De Trojaanse Oorlog (7)

Het steile Troje
Het steile Troje

[Dit kerstweekend blog ik over de Trojaanse Oorlog. De legendarische expeditie van een coalitie van Griekse krijgers die ergens in de dertiende eeuw v.Chr. de stad Troje innamen vormt een romantisch verhaal en het onderzoek brengt diverse subdisciplines samen: klassieke talen, oude geschiedenis, archeologie, hittitologie. Allemaal redenen om u dit kerstweekend te trakteren op een longread. Het eerste deel vindt u hier.]

Rond 1983 werd de Manapa-Tarhunta-brief gevonden. De inhoud lag in het verlengde van wat al bekend was over de relaties tussen de Hittieten en het westen: het bevestigde een paar zaken en voegde er nog wat aan toe. Ik zal het totaalbeeld in het volgende stukje schetsen. De crux is dat een Hittitisch leger oprukt naar Wiluša en daarbij eerst het zogeheten Seha-land aandoet. Omdat dit de vallei is van een van de rivieren in het westen van het huidige Turkije, moest Wiluša dus in die richting liggen en eigenlijk was alleen het noordwesten van mogelijk. Steeds meer wetenschappers accepteerden nu Forrers vermoeden dat Wiluša gelijk was aan Troje.

De geografische aanwijzing was niet de eerste. Welbeschouwd lag het bewijsmateriaal al een tijdje op tafel, maar soms is een zetje nodig om het te aanvaarden. Om te beginnen was er de dubbele naamovereenkomst: het Wiluša en Taruwiša uit de Hittitische bronnen correspondeerden met het Ilios en Troia uit de Griekse teksten. Blijkbaar had de stad twee namen. Er was de naam van de koning, Alaksandus, die sterk lijkt op de naam van de Homerische held Alexandros, en bovendien was er de naam Apalliunas, die overeenkomt met de Apollo die in de Ilias de stad beschermt.

In 1984 werd een congres over Troje en de Trojaanse Oorlog georganiseerd en daar werd nog een leuke ontdekking aangekondigd: dat Wiluša in de Hittitische poëzie werd aangeduid als een stad met steile hellingen, een kenmerk dat niet minder dan zes keer wordt genoemd in de Ilias en niemand zal verbazen die de ruïneheuvel vanuit het noorden is genaderd. Wiluša, Taruwiša, Apalliunas, Alaksandus en steile hellingen: één of twee overeenkomsten kun je afdoen als toeval, bij drie of vier hoor je een identificatie in overweging te nemen, bij vijf komt de bewijslast te liggen bij degene die meent dat de gelijkstelling niet klopt. Als dan ook de geografische aanwijzingen in dezelfde richting gaan, kun je vrij zeker zijn. Wiluša is Troje.

Zegel uit Troje met Luwische tekens
Zegel uit Troje met Luwische tekens

Op ditzelfde congres kwam de taal van de Trojanen aan de orde. Aan de hand van namen als Priamos en Paris namen de geleerden aan dat het wel eens Luwisch kon zijn geweest, een taal die vooral bekend was uit Syrië en zuidoost Turkije. (We kwamen deze al in de vorm van enkele hiëroglyfenteksten tegen toen we het hadden over de ontdekking van de Hittitische cultuur.) Het was dus curieus om Luwische namen in het noordwesten van Turkije te zoeken, maar in 1995 is in Troje VIIb een zegel gevonden met Luwische hiëroglyfen. Een foto heb ik er niet van, maar het is het logo van de werelderfgoed-site.

Over de aanwezigheid van Luwisch-sprekenden in het westen van Turkije is de laatste vier of vijf jaar vrij veel te doen. De archeologie zijnde archeologie is er vanzelfsprekend sprake van de oudheidkundige standaardoverdrijving – in feite een traditie die teruggaat op Schliemann, wiens reputatie nog steeds niet is hersteld – maar het wordt steeds duidelijker dat de diverse staten in het westen van Turkije een culturele eenheid vormden en dat ze zich verschillende keren verenigden in een politieke federaties met namen als Assuwa en Arzawa. Daarover in het laatste stukje meer.

De Hittieten voerden regelmatig oorlog tegen deze staten en één voorwerp is hoogst significant: een zwaard dat in 1991 in de Hittitische hoofdstad Hattusa werd gevonden en rond 1400 v.Chr. door een koning Tudhaliya is buitgemaakt. Het inschrift:

Nadat Tudhaliya, de grote koning, Assuwa had overweldigd, wijdde hij deze zwaarden aan de storm-god, zijn heer.

Het interessante is dat het zwaard is van een type dat moderne onderzoekers ogenblikkelijk identificeren als laat-vijftiende-eeuws Mykeens. Dit duidt erop dat er contacten waren tussen West-Turkije en het Griekse vasteland. Het is een van de argumenten dat Ahhiyawā de aanduiding is voor de Griekse wereld. Er zijn er meer maar die laat ik even wat ze zijn.

Langzaam maar zeker wordt de topografie van West-Turkije dus duidelijk. In het laatste stukje zal ik vertellen wat we uit de Hittitische bronnen weten over de geschiedenis van het gebied. Voor het moment rond ik af met nog drie opmerkingen. De eerste daarvan betreft de chronologie van het Mykeense aardewerk. Die wordt steeds verder verfijnd, onder andere doordat in Israël erg veel koolstofdateringen plaatsvinden. Die zijn belangrijk voor de overgang van het IJzer I naar IJzer IIa aldaar, een onderwerp waarover ik al eerder blogde, maar dienen ook om de chronologie van andere delen van het oostelijk Middellandse Zee-gebied te ijken. Ik verwacht geen grote verschuivingen, maar wel scherpere dateringen.

Ten tweede: de Duitse archeoloog Manfred Korfmann heeft in de jaren negentig onderzoek gedaan in Troje en op verschillende plaatsen op de vlakte. Van zijn resultaten is belangrijk dat hij aantoonde dat Troje VI en VIIa een benedenstad hebben gehad, en dat de nederzetting dus groter is geweest dan de burcht. Ook wees hij erop dat in de tijd tussen de ondergang van Troje VIIb (c. 950 v.Chr.) en de heringebruikname van het heiligdom van Athena in Troje VIII (c. 740 v.Chr.) de oude muren van Troje VI/VII nog fier overeind stonden, als een herinnering aan een glorieus verleden. Homeros had iets om inspiratie aan te ontlenen: wat was dat van stad die daar lag, hoe was ze ten onder gegaan?

Tot slot: om in de gaten te houden zijn de lopende opgravingen in Kaymakçı, niet ver van de later Lydische hoofdstad Sardes. De archeologen menen dat Kaymakçi de hoofdstad is geweest van het Seha-land. Daar zou zomaar eens een archief gevonden kunnen worden met kleitabletten waarin Mykeense namen opduiken. Als er één punt is waar nieuwe inzichten over de Trojaanse Oorlog te verwachten zijn, is het daar.

[Wordt om twee uur vervolgd]

3 gedachtes over “De Trojaanse Oorlog (7)

  1. Manfred

    Als VI is verwoest door een aardbeving dan moet dat een krachtige zijn geweest die ook sporen heeft nagelaten buiten Troje. Zijn er elders bewijzen gevonden van die aardbeving in die tijd?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s