Continuïteit

Wilhelm I uitgeroepen tot keizer van Duitsland in Versailles (schilderij van Anton von Werner)
Wilhelm I uitgeroepen tot keizer in Duitsland (schilderij van Anton von Werner)

Tussen 1862 en 1870 werd Duitsland een eenheid. Het werd beklonken met bloed en ijzer. Daarna waren er jaren met een steeds vergeefsere politiek om Frankrijk geïsoleerd te houden, de opbouw van sociale voorzieningen om de socialisten buitenspel te houden, een reeks crises op de Balkan, een Eerste Wereldoorlog, een gepolariseerde Weimarrepubliek, een Derde Rijk en een in tweeën gesplitst Duitsland. Vraag: is er continuïteit in de Duitse geschiedenis of niet?

Dit is boeiende materie! Er zijn historici die het Derde Rijk zien als een hoofdstuk in een continue geschiedenis, terwijl er ook zijn die de tirannie zien als een discontinuïteit. Voor de eersten loopt de Weimarrepubliek verder in het nationaalsocialisme; voor de laatsten is juist de Bondsrepubliek een voortzetting van Weimar en is het Derde Rijk een Fremdkörper in de Duitse geschiedenis. De twee posities leiden tot een ander antwoord op de vraag hoe Duitsers met het verleden moeten omgaan. En dat heeft weer politieke consequenties. Kortom, dit gáát ergens over.

Laat ik eens een mogelijk antwoord noemen. Er bestond in het verenigde Duitsland een behoudende elite die vooral de eigen positie wilde veiligstellen, en daarmee decennium na decennium is doorgegaan, totdat deze elite in het laatste oorlogsjaar ten onder ging. (Denk aan de bijltjesdag onder de adel na de mislukte Von Stauffenberg-coup.) Als je de gebeurtenissen zo leest, is er continuïteit in de Duitse geschiedenis van 1862 tot 1945, en is die continuïteit gewaarborgd doordat steeds dezelfde bestuurlijke klasse bestond die steeds dezelfde belangen had.

Ik ben geen Duitslanddeskundige en weet niet of dit klopt. Het gaat me dan ook om iets anders, namelijk om een voorbeeld te geven van de wijze waarop een historicus zou kunnen vaststellen dat er continuïteit is. In dit geval was de politieke continuïteit gegarandeerd door een elite die bepaalde belangen bleef najagen. Zo was er achter de chaos van het toenmalige voorpaginanieuws een structuur die hetzelfde bleef. Of we die structuur moeten beschouwen als het starre skelet van een huis of de flexibele syntaxis van een taal is dan weer een andere kwestie, die ik zal laten rusten.

Waar het mij om gaat is dat wie claimt dat er een continuïteit is, die aannemelijk zal moeten maken. Je zult én iets moeten aanwijzen dat van generatie tot generatie aanwezig is geweest én moeten verklaren hoe dat mogelijk was. Bijvoorbeeld doordat er een groep mensen was met de middelen om een bepaald, voor hen aantrekkelijk, beleid gedurende lange tijd uit te dragen.

Ander voorbeeld: de weerzin die in de islamitische wereld bestaat tegen het christendom. Ik heb onlangs in twee stukjes beschreven dat de islam aanvankelijk niet exceptioneel agressief was. Of het nu het Kalifaat was of het Byzantijnse Rijk of het rijk van Karel de Grote, in elke vroegmiddeleeuwse staat bestond een leidende religie die de andere godsdiensten reduceerde tot de tweede rang, doorgaans met discriminerende regels, soms met geweld. De Mongolen introduceerden veel gewelddadiger methoden, pasten die toe op de islam en niet op de christenen, met als eindresultaat dat binnen de islam mensen zich keerden tegen de christenen. Er ontstond dus een antichristelijke attitude. Dat die sinds pakweg 1300 in het Midden-Oosten in elke generatie heeft bestaan en dat er zo permanent druk is uitgeoefend op christenen om zich te bekeren, veronderstel ik bekend – recent voorbeeld – maar ik moet óók bewijzen waardoor die attitude werd doorgegeven. Ziedaar het belang van de school van Ibn Taymiyah en, later, het daardoor geïnspireerde wahhabisme. Niet representatief voor de islam als geheel, maar een permanent aanwezige factor.

