Parthische drinkhoorn

Een kentaur op een drinkhoorn
Een kentaur op een drinkhoorn

Wat u hierboven ziet is het uiteinde van een rhyton, een drinkhoorn. Het stelt een kentaur voor, zo’n diergeworden stuk natuurkracht dat lijkt op een paard met een menselijk bovenlijf en soms, zoals in dit geval, vleugels. Op zijn schouder neemt hij een jonge vrouw mee.

Het was in de Oudheid nooit geheel zonder gevaar om je door een kentaur te laten transporteren. Het bleven natuurwezens die dierlijke dingen deden. Een beroemde sage vertelt hoe een kentaur aanbood de echtgenote van Herakles een rivier over te zetten. (Waarom de krachtpatser zijn vrouw niet zelf op de schouders nam, wordt er niet bij verteld.) Halverwege de stroom vergreep de kentaur zich aan zijn passagier, waarop Herakles zich genoodzaakt zag het mythologisch schepsel met een pijlschot te doden.

Voor de kentaur stierf, vertelde hij de vrouw dat de bloedvlekken die nu in haar jurk zaten, een machtig afrodisiacum waren. Als ze ooit mocht twijfelen aan de trouw van haar man, hoefde ze hem er maar mee aan te raken om hem weer verliefd te doen zijn. (Waarom Herakles’ echtgenote geloof hechtte aan de woorden van haar verkrachter, wordt er weer niet bij verteld.) Wat de kentaur niet zei, was dat zijn bloed door de giftige pijl van Herakles’ boog dodelijke eigenschappen had gekregen, zodat de halfgod, toen hij later inderdaad werd aangeraakt met het bloedbevlekte stuk textiel, onder helse pijnen stierf.

Of de maker van deze hoorn heeft gedacht aan dit verhaal, weet ik niet. Wat ik wél weet is dat degene die de hoorn maakte, een fenomenale kunstenaar was. Er is bovendien iets grappigs mee aan de hand. Als je dit voorwerp zou geven aan een kunsthistoricus zonder te zeggen waar het vandaan kwam, zal hij het vermoedelijk dateren in de vierde eeuw v.Chr., toen dit soort exuberante voorwerpen vaak werden meegegeven in Macedonische aristocratengraven. Het is echter twee eeuwen jonger, toen in Griekenland en Macedonië al heel andere smaakcriteria bestonden.

De verklaring is dat deze drinkhoorn afkomstig is uit Nisa in Parthië, een stad die vlakbij het huidige Ashgabat in Turkmenistan is opgegraven. De bewoners stamden af van Griekse of Macedonische kolonisten die door Alexander de Grote of een van zijn opvolgers in dit gebied waren gevestigd. Die hadden Europa verlaten in de late vierde eeuw en hielden angstvallig vast aan hun culturele tradities: ze vormden een elite, die het land rondom hun stad liet bewerken door inheemse horigen. Hun bevoorrechte positie hing samen met hun Europese identiteit, die daarom onveranderlijk moest zijn. Dit verlangen was zó sterk, dat men er nog lange tijd aan bleef vasthouden. De kunstenaar, die zal hebben gewerkt aan het hof van een Parthische koning, leefde mentaal in de vierde eeuw.

Deze drinkhoorn behoort tot de collectie van het Staatsmuseum van Oosterse Kunst in Moskou maar wordt tentoongesteld in het Metropolitan Museum of Art in New York.

[Dit was de dertiende aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

Een gedachte over “Parthische drinkhoorn

  1. MNb

    Nu is nog de vraag of dat vasthouden aan een verondersteld onveranderlijke identiteit alleen typerend is voor elites die tot een etnische minderheid behoren. Al zal het voor wat betreft de Oudheid misschien lastig zijn dat na te gaan voor minderheden zonder politieke macht.

Reacties zijn gesloten.