De Zeevolken: het bewijsmateriaal

Ramses III in actie tegen de Zeevolken (Medinet Habu)

In het eerste stukje over de Zeevolken – dat ook “het einde van de Bronstijd” had kunnen heten, vatte ik het handboek samen van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Ik legde uit waarom de auteurs terughoudend zijn: ons beeld is onvoldoende scherp en er zijn allerlei complicaties. Die zijn in twee groepen in te delen: enerzijds de oorzaak van de crisis en anderzijds de vraag of de beschikbare data niet wat al te makkelijk zijn geplaatst in een negentiende-eeuws sjabloon over de ondergang van de beschaving. Veel gegevens waren destijds ambigu en lieten zich passen in elk narratief; een deel van de gegevens is nog altijd voor meerderlei uitleg vatbaar.

Wat betreft de oorzaak: we hebben inmiddels zoveel gegevens dat wél duidelijk is dat rond 1200 v.Chr. in het oostelijk bekken van de Middellandse Zee een periode aanbrak van droogte. Ik blogde er al over. Dat leidde tot een crisis en het wegvallen van de vraag naar tin, zodat de handelsnetwerken ook verdwenen, waarna men overschakelde van brons naar het overal vindbare ijzer. Alvorens te bezien of een consistent verhaal mogelijk is, moeten we het bewijsmateriaal eens bekijken.

Lees verder “De Zeevolken: het bewijsmateriaal”

Een tekst over Troje?

De oostelijke poort van Troje VI/VIIa

Zo op het eerste gezicht lijkt het nieuws behoorlijk belangrijk. En na deze eerste zin weet u al dat er een tweede gezicht is en dat het nieuws wellicht anders moet worden geduid. En u weet dan ook dat er een conclusie komt over de aard van het nieuws. Met andere woorden: op deze vroege zondagochtend kan ik, op een hotelkamer in het Kroatische Zadar, voor het volgende nieuws geen adequatere vorm bedenken dan een stomvervelend frame dat al veel te vaak is gebruikt. Niettemin is het bericht de moeite waard, dus lees even verder.

Een tekst over Troje

De claim: onderzoekers hebben een 3200 jaar oude inscriptie vertaald waar informatie in blijkt te staan over de gebeurtenissen in westelijk Klein-Azië. Het interessante is dat daarin Troje wordt genoemd. De tekst, zo lezen we hier, is geschreven in het Luwisch (een Indo-Europese taal uit het westen van Klein-Azië) en beschrijft enkele gebeurtenissen uit het koninkrijk Mira. Als ik het goed samenvat nam een koning Mashuittas van Mira de macht over van koning Walmu van Wilusa (de oude naam van Troje). Deze Walmu was uit zijn stad verdreven maar Mashuittas gaf hem die stad terug in ruil voor beloftes een trouwe vazal te zullen zijn.

Lees verder “Een tekst over Troje?”

De Trojaanse Oorlog (slot)

Model van een strijdwagen uit de Late Bronstijd, gevonden in Kamed el-Loz, Libanon (Nationaal Museum, Beiroet)
Als er een Trojaanse Oorlog is geweest, zijn er strijdwagens ingezet (Nationaal Museum, Beiroet)

[Het laatste stukje in mijn kerstserie over de Trojaanse Oorlog. De legendarische expeditie van een coalitie van Griekse krijgers die ergens in de dertiende eeuw v.Chr. de stad Troje innamen vormt een romantisch verhaal en het onderzoek brengt diverse subdisciplines samen: klassieke talen, oude geschiedenis, archeologie, hittitologie. Allemaal redenen om u dit kerstweekend te trakteren op een longread. Het eerste deel vindt u hier.]

Eerst maar even een samenvatting van wat we tot nu toe hebben bezien. In de eerste plaats: dé ontdekking van Heinrich Schliemann was de Egeïsche Bronstijdcultuur, ergens tussen 1600 en 1200 v.Chr. Deze mensen spraken Grieks, zoals we zagen door de ontcijfering van het Lineair-B. Verder hebben we gezien dat archeologen vaststelden dat er in Troje allerlei bewoningslagen zijn, waarvan er twee in aanmerking komen het Homerische Troje te zijn geweest:

  • het prachtige Troje VI, dat rond 1300 v.Chr. ten onder is gegaan door een aardbeving,
  • en Troje VIIa, dat door mensenhanden is verwoest rond 1190 v.Chr., op een moment waarop de Mykeense Grieken geen expeditie meer konden uitvoeren.

Dat is een behoorlijk probleem. Het Hittitische materiaal (1, 2, 3) leverde het inzicht op dat de op een steile heuvel gelegen stad ooit Wiluša en Taruwiša heeft geheten, geregeerd is geweest door een koning Alaksandus en de god Apalliunas heeft vereerd. Het leverde ook voldoende aanwijzingen op voor een Trojaanse Oorlog. Om precies te zijn: voor vier min of meer Trojaanse Oorlogen.

Lees verder “De Trojaanse Oorlog (slot)”

De Trojaanse Oorlog (7)

Het steile Troje

[Dit kerstweekend blog ik over de Trojaanse Oorlog. De legendarische expeditie van een coalitie van Griekse krijgers die ergens in de dertiende eeuw v.Chr. de stad Troje innamen vormt een romantisch verhaal en het onderzoek brengt diverse subdisciplines samen: klassieke talen, oude geschiedenis, archeologie, hittitologie. Allemaal redenen om u dit kerstweekend te trakteren op een longread. Het eerste deel vindt u hier.]

Rond 1983 werd de Manapa-Tarhunta-brief gevonden. De inhoud lag in het verlengde van wat al bekend was over de relaties tussen de Hittieten en het westen: het bevestigde een paar zaken en voegde er nog wat aan toe. Ik zal het totaalbeeld in het volgende stukje schetsen. De crux is dat een Hittitische leger oprukt naar Wiluša en daarbij eerst het zogeheten Seha-land aandoet. Omdat dit de vallei is van een van de rivieren in het westen van het huidige Turkije, moest Wiluša dus in die richting liggen en eigenlijk was alleen het noordwesten van mogelijk. Steeds meer wetenschappers accepteerden nu Forrers vermoeden dat Wiluša gelijk was aan Troje.

De geografische aanwijzing was niet de eerste. Welbeschouwd lag het bewijsmateriaal al een tijdje op tafel, maar soms is een zetje nodig om het te aanvaarden. Om te beginnen was er de dubbele naamovereenkomst: het Wiluša en Taruwiša uit de Hittitische bronnen correspondeerden met het Ilios en Troia uit de Griekse teksten. Blijkbaar had de stad twee namen. Er was de naam van de koning, Alaksandus, die sterk lijkt op de naam van de Homerische held Alexandros, en bovendien was er de naam Apalliunas, die overeenkomt met de Apollo die in de Ilias de stad beschermt.

Lees verder “De Trojaanse Oorlog (7)”