Een ander voorbeeld is de claim dat de westerse cultuur is ontstaan in Griekenland. We moeten dus bewijzen dat daar – en daar alleen – bepaalde belangrijke ideeën zijn ontstaan die in elke generatie aanwezig zijn geweest, zodat wij die ideeën ook echt (met wat tussenstappen) hebben ontleend aan de Grieken. Tegelijk moeten we iets aanwijzen dat garandeerde dat deze ideeën van generatie tot generatie werden doorgegeven. Dan en slechts dan is er sprake van continuïteit; dan en slechts dan kunnen we zeggen dat onze cultuur uit Griekenland komt.

Ik vrees dat wanneer er over de Oudheid wordt geschreven, er vaak holle claims worden gemaakt. Het bekendste voorbeeld is dat onze democratie in Athene zou zijn ontstaan, hoewel het bestuursmodel toch echt in de jaren na Alexander de Grote is geliquideerd en de ideeën twee millennia lang nergens bestonden. Je kunt met geen mogelijkheid een continuïteit bewijzen. Onze Europese democratie wortelt in de Middeleeuwse Statenvergaderingen en in Nederland bovendien ook in de waterschappen. En die continuïteit valt wél te bewijzen.

Een ander voorbeeld is dat het concept “Europa” in Griekenland is ontstaan. De tegenstelling met het oosten varieert echter nogal: de klassieke Grieken zagen zich als anders dan de Perzen, in de hellenistische tijd was de tegenstelling in feite een interne (tussen een Griekstalige elite en een niet-Griekstalige onderlaag), in de Romeinse tijd was het Rome versus de “barbaren” met de Perzen als ondefinieerbaar derde ding (noch Romeins, noch barbaars), daarna was de voornaamste tegenstelling die tussen christenen en heidenen. De betekenis waarin u en ik over Europa spreken, is in feite Frankisch en eigenlijk ben ik er niet helemaal zeker van of er werkelijk sprake is van continuïteit.

Historische continuïteiten kunnen indirect zijn. Zo kunnen ideeën in onbruik raken, besloten blijven liggen in boeken, en vervolgens opnieuw in de mode raken. Dit heet een “container” maar het is mogelijk het belang hiervan te overschatten. De hellenistische filosofische scholen, die zich vooral bezighielden met ethiek, zijn in de Renaissance herontdekt, maar moderne onderzoekers zien verschillen tussen dat wat de Grieken in de container stopten en wat de Renaissancemensen eruit haalden.

Wat ik maar zeggen wil: sommige uitspraken over het verleden behoren net zozeer tot het terrein van de sociale als tot de historische wetenschappen. Ik heb het dan nog niet gehad over begrippen als invloed, maar eigenlijk zouden beweringen als zou deze of gene tekst invloedrijk zijn geweest, sociaalwetenschappelijk moeten worden onderbouwd.

Voor het moment eindig ik met de verzuchting dat ik er wat voor over zou hebben als mensen eens zouden ophouden om, nadat ze hebben verteld hoe dit of dat in het verleden is ontstaan, meteen maar te postuleren dat het, omdat het ooit zo is ontstaan, simsalabim nog altijd zo is. Een voorbeeld hier. Maar wie iets claimt, moet het bewijzen. Het alternatief is dat je maar wat loopt te roepen en dat gebeurt helaas veel te veel.

17 gedachtes over “Continuïteit

  1. O.L.E Jongmans

    Eerst even een detail, dat toch wel enig belang heeft. In het onderschrift bij het schilderij staat dat Willem I tot Keizer VAN Duitsland werd uitgeroepen. Op school heb ik geleerd dat hij tot “Kaiser IN Deutschland” werd uitgeroepen, om daarmee aan te geven dat hij geen EIGEN gezag had over de andere Duitse vorsten en over het Duitse Rijk, maar dat zij hem juist dat gezag verleenden. Men was een tikkie bang voor een bedreiging van eigen soevereiniteit.

    En dan de continuïteit. Ian kershaw schrijft in zijn inleiding van zijn biografie over Hitler, dat de Duitse landen en staten minstens vanaf de Romantiek werd beheerst door een brandend verlangen naar EENHEID, en door een heftige afkeer van vreemde invloeden, culminerend in het antisemitisme. Het nationalisme zou ook heftig zijn geweest, hetgeen geïllustreerd werd met het gegeven dat de Socialistische Deutsche Arbeiters Partei pas voet aan de grond kreeg nadat men er het woord “National” vóór had geplakt. Socialisme was immers internationaal gericht en daar had men een nationalistische afkeer van. In die context ziet hij het Derde Rijk als de culminatie van een minstens een eeuw lang durende stroming.

