Theseus voor de rechter

Hippolytos en Faidra: mozaïek uit Pafos.

In de Griekse en Romeinse tijd trouwden meisjes zo rond hun vijftiende. Vaak waren hun echtgenoten aanzienlijk ouder, misschien wel tien jaar. Indien het voor de man om een tweede huwelijk ging, kon het dus gebeuren dat de zoon des huizes even oud was als zijn stiefmoeder. Je kunt je een voorstelling maken van de aantrekkingskracht die zo’n jonge man en jonge vrouw op elkaar kunnen hebben uitgeoefend. Ze vormt de achtergrond van een tragedie van de Atheense toneeldichter Euripides uit 428 v.Chr., de Hippolytos.

De plot is ongeveer dat Hippolytos, de zoon van Theseus, een geweldige jager is die uitsluitend offert aan Artemis en zo de jaloezie opwekt van Afrodite. Die zorgt ervoor dat Theseus’ tweede echtgenote, Faidra, verliefd wordt op haar stiefzoon. Omdat ze een vrouw van eer is, besluit ze het geheim te houden, maar het lekt uit en Hippolytos reageert kwaad, waarop Faidra zelfmoord pleegt – maar niet na op een schrijfplankje te hebben geschreven dat Hippolytos haar heeft willen aanranden. Als Theseus dit leest, vervloekt hij zijn zoon, die inderdaad om het leven komt.

Een ander verhaal met dezelfde achtergrond is dat van kroonprins Antiochos, de zoon van koning Seleukos Nikator, die verliefd werd op zijn stiefmoeder Stratonike. Toen zijn vader begreep wat er aan de hand was, scheidde hij van zijn echtgenote om haar uit te huwelijken aan zijn zoon. Het verhaal (verteld door Appianus van Alexandrië) kan nog waar zijn ook, en in elk geval lijkt het tweede huwelijk van Stratonike gelukkig te zijn geweest, maar dat is nu even niet waar het mij om gaat. Het gaat me erom dat verliefde stiefmoeders en -zonen voor de Grieken en Romeinen herkenbaar lijken te zijn geweest. Ze zullen niet allemaal gemakzuchtig de schuld hebben gegeven aan Afrodite of Venus, zeker niet, maar zullen wél hebben geweten dat de passies hoger konden oplopen dan menselijkerwijs beheersbaar was.

Nu even door naar de Romeinse scholen, waarin jonge mannen werden opgeleid om te spreken in het openbaar. Om ze te trainen, kregen ze soms gezocht onmogelijke opdrachten. De oudere Seneca vermeldt bijvoorbeeld een man en vrouw die hadden gezworen elkaar niet te overleven; de man gaat op reis, ontmoet een andere vrouw en stuurt zijn echtgenote een brief dat hij dood is; zij springt van een rots maar overleeft het. Wie is aansprakelijk – de vrouw zelf, die dom is; de man, die zijn vrouw een idiote brief schreef? Zoals gezegd: een gezocht onmogelijke opdracht, maar de leerlingen konden zich erin vastbijten.

Nog eens Hippolytos en Faidra: nu een Romeins ivoortje uit Brescia (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

In deze context kon ook zomaar de plot van de Hippolytos schoolstof zijn: klaag Theseus aan wegens moord, verdedig Theseus tegen de beschuldiging van moord. Welbeschouwd was de plot van het toneelstuk, in een wereld waarin mensen geloof hechtten aan de werking van een vloek, zo heel erg bijzonder niet. En ook de achtergrond was reëel: ook bij de Romeinen speelde er weleens wat tussen zonen en stiefmoeders, zoals blijkt uit het volgende, dat is overgeleverd van Marcianus, een jurist uit de eerste helft van de derde eeuw:

Men vertelt dat de vergoddelijke Hadrianus, toen iemand tijdens een jachtpartij zijn zoon had vermoord omdat deze overspel had gepleegd met zijn stiefmoeder, hem in verbanning stuurde naar een eiland, omdat hij meer als een crimineel dan als een vader had gehandeld, aangezien de ouderlijke macht genegenheid veronderstelt en geen wreedheid. (Digesten 48.9.5)

6 gedachtes over “Theseus voor de rechter

  1. Roger van Bever

    Zeer herkenbaar probleem, dat nu vele malen minder speelt dan bij de Romeinen.
    De demograaf Patrick De Boosere van de Vrije Universiteit Brussel zegt dat bij de neanderthalers de gemiddelde levensverwachting 19 jaar was. En tegen het begin van onze jaartelling was dat cijfer nauwelijks toegenomen zijn. Volgens De Boosere heerst er over de gemiddelde levensverwachting van de Romeinen veel discussie. De Boosere: “We moeten ons daarvoor behelpen met aantekeningen op grafstenen. Toch kunnen we ervan uitgaan dat men toen tussen de 26 en 30 jaar oud werd. Het gemiddelde werd vooral naar beneden gehaald door de grote kindersterfte. Dat was de klip die omzeild moest worden. Het is dus een misvatting dat er toen geen oude mensen waren.” Maar het is wel meer waarschijnlijk dat een man met een veel jongere vrouw hertrouwde en al een zoon van dezelfde leeftijd had bij wie de hormonen door het lijf gierden. Overigens valt dat niet onder de definitie van incest.

    En ook in de middeleeuwen en in het industriële tijdperk is de levensverwachting niet spectaculair veel gestegen: in 1900 was ze in West-Europa nog altijd maar 45 jaar. Pas daarna kwam er een enorme stijging, met dank aan de medische vooruitgang die de baby- en kindersterfte sterk terugdrong. Zo kon wie vlak na de Tweede Wereldoorlog werd geboren in België of Nederland, al verwachten om 71 jaar te worden. Sindsdien is daar beetje bij beetje nog een tiental jaar aan toegevoegd. Nochtans is de kindersterfte niet spectaculair afgenomen in die periode.
    Nu is het probleem: de gemiddelde levensexpectantie van de man is ca. 6 à 7 jaar langer dan die van de man. Als het tegenzit ben je langer weduwe.

    1. Roger van Bever

      Sorry: De laatste zin moet natuurlijk zijn: DE gemiddelde levensexpectantie bij DE VROUW is ca. 6 à 7 jaar langer dan die van de man.
      Foutje, Bedankt!

  2. jacob krekel

    Concepten als “tweede leg” en “may-december marriage” laten zien dat de veel jongere tweede echtgenote nog helemaal actueel is, met de mogelijkheid dat er uit een eerder huwelijk een zoon is die leeftijdsgenoot is van zijn stiefmoeder. Of dat vaak tot iets leidt? Daarvoor is geregeld contact nodig en dan helpt het als die zoon nog thuis woont. Dat roept bij mij de vraag op, op welke leeftijd zonen in de oudheid een eigen huishouding startten. Of deden ze dat niet, bleven ze thuis wonen tot ze daar de zaak konden overnemen (Inclusief eventuele stiefmoeder).

    p.s. we weten helemaal niets over de familieverhoudingen bij de Neanderthalers. En dat je uit overblijfselen van niet meer dan 600 individuen, gespreid over 200.000 jaar en 10 mln km2, iets kunt zeggen over een gemiddelde leeftijdsverwachting, lijkt mij statistisch onmogeljk

Reacties zijn gesloten.