Licinius en Constantijn

Licinius' zilveren schaal (Kunsthistorisches Museum, Wenen)
Licinius’ zilveren schaal (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

De bovenstaande zilveren schaal is gevonden in Niš in Servië, het antieke Naissus. Ze staat tegenwoordig opgesteld in de collectie van het Kunsthistorisches Museum in Wenen, dat behoort tot mijn absolute favorieten. Je hoeft op school geen Latijn te hebben gehad – een beetje Frans volstaat – om het opschrift op het keizerlijk keukengerei te begrijpen:

Licini Auguste semper vincas

De eerste twee woorden zijn een aanspreekvorm: “Licinius Augustus!” Het volgende woord lijkt op het Italiaanse sempre en betekent inderdaad “altijd”. Het laatste woord drukt de wens uit dat iemand succes mag hebben of zegevieren. Kortom, er staat “Keizer Licinius, wees altijd succesvol”.

De woorden op de bodem van de schaal luiden

Sic X sic XX

ofwel “zo tien, zo twintig”. Het is dus een wens dat de vorst, na tien voorspoedige jaren, nog eens even lang even gelukkig zou regeren. Daarmee is de schaal precies dateerbaar in 317 n.Chr., toen Licinius zijn “decennalia” vierde. Hij zette de gebeurtenis luister bij door zijn zoon aan te wijzen als troonopvolger.

Licinius Junior is echter nooit keizer geworden. Zeven jaar later nam Constantijn de Grote, die al keizer was in de westelijke provincies van het Romeinse Rijk, de macht over. (Op de plek waar hij de Licinii had verslagen, stichtte hij Constantinopel.) Licinius is daardoor een beetje vergeten geraakt, en dat is enigszins onverdiend, want hij heeft de wereldgeschiedenis een beslissende wending gegeven.

Zijn voorganger Galerius had de christenen vervolgd maar dit beleid in 311 gestaakt. Misschien deed hij dat op advies van zijn beoogde opvolger, Licinius: zoals zo vaak weten we niet wat antieke vorsten deed besluiten tot een bepaald beleid. In elk geval hervatte Licinius de vervolgingen niet en ging hij juist samenwerken met de kerk.

Zijn belangrijkste maatregel was het Edict van Milaan (313), een onleesbaar stuk beleidsbargoens waarvan de strekking was dat het christendom niet alleen een toegestane religie was, maar dat de gelovigen ook schadeloos zouden worden gesteld voor de vervolgingen. Licinius’ westelijke collega, Constantijn dus, had er geen moeite mee het edict eveneens te ondertekenen: voor de vorst van een gebied waar weinig christenen woonden, was dit een hamerstuk.

Toen Constantijn in 324 Licinius’ oostelijke provincies overnam, had hij ineens wél te maken met de christenen, die in sommige gebiedsdelen een meerderheid vormden. Constantinopel werd nog met heidense rituelen gesticht, maar Constantijn nam al gauw Licinius’ beleid over. Ook in het westen werden nu grote kerken gebouwd (in Rome de Sint-Pieter, de Sint-Paulus en de Sint-Jan), in Nikaia vond het eerste oecumenische concilie plaats en de keizerin-moeder reisde af naar de provincie Palaestina om daar de verering van de heilige plaatsen te organiseren.

Het is dus niet Constantijn geweest die de kerstening van het Romeinse Rijk initieerde. Nog in 321 had hij gedecreteerd dat “de eerbiedwaardige dag van de zon” voor iedereen een rustdag moest zijn. Op zijn goudstukken staat Constantijn afgebeeld als metgezel van de zon en als hij het front bezocht, droeg hij een schild met daarop een afbeelding van het vierspan van de zonnegod.

Kortom, aan Constantijn wordt een beleidswijziging toegeschreven die in feite van Licinius was. Over het ontstaan van de Constantijnlegende heb ik het later deze week.