    De vraag die je dan in deze context kunt stellen is: bij wie leefde dat gevoel? Bij de burgerij, zegt Kershaw. Maar wie vertaalde dat in de praktische politiek? Gebeurde dat pas door de NSDAP, of leefde dat gedachte”goed” ook bij de elite, en was het een onderstroom in alle Duitse politieke organisaties?

  2. Gherardus Havingha

    “Verband tussen lage rente en populisme? Volgens Wolfgang Schäuble, de Duitse minister van financiën, is er een verband tussen de extreem lage rente en de opkomst van populistische partijen in Europa. Het rechts-populisme kan de wind uit de zeilen worden genomen door de rente te verhogen. Schäuble is een tegenstander van het ruime monetaire beleid, dat volgens hem ook steeds minder effect sorteert.” (Financieel Dagblad, p.1)

  3. Ton Spamer

    Een interessant boek over continuïteit en het verlangen naar eenheid in Duitsland is het recent verschenen “De lange schaduw der Germanen” van Von der Dunk.
    Voor het overige sta ik erg huiverig tegenover de gedachte dat het verleden iets is dat ‘verklaard’ zou kunnen of moeten worden. “Het enige dat de geschiedenis ons leert is dat we niets leren uit de geschiedenis”, zei mijn vroegere geschiedenisleraar. We maken dezelfde fouten en stappen in dezelfde valkuilen, alle ‘verklaringen’ ten spijt.

  4. mnb0

    “de claim dat de westerse cultuur is ontstaan in Griekenland”

    en

    “ideeën ook echt hebben ontleend aan de Grieken.”
    zijn niet hetzelfde.
    Ik verbaas me er steeds weer over dat dit bediscussieerd moet worden, want volgens mij is dit een uitgemaakte zaak.
    1. Christelijke theologie heeft een aantal ideeën via Plotinus aan de Grieken ontleend.
    2. De val van Toledo en de val van Constantinopel (om alleen de “hoogtepunten” te noemen) hebben ervoor gezorgd dat we nog wat meer ideeën van de Grieken hebben overgenomen.

    “eigenlijk ben ik er niet helemaal zeker van of er werkelijk sprake is van continuïteit.”
    Het idee van een verenigd Europa gaat uiteraard op de Romeinen terug, niet op de Grieken. We hebben er de term “Heilige Roomse Rijk” aan te danken. Karel de Grote liet zich niet voor niets in Rome tot keizer kronen in plaats van de één of andere Franse of Duitse stad.

    1. O.L.E Jongmans

      Ja, dat is mij ook altijd bijgebracht, dat het Rijk van Karel de Grote, en het daarna volgende Eerste Duitse Keizerrijk, sterk is beïnvloed door de herinnering aan het Romeinse Rijk, en de Pax Romana. Die herinnering is dan vooral blijven hangen bij de geestelijkheid, in die tijden vrijwel de enige geletterde bevolkingsgroep, en door hun onderwijs aan de heersende elite.
      Mijn leraar geschiedenis stelde ons de prikkelende vraag of je er eigenlijk van kon spreken dat het Romeinse Rijk “gevallen” was. Militair misschien wel, maar in al het andere was dat Rijk, in zijn opvatting min of meer blijven bestaan/doorwerken. Zo liet hij ons zien dat de kaart van e internationale autowegen in 1950 nog zo goed als samenviel met het vroegere netwerk van militaire wegen van het Romeinse Rijk.

  5. Interessante opmerking over de anti-christelijke attitude die pas na ca. 1300 binnen de islamitische wereld endemisch zou zijn geworden. Wat betreft de toepassing van geweld binnen de islamitische wereld stelde Philip K. Hitti in The History of the Arabs: ‘Never was there an Islamic issue which brought about more bloodshed than the caliphate’. En dat slaat dan niet alleen op de vroegste periode (3 van de 4 eerste ‘rechtgeleide’ kaliefen werden vermoord), maar ook op alle latere kalifaten en deel-kalifaten. Past het huidige kalifaat in deze traditie van de interne toepassing van geweld?

