende dialoog tussen de diverse oudheidkundige disciplines.
  2. De uitdaging van de sociale wetenschappen, die de vooronderstellingen van de oudheidkunde hebben geproblematiseerd, wordt genegeerd.
  3. De theoretische vernieuwing van de oudheidkunde is tot stilstand gekomen. Daar waar toch vernieuwingen zijn, betreft het veelal technieken die zijn ontleend aan andere vakgebieden.
  4. Er wordt veel onjuiste informatie rondgepompt, met het internet als katalysator.
  5. Er bestaat geen duidelijkheid over de maatschappelijke verantwoordelijkheden en vitale belangen, zodat oudheidkundigen geen weerwoord hebben als de relevantie van de wetenschap wordt uitgedrukt in economische termen.

Lees verder “De klad in de klassieken”

De digitale revolutie

Ik erken dat het plaatje hierboven lelijk is. Maar het is een wonder. Ik zit momenteel op de luchthaven van Ankara, waar ik een uur of elf moet stukslaan omdat mijn vliegtuig naar Trabzon overbooked is. Vervelend, want ik heb verplichtingen in Trabzon, maar de tijd kan toch productief worden benut. Ik heb namelijk toegang tot het internet en kan een deel van De klad in de klassieken hier redigeren.

Lees verder “De digitale revolutie”

De klad in de klassieken (synopsis)

De klad in de klassieken gaat over kwaliteitszorg in de oudheidkunde. Hier is de synopsis. De conclusies leest u daar.

Inleiding

De universiteit verkeert in een crisis en de eerste wetenschappelijke discipline dreigt te vallen: de oudheidkunde. De factoren waardoor dit gebeurt, zijn ook relevant voor andere disciplines.

1 ‘Een vak, te gemakkelijk voor echt grote geesten’

Wat is oudheidkunde?; Poliziano en de tekstkritiek; Nanni en de bronkritiek; Erasmus; historisch pyrrhonisme; antiquarisme en de verbreding van het vak; filosofische geschiedschrijving en de verdieping van het vak.

2 Drie genieën en een politicus

Winckelmann en Gibbon en de fusie van de oudere disciplines; het filhellenisme; Wolf definieert het vak; Von Humboldt organiseert het vak; wetenschappelijke winst door institutionalisering; nadelen van de institutionalisering. Vier hoofdproblemen:

  1. onvoldoende aandacht voor het Nabije Oosten,
  2. archeologie gereduceerd tot bijvak,
  3. onbewezen continuïteit aangenomen,
  4. historisme.

3 Woorden van weleer

Taalkundige tekstinterpretatie en tekstlinguïstiek; culturele tekstinterpretatie; intertekstualiteit; subjectiviteit; Schleiermachers hermeneuse; Diltheys hermeneuse; formalisme; orale literatuur. Het vijfde hoofdprobleem: onuiste informatie, bijv. gebaseerd op verouderde hermeneutische technieken.

4 Feiten en vergelijkingen

Ooggetuigenverslagen en primaire bronnen; secundaire bronnen; feiten, indirecte feiten, geaggregeerde feiten; logische problemen rond empirische kennis; de relatie tussen feit en taal; impasse van het historisme; het alternatief en de gevaren daarvan; noodzaak tot samenwerking met de sociale wetenschappen.

5 De dienstmaagd van de geschiedenis

Van antiquarisme naar archeologie; Schliemann; archeologie als dienstmaagd der geschiedenis; Kosinna; Childe; cultuurhistorische archeologie en nationalisme.

6 Archeologieën

Samenwerking met de sociale wetenschappen breekt het historisme (4); beslissende vernieuwingen (functionalisme; Clark; koolstofdateringen); landschapsarcheologie (het Iraq-Jarmo-project); New Archaeology; mogelijkheid de continuïteitsvraag (3) te beantwoorden; postprocessuele archeologie en hermeneuse; klassieke archeologie tot 1980; Snodgrass; archeologie niet langer een bijvak (2); decentralisering van Griekenland als bakermat van de beschaving; ruimte voor het Nabije Oosten (1).

7 Feiten en verklaringen

De vijf verklaringsmodellen

Net nu vier van de vijf problemen zijn opgelost, ontstaan nieuwe problemen.

8 Het vijfde hoofdprobleem

Voorbeelden van serieuze desinformatie; soorten vergissingen (pseudowetenschap; kwakgeschiedenis; overdrijving; contaminatie; verouderde informatie); de opkomst van verouderde kennis en verklaringen daarvoor:

  • het internet* in combinatie met het tolereren van betaalsites*: kwakhistoricus kan verwijzen naar zijn bronnen, de echte geleerde kan alleen verwijzen naar betaalsites en verliest online dus elke discussie;
  • inperking studieduur*, waardoor onvoldoende herkenning van verouderde informatie;
  • de Conventie van Valletta veroorzaakt een data-explosie.

We leven in een tijd waarin verouderde informatie zich sneller verspreidt dan goede terwijl academici minder goed in staat zijn desinformatie te bestrijden.

9 Waterskiën achter een wijnschip

Wat is kwaliteit? Twijfel aan waarheidsclaims,* bureaucratische oplossingen.* Vakinhoudelijke problemen: verouderde informatie (5); onvoldoende samenwerking;* onbeantwoorde onderzoeksvragen; stagnerende theorievorming. Algemene problemen: slechte externe overdracht; als gevolg daarvan de opkomst van de “wetenschapscritici”.*

Hoe kon het zo verkeerd gaan? Falende kwaliteitscontrole,* bezuinigingen,* ondoordachte bureaucratisering,* falende interne kwaliteitscontroles (peer review,* visitatiecommisies,* afwezigheid van controle op overdracht aan de samenleving*).

Moeten we ermee stoppen? Nee, de keuze is niet tussen kritiekloos doormodderen en stoppen; je kunt ook hervormen.

10 Uit het Prokroustesbed

Wetenschap moet de samenleving dienen. De belangen van de onderzoekers zijn ondergeschikt.

  • Beantwoord verwaarloosde vragen (grenzen aan de vergelijkbaarheid, continuïteit, enz).
  • Vorm volgt inhoud: pas als je weet wat we nu eigenlijk willen, studierichtingen vastleggen, die dan ook voldoende lengte hebben. Als dat een kleine, elitaire universiteit oplevert, dan moeten we die oprichten; aan de bestaande universiteiten gaat het sowieso niet meer.
  • Zorg voor efficiëntere vormen van controle, die zich niet richten op artikelenproductie of worden uitgevoerd door incompetente visitatiecommissies, maar die zich richten op de kennis die in de samenleving aanwezig is.
  • Wat burgers kunnen en moeten doen.

De hierboven met * aangegeven problemen doen zich ook voor bij andere disciplines.

***

Dit boek verscheen in januari 2012. Errata op de eerste druk hier. Bestellen kunt u daar.