V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

Romeinse ogen

Keizer Lucius Verus met ingekraste pupillen en weelderig haar (Torloniacollectie, Rome)

Zomaar een vraag, waarvan ik niet weet waarom die afgelopen zomer bij me opkwam, en die vermoedelijk vooral veel zegt over mijn al bijna veertig jaar verouderde kennis. Aan het begin van mijn studie leerde ik bij de colleges archeologie (die overigens vooral leken op colleges kunstgeschiedenis) dat in gebeeldhouwde Romeinse portretten ongeveer vanaf de regering van keizer Hadrianus (r.117-138) de  pupillen werden uitgehouwen. Dit was een handig foefje om portretten te dateren. Misschien waren de vroegste exemplaren iets eerder, misschien werd de praktijk pas ten tijde van Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius standaard, maar ergens tussen 110 en 160 veranderde de sculptuur.

Althans, dat dacht ik te weten. Een snelle controle op de foto’s van Romeinse portretbustes die ik op een harde schijf heb staan, sprak dit niet tegen, wat natuurlijk niet wilde zeggen dat het werkelijk klopte. En de vraag die zomaar bij me opkwam: waarom gingen de toenmalige beeldhouwers dat doen?

Lees verder “Romeinse ogen”

XXX Ulpia Victrix

Ere-inschrift voor een bestuurder die ook diende in XXX Ulpia Victrix (Capitolijnse Musea, Rome)

Met het legioen dat bekendstaat als XXX Ulpia Victrix hebben we een regiment te pakken dat diende in onze eigen contreien. Het was eeuwenlang gestationeerd in Xanten. De bijnamen vertellen ons weinig: Victrix betekent “zegevierend” en het zou een raar legioen zijn geweest als het iets anders had geclaimd, Ulpia verwijst naar de oprichter van deze eenheid, keizer Marcus Ulpius Trajanus. Hij formeerde XXX Ulpia Victrix samen met II Traiana Fortis in 105, tijdens de oorlog die hij voerde tegen de Daciërs. Het rangnummer Dertig bewijst dat het Romeinse leger op dat moment dertig legioenen had.

XXX Ulpia Victrix was aanvankelijk gestationeerd in Brigetio (Szöny) in Pannonië, dat tot dan toe had gediend als basis van XI Claudia. Enkele onderafdelingen van het nieuwe legioen namen deel aan de oorlog tegen de Daciërs en vermoedelijk nam het regiment enkele jaren later ook deel aan Trajanus’ campagne tegen het Parthische Rijk (115-117).

Lees verder “XXX Ulpia Victrix”

De metro van Rome (3) Hoe verder?

Werkzaamheden aan de metro van Rome op het Piazza Venezia

Nu metrolijn C vanuit het oosten van de stad gevorderd is tot het Colosseum en de keizerlijke fora, kunnen we ook kijken naar hoe het verder gaat met dit enorme karwei. Lijn C zal een groot deel van het voor toeristen zo belangrijke Marsveld (Pantheon, Piazza Navona) en Vaticaanstad gemakkelijker toegankelijk maken. Dat laatste is nu nog maar matig het geval, omdat lijn A stopt in Ottaviano: een station dat toch nog altijd ruim een kilometer lopen vanaf het Sint-Pietersplein ligt. Station Ottaviano is vooral handig voor degenen, die de Vaticaanse Musea willen bezoeken: de toegang daartoe ligt er op acht wandelminuten vandaan. Lijn C voorziet in een metrostation naast de Engelenburcht, zodat je – als je er bovengronds komt – via de Via della Conciliazione gelijk zicht krijgt op de gevel van de Sint-Pietersbasiliek.

Enkele maanden geleden werden de Romeinen opgeschrikt door de instorting van de Torre dei Conti, een middeleeuws fort op vijftig meter terzijde van het Forum van Nerva en ook slechts tachtig meter verwijderd van de Via dei Fori Imperiali. Opmerkelijk feit is dat de Cloaca Maxima (het grote afwateringsriool in dit gebied) hier precies onder het Forum van Nerva door loopt. Er zijn dus nogal wat ‘ondergrondse holle ruimtes’, en het zou me niet verbazen dat de instorting van de Torre dei Conti, waar in de onmiddellijke omgeving werkzaamheden bezig zijn om lijn C te verlengen richting Piazza Venezia, hierdoor mede veroorzaakt zou zijn, ook al weten we dat de Torre zelf al in zeer bouwvallige staat verkeerde.

Lees verder “De metro van Rome (3) Hoe verder?”

De metro van Rome (2): een ingewikkeld stuk

Kaartje van de metro van Rome

De Romeinse metrolijnen B en A (in die volgorde) laten we nu even links liggen, en we gaan kijken naar de lijn waar nu zoveel over is te doen: lijn C. Deze metrolijn gaat het ‘verre’ en wat armoedige oosten van de stad verbinden met het noordwesten, voorbij de (meestal) luxe wijk Prati.

Plannen en vertragingen

De plannen voor lijn C stammen al uit 1941, toen het fascistische regime nog dacht in termen van een groots ‘Imperium’, met Rome als hoofdstad. Niet voor niets werd de bebouwing langs en op weg tussen het hoofdkwartier van Mussolini (Palazzo Venezia) en het Colosseum zo’n beetje platgegooid en omgedoopt tot Via dell’Impero, daarbij niet al te veel consideratie tonend met de daaronder deels verborgen keizerlijke fora.

