Geen tijd (2)

Romeinse zonnewijzer uit Aquincum (Hongarije).
Romeinse zonnewijzer uit Aquincum (Hongarije).

Ik schreef gisteren over de ideeën die Aristoteles en Augustinus over tijd formuleerden. Ze bewijzen dat de oude Grieken en Romeinen bepaald niet dom waren, maar zoals gezegd: ze zijn de uitzonderingen. Slechts weinig antieke auteurs bekommerden zich echt om het verschijnsel tijd, en uiteraard maakt dat Aristoteles en Augustinus alleen maar bijzonderder. Maar voor de anderen geldt: het lijkt wel alsof ze leefden in een wereld zonder tijd.

Lang geleden heb ik eens een laat-antieke tekst gelezen – ik ben vergeten welke, maar het zou wel eens kunnen staan in het proefschrift van Luuk de Ligt over antieke markten – waarin de auteur aan aristocraten het advies gaf dat ze markten moesten inrichten op hun landgoederen, omdat de arbeiders anders maar tijd zouden verliezen aan bezoekjes aan de stad. Het is een van de weinig keren dat een antieke schrijver zich lijkt te realiseren dat tijd waardevol was. Je kunt “tijd is geld” vertalen naar de oude talen, maar slechts weinig Grieken of Romeinen zouden het hebben begrepen.

De ritmes waren destijds anders. De Grieken en Romeinen hadden er weinig moeite mee te aanvaarden dat de twaalf uren waarin ze de dag verdeelden, in de zomer en winter niet dezelfde lengte hadden. Het dagritme veranderde dus met de seizoenen en niemand vond dat erg. De Grieken en Romeinen waren ook geamuseerd door de Joden, die een zevendaagse week kenden. Pas in de Late Oudheid werd dit het gemeenschappelijke ritme van de Mediterrane wereld. Tot dan toe bepaalde de stedelijke feestkalender wanneer de mensen konden rusten.

Ander voorbeeld. Het is een vreselijk cliché dat voor iemand die wacht op zijn of haar geliefde, de tijd eindeloos lijkt te duren, terwijl de tijd voorbijvliegt als je met elkaar bent. Dit cliché ontbreekt voor zover ik weet geheel in de antieke literatuur. De mensen dachten domweg niet in tijd.

Nog een voorbeeld. Afgezien van een handvol antieke wetenschappers, was destijds niemand geïnteresseerd in minuten of seconden. Zelfs grotere tijdseenheden waren geen deel van de menselijke ervaring. Ik heb wel eens geschreven dat als je kijkt naar grafstenen, je ziet dat mensen precies op hun vijftigste, zestigste of zeventigste overleden. Zelfs legionairs, die werden ontslagen na twintig of vijfentwintig jaar in dienst te zijn geweest, waren zich niet echt van hun leeftijd bewust, hoewel hun eenheden een administratie bijhielden. U kunt er hier meer over lezen.

Nog zo één: toen Alexander India binnenviel, rechtvaardigde hij dat met de opmerking dat zijn mythische voorouders Dionysos en Herakles koningen van dat gebied waren geweest. Toen hij Persepolis verwoestte (of niet), deed hij dat bij wijze van wraak voor Xerxes’ veldtocht naar Griekenland, die anderhalve eeuw eerder had plaatsgevonden. De auteurs van onze bronnen nemen dit net zo serieus als meer recente gebeurtenissen: het is alsof niemand begrijpt dat er verschil is tussen het recente verleden, het wat verdere verleden en het mythische verleden.

Je ziet dat ook in de vaasschilderkunst: soldaten uit bijvoorbeeld de Trojaanse Oorlog zijn vaak afgebeeld zoals soldaten uit de eigen tijd. Hoewel er afbeeldingen zijn met bewust-gearchaïseerde uitrustingen, hadden de meeste kunstenaars weinig gevoel voor geschiedenis.

Dat veranderde toen de christenen de Paasdatum begonnen te berekenen. Voortaan was de tijdrekening niet langer iets voor astronomen en astrologen. Iedereen die in de Middeleeuwen de Zeven Vrije Kunsten bestudeerde, kreeg hiermee te maken. Het waren nog steeds niet veel mensen die de berekeningen konden uitvoeren, maar het bewustzijn dat er zoiets bestond als een voortschrijdende tijd, begon langzaam door te breken. Dat wil niet zeggen dat ik in staat zou zijn een Paasdatum uit te rekenen.

5 gedachtes over “Geen tijd (2)

  1. Manfred

    Minuten en seconden waren aanvankelijk geen tijdseenheden maar meetkundige, namelijk onderverdelingen van een boog of een cirkel. Als zodanig zullen ze in de tijdsrekening terecht zijn gekomen toen die grafisch als cirkel werd voorgesteld zoals een klok met een ronde wijzerplaat.

  2. mnb0

    “Ze bewijzen dat de oude Grieken en Romeinen bepaald niet dom waren, maar zoals gezegd: ze zijn de uitzonderingen.”
    Ja nou, dat geldt voor ons evenzeer. Ik wil echt niet beweren dat ik even slim ben als Stephen Hawking en zo. Er zijn tegenwoordig wat meer slimme mensen dan toen, zelfs relatief, maar van een toename van 0,1% naar 0,2% kan ik niet direct opgewonden raken. Toegegeven, veel meer mensen hebben een behoorlijke opleiding dan vroeger, maar dat komt ook alleen maar omdat veel meer mensen niet zoveel tijd meer hoeven te besteden het dagelijks brood te verwerven. Als ik daar de hele dag aan kwijt was zou ik ook niet verder kijken dan de volgende dag – misschien de dag daarna.
    Je analyse snijdt natuurlijk enorm veel hout, maar heeft met domheid niet zoveel te maken, denk ik.

    “het is alsof niemand begrijpt dat er verschil is tussen het recente verleden, het wat verdere verleden en het mythische verleden.”
    Waarom zo negatief geformuleerd? Als ze de moeite hadden genomen hadden ze geantwoord dat wij te dom zijn om te begrijpen dat er geen verschil is. Ik heb natuurlijk het voordeel in een land te wonen waar deze opvatting nog steeds van invloed is.

  3. Remco

    “Het is een vreselijk cliché dat voor iemand die wacht op zijn of haar geliefde, de tijd eindeloos lijkt te duren, terwijl de tijd voorbijvliegt als je met elkaar bent. Dit cliché ontbreekt voor zover ik weet geheel in de antieke literatuur.”

    In het verhaal van Pyramus en Thisbe staat een opmerking die wel in die richting wijst: “et lux tarde discedere visa | praecipitatur aquis” (Ovidius, Metamorphoses 4.91-92). Ze hebben dan net besloten om er samen vandoor te gaan, maar moeten wachten tot het donker wordt.
    Het is de vraag of dit al als cliché werd gezien.

    1. Bedankt voor de reactie, Remco. Ik denk dat het niet werd herkend als cliché. Homeros’ “afscheid bij de poort” zal ooit ontroerend zijn geweest, hoewel wij er vooral clichés in herkennen, tot en met Lili Marleen aan toe.

Reacties zijn gesloten.