De Lachmannmethode

We hebben weinig teksten uit de Oudheid over. Wat we wél hebben, zijn kopieën uit de Middeleeuwen, die echter vol schrijffouten zitten. Ik blogde vorige maand over zo’n manuscript. Lange tijd hebben oudheidkundigen gedacht dat hoe ouder de handschriften waren, hoe kleiner de kans was op vergissingen. Daar is wel iets voor te zeggen, maar in de Renaissance realiseerde de Italiaanse geleerde Angelo Poliziano zich dat dit niet het laatste woord behoeft te zijn.

Stel je voor dat een Romeinse schrijver twee klerken heeft, een nauwkeurige en een slordige, en dat die elk een kopie maken van een tekst. Latere generaties lazen die teksten, ze sleten, en er kwamen kopiisten die ze opnieuw overschreven, waarna de oude kopieën werden weggegooid. In de vijfde eeuw n.Chr., toen er een einde kwam aan de antieke overschrijfactiviteit, waren er zo twee families van manuscripten, een die was afgeleid van de slordige kopie en een die afstamde van de nette. In de Vroege Middeleeuwen gingen de meeste manuscripten verloren, maar in de tijd van Karel de Grote kwamen er weer kopiisten, die toevallig een net exemplaar vonden en kopieerden, waarmee de tekst weer onder de mensen kwam en kopiisten kreeg, tot tijdens de Renaissance de eerste wetenschappelijke uitgave werd gemaakt. Wanneer nu een classicus anno vandaag een vierde-eeuws exemplaar zou vinden uit de slordige manuscriptenfamilie, zou hij daaraan, volgens het principe “ouder is beter”, de voorkeur moeten geven, hoewel het in feite gaat om een tekst vol slordigheden.

Lees verder “De Lachmannmethode”

Tekstkritiek

Een middeleeuwse kopiist aan het werk

Zoals u weet zijn antieke teksten overgeleverd in middeleeuwse handschriften. Daarin zitten kopiistenfouten. Tekstkritiek is de wetenschap om vast te stellen wat de oorspronkelijke tekst is geweest. Het vak is, in de eerste plaats, gewoon verschrikkelijk leuk. Als ik meer aanleg had voor talen, zou dit het filologische specialisme zijn waar ik verliefd op werd.

Het specialisme is bovendien belangrijk: als dit niet goed wordt gedaan, hebben classici en oudhistorici – en in minder mate ook archeologen – geen poot om op te staan. Tot slot heeft tekstkritiek onverwachte toepassingen: ik heb er al een paar keer op gewezen dat de evolutietheorie van Charles Darwin is gemodelleerd op de zogeheten Lachmannmethode.

Lees verder “Tekstkritiek”

Timboektoe (1)

Zomaar een oud manuscript, niet uit Timboektoe (Biblioteca Nazionale, Napels)

De oude wereld kennen we op verschillende manieren. Als mensen inscripties of archieven van papyrusrollen hebben nagelaten, beschikken we over hun eigen handschrift. Andere teksten zijn overgeleverd omdat latere generaties ze voldoende de moeite waard vonden om ze over te schrijven en, als het afschrift sleets werd, opnieuw over te schrijven. En opnieuw. En opnieuw. Omdat daarbij fouten werden gemaakt, moeten moderne geleerden die antieke teksten willen lezen, zoveel mogelijk oude handschriften bestuderen om vast te stellen wat het origineel kan zijn geweest.

De methode staat bekend als de Lachmannmethode en het aardige is dat het meer dan eens is voorgekomen dat de reconstructie van een tekst, toen later een papyrusvondst werd gedaan, correct bleek te zijn. Het is dus een methode waarvan de betrouwbaarheid empirisch is bevestigd.’

Lees verder “Timboektoe (1)”