  6. De grote verdienste van de klassieke Grieken is er in gelegen dat zij het individu hebben ontdekt, een prestatie herhaald tijdens de Europese Renaissance. Met andere woorden, om de terminologie van Pinto te hanteren, er een begin is gemaakt met een G-cultuur, nadat totdien in feite alle culturen F-culturen waren. Met de Grieken is de eerste stap gezet naar een volwassen mensenheid. Die eerste stap is derhalve een puberteit, met alle kenmerken van dien. Dat de islamitische volkeren nog steeds verkeren in het principe van de F-cultuur verklaart voor het grootste deel de spanningen tussen het Westen en islamieten. Terzijde: dat de huidige Grieken momenteel niet veel meer zijn dan een M-cultuur is voor het grootste deel te wijten aan het feit dat Griekenland na de val van Constantinopel een hutspot werd door met name de nodige immigratie uit het huidige slavische Europa plus de invloed van de Osmanen. In hoeverre het Westen c.q. de ‘eerste wereld’ inmiddels minimaal een zekere adolescentiefase heeft bereikt, is een interessante antropologische discussie. De feiten dat het huidige Zuid- en Oost-Europa, inclusief Rusland, (de ‘tweede wereld’) tot de M-culturen behoren en dat de rest van de wereld, grofweg aangeduid met de verouderde term ‘derde wereld’, nog steeds tot de F-culturen, dus onvolwassen, behoren, zullen velen politiek incorrect vinden. Jammer dan, ik ga graag uit van feitelijkheden.

    1. Maar hébben de Grieken die individualiteit wel ontdekt? Of is dat een negentiende-eeuwse constructie, opgesteld toen de wetenschappers nog niet wisten van bijv. de persoonlijke heils/verdoemenis-verwachting van het vroege zoroastrisme?

      Zie ik het goed, dan zijn die oude sjablonen door twee ontwikkelingen achterhaald geraakt: enerzijds de ontdekking dat veel van wat aan de Grieken werd toegeschreven, ook in het Nabije Oosten voorkwam, anderzijds het inzicht dat de Grieken net zo irrationeel konden zijn als de rest van de wereld.

      Relevant is, denk ik, dit: http://www.livius.nl/spijkers-op-laag-water/het-nabije-oosten-is-de-bakermat-van-onze-religies-het-westen-van-onze-rationaliteit/

  7. frank bikker

    De hr. Hans Overduyn gaat blijkbaar uit van hogere en lagere culturen, waarbij hij zichzelf uiteraard tot de hogere rekent. ( zie zijn Facebook)
    Is het niet simpel zo dat de pot de ketel verwijt dat ie zwart ziet en dat vervolgens als feitelijkheid presenteert?

    1. Ik vrees dat meneer Bikker de zaak niet helemaal begrijpt. Ik ga niet uit van hogere en lagere culturen, maar van culturen die meer of minder zijn voortgeschreden op hun weg naar volwassenheid. Lees eens een inleiding in de antropologie en vervolgens het betreffende boek van David Pinto, want het lijkt me sterk dat u dat gedaan heeft. Ik vind het verder knap dat u uit mijn FB-pagina kunt destilleren dat ik mijzelf tot de ‘hogere cultuur’ (whatever) reken. Had u wel de juiste pagina te pakken ? Mijn achternaam spel je met een i en niet met een y.

      1. frank bikker

        Ik lees enkel wat u zelf schrijft, maar ja het is natuurlijk altijd gemakkelijk om te zeggen dat een ander het niet begrijpt om niet te zeggen volwassen genoeg is.
        mvg. Frank Bikker.

        1. O.L.E Jongmans

          Dit is toch wel de laatste website waar je zou verwachten dat deelnemers aan een discussie elkaar te lijf gaan. Hou het zakelijk en vriendelijk a.u.b.

  8. Boubkari

    “De Mongolen introduceerden veel gewelddadiger methoden, pasten die toe op de islam en niet op de christenen, met als eindresultaat dat binnen de islam mensen zich keerden tegen de christenen. Er ontstond dus een antichristelijke attitude. Dat die sinds pakweg 1300 in het Midden-Oosten in elke generatie heeft bestaan en dat er zo permanent druk is uitgeoefend op christenen om zich te bekeren, veronderstel ik bekend – recent voorbeeld – maar ik moet óók bewijzen waardoor die attitude werd doorgegeven. Ziedaar het belang van de school van Ibn Taymiyah en, later, het daardoor geïnspireerde wahhabisme. Niet representatief voor de islam als geheel, maar een permanent aanwezige factor.”

    De mongolen waren niet uit op bekering van de onderworpen volkeren. Het uitroeien van steden, streken en soms volkeren was in de eerste instantie een militaire tactiek en in tweede instantie een uitvloeisel van het geweld dat nu éénmaal gepaard gaat wanneer men tienduizenden tot honderdduizenden soldaten hun gang laat gaan als beloning voor geleverde diensten.

