Aristoteles over de E.U.-grondwet (1)

Aristoteles (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

[Dit is de tekst van een artikel dat ik, onmiddellijk na de afwijzing van de EU-grondwet in een referendum in 2005, schreef voor Frontaal Naakt. Het lijkt me onverminderd actueel.]

Ach ja. Het debat over de Europese grondwet. Voor- en tegenstanders leken compleet langs elkaar op te spreken. Als je niet wist hoe rijk gebarentaal is, zou je het een discussie tussen doven noemen. Gecommuniceerd is er in elk geval weinig.

De strategie waarmee het kabinet en de meeste politieke partijen hoopten te bereiken dat de burgers van Nederland vóór zouden stemmen, was tweeledig. De campagne zou positief van toon zijn en inderdaad werd er voortdurend op gehamerd dat met dit verdrag de besluitvorming werd vereenvoudigd en de democratische controle vergroot. “Dat zijn verbeteringen,” zo werd ons voorgehouden, “en u kunt daar gerust mee instemmen”. Tegelijk was er een negatieve benadering: alle andere argumenten (de invoering van de euro, de toelating van Turkije, het stemgedrag van Oost-Europese landen tijdens het Songfestival…) werden afgedaan als niet ter zake.

Dat is allemaal onweerlegbaar. Het is waar: deze grondwet is beter dan het verdrag van Nice. Inderdaad, de euro, Turkije en het Songfestival hebben er logisch weinig mee te maken. Maar wie een ander wil overtuigen, heeft niet voldoende aan waarheid en logica. Er zijn ook minder rationele factoren. Dat werd een millennium of twee geleden al opgemerkt door een van de grootste geleerden aller tijden: de Macedonische hoveling, arts, psycholoog, botanist, diplomaat, metafysicus, moralist, onderzoeker, toneelcriticus, theoloog, onderwijzer, zoöloog en wijsgeer Aristoteles van Stageira.

Er is vrijwel geen terrein van de menselijke kennis of Aristoteles (384-322) heeft er een bijdrage aan geleverd en sommige wetenschappelijke disciplines, zoals biologie, logica en politicologie, heeft hij in z’n eentje uit de grond gestampt. Zijn college-aantekeningen mogen dan lastig toegankelijk zijn, ze vormen een schatkamer aan wetenschap, en één van de fraaiste juwelen is het traktaat dat bekendstaat als Rhetorica, een analyse van de factoren die een toespraak overtuigend maken. Redevoeringen waren destijds de voornaamste vorm om groepen mensen te informeren, maar Aristoteles’ analyse is in feite geschikt voor elke vorm van informatieoverdracht. De wat deftige titel zou, zonder de inhoud geweld aan te doen, kunnen worden vertaald als Inleiding communicatiekunde.

Aristoteles noemt in dit boekje drie zaken waaraan je moet denken als je iemand wilt overtuigen: logos, pathos en ethos. Het betoog moet logisch zijn, moet appelleren aan de gevoelens van het publiek en de spreker moet geloofwaardig zijn. De strategie waarmee de Europese grondwet aan de man werd gebracht, voldeed redelijk aan de eerste voorwaarde maar faalde jammerlijk op de andere twee punten.

[wordt vervolgd]