De granaatappel

Granaatappel

De granaatappel is een van de bekendste mediterrane vruchten en komt, zoals zo veel mediterrane gewassen, eigenlijk uit het Midden-Oosten. Wilde granaatappels werden al in de Steentijd geplukt, maar de echte teelt dateert van pakweg 3000 v.Chr. en vond (voor zover bekend) voor het eerst plaats op de Iraanse hoogvlakte. Een half millennium later staan granaatappels vermeld op kleitabletten, en weer een millennium later was de vrucht bekend aan de opvarenden van het schip waarvan het wrak bij Uluburun is teruggevonden. De boeren op Cyprus en de Peloponnessos kenden de granaatappel in de dertiende eeuw v.Chr., en de Feniciërs brachten de vrucht in de IJzertijd naar het westen.

De Romeinen noemden de vrucht dan ook granatum Punicum, wat zoiets wil zeggen als “Fenicische vrucht vol pitjes”. Ook malum Punicum is gedocumenteerd, “Fenicische appel”. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere meende dat het eten van de vrucht goed was voor de gezondheid: volgens hem was het sap goed voor het gehoor, genas het zweren en steekpuisten, verdreef het lintwormen, hielp het tegen diarree en tegen rode vlekken op de handen.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 23.109. Het was bovendien een afrodisiacum.

Lees verder “De granaatappel”

De waarde van mythen

Afdruk van een zegel met een scène uit een van de mythen van Mesopotamië (Louvre, Parijs)

Ergens in de zesde eeuw v.Chr. begonnen de mensen te twijfelen aan de goden. Misschien deden ze dat eerder ook, maar daarover hebben we geen geschreven bronnen. Een joodse auteur haalde uit naar “goden van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden”, die weliswaar een mond en ogen hadden maar niet konden spreken of zien.noot Psalm 115.4-5. Een van zijn tijdgenoten, de Griek Xenofanes, constateerde dat de Ethiopische goden platte neuzen hadden en een zwarte huid, terwijl de Thraciërs zeiden dat hun goden blauwe ogen en rood haar hadden. Als dieren zouden kunnen tekenen, insinueerde Xenofanes, zagen hun goden eruit als runderen, paarden of leeuwen.noot Xenofanes, fragment 16. Een derde tijdgenoot, Pythagoras, beweerde dat de dichters Homeros en Hesiodos in de Onderwereld werden bestraft omdat ze feitenvrije verhaaltjes over het goddelijke hadden opgehangen.noot Vgl. Diogenes Laertios, Levens van de filosofen 8.21.

Rationalisering

Tja, die verhaaltjes. De mensen hielden van hun mythen, maar het was waar: die aloude vertellingen waren wel erg vreemd. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos toonde een manier om er desondanks mee verder te gaan: sommige mythen vielen te lezen als beschrijvingen van de natuur. Ik heb op deze blog al eens verteld dat hij een mythe over Poseidon als schepper van het Tempe-ravijn combineerde met het feit dat deze godheid “aardschokker” werd genoemd, en dat Herodotos redeneerde dat de mythe ging over een aardbeving.noot Herodotos, Historiën 7.129. Deze manier om mythen te lezen is in de achttiende eeuw in West-Europa weer opgepakt, en je hoort nog weleens beweren dat mythen dienden om de natuur te verklaren.

Lees verder “De waarde van mythen”

De berg van licht: Elagabal

Wijding aan Elagabal uit Augsburg; de man die deze inscriptie liet maken, Gaius Julius Avitus Alexianus, was de grootvader van keizer Heliogabalus.

Elagabal zal voor menigeen een bekende onbekende zijn. Dankzij romans als Louis Couperus’ De berg van licht kunt u hem kennen als oosterse godheid. Verder is hij niet heel bekend. En hij laat zich ook slecht kennen, al staat vast dat het voornaamste heiligdom was in de Syrische stad Emesa, het huidige Homs. De oudste vermelding is een Palmyreense stèle uit de eerste eeuw na Chr., die een Aramese naam weergeeft die “god van de berg” zou betekenen. De berg in kwestie zal wel de citadel van Emesa zijn geweest.

Omdat Emesa in de eerste eeuw na Chr. een Arabischsprekende stad was, mogen we aannemen dat een god met een Aramese naam ouder is dan de Arabische aanwezigheid. Lange tijd golden de Arabieren inderdaad als immigranten, maar de afgelopen kwart eeuw is door de bestudering van tienduizenden inscripties duidelijk geworden dat ze al in de Vroege IJzertijd leefden in Syrië en Jordanië. Evengoed moet de verering van Elagabal oeroud zijn. Berggoden waren in Anatolië en de Levant al sinds de Hittitische Bronstijd bekend. Men beeldde zulke godheden vaak af met adelaars – net als Elagabal in de Romeinse tijd.

Lees verder “De berg van licht: Elagabal”

Hefaistos

Hefaistos en Thetis op een wandschildering uit Pompeii (Museo archeologico nazionale, Napels)

Aan het einde van het eerste boek van de Ilias presenteert Homeros een goddelijk gezelschap dat gezellig achteroverleunend bekers met nectar nuttigt. Ze krijgen bijgeschonken door een god wiens gehink “homerisch gelach” ontketent. De schlemiel was Hefaistos, god van de smeedkunst. Niet alleen liep hij mank, hij was ook nog eens lelijk en werd bovendien bedrogen door zijn echtgenote. Hij was echter ook listig en zijn twee rechterhanden waren onmisbaar, zowel voor de goden als Griekse helden en stervelingen.

Volgens de oude Grieken bestierden twaalf belangrijke goden de wereld vanaf hun zetel op de Olympos. De Olympische goden waren sterk, mooi, wijs en krachtig om maar een paar positieve eigenschappen te noemen. Ze konden echter ook wraakzuchtig, listig, vertoornd en jaloers zijn en draaiden hun hand er niet voor om een mensenleven overhoop te halen. Kortom: het waren net mensen. Tot dit wispelturige dozijn behoorde ook de smid Hefaistos, bij de Romeinen bekend als Vulcanus.

Lees verder “Hefaistos”

De reis van Afrodite

Mozaïek met Afrodite-lokaties (Bardomuseum, Tunis)

Vorige week bezocht ik het onlangs heropende Bardomuseum in Tunis. Het museum, gevestigd in het voormalige paleis van de Bey van Tunis, was een tijdlang gesloten omdat in hetzelfde gebouw ook het Tunesische parlement zetelt en de politieke situatie hier, voorzichtig uitgedrukt, onoverzichtelijk is. In elk geval is het Bardo weer open en gedeeltelijk opnieuw ingericht. Zo zag ik voor het eerst het bovenstaande mozaïek, dat momenteel de ingangshal versiert. Het is in 1995 bij toeval – na een diluviale regenbui – gevonden in Haïdra, het antieke Ammaedara, ooit het hoofdkwartier van het Derde Legioen Augusta.

Het meet 6½ bij 5¼ meter. Een datum heb ik niet kunnen ontdekken. Ik kan me voorstellen dat het plaatje hierboven niet helemaal overzichtelijk is. Hieronder is het nog een keer, uit een betere hoek, op een foto die ik maakte van een foto op een bordje met toelichting.

Lees verder “De reis van Afrodite”

Hathor

Hathor (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Van alle antieke godheden is Hathor een van de bekendere. De kunstenaars van Egypte en Nubië, waar de cultus begon, beeldden haar regelmatig af als koe, vaak ook als een vrouw met een koeienkop, en ook wel als een volledig mens met op haar hoofd een zonneschijf, ingeklemd tussen koeienhoorns.

Het waren allemaal aardse weergaven van Hathor, die onder meer werd vereerd als de hemelkoe. In het antieke wereldbeeld rustte de hemel op vier pilaren, die men in Egypte beschouwde als koeienpoten. De zon, maan en sterren voeren over Hathors buik. De hemelheerseres hield zo het universum bijeen en observeerde het. Ze was tevens de moeder die de schepping voedde. Dit maakte haar tot beschermgodin van alle leven, liefde en vruchtbaarheid.

Lees verder “Hathor”

Libanees dagboek: Adonis achterna

Nahr Ibrahim

Elke oudheidkundige weet het: ’s werelds eerste ingenieurs waren ezels. Toen de Romeinen wegen door de bergen aanlegden, waren ze slim genoeg om de routes te volgen die ezels al eeuwen gebruikten. We volgden er zaterdag een paar in het natuurpark Jabal Moussa. Hier wilden we een Romeinse weg en een paar Romeinse inscripties zien, waarover ik zondagmorgen zal bloggen. Het is allemaal gelukt en we kregen er de net bloeiende pioenrozen bij, maar ik moet u bekennen dat ik de bergwandeling zwaar vond.

Adonis

Indrukwekkend was het wel: het landschap was prachtig en het heeft iets te lopen over een oeroude Romeinse bedevaartsweg. In de Romeinse tijd stonden in Byblos namelijk de heiligdommen van Adonis en Afrodite, terwijl Adonis ook werd vereerd bij de bron van de naar hem vernoemde rivier. De antieke Adonis heet tegenwoordig overigens Nahr Ibrahim. In het stroomgebied van de rivier waren overal heiligdommen gewijd aan dit koppel en we mogen ons voorstellen dat mensen van Byblos naar de bron wandelden en terug.

Lees verder “Libanees dagboek: Adonis achterna”

Romeins Cyprus

Inscriptie van een Romeinse officier uit Pegeia (Cyprus Museum, Nicosia)

In 58 v.Chr. veroverden de Romeinen Cyprus. Aanