Augustinus’ olijfboom

Wat opvalt bij het lezen van Augustinus is dit: hij was rusteloos op zoek naar de waarheid. Hij bekeerde zich dus eerst (na de lectuur van Cicero’s Hortensius) tot de filosofie, bekeerde zich tot het manicheïsme, bekeerde zich tot het christendom, bekeerde zich daarbinnen weer tot de variant die we nu orthodox noemen en vond geen rust. De polemieken rond het pelagianisme zijn niet de teksten van een man die tevreden is met wat hij heeft gevonden of heeft bereikt.

Hij was bereid voor de waarheid een hoge prijs te betalen. Hij had, in de keizerlijke residentie Milaan, een voorname positie aan het hof, stond op het punt zich in te trouwen in een vooraanstaande familie en mocht vooruitzien naar lucratieve betrekkingen in het rijksbestuur, toen hij ineens een punt zette achter die loopbaan en zich terugtrok. Hij was maar een venditor verborum geweest, een kletsmajoor. Het is alsof iemand die op het punt staat de Nobelprijs voor de Letteren te krijgen, concludeert dat literatuur eigenlijk maar prietpraat is, de Zweedse Academie adviseert naar de pomp te lopen en besluit de waarheid buiten de literatuur na te jagen. Dat Augustinus zoiets deed, illustreert zijn gedrevenheid.

Anders dan zijn tijdgenoot Synesios, die bijvoorbeeld geloofde dat onbestrafte moordenaars na hun dood bleven spoken, is er bij Augustinus weinig kleingelovigs te vinden. Hij sneed grote thema’s aan. De aard van de tijd. Het ontwikkelende ego. De rol van de overheid. Het verschijnsel wil. De herkomst van het kwaad. Alleen mensen maken onderscheid tussen goed en kwaad. Het is een van de dingen die hen maakt tot mensen.

Omdat Augustinus leefde in de late vierde eeuw n.Chr., drukte hij zijn ideeën uit in de toenmalige vormentaal van het neoplatonisme en van het christendom. Dat is voor ons wat lastig te doorgronden. Soortgelijke dingen zijn te zeggen over de andere filosofen uit die tijd. Ook zij worstelden met de vraag waarom mensen het kwade konden doen. Dat leidde dan tot discussies over de aard van de ziel – bestond die uit een deel dat naar het goede en een deel dat naar het slechte streefde? Of had een mens soms twee zielen? De hermeneutische exercitie bestaat eruit dat we de eigenlijke gedachten om te zetten in onze eigen vormentaal. Leefde Augustinus in onze tijd, hij zou het hebben gehad over het dinosaurusbrein.

***

Op weg naar M’daourouch, het antieke Madauros, zijn we woensdag door Souk Ahras gekomen: het Thagaste waar Augustinus is geboren. Een druk, levendig, modern stadje. De heuvel in het stadscentrum moet in de Oudheid gedomineerd zijn geweest door een tempel; tegenwoordig zijn daar een oud mausoleum en een verveloze mairie. In de achtertuin daarvan staat een olijfboom – zie de foto hierboven – met meerdere stammen. Die staat bekend als l’olivier de Saint Augustin. Een bijzondere band met de bisschop is er vanzelfsprekend niet. Dit soort associaties zijn normaal in de volkscultuur, vergelijk Stonehenge en de tovenaar Merlijn.

Een tijdje geleden heeft, zo vertelt men hier, een Amerikaans lab onderzocht hoe oud de boom was en hij bleek maar liefst negenentwintig eeuwen oud te zijn. Dat Augustinus de boom, toen al eeuwenoud, heeft gezien, is aannemelijk, want zijn heidense vader zal hem wel eens hebben meegenomen naar die tempel op de heuvel. Maar meer valt er niet van te maken.

***

Er is een bordje met uitleg, geschreven in het Tamazight ofwel Berber. Een mooi voorbeeld van culturele reappropriatie.

6 gedachtes over “Augustinus’ olijfboom

  1. jacob krekel

    Je doet Augustinus meer recht dan heel wat van de commentatoren op het vorige blog. Zoals al eerder vermeld: geschiedenis gaat er juist om dat je ook gedachten leert kennen die buiten je – om het modern te zeggen – eigen bubble bestaan en daar geeft dit blog heel wat aanknopingspunten voor. Eigen bubble laatst zou ik zeggen.

    1. Volgens mij hebben diverse commentatoren op het vorige stukje laten merken dat ze 1) kennis hebben genomen van het ‘gedachtengoed’ van Augustinus, en 2) dat ze daar zo hun eigen gedachten over hebben. Wat dat met een bubble te maken heeft, is mij niet goed duidelijk.

  2. FrankB

    Zoals een groot premier (en later heel wat minder groot oppositieleider) al eens zei: twee dingen.

    1. Het belang van Augustinus van Hippo voor onze 21e eeuw. Ik heb betoogd dat die, muv dat geweldige hoofdstuk 11 van Belijdenissen, nihil is. Dat christenen daar anders over denken is uiteraard hun zaak, maar daarmee nog niet de mijne. Augustinus’ analyse van tijd is dat wel.

    2. Het belang van Augustinus van Hippo voor zijn eigen tijd. Die is vanzelfsprekend immens. Daarvoor hoeft een amateur als ik hem niet zelf te lezen. Secundaire literatuur, zoals de aangename serie waar we nu midden in zitten, is beter. Want dan krijg ik de context er gratis bij.

    JacobK kraamt dus onzin uit met zijn “recht doen”. Want als ik “gedachten van buiten mijn eigen bubbel” wil leren kennen kan ik bv. fundagelistische websites raadplegen. De term “Erfzonde” is snel en gemakkelijk gegoogeld. Daar heb ik Augustinus van Hippo niet voor nodig. De kans is zelfs groot dat hij in de weg zit als ik fundagelistisch denken wil begrijpen, want er zit wel een slordige 14 eeuwen tussen.

  3. Rob Duijf

    ‘Hij bekeerde zich dus eerst (na de lectuur van Cicero’s Hortensius) tot de filosofie (…)’

    Ik vraag me af, of je je tot ‘de’
    filosofie’ kunt ‘bekeren’?

    Augustinus was een zoeker. Ik neem aan, dat je bedoelt, dat hij zijn antwoord zocht in de filosofische stromingen van zijn tijd i.c. het neoplatonisme. Het bevredigde hem niet, net zoals al het andere hem niet bevredigde, wat hem tot de rusteloze figuur maakte die je schetst.

    ‘Leefde Augustinus in onze tijd, hij zou het hebben gehad over het dinosaurusbrein.’

    Is dat zo? Misschien was hij wel voorganger geweest in de New-Age beweging, had hij meditatielessen gegeven, ‘healing’-sessies verzorgd en mindfullnessvlogs op de Youbuis gezet. Daarentegen hadden Neil Shubins’ ‘Your inner fish’ en Robert Sapolskys’ ‘Behave’ hem wellicht helemaal niet bevredigd…

    Misschien is het verschil tussen het ‘zoeken naar’ en het ‘onderzoeken van’ wat filosofie als wetenschap zo interessant maakt.

      1. Rob Duijf

        Lastig. Sokrates kennen we alleen uit de tweede hand. Ik kan je in Xenofon echt niet volgen. Dat zal wel aan mij liggen, maar kun je wat specifieker zijn?

Reacties zijn gesloten.