De IJzertijd

Kop van een man uit Idalion (Neues Museum, Berlijn)

In de Bronstijd was Cyprus bewoond geweest door mensen die een taal spraken die we tegenwoordig “Eteocypriotisch” noemen. Er waren handelscontacten geweest met de Mykeense Grieken, die zich na de ondergang van de paleisburchten hadden gevestigd op Cyprus en het Peloponnesische dialect hadden meegenomen.

Na de ineenstorting van het handelssysteem van de Bronstijd, dat zich uitstrekte tot aan de tinmijnen aan de Atlantische kust, begon de tijd die we aanduiden als de Duistere Eeuwen, zeg maar de tijd tussen 1150 en 850 v.Chr. De traditionele naam is niet helemaal terecht, want juist de veronderstelde duisterheid heeft archeologen aangetrokken en de afgelopen halve eeuw is er veel bekend geworden, zeker voor het Neohittitische Anatolië en Syrië.

In deze tijd werden de drie schriftsoorten van Cyprus vervangen door een vierde, dat eenvoudigweg “Cypriotisch” wordt genoemd en is afgeleid van Cypro-Minoïsch-1. Het lijkt wel wat op het Lineair-B van de Mykeense Grieken, werd gebruikt om zowel Grieks als Eteocypriotisch te schrijven en zou nog eeuwen in gebruik zijn.

Hoewel de Duistere Eeuwen zo duister niet meer zijn – ik noem dit stukje niet zonder reden “de IJzertijd” – wordt deze periode op Cyprus nog steeds niet heel erg goed begrepen. Het lijkt er echter op dat de Griekse kolonisten de basis hebben gelegd van verschillende steden die de komende eeuwen belangrijk zouden blijven. In tegenstelling tot de steden van het Griekse moederland, die meestal werden bestuurd door aristocraten, werden de stadstaten op Cyprus geregeerd door koningen. Uit Salamis zijn prachtige koningsgraven bekend en ik zag op de tentoonstelling die vandaag in het RMO opent een troon uit een van die tombes, beter opgesteld dan in het Cyprus Museum.

Een andere ontwikkeling uit deze tijd is de cultus van Afrodite, met belangrijke heiligdommen in Pafos in het zuidwesten (ik blogde onlangs al over de baetyl) en Golgoi in het oosten. De godin zal eerder vereerd zijn geweest – in Bronstijd-Kition is het, meen ik, bewezen – maar in deze periode brak de cultus pas goed door. Het zal geen toeval zijn geweest dat dezelfde godin, maar dan aangeduid als Astarte, in de Levant populair was. Ik blogde er al over.

Beeldje van Afrodite uit Idalion (Neues Museum, Berlijn)

In ongeveer 1050 v.Chr. verwoestte een aardbeving enkele belangrijke Cypriotische nederzettingen. Sommige werden meteen herbouwd, maar de bewoners van Enkomi ontruimden hun stad en vestigden zich even verderop: in Salamis, wat later weer zou worden ingeruild voor Famagusta. Dit zou een van de machtigste Cypriotische stadstaten worden. Ook Kition werd ontruimd, maar niet voorgoed.

[Wordt vervolgd. Het eerste deel van deze reeks was hier. Vrijdag gaat de expositie “Cyprus, eiland in beweging” in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden open. Het is een bijzondere tentoonstelling, waarvoor het museum tot en met 15 maart zeven dagen per week geopend zal zijn.]

5 gedachtes over “De IJzertijd

  1. jan kroeze

    Die lokken ,zijn dat oorbellen?
    Duistere Eeuwen, zo werden de Middeleeuwen ook geduid. Kan je zeggen dat hoe meer onderzoek hoe minder duister die tijden worden? Zijn er nog meer Duistere Tijden/
    Overigens een prachtig beeldje van Aphrodite, hoe groot is het ongeveer?

Reacties zijn gesloten.