[Dit was de drieënnegentigste aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

5 gedachtes over “Licinius en Constantijn

  1. Otto Cox

    Boeiend stukje met -voor mij- interessante nieuwe informatie. Het roept wel de vraag op waarom Licinus besloot tot het Edict van Milaan (maar dat weten we dus niet). Het roept bij mij ook de vraag op of het groeiende christendom zo langzamerhand een niet te negeren machtsfactor begon te worden. Met andere woorden: als Licinus het niet had gedaan, zou een van zijn collega’s of opvolgers door de omstandigheden gedwongen zijn gaan samenwerken met de christenen?

    1. Wat je zegt, is waar: er zou anders wel een andere vorst zijn geweest die het christendom erkende. Het christendom moest op een of andere manier erkenning krijgen – vervolging is niet zo leuk, namelijk – en was daardoor een doelgerichte organisatie. Toen ze eenmaal toegestane religie was, waren de opgelopen trauma’s diep genoeg om zichzelf zo te organiseren dat een volgende vervolging kon worden vermeden. (Parallel: het ontstaan van de madrassa’s in de islamitische wereld, ook een zelforganisatie na een vervolging.) Met andere woorden: de christenen hadden een concreet doel, en verschilden in dit opzicht van andere godsdiensten. Licinius en Constantijn waren ook niet de eersten: Philippus Arabs stond het christendom eveneens toe.

  2. Laurens

    Ik neem aan dat de argumenten ten faveure van Licinius in de bijdrage over het ontstaan van de Constantijnlegende nog aan de orde komen? In deze bijdrage mis ik ze enigszins. Natuurlijk woonden er in het oosten meer christenen dan in het westen. Maar waren ze in het westen zo onbeduidend dat ze Constantijn niet konden beïnvloeden? De voornamelijk vanuit Rome regerende keizer Alexander Severus (222-235) had volgens de bronnen al beelden van Christus (en Abraham) in zijn persoonlijke lararium geplaatst en christenen bevoordeeld. 70 jaar later zal het aantal christenen alleen maar gegroeid zijn, zeker in Rome. In elk geval had de christelijke gemeenschap in het westen (Afrika, Spanje, delen van Gallië) al behoefte aan een Latijnse vertaling van Bijbelse teksten (de Vetus Latina).

    Het is uiteraard waar dat Constantijn nog veel heidense elementen heeft achtergelaten (zijn triomfboog bijvoorbeeld), maar dat is ook niet zo gek gezien het feit dat er in het Rijk ook andere religieuze groepen tevreden gehouden moesten worden, óók in het al sterker christelijke oosten. Zijn er niet vóór 324 al pro-christelijke acties van Constantijn aan te wijzen? De schenking van het Lateraans Paleis aan de kerk wordt wel gedateerd op de regering van paus Miltiades (311-314), dus ruim vóór 324. En andersom geredeneerd: was Licinius niet ook gewoon een heiden? De hier gepresenteerde schaal is weinig christelijk. Waaruit bestond de samenwerking van Licinius met de kerk?

    Het Edict van Milaan wordt hier zonder veel argumentatie als een maatregel van Licinius omschreven, waar Constantijn een beetje achteraan hobbelde. Maar als het initiatief van Licinius kwam, waarom is het edict dan vernoemd naar een stad die ligt in het gebied waarover Constantijn heerste?

    Problematisch is nog dat er ook bronnen zijn – ik meen Eusebius – die anti-christelijke acties van Licinius beschrijven en ook de strijd van Constantijn tegen zijn schoonzoon als een strijd van christen tegen heiden beschrijven. Ongetwijfeld opgeklopt (want Eusebius was voor Constantijn), wellicht zelfs geheel onjuist, maar ik hoor graag de argumentatie.

    Ik mis in dit artikel overigens dat Constantijn al tussen 314 en 317 gebieden van Licinius afpakte na een eerdere campagne tegen hem. Tot die gebieden behoorde de gehele Balkan, inclusief Griekenland. Gelet op de christelijke gemeenschappen aldaar (Corinthe, Athene, Epirus) kan het dus niet zo zijn dat Constantijn pas na 324 ineens met christenen te maken kreeg, nog los van de reeds genoemde gemeenschappen in zijn eigen territorium.

Reacties zijn gesloten.