De Romeinse stad Kyrene

De Benedenstad van Kyrene

[Laatste deel van een korte geschiedenis van Kyrene, een zeer belangrijke Griekse stad in het huidige Libië. Het eerste deel was hier.]

Na de ondergang van Ofellas stuurde Ptolemaios, inmiddels koning van Egypte, generaal Magas om de Pentapolis te besturen. Die voer zijn eigen koers: toen Ptolemaios door Ptolemaios II was opgevolgd, brak oorlog uit met de Seleukidische koning Antiochos I, en Magas koos partij voor de laatstgenoemde. Het voortaan onafhankelijke Kyrene was machtig genoeg om te worden genoemd in een van de edicten die keizer Asoka in India in de rotsen liet houwen.

Magas stierf rond 250 v.Chr. De halve eeuw van zijn regering was een bloeitijd geweest. Enkele bekende burgers waren de dichter Kallimachos, de hedonistische filosofen van de Cyreense School (waaronder Theodoros de Atheïst) en vooral Eratosthenes. Deze wist als eerste een redelijke schatting te geven van de omtrek van de aarde: 43.500 kilometer, volgens hem. wat minder dan 9% verkeerd is.

Lees verder “De Romeinse stad Kyrene”

Hadrianus’ houtvesters

Houtvestersinscriptie uit Bayt az-Zahlah (American University, Beiroet)

De hier afgebeelde inscriptie ligt in de tuin voor de ingang van het Archeologische Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet. De Romeinse steenhouwer had weinig ruimte en heeft aan het begin, linksboven, vier letters verstrengeld tot één complex teken, dat vrijwel iedereen destijds kon ontstrengelen tot IMP H. Omdat daarop de letters AD volgen, samen met de nu niet meer zo goed leesbare letters AU, was het te lezen als IMP HAD AU. Op de volgende twee regels was G DEFINITIO SILVARUM te lezen. Als we de diverse afkortingen uitschrijven, staat er:

IMP(eratoris) HAD(riani) AU-
G(usti) DEFINITIO
SILVARUM

Vertaald: grens van de wouden van keizer Hadrianus Augustus.

Lees verder “Hadrianus’ houtvesters”

De gouden eeuw van de Romeinen

Ongeveer 92% van mijn blogjes, en mogelijk zelfs meer dan 92%, gaat over volstrekt niets. Dat geldt niet voor dit stukje, ook al is het nog zo kort. Tom Buijtendorp, die eerder boeken publiceerde over de Lage Landen in de tijd van Trajanus, over Caesar in de Lage Landen en over de Brittenburg, heeft onlangs een boek gepubliceerd over de Lage Landen in de tijd van Hadrianus. De presentatie van De gouden eeuw van de Romeinen in de Lage Landen was eerder deze week en moest, zoals het nu eenmaal gaat, in de vorm van een livestream die niet eens live kon zijn.

Desondanks: hier is het filmpje. De auteur pikt enkele krenten uit de pap. Leuk om even naar te luisteren.

Legionairs toen en soldaten nu

Lambaesis

Ik blogde gisteren over legioennamen en maakte een vergelijking met de legers in onze eigen tijd. De Eerste Divisie van het Nederlandse leger heette ook 7 December, schreef ik, en die vergelijking ontlokte de vraag of legioenen en divisies wel vergelijkbaar zijn.

Wel in dit opzicht. De chaotische nummers en namen zijn hetzelfde. In andere opzichten zijn de verschillen echter groter.

Een belangrijk verschil is er als we kijken naar de relatie tussen gevechtseenheden en ondersteunend personeel. Ik meen dat bij de landmacht tegenover elke soldaat die werkelijk vecht drie mensen staan die ervoor zorgen dat hij dat ook werkelijk kan doen, maar ik heb het niet kunnen natrekken. In een Romeins legioen was er daarentegen nauwelijks ondersteunend personeel en van het onderscheid tussen commanding en executive officers zou men vreemd hebben opgekeken.

Lees verder “Legionairs toen en soldaten nu”

Het sterrenkind (4)

Graf van Lollius Urbicus, een van de Romeinse generaals, in Tiddis (Algerije)

[Vierde deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De keizer had besloten de beste generaal naar Judea te sturen en die kreeg ook de beste troepen. Om te beginnen was er het Tiende Legioen Fretensis, dat zijn basis had in Jeruzalem en na aanvankelijke verliezen werd versterkt met mariniers uit Italië. Uit het huidige Jordanië kwam het Zesde Ferrata. Het Tweeëntwintigste Deiotariana arriveerde vanuit Alexandrië en werd door de opstandelingen vernietigd (al kan het ook zijn gegaan om VIIII Hispana. Er werden versterkingen gezonden: het Tweede Traiana, dat eveneens in Alexandrië was gestationeerd. Verder waren er cohorten actief van III Cyrenaica, III Gallica en IIII Scythica; van zeventien eenheden hulptroepen zijn de namen bekend; en voor het eerst sinds de slag in het Teutoburger Woud werden in Italië weer jongemannen opgeroepen om dienst te doen. Cassius Dio schrijft:

Het risico van een regulier gevecht met de Romeinen durfden de Joden niet aan, maar ze bezetten de strategische plaatsen in het land en beveiligden die met muren en ondergrondse gangen, zodat ze schuilplaatsen zouden hebben als ze in het nauw kwamen, en ze onder de grond ongemerkt naar elkaar toe konden gaan. Hier en daar maakten ze van bovenaf openingen in de ondergrondse passages om licht en lucht binnen te laten. … Een rechtstreekse aanval op zijn tegenstanders vanuit één bepaald punt waagde Julius Severus niet, gezien hun numerieke overwicht en doodsverachting. Maar door hen groepje voor groepje aan te pakken … door ze uit te hongeren en in te sluiten, slaagde hij er langzaam maar zeker in hun verzet te breken, hen uit te putten en te vernietigen. Het staat in elk geval vast dat maar weinigen het overleefden. Vijftig van hun belangrijkste versterkingen en 985 van de bekendste dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, en 580 000 mannen werden gedood bij bestormingen en gevechten. Het aantal doden ten gevolge van honger, ziekte en vuur was niet te tellen.

Lees verder “Het sterrenkind (4)”

Het sterrenkind (2)

Een deel van de hoofdstraat (cardo) die Hadrianus heeft laten aanleggen in Jeruzalem

[Tweede deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De pacificatie van Judea was een feit. Dat bleek in 115, toen een messiaanse opstand uitbrak – ik blogde er al eens over – in het noordoosten van het huidige Libië en daarvandaan oversloeg naar Cyprus en Mesopotamië. Tegelijkertijd werden de Joden van Alexandrië zó ernstig door hun stadsgenoten bedreigd dat ze gedwongen waren de wapens eveneens op te nemen. Maar Judea bleef betrekkelijk rustig, al nam de Romeinse generaal Lusius Quietus enkele harde maatregelen, die kunnen worden uitgelegd als de onderdrukking van een opstand maar ook als de oorzaak van nieuwe onrust. Dat laatste zou de mening geweest kunnen zijn van keizer Hadrianus, die deze generaal in 117 om onbekende redenen terugriep en hem een jaar later uit de weg ruimde.

Maar er smeulde iets. Een aanwijzing is dat Johanan ben Zakkai werd opgevolgd door rabbijn Gamaliël, de zoon van de Simeon die tijdens de oorlog van 66-70 deel had uitgemaakt van de provisionele regering. Een aanzienlijk deel van de discussies in Javne ging over de reinheidswetten, wat suggereert dat het samenleven met niet-Joden niet eenvoudig werd gevonden. Ook werd gesproken over de komst van de messias, met name over het visioen van de profeet Daniël over de mensenzoon die het Laatste Oordeel zou vellen. Het ging daarbij om de regel “Ik zag hoe er tronen werden neergezet en op één daarvan een man van hoge leeftijd ging zitten”. De geleerden waren het erover eens dat dit God zelf was, maar waarom was er dan meer dan één troon?

Lees verder “Het sterrenkind (2)”

Het verhaal dat Herodotos liet liggen

Wedjahor-Resne met een cultusbeeldje van Osiris. Het beeld werd door de Romeinse keizer Hadrianus (117-138) meegenomen naar Italië en geplaatst in zijn villa in Tivoli. Het is nu in de Vaticaanse Musea.

Ik heb al weleens eerder gewezen op de verovering van Egypte door de Perzische koning Kambyses, een gebeurtenis die traditioneel wordt geplaatst in 525 v.Chr. Vóór hem had de Assyrische heerser Esarhaddon de Egyptenaren onderworpen, en dat was eigenlijk de enige keer dat een leger vanuit Azië de Nijl had bereikt. Het was dan ook een formidabele prestatie.

Een leger dat vanuit Palestina naar Egypte trekt, moet namelijk vijf dagen langs de kust marcheren, door een woestijnachtig gebied zonder veel bronnen. Als farao Psamtek III zijn vloot tegen Kambyses zou hebben ingezet, zou het er slecht hebben uitgezien voor de Perzen. Die wisten evenwel zonder verliezen Pelousion te bereiken, het huidige Port Said. De Griekse auteur Herodotos, een voorname bron, vermeldt een gevecht maar heeft daarover weinig te vertellen. Hier is de vertaling van Historiën 3.11-12 door Hein van Dolen.

Lees verder “Het verhaal dat Herodotos liet liggen”

Theseus voor de rechter

Hippolytos en Faidra: mozaïek uit Pafos.

In de Griekse en Romeinse tijd trouwden meisjes zo rond hun vijftiende. Vaak waren hun echtgenoten aanzienlijk ouder, misschien wel tien jaar. Indien het voor de man om een tweede huwelijk ging, kon het dus gebeuren dat de zoon des huizes even oud was als zijn stiefmoeder. Je kunt je een voorstelling maken van de aantrekkingskracht die zo’n jonge man en jonge vrouw op elkaar kunnen hebben uitgeoefend. Ze vormt de achtergrond van een tragedie van de Atheense toneeldichter Euripides uit 428 v.Chr., de Hippolytos.

De plot is ongeveer dat Hippolytos, de zoon van Theseus, een geweldige jager is die uitsluitend offert aan Artemis en zo de jaloezie opwekt van Afrodite. Die zorgt ervoor dat Theseus’ tweede echtgenote, Faidra, verliefd wordt op haar stiefzoon. Omdat ze een vrouw van eer is, besluit ze het geheim te houden, maar het lekt uit en Hippolytos reageert kwaad, waarop Faidra zelfmoord pleegt – maar niet na op een schrijfplankje te hebben geschreven dat Hippolytos haar heeft willen aanranden. Als Theseus dit leest, vervloekt hij zijn zoon, die inderdaad om het leven komt.

Lees verder “Theseus voor de rechter”

Het jaar 117

BOhetjaar127def.indd

Ik ken Tom Buijtendorp persoonlijk. Hij bood me de afgelopen zomer aan zijn boek Het jaar 117, dat vanmiddag wordt gepresenteerd in de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, mee te lezen. Daar ben ik niet aan toegekomen en pas een week of twee geleden ben ik aan het boek begonnen. Ik heb mijn kans kritiek te leveren dus laten lopen en het zou nu wel heel onsportief zijn als ik me in dit stukje negatief zou uitlaten over Het jaar 117.

Gelukkig is er ook geen aanleiding voor scepsis of kritiek. Buijtendorp beschrijft puntgaaf hoe keizer Trajanus in 98 aan de macht kwam en hoe hij enkele bestuursmaatregelen nam in de provincie Germania Inferior. Daarbij maakt Buijtendorp duidelijk hoe dat het noordwesten van het Romeinse Rijk belangrijker was dan we geneigd zijn aan te nemen. Na enkele hoofdstukken over de verdere regering van Trajanus, vertelt hij over de troonsbestijging van Hadrianus in het jaar 117. Dat is een markant jaar, want Hadrianus besloot af te zien van verdere veroveringen. Enkele gebieden ten oosten van de Eufraat, die zeer kort bezet waren geweest door de Romeinen, werden opgegeven. Latere vorsten hebben nog wel wat toegevoegd, maar het imperium sine fine waarvan de Romeinen ooit hadden gedroomd, had plaatsgemaakt voor een wereldrijk met bestuurders die een evenwicht zochten tussen inkomsten en uitgaven.

Lees verder “Het jaar 117”

Antinoös

Fragment van een beeld van Antinoös (archeologisch museum van Vaison)
Fragment van een beeld van Antinoös (archeologisch museum van Vaison)

In het Franse department Vaucluse ligt het aardige stadje Vaison-la-Romaine. Vaison (in de Romeinse tijd Vasio Vocontiorum geheten) nam in de periode tussen ca. 100 voor Christus en 400 na Christus sterk in omvang toe, tot uiteindelijk zo’n 70 hectare tot het stadsgebied gerekend kon worden. De bloeitijd ligt zo ongeveer tussen het bewind van Claudius en dat van Hadrianus in: van deze keizers zijn overigens manshoge standbeelden in Vaison gevonden. Van de historicus Pompeius Trogus, tijdgenoot van Augustus, weten we vrijwel zeker dat hij in Vasio geboren is, maar Vasio heeft ook goede papieren als zijnde de geboorteplaats van Tacitus. Een andere vondst uit Vaison, een kopie van de beroemde Diadumenos van Polykleitos, is in het British Museum terecht gekomen.

De zichtbare resten van Romeins Vasio beslaan twee opgravingsgebieden: la Villasse (een licht hellend stuk grond tegen de rivier de Ouvèze aan), en Puymin, iets hoger gelegen op een heuvelachtig terrein. Vanaf 1907 tot 1955 wijdde de lokale kanunnik Joseph Sautel zijn leven aan het uitvoeren van opgravingen, die Vasio deels blootlegden.

Lees verder “Antinoös”