Lees verder “De metro van Rome (2): een ingewikkeld stuk”

Publius Annius Florus

Portret van een tijdgenoot van Hadrianus (Archeologisch museum, Zadar)

Al een paar keer heb ik op deze blog de Romeinse schrijver Publius Annius Florus genoemd, die zeker niet verbleef op de toppen der Parnassos, maar waaraan best een blogje te wijden valt. Florus weet namelijk wel hoe hij een verhaal moet vertellen en is bovendien een vertegenwoordig van wat weleens wordt aangeduid als het Zilveren Latijn. Die naam verraadt een oud waardeoordeel, namelijk dat het Latijn van de eerste eeuw v.Chr. het allerbeste was geweest. Toen stond er voor redenaars echt iets op het spel, en dat maakte het Latijn van auteurs als Cicero zo briljant. Daarna was de retorica in verval geraakt, en zouden geschiedschrijvers hielenlikkers zijn geweest. Nog steeds aardig Latijn, luidde het vooroordeel, maar geen Cicero.

Het vooroordeel is allang weerlegd. Ook een feestrede kan immers een literair hoogtepunt zijn. Los daarvan: geen taalkundige zal zeggen dat het taalgebruik van de ene eeuw beter is dan het andere. Desondanks blijven de zilveren schrijvers (zeker in het onderwijs) wat onderbelicht, hoewel het project van Plinius de Oudere, die feitelijk de wetenschap op de Grieken veroverde, een enorme ambitie verraadt, hoewel een Tacitus echt wel iets te melden heeft, en hoewel je nog altijd kunt lachen om dichters als Juvenalis en Martialis.

Lees verder “Publius Annius Florus”

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)

Lambaesis, basis van III Augusta

Ik noemde in het vorige stukje hoe III Augusta in Tunesië en Algerije was terechtgekomen en een basis had gebouwd in Lambaesis. Uit de tijd van keizer Hadrianus (r.117-138) komt een belangrijke inscriptie: een toespraak van de keizer tot de manschappen. Hij prijst ze, maar maakt ook duidelijk hoe scherp de hiërarchie is tussen soldaten en officieren.

Met een onderbreking die ik nog zal noemen, was en bleef Lambaesis de basis van III Augusta. Soms gingen onderafdelingen naar andere provincies.

Lees verder “III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (2)”

Antoninus Pius (3)

Antoninus Pius (Archeologisch museum, Constantine)

[Laatste van drie gastblogs over keizer Antoninus Pius door Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

Antoninus Pius stond hoog in aanzien bij zowel het Griekse als joodse establishment, en zelfs bij verre mogendheden zoals het Indische Kushanarijk. Zijn schitterende reputatie steunde niet alleen op zijn weldadige en rechtvaardige regime, maar ook op zijn knappe voorkomen.

Toen Antoninus de gezegende leeftijd van zeventig naderde, droeg hij de macht over aan niet één maar twee adoptiefzoons: Marcus Aurelius en Lucius Verus, zoals zijn voorganger Hadrianus het hem had opgedragen. Zijn laatste woord sprak hij volgens de overlevering tot een schildwacht, aan wie hij het wachtwoord voor de komende dag gaf: “gelijkmoedigheid”. Hij ging liggen als om te slapen en stierf. Zijn regering was de langste sinds Augustus en zou dat blijven tot Constantijn de Grote. Als we al het bovenstaande beschouwen en vooral geloven, moeten we hem zien als een van de beste keizers die Rome ooit heeft gekend.

Lees verder “Antoninus Pius (3)”

Antoninus Pius (2)

Antoninus Pius (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

[Tweede van drie gastblogs over keizer Antoninus Pius door Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

De vredelievende keizer

Het bijzonderste aan de regering van Antoninus Pius was dat hij, in tegenstelling tot de meeste van zijn voorgangers en opvolgers, geen animo toonde voor oorlog of veroveringen. Meer nog, hij zou Rome nooit verlaten hebben en amper een legioen van dichtbij hebben gezien. Er waren weliswaar opstanden in Brittannia en Mauretania, maar daar stuurde hij bekwame generaals heen, die het oproer snel konden bezweren.

Lees verder “Antoninus Pius (2)”

Antoninus Pius (1)

Antoninus Pius (Collectie Torlonia, Rome)

Omdat ik me met de mensheid om me heen schuldig maak aan citius, altius, fortius, durf ik me wel eens wagen aan een “favoriete Romeinse keizer”. Als kind, toen ik nog met Playmobilridders speelde en als tiener, toen ik in de ban raakte van Risk, vergaapte ik me aan keizers die oorlogen wonnen en het rijk uitbreidden. Augustus dus, maar vooral Trajanus, die toch maar mooi de Roemeense bult als Dacia toevoegde aan het al omvangrijke territorium.

Als volwassene, behept met moraal, begon ik anders te denken. Ik begreep dat “de Grote” een afkorting is voor “de grootheidswaanzinnige”: Alexander, Constantijn, Karel … al die groten der verbrande aarde waren psychopaten met een onlesbare dorst naar onderwerping. Ik keek dus met een nieuwe blik, door een welopgevoede bril, naar keizers: wie was een kundig bestuurder, wie verbeterde het leven van de burgers en wie zorgde vooral voor vrede, niet de zoveelste oorlog.

Lees verder “Antoninus Pius (1)”