De eerste Bulgaren

Gouden beker uit de Pereshchepina-schat (kopie; Nationaal Historisch Museum, Sofia)

[Dit is het laatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

De tweede etnogenese

In zijn mooie boek over de Avaren onderscheidt Walter Pohl voor de Bulgaren een tweede etnogenese: het volk is voor de tweede keer ontstaan. Dat gebeurde in de vroege zevende eeuw, toen de Avaarse migratie de landkaart had hertekend, maar deze immigranten geen factor van betekenis meer vormden. Rond 635, dus na het Avaarse debacle bij Constantinopel, staakten allerlei stammen in het oostelijke Zwarte Zee-gebied de betaling van tribuut aan de Avaren. Ze clusterden samen onder een nieuwe charismatische leider, die Kubrat (of Kurt of Kubrat of Kobratos) heette en heerste over een gebied dat de Byzantijnen aanduidden als Groot-Bulgarije.

Lees verder “De eerste Bulgaren”

De Slavische volken (3) Archeologie

Archeologische culturen rond 600 na Chr. (met dank aan Kees Huijser)

[Dit is het derde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In het eerste van deze vier blogjes gaf ik aan dat het Proto-Slavisch tegen het einde van het tweede millennium v.Chr. gesproken lijkt te zijn geweest rond de Pripjatmoerassen, en in het vorige blogje sprong ik naar de zesde eeuw na Chr., toen Byzantijnse auteurs Slavischsprekende groepen aanwezen in een regio die zich vanaf de Weichsel naar het zuidoosten uitstrekte tot aan de Dnjepr. Over de tussenliggende periode weten we feitelijk niets, want ook al heb ik het in dit blogje over de archeologie: archeologen graven geen taal op. Ze kunnen wel beargumenteerd speculeren.

Ik vind het echter ingewikkelde materie, uiteraard ook omdat een archeologische cultuur hoogst zelden precies met één taalgroep correspondeert. Ik noemde in het eerste blogje het verschijnsel van de superfederatie: een groep stammen met uiteenlopende achtergronden, die tijdelijk samenclustert onder een charismatische leider, en na diens overlijden weer uit elkaar valt. In zo’n superfederatie nemen mensen van alles over van iedereen, zodat eventueel bestaande correspondenties tussen taal en archeologie wegvallen. Maar speculeren staat vrij en ik denk dat ik het – voor zover ik er überhaupt iets van begrijp – het beste kan uitleggen als we in de tijd van Jordanes beginnen.

Lees verder “De Slavische volken (3) Archeologie”

De Slavische volken (1) Inleiding

Een ram uit Jordanów in zuidelijk Polen, de regio waar rond 2000 v.Chr. het allervroegste Proto-Slavisch werd gesproken (Archeologisch museum, Wroclaw)

Waar komen de sprekers van de Slavische talen, zoals Russisch en Pools en Bulgaars, vandaan? Als u dacht dat de vraag naar de herkomst van de Germaanssprekenden lastig te beantwoorden was, met bronnen vol tegenstrijdige aanwijzingen, dan zijn de Slavischsprekenden een nachtmerrie, want bij deze vraag zijn er zelfs geen geschreven bronnen. Het enige dat we weten, is dat ze een Indo-Europese taal spraken, dat ze in de Oudheid ergens verbleven in oostelijk Europa, dat Byzantijnse auteurs in de zesde eeuw volksverhuizingen vermeldden en dat er in de Middeleeuwen koninkrijken ontstonden waarin Slavische talen werden gesproken en geschreven. Dat laat veel aan duidelijkheid te wensen over, maar laat onverlet dat er hypothesen mogelijk zijn en dat we kunnen aangeven welke waarschijnlijker zijn en welke minder waarschijnlijk.

Soorten samenleving

Maar eerst even dit: voordat er Slavische koninkrijken waren, leefden de Slavischsprekenden – wie dat ook waren – in stamverbanden, superfederaties en vroege staten. Dit zijn problematische categorieën, maar aangezien dit een blog is en niet de Jagiellonische Universiteit in Krakau, beperk ik me tot losse definities.

Lees verder “De Slavische volken (1) Inleiding”

Moesia

De Donau bij Ruse

Europa kent al eeuwen twee grote handelsroutes. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee. De andere stond daar haaks op en leidde naar het oosten: de Donau. De eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers en de eerste Indo-Europees-sprekenden kwamen hierlangs stroomopwaarts, later gevolgd door Sarmaten, Hunnen, Avaren en Magyaren. Bij de Zwarte Zee zagen zij vóór zich een vruchtbaar gebied, begrensd door rechts de Donau en links het Balkangebergte. Die vruchtbare zone strekt zich uit tot Belgrado, het antieke Singidunum, waar de vlakte zich noordwaarts opende naar de Hongaarse poesta.

De naam Moesia

In de vijfde eeuw v.Chr. worden tussen Donau en Balkan genoemd:

  • de Dardaniërs (in wat nu Servië heet),
  • de Triballiërs (in het noordwesten van Bulgarije)
  • en de Geten (in het noordoosten van Bulgarije).

De laatste twee worden gewoonlijk gerekend tot de Thraciërs. Romeinse bronnen uit het begin van de jaartelling suggereren dat hier ooit ook Mysiërs hadden gewoond, een groep die later zou zijn verhuisd naar de Zee van Marmara. Naar hen noemden de Romeinen de regio Moesia.

Lees verder “Moesia”

De vele namen van Belgrado (4)

Belgrado. monument voor de linguïst Vuk Karadžić.

[Laatste van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]

De naam “Belgrado” zal wel voor altijd verbonden zijn met die van bekende personen, waarvan sommige voorbijgangers waren, zoals de Argonauten, terwijl anderen er hun levensdagen sleten en monumenten hebben gekregen die de stad nog altijd sieren.

Neem Vuk Karadžić (1787-1864): hij beschreef de Servische taal en hervormde het alfabet, wat leidde tot een eigen Servisch-Cyrillisch schrift. Met het fonetische uitgangspunt “wat je hoort spel je”, was dit alfabet een emancipatie ten opzichte van het Russisch of Bulgaars Cyrillisch schrift. Het monument hierboven afgebeelde monument Vukov Spomenik gedenkt deze taalkundige.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (4)”

De vele namen van Belgrado (3)

Het standbeeld van Karadjordje bij de Tempel van de Heilige Sava.

[Derde van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]

Vuur en gramschap

Trots staat de Belgrade Victor op de Griekse zuil bij het Kalemegdan-fort, zoals aan de andere kant van de stad een beeld van de Servische leider Karadjordje heroïsch staat voor de Tempel van de Heilige Sava. Zoals ik eerder schreef is de stad met Griekenland verbonden door de lange schaduw van de oudheid. Het op de Griekse zuil staande beeld van Belgrade Victor herdenkt de Eerste Balkanoorlog (1912-1913), waarin de noordgrens van Griekenland verschoof tot voorbij Thessaloniki, terwijl een sterk Servië ontstond, gelegen tussen Oostenrijk-Hongarije en Griekenland. Deze gevechten versterkten de band tussen de twee orthodoxe landen.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (3)”

De vele namen van Belgrado (2)

Belgrado, een stad met vele gezichten: zonnig, vrolijk, melancholiek, westelijk van het oosten en oostelijk van het westen.

[Tweede van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]

Van alle namen die de stad rijk is geweest is Singidun de oudste. Indien we geloof moeten hechten aan de mythe met de topografische duiding uit mijn vorige bijdrage, dan werden Iason, Medea en de Argonauten gastvrij door een Keltische stam, de Singi, ontvangen.

Met deze naam zijn we direct in een historische tijd beland. Het gebied waar de stad Belgrado ligt, werd ooit door de Kelten gedomineerd, die de naam voor hun grondgebied bedachten als een combinatie van het woord singi (cirkel) en dun (nederzetting). Daarom wordt de oudste, geschreven naam van de stad Belgrado (Singidun) geïnterpreteerd als een cirkelvormige nederzetting, of waarschijnlijker nog, een vestingwerk die in deze vorm opgebouwd is.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (2)”

De vele namen van Belgrado (1)

De Belgrade Victor, gezien vanaf het fort Kalemegdan, met uitzicht op Novi Beograd aan de overkant van de Sava.

Belgrade… it is definitely not Paris or Rome and fortunately it couldn’t and will not ever be. But entirely imperfect as it is, pretty rusty, piled and scattered, intrusive and loud, warm and melancholic, painted and lapsed, sometimes even repellent, it is one-of-a-kind and unique in its unsearchable seductiveness as all roads lead to kafana: full of tears, full of joy, full of happiness and full of sorrow… maybe Belgrade is hard to understand, but easy to love.

Dat postte ik jaren geleden een keertje, toen ik nog aan social media deed. Deze uitspraak bevat eigenlijk alles wat mij steeds doet terugkomen in Belgrado, stad uit mythische tijden, eeuwige stad.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (1)”

De ruiters van de Donau

Een votiefgift voor de “ruiters van de Donau” uit Sirmium (Archeologisch museum, Zagreb)

Een tijdje geleden vroeg ik uw hulp bij het identificeren van de voorstelling op een loden schijfje. Ik kreeg leuke reacties, die wezen naar een Romeinse cultus die vooral bekend is uit Moesia, dat wil zeggen het gebied van de Beneden-Donau. En toen u mij eenmaal op dat spoor had gezet, herinnerde ik me ineens dat ik meer van zulke loden afbeeldingen had gezien.

De ruiters van de Donau

Het gaat bij deze ruiters van de Donau steeds om loden plaatjes, waarop altijd een feestmaal is te zien met vis op het menu. De meeste afbeeldingen zijn, zoals de bovenstaande, vierkant, maar er zijn ook een paar ronde schijven gevonden zoals die waarover ik uw hulp vroeg.

Lees verder “De ruiters van de Donau”

Een oud legioen: VII Claudia (2)

Afgietsel van een beschadigde inscriptie van IIII Flavia Felix (?) en VII Claudia (Archeologisch Museum, Kostolac)

In de tweede eeuw na Chr. was VII Claudia – het eerste deel van dit blogje was hier – gestationeerd aan de Donau. De basis was Viminacium, iets ten oosten van Belgrado. Het is mogelijk dat het legioen na 86 deze basis enkele jaren moest delen met IIII Flavia Felix. In dat jaar waren de Daciërs het Romeinse Rijk binnengevallen, waarbij ze enkele legioenen hadden verslagen. Het Zevende en het Vierde moesten de provincie Moesia verdedigen, het Romeinse gebied bezuiden de Donau.

Dacië en Cyprus

In 88 viel een groot Romeins leger Dacië binnen, het huidige Roemenië, en generaal Tettius versloeg bij Tapae de Dacische koning Decebalus. Het Zevende was een van de negen betrokken legioenen. Helaas verhinderde de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus (89) de uiteindelijke Romeinse overwinning.

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (2)”