MoM | Wat is waarheid?

methode_op_maandag

Het argument valt in deze verkiezingstijd weer te horen: dit of dat is wetenschappelijk vastgesteld. “Onderzoek wijst uit…”, zeggen ze dan, en daarna horen we dat het klimaat verandert, dat allochtonen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers of dat kleinere schoolklassen gezonder zijn. De implicatie van dit type argument is dat als de wetenschap eenmaal een uitspraak heeft gedaan, het dus waar is. Dat is ook de aanname achter websites als de StellingChecker en de NieuwsCheckers, die controleren of politici zich wel baseren op de juiste aannames.

De stelling “wat wetenschappelijk is, is waar” zal een factcheck echter niet overleven. Wetenschap is een manier om de waarheid te benaderen. Niet meer, niet minder. De crux is dat we allerlei gecontroleerd verworven data – of dat nu astronomische waarnemingen zijn of laboratoriumuitslagen of oud-Griekse bronnen – ordenen via gecontroleerde stappen om vervolgens op gecontroleerde wijze te komen tot conclusies. Die controles noemen we “methode” en een wetenschappelijk conclusie is alleen waar volgens een bepaalde methode.

Maar wie beoordeelt de methodes? Hoe controleren we de controles? Hier zit een zeker element van subjectiviteit, maar het is mogelijk de ernst daarvan te overschatten. Als bijvoorbeeld classici met behulp van de Lachmannmethode de tekst reconstrueren van een verloren gegaan manuscript en als die gereconstrueerde tekst vervolgens wordt aangetroffen op een Egyptische papyrus, wordt aannemelijker dat de Lachmannmethode klopt en dat andere daarop gebaseerde resultaten ook wel zullen kloppen.

Desondanks is de constatering terecht dat er subjectief element schuilt in de wetenschappelijke methode. Je kunt over de drie soorten controles die ik zojuist noemde – die van de waarnemingen, die van het ordenen van de zo verworven informatie en die van het concluderen – zeker een boom opzetten en wetenschappers voeren die discussies dan ook volop. Je kunt weliswaar nooit 100% zeker zijn maar wel het waarschijnlijkere van het minder waarschijnlijke scheiden.

Zo is er de vraag wat het eigenlijk wil zeggen dat iets waar is. Eén antwoord is dat een uitspraak waar is als deze is gebaseerd op waarnemingen, een ander is dat iets waar is als het in overeenstemming is met andere uitspraken.

Een voorbeeld dat ik al eerder heb aangehaald is de Nijmeegse aquaductenkwestie, waarin deze twee antwoorden tegenover elkaar kwamen te staan. Aan de ene kant waren er mensen die zeiden dat de uitspraak “deze meren, geulen en dammetjes zijn de resten van een Romeins aquaduct” alleen waar was indien ze was gebaseerd op de waarneming van Romeinse vondsten. Zij kregen de bijval van de Nijmeegse rekenkamer. Aan de andere kant waren er archeologen die eraan herinnerden dat in de oudheidkunde het bewijs niet alleen wordt gebaseerd op vondsten maar ook op vergelijking. Als in Dorchester en Tongeren aquaducten bestaan uit dammetjes en kanaaltjes, mag in Nijmegen zo’n verzameling ook zo worden uitgelegd.

Je zou kunnen zeggen dat de eerste groep vanuit een basis van vondsten naar een conclusie “opklimt”. Tegenover deze “verticale” visie kun je de benadering plaatsen van de oudheidkunde, die naast deze eerste benadering ook nog een “horizontale” visie kent: archeologen komen door vergelijking met andere plekken tot een uitspraak over het waarheidsgehalte over de uitspraak in kwestie. De jargontermen zijn overigens “correspondentietheorie van de waarheid” en “coherentietheorie van de waarheid”, maar die aanduidingen kennen ook weer diverse interpretaties, dus ik laat dat even rusten.

Er zijn nog andere theorieën. Zo zou je kunnen zeggen dat iets waar is als het werkt. Of je kunt de waarheid vaststellen met een meerderheid van stemmen. Ook die theorieën laat ik even rusten.

Waar het om draait, is dat in de wetenschap allerlei zaken worden gecontroleerd en dat we over de aard van die controles kunnen discussiëren. Deze discussie, waarvan de inzet is hoe we van een goede methode komen naar een betere methode, vormt de feitelijke kern van het wetenschappelijk bedrijf. Niets is onwetenschappelijker dan een onderzoeker die, wanneer iemand anders komt tot andere conclusies, dat terzijde schuift met “dat is verschil aan inzicht”. Een wetenschapper die het zout in de pap waard is, zal onderzoeken wie de betere methode gebruikt.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

8 gedachtes over “MoM | Wat is waarheid?

  1. Kees Mettes

    Voor een grotendeels sociale wetenschap als de oudheidkunde, is het beter niet het begrip “waarheid” te gebruiken. Beter is de het begrip “verklaring”. Er zijn sterkere en zwakkere verklaringen en er zijn ook voorlopige verklaringen in afwachting van betere.
    “Waarheid” is een tamelijk absoluut begrip en ” voorlopige waarheid” of “sterke waarheid” devalueert dit begrip. Vergelijk het begrip “alternatieve feiten”.

    Zelfs in de natuurkunde kunnen twee uiteenlopende therorieen allebei “waar” zijn. “Licht” kan zowel als een verzameling deeltjes als als een golf worden opgevat.

        1. Dan ga je daarover discussiëren. Wat je in elk geval niet doet is zeggen “verschil aan inzicht” of “polyparadigmatische wetenschap” en de zaak laten liggen. Alléén door de theorieën te toetsen brengen we de wetenschap verder.

  2. maszek

    Mooi artikel.
    Kunnen we wetenschap misschien beschouwen als een oefening in het uitsluiten van onwaarheden, zonder ooit met volledige zekerheid te kunnen omschrijven wat waar is?

    1. Ik denk dat het toch iets positiever is dan alleen het uitsluiten van onwaarheden. Er worden ook dingen echt opgespoord die we eerst niet kenden – noem het “nieuwe feiten” – of waarschijnlijkheden vastgesteld.

      Voorbeeld van het eerste: de Sapfo-fragmenten die zijn ontdekt, lijken echt te zijn (de ontdekker heeft toegegeven dat hij een mummie-masker heeft vernietigd; later stelde hij het verhaal bij, maar de oorspronkelijke bewering was zó gênant dat ik geneigd ben hem op dat punt te geloven). Daarmee is het corpus echt uitgebreid, een nieuw feit ontdekt.

      Voorbeeld van het tweede: een koolstofdatering. Ook dat is niet het uitsluiten van een onwaarheid.

  3. Kees Mettes

    Disussieren over feiten en theorieen heeft alleen zin als de partijen het eens zijn over de criteria van kwaliteitstoetsing. Zo niet: dan zou de discussie beter eerst gevoerd kunnen worden over deze criteria of beter achterwege blijven.

    1. Daarin heb je ontzettend gelijk. Om het standaardvoorbeeld uit de wetenschapsgeschiedenis maar weer eens van stal te halen: de aanhangers van het heliocentrisme overtuigden de mensen die meenden dat de zon om de aarde draaiden doordat beide partijen het eens waren over bijv. het belang van waarnemingen, de te gebruiken instrumenten en de aard van de generalisaties.

      Dat discussies met kwakhistorici vaak ontaarden, is omdat ze de methode niet kennen (dat is immers wat ze maakt tot kwakhistorici) en, als de conclusies vanuit een methode hun niet zinnen, ze de methode overboord gooien, waarna er geen consensus meer is om de oplossing te vinden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s