Een Romeinse redenaar (Museum van Apollonia, Bulgarije)
[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke literatuur over de welsprekendheid.]
Voor veel Grieks-Romeinse genres zijn parallellen te vinden in de oosterse literatuur, maar de welsprekendheid is een Griekse uitvinding. Er is weleens geopperd dat het democratische bestel in Syracuse en Athene de verklaring is voor het ontstaan van de retorica maar mij lijkt dat wat overdreven. Dat een man een rol behoorde te spelen in het openbare leven, is een in de oude wereld algemeen verbreid idee en ik zie geen reden waarom in niet-democratische gebieden niet eveneens kan zijn nagedacht over de wijze waarop je je zaken het effectiefst bepleitte.
Aristoteles (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
Ik zal de allerlaatste zijn om te zeggen dat kennis van de Oudheid noodzakelijk is, maar soms zit er in de bonte grabbelton van antieke ideeën iets bruikbaars. Zoals Aristoteles’ opvattingen over de wijze waarop mensen in een discussie anderen overtuigen, een onderwerp waar hij opvallend veel en heel origineel over heeft geschreven. De Griekse filosoof meende dat drie factoren een rol speelden:
logos: de logische opbouw van de argumentatie;
ethos: of de spreker persoonlijk overtuigend is;
pathos: of de spreker aan de gevoelens van het publiek weet te appelleren.
Klinkt simpel, is simpel. Er zijn eenvoudig te benoemen fouten die je kunt vermijden.
Lysippos’ portret van Aristoteles (Louvre, Parijs)
Nee, het is geen toeval dat boven dit stukje, dat in de titel toch de naam van heeft van Multatuli’s alter ego, geen plaatje staat van de grote schrijver maar van een Macedonische filosoof. Aristoteles leefde in de vierde eeuw v.Chr. en was arts, politicoloog, logicus, toneelcriticus, bioloog, metafysicus, psycholoog en wijsgeer, en dan sla ik vermoedelijk nog een paar van zijn activiteiten over. Zijn oeuvre is, eerlijk gezegd, niet erg aantrekkelijk maar vrijwel elk traktaat heeft de wetenschap van zijn tijd verder gebracht. Dat het meeste inmiddels achterhaald is, is irrelevant: dit was een van de scherpzinnigste geesten aller tijden.
Enkele delen van zijn oeuvre zijn nog altijd de moeite van het lezen waard: zijn logische geschriften en wat hij schreef over de welsprekendheid. Deze twee delen, logica en retorica, vulden elkaar aan. Als filosoof wilde Aristoteles dat mensen elkaar overtuigden op basis van logische argumenten, maar hij was teveel een realist om erop te vertrouwen dat dit ook werkelijk gebeurde. Daarom onderzocht hij ook hoe mensen elkaar in de praktijk overreedden.
Ik ga nu bloggen over Ineke van Gent. U weet wel, die van de forensentax. En dat is het probleem. Ze is in uw perceptie – terecht of onterecht, dat maakt niet uit – alleen nog de politica die de Nederlandse forensen tot op het bot bruuskeerde.
Hoe zat het ook alweer? In de eerste plaats: in Nederland zijn de huizenprijzen de laatste decennia sterk gestegen. In de tweede plaats: Nederland heeft, zoals we vorige week weer eens hoorden, een open economie. Dat betekent dat werkgelegenheid hier makkelijk weg kan stromen. Daarom proberen onze kabinetten, in feite ongeacht hun samenstelling, het scholingspeil hoog en de lonen laag te houden. Ook wordt het werkgevers eenvoudig gemaakt personeel aan te nemen op basis van tijdelijke contracten. Daarnaast wordt het voor werknemers makkelijker gemaakt werk aan te nemen buiten hun woonplaats, doordat reiskostenvergoedingen niet werden belast. Alles om de werkgelegenheid in Nederland te houden.
Een paar maanden geleden blogde ik over de wijze waarop men in de Oudheid meende dat je een boodschap het meest effectief kon overbrengen. De Griekse filosoof Aristoteles onderscheidde drie aspecten: ethos, pathos en logos. Logos wil zeggen dat een verhaal een kop en een staart moet hebben. Daarover is zoveel te vertellen – denk aan alle redenatiefouten – dat ik er niet over zal bloggen.
Ik blogde destijds over pathos, dat je rekening houdt met het publiek, en dan vooral de emoties. De overheidsvoorlichting bij het referendum over het EU-verdrag in 2005 was een voorbeeld van hoe het niet moest. Men speelde in op angst, met als dieptepunt een filmpje van de VVD met treinen die naar Auschwitz vertrokken. Het werkte averechts want de burger liet zich geen angst aanjagen.
[Dit is de tekst van een artikel dat ik, onmiddellijk na de afwijzing van de EU-grondwet in een referendum in 2005, schreef voor Frontaal Naakt. Het lijkt me onverminderd actueel. Het eerste deel is hier.]
Conclusie
De welwillende lezer die tot hier is gekomen, kan zich afvragen of het nodig was een dooie Griek uit zijn urn te halen. Veel van wat hierboven staat, voel je op je klompen aan en wist je ook wel zonder Aristoteles. En dat was dan ook de kern van het probleem: de voorstanders van de grondwet maakten in hun campagne zulke elementaire fouten. De ministers begrepen niet dat het publiek niet bang was voor oorlog; ze beledigden de mensen wier stemmen ze wilden krijgen; en ze onderschatten hun impopulariteit. Dat getuigde van gebrek aan inzicht, gebrek aan tact en gebrek aan zelfkennis. Misdrijven waren het niet, maar het waren ook geen aanbevelingen.
[Dit is de tekst van een artikel dat ik, onmiddellijk na de afwijzing van de EU-grondwet in een referendum in 2005, schreef voor Frontaal Naakt. Het lijkt me onverminderd actueel. Het eerste deel is hier.]
Pathos
Met pathos bedoelt Aristoteles dat je een beroep doet op gevoelens die leven bij het publiek: zet ze aan tot medelijden of woede, geef ze zelfvertrouwen of jaag ze angst aan. En dat laatste, dat heeft de Nederlandse kiezer in de aanloop naar de stemming over de EU-grondwet in 2005 geweten. Minister Donner waarschuwde voor oorlog, minister Brinkhorst stelde een economische crisis in het vooruitzicht, premier Balkenende sprak over Auschwitz en de VVD had een televisiespotje waarin was te zien hoe de treinen naar de gaskamers vertrokken.
Die dreigementen sloegen als een boemerang terug op de sprekers. De kiezers weigerden zich angst te laten aanpraten. Bij verwerping van de grondwet bleef immers het Verdrag van Nice van kracht. We hadden in 2005 geen oorlog, de Europese economie verkeerde niet in een acute crisis en we vergasten geen joden. Europa kon echt wel even vooruit met het Verdrag van Nice. (De ironie was overigens dat het feit dat de kiezers zich geen angst meer lieten aanjagen bewees hoe succesvol de Europese integratie tot dan toe was geweest.)
Op één punt raakten de voorstanders van de grondwet de emoties van het publiek wél. De ene minister was ongelukkig met het referendum omdat het publiek niet zou begrijpen waar het om ging; een ander vond de nee-stemmers het niet snapten en beter thuis konden blijven; een derde liet zich nog minder diplomatiek uit. Met zulke opmerkingen appelleerden ze wel aan de gevoelens van je kiezers, want door aan hun verstandelijke vermogens te twijfelen of ze af te serveren als cynici, maakten ze die heel kwaad. Wie een communicatiestrategie op pathos baseert, moet verrekte goed weten welk type emotie hij wil bespelen en het heeft er de schijn van dat de diverse sprekers zich destijds onvoldoende realiseerden dat beledigingen nogal contraproductief werken. Of, om het minder deftig te zeggen: ze hadden een bord voor de kop. En zo komen we bij ethos: is de boodschapper geloofwaardig?
[Dit is de tekst van een artikel dat ik, onmiddellijk na de afwijzing van de EU-grondwet in een referendum in 2005, schreef voor Frontaal Naakt. Het lijkt me onverminderd actueel. Het eerste deel is hier.]
Logos
Dat een overtuigende boodschap logisch is, wil volgens Aristoteles in een politiek betoog vooral zeggen dat je erop wijst dat je voorstel voordelen biedt ten opzichte van een alternatief. De ja-campagne voor de EU-grondwet wees inderdaad steeds op de verbeteringen die de grondwet biedt. Toch vallen twee kanttekeningen te maken.
In de eerste plaats: men verwarde het betere met het goede. Steeds opnieuw vernamen de Nederlandse burgers dat de grondwet een verbetering inhield ten opzichte van het verdrag van Nice. Het Europees parlement kreeg er bevoegdheden bij, waardoor de democratische controle werd vergroot. Dat zullen de meeste mensen inderdaad wel als verbetering hebben ervaren en daarom, zo hield men de kiezers voor, moesten ze het ermee eens te zijn. Maar de inzet van het referendum was niet of de grondwet beter was; ze moest goed zijn. Er is destijds op gewezen dat in een goede grondwet het Europees parlement het recht van initiatief zou hebben gekregen en dat, zolang dat niet zo was, je niet kon zeggen dat Straatsburg werkelijk democratisch is. Beter is niet goed genoeg. (Het feit dat de grondwet geen federatie schiep met één economische regering, was voor mij, federalist, de reden om tegen te stemmen.)
Aristoteles (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
[Dit is de tekst van een artikel dat ik, onmiddellijk na de afwijzing van de EU-grondwet in een referendum in 2005, schreef voor Frontaal Naakt. Het lijkt me onverminderd actueel.]
Ach ja. Het debat over de Europese grondwet. Voor- en tegenstanders leken compleet langs elkaar op te spreken. Als je niet wist hoe rijk gebarentaal is, zou je het een discussie tussen doven noemen. Gecommuniceerd is er in elk geval weinig.
De strategie waarmee het kabinet en de meeste politieke partijen hoopten te bereiken dat de burgers van Nederland vóór zouden stemmen, was tweeledig. De campagne zou positief van toon zijn en inderdaad werd er voortdurend op gehamerd dat met dit verdrag de besluitvorming werd vereenvoudigd en de democratische controle vergroot. “Dat zijn verbeteringen,” zo werd ons voorgehouden, “en u kunt daar gerust mee instemmen”. Tegelijk was er een negatieve benadering: alle andere argumenten (de invoering van de euro, de toelating van Turkije, het stemgedrag van Oost-Europese landen tijdens het Songfestival…) werden afgedaan als niet ter zake.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.