    Wat de mongolen wel hadden is een intense minachting voor de stadsbewoner en landbouwer. De vooroordelen en minachting tussen zij die nomaden waren en zij die sedentair waren was van alle tijden. Hoewel beiden vaak in symbiose met elkaar leefden. Ik heb ooit ergens gelezen dat Jengis Khan besloten had alle Chinese boeren in Noord-China uit te moorden en alle landbouwgrond in grasland te veranderen. Hij zag er vanaf toen hem er op gewezen werd dat hij daarmee tegelijk de kip die de gouden eieren legde zou slachten. Hoogstwaarschijnlijk een legende maar ik denk dat daar wel degelijk een kern van waarheid in schuilt gezien de vaak genocidale wijze waarop de mongolen te keer zijn gegaan tegen landbouwers en stedelingen van China tot Hongarije.

    Om te bewijzen dat sinds 1300 de attitude van moslims richting de inheemse christenen in het M.O. verharde een dat, dat leidde tot massabekeringen van christenen en daarmee een demografische neergang van het christendom in het M.O is meer nodig dan wijzen naar de Mongoolse destructie en het gedachtengoed van Ibn Taymiyya.

    Demografische cijfers over de periode 650 – 1500 zijn er niet. De eerste census werd door de Ottomanen uitgevoerd in de 16e eeuw en gezien de premoderne methoden allesbehalve volledig.

    Wat men met enige zekerheid demografisch kan stellen zijn drie dingen:

    1) Dat grofweg voor de verovering door de moslims het M.O ( De Levant, Mesopotamië en Egypte) in overgrote meerderheid christen was zij het verdeeld over flink aantal stromingen. Dat er een aanzienlijke minderheid was van: Joden, Samaritanen, Zoroastriërs, en nog wat kleinere groepen die men onder de verzamelterm “heidenen” kan scharen.

    2) Ergens tussen 1000 en 1200 werden de moslims in demografisch opzicht de dominante groep in het M.O. Dat wil niet zeggen dat, dat gold voor elk gebied in het M.O sommige streken bleven in meerderheid christelijk soms zelfs tot in de huidige tijd.

    3) Dat na 1200 de demografische neergang van het christendom doorging. Zij het niet in alle streken even snel.

    De laatste census van het Ottomaanse rijk aan de vooravond van WI laat zien dat in de Levant en Mesopotamië een kleine 20 % van de bevolking christen was. ( Dat wordt nu geschat op een kleine 10 %)

    In Egypte dat zich onder Britse bezetting vond. was dat 10 %. ( Dat wordt nu geschat op +/- 5 % ).

    Dus om te bewijzen dat na 1300 de demografische neergang van het christendom te maken heeft met een verharding ten aanzien van christenen moet men eerst verklaren:

    1) Wat de redenen waren van de demografische neergang voor 1300.
    2) Dat die redenen niet meer golden na 1300 of marginaal waren.
    3) Dat er een daadwerkelijk verharding optrad tegen christenen die eeuwen aanhield.
    4) Dat de demografische neergang alleen of in zeer grote mate te wijten valt aan deze verharding.

    Het gedachtegoed van Ibn Taymiyya was een generatie na zijn dood in de vergetelheid geraakt en werd pas eind 19e eeuw weer tot leven gewekt en verspreid met een acceleratie in verspreiding na de eerste oliecrisis.

    Het feit dat baardlui hem te pas en onpas citeren – zij het heel selectief – doet mensen al heel gauw een beschuldigende vinger wijzen naar het gedachtegoed Ibn Taymiyya als oorzaak voor het ontstaan van alle baardclubjes en hun wandaden. Wat klinkklare nonsens is. De oorzaken die dit soort clubjes heeft doen ontstaan zijn allen terug te leiden naar gebeurtenissen en veranderingen die de afgelopen 100 hebben plaatsgevonden te beginnen bij WI.

    Het gedachtegoed van Ibn Taymiyya als verklaring zien voor wat Da3ash doet is hetzelfde als beweren dat de judeofobie van Luther tot de Holocaust heeft geleid. Je reinste nonsens!

  9. Boubkari

    Hoewel ik geen socioloog of antropoloog ben doe ik navolging van de wereldberoemde socioloog dhr. Pinto – wie kent hem niet! – ook aan cultuurindelingen. Zo kent mijn indeling een K-cultuur, een U-cultuur en een L-cultuur.

Reacties zijn gesloten.