Afrikaans aardewerk

Meroïtisch aardewerk (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De Nubië-expositie in het Drents Museum in Assen heeft de opzet de antieke culturen van Soedan niet te tonen als een afgeleide van Egypte, maar als een cultuur die in zichzelf interessant is. Hoewel ik moet bekennen dat mijn eigen aandacht meer tijdens de tentoonstelling meer dan eens werd getrokken door juist de Egyptische voorwerpen – want die herken je – kan ik ook zeggen dat de expositie in haar opzet is geslaagd.

Het bovenstaande aardewerk is Meroïtisch en dit type keramiek is ook in Assen te zien. Alleen is dat niet dit kruikje, want deze foto maakte ik in de zwaar onderschatte Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark in Brussel. Dit soort aardewerk is ook te bewonderen in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vind de kleuren en de abstracte beschildering erg mooi.

Lees verder “Afrikaans aardewerk”

MoM | De opgraving van Tell Deir Alla

De oudheidkundige beschikt over teksten en over vondsten. Die twee soorten data documenteren op verschillende manieren hetzelfde verleden. Ze zijn allebei lastig. De geschreven bronnen veronderstellen een wereld, een wereldbeeld en een vormentaal die grondig afwijken van de onze; ze zonder doordachte uitlegstrategie (“hermeneuse”) lezen is zoiets als bij de Ronde van Frankrijk gaan zoeken naar de man met de hamer. Archeologische vondsten zijn dan weer ambigu en zeggen alleen maar iets als je gerichte vragen stelt. Oudheidkunde is geen kwestie van “Data, data, speak to me!” De data zeggen pas iets als je een vraag en een methode hebt.

Daarbij komen de problemen van de wisselwerking tussen deze twee soorten bewijsmateriaal, zoals bij de chronologie. Die is voor de archeologie voor een deel gebaseerd op het aardewerk, dat aanvankelijk werd gedateerd aan de hand van geschreven bronnen. Simpel voorbeeld: als we lezen dat de Assyriërs het koninkrijk Israël rond 724 v.Chr. onder de voet liepen, dan zal het Assyrische vaatwerk dat in Megiddo is opgegraven wel dateren van na dat jaar. De teksten bieden in deze redenering dus een ijkpunt voor de aardewerkchronologie. Lange tijd probeerden oudheidkundigen op deze wijze ook een chronologie te bouwen voor eerdere perioden in het Israëlisch-Palestijnse verleden, maar dat is niet gelukt. Inmiddels is de verhouding tussen tekst en vondst omgedraaid: de aardewerkchronologie wordt zoveel mogelijk gebaseerd op laboratoriumtechnieken, daarmee bepalen wetenschappers het verhaal over het de Brons- en IJzertijd, en pas daarna wordt gekeken hoe de teksten daarbinnen passen.

Een eerste stap in die richting werd gezet in Tell Deir Alla in Jordanië, waar de Leidse onderzoeker Henk Franken (1917-2005) in de jaren zestig onderzoek deed, speciaal gericht op de aardewerkchronologie. Aan zijn werk is een heel leuk boek gewijd, We graven hier niet de Bijbel op! van Margreet Steiner en Bart Wagemakers.

Lees verder “MoM | De opgraving van Tell Deir Alla”

MoM | Er is te weinig aandacht voor aardewerk

Scherven op de vlakte van Šahr-e Qumis (Hekatompylos)

In het eerste deel van dit stukje gaf ik aan dat er in musea nogal veel aardewerk ligt omdat het spul weliswaar breekbaar is maar niet goed kapot wil gaan. Het smelt, roest of brandt niet. Ook is keramiek betrekkelijk waardeloos, zodat niemand zijn leven riskeert om het uit een verbrande of verzwolgen nederzetting op te halen. Het grote aanbod van potten en scherven in de musea wil dus niet zeggen dat het materiaal is oververtegenwoordigd, maar dat andere vondstcategorieën zijn ondervertegenwoordigd.

Nee, er is nooit genoeg aardewerk

Er is ook een ander verhaal te vertellen. Keramiek is namelijk verdraaid informatief. Een van de eersten die dat begreep, was Heinrich Schliemann. In een tijd waarin esthetiek een belangrijke drijfveer was bij het oudheidkundig bodemonderzoek, zocht hij niet naar mooie sculptuur – al was hij niet afkerig van de mooie Helios uit Troje – maar begreep hij dat simpele voorwerpen een belangrijke bron van informatie konden zijn. De hoon die hij kreeg van de toenmalige, kunsthistorisch georiënteerde oudheidkundigen is nog altijd niet verstomd, maar Schliemann had wel gelijk. Het grauwe aardewerk dat hij vond in Orchomenos, Mykene en Troje IV deed hem bijvoorbeeld inzien dat deze nederzettingen gelijktijdig hadden bestaan. Zo ontdekte hij dat je aardewerk kunt gebruiken om chronologieën te bepalen.

Lees verder “MoM | Er is te weinig aandacht voor aardewerk”

MoM | Er is teveel aandacht voor aardewerk

Scherven uit Enkomi

Eigenlijk wil ik al weken eens wat Methode-op-maandag-stukjes schrijven over de koolstofmethode, want toen ik laatst op deze plek meldde dat er een probleem met de kalibratiecurve is, moest ik constateren dat ik nooit echt had uitgelegd wat dat was en waarom we nu met de gebakken peren zitten. Verder zou ik willen schrijven over tekstkritiek, want mijn stukje over de Lachmannmethode blijkt wat al te eenvoudig. U kunt het gerust lezen hoor, maar een recente editie van de Handelingen van de Apostelen leert me dat een vervolg nodig is. U moet dit alles echter te goed houden, want er ligt een lezersvraag:

Waarom hebben archeologen het zo vaak over aardewerk? Is dat niet wat al teveel?

Ja. Er is teveel aandacht voor keramiek. En ook nee, maar eerst waarom er zo veel aandacht is voor aardewerk.

Lees verder “MoM | Er is teveel aandacht voor aardewerk”

Kruik (Ninevitisch 5)

Aardewerk uit het allervroegste Nineveh (Ashmolean Museum, Oxford)

Het zal niemand verbazen dat ik vandaag nog even verder blog over de Nineveh-tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden. Eigenlijk heb ik een groot deel van de afgelopen vrijdag fluitend doorgebracht, mijn foto’s ordenend en bladerend in de mooie catalogus. Museumbezoek kan je soms zo blij maken. Dat geldt overigens ook voor de betrekkelijk nieuwe Griekse opstelling in opgemeld museum: gewoon móói – alleen een ongelooflijke droogstoppel loopt na het zien daarvan niet blijer het Rapenburg op.

Dat geldt dus ook voor de kruik die hierboven is afgebeeld. Normaliter moet je ervoor naar Oxford, naar het Ashmolean Museum, maar de komende maanden is ’ie in Nederland. En ook dit stuk ceramiek is dus gewoon mooi. En bovendien verdraaid oud.

Lees verder “Kruik (Ninevitisch 5)”