MoM | Er is teveel aandacht voor aardewerk

Scherven uit Enkomi

Eigenlijk wil ik al weken eens wat Methode-op-maandag-stukjes schrijven over de koolstofmethode, want toen ik laatst op deze plek meldde dat er een probleem met de kalibratiecurve is, moest ik constateren dat ik nooit echt had uitgelegd wat dat was en waarom we nu met de gebakken peren zitten. Verder zou ik willen schrijven over tekstkritiek, want mijn stukje over de Lachmannmethode blijkt wat al te eenvoudig. U kunt het gerust lezen hoor, maar een recente editie van de Handelingen van de Apostelen leert me dat een vervolg nodig is. U moet dit alles echter te goed houden, want er ligt een lezersvraag:

Waarom hebben archeologen het zo vaak over aardewerk? Is dat niet wat al teveel?

Ja. Er is teveel aandacht voor keramiek. En ook nee, maar eerst waarom er zo veel aandacht is voor aardewerk.

Ja, er is teveel aardewerk

De reden is dat aardewerk niet stuk gaat. Het kan weliswaar breken en is daarmee meestal gebruiksonklaar, maar het is dan nog niet vernietigd. Aardewerk kan eindeloos onder water liggen zonder dat het kapot gaat – zie de amforen in scheepswrakken – en het overleeft brand. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld ijzer, dat smelt als het te heet is en in een vochtig milieu compleet weg kan roesten. Of denk aan hout, dat kan verbranden. De jargonterm hier is “N-transformatie”: veranderingen in het natuurlijk milieu die ervoor zorgen dat de vondsten die we doen geen één-op-één weergave zijn van de antieke materiële cultuur. Aardewerk is daar redelijk immuun voor.

Daarnaast hebben we C-transformaties: culturele handelingen die ervoor zorgen dat een deel van de antieke materiële cultuur beter is overgeleverd dan andere delen. Niemand zal, als een stad in brand staat, zijn leven wagen om een paar kruiken terug te vinden. Als het echter gaat om goud of zilver, zijn er waaghalzen genoeg. (Dat hoeft trouwens niet eens een plunderaar te zijn geweest in de Oudheid: vandalisme is van alle tijden.) Opnieuw is aardewerk, goedkoop als het is, redelijk immuun en heeft het een grote kans de eeuwen tussen toen en nu te overleven.

En dus ligt er in de musea veel aardewerk. Het is beter dan andere vondstcategorieën bestand tegen de werking der elementen en het is, zeker in gebroken vorm, waardeloos genoeg om niet door mensen te worden weggehaald. Het is dus niet zo dat aardewerk oververtegenwoordigd is ; het is meer dat andere categorieën materiaal zijn ondervertegenwoordigd. Het zou verhelderend zijn een expositie in te richten waarbij de omvang van de vitrines aangeeft hoeveel er ooit is geweest – daarvan zijn schattingen te maken – en ze verder leeg te laten om te tonen wat door natuurlijke en culturele processen verloren is gegaan. Dat te tonen, dat lijkt me gaaf voor een museum.

[Wordt vervolgd. Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

7 gedachtes over “MoM | Er is teveel aandacht voor aardewerk

  1. Roger van Bever

    Zover heb ik nooit gedacht. Ik heb natuurlijk wel het feit geconstateerd, maar ik heb er meestal niet bij nagedacht waarom sommige dingen ontbreken en er alleen maar scherven zijn en het zoveelste olielampje.
    Ik herinner mij dat ik in 1978 in het Gallo-Romeins museum (musée de la Cour d’Or) enkele uren heb rondgelopen en dat de scherven mij op den duur de neus uitkwamen. Resultaat: je raakt er op uitgekeken en als je alles bekijkt ter plekke is het ook vermoeiend. Toen ik thuis kwam keek ik naar de catalogus en zag dat ik een aantal heel bijzondere dingen gemist had.
    Interessante blog! Eigenlijk zou een mens een aantal keren zulke mooie musea moeten gaan bekijken en iedere keer een deel van de vaste collectie wat grondiger bestuderen.

    1. FrankB

      Persoonlijk vind het een stuk leuker om er over te lezen dan om er naar te kijken. Omdat ik nou eenmaal leuk vind om met mijn vak, natuurkunde, te vergelijken: mensen begrijpen best wat snelheid, versnelling en vertraging betekenen zonder dit ding ooit gezien te hebben.

      Zo werkt het:

      Als het u vermag te boeien bent u een beter mens dan ik. Voor mij is het muziekje aan het end het hoogtepunt.

  2. Maurits de Groot

    Vreemd museum wordt dat. Volgens mij krijg je dan vitrines van tientallen meters lang met slechts één klein scherfje erin.

  3. Rob Duijf

    We hebben inderdaad ‘heul veul’ scherven en je merkt terecht op dat ze door de tijd heen goed bewaard blijven. Ik heb zelf een kleine ‘vergelijkingscollectie’ aardewerk en daar ben ik heel blij mee

    Wat ik dan ook mis in jouw betoog (maar misschien komt dat nog?) is dat die scherven in de context als gids kunnen dienen om bij een opgraving de strategrafie te kunnen dateren.

    Daarnaast getuigen die scherven van culturele veranderingen en de ontwikkeling van industriële processen, waardoor we in staat zijn ons toch al zo beperkte beeld van de historie beter in te kleuren.

    Scherven kunnen dus, zeker in de context, een belangrijke bron van informatie vormen.

Reacties zijn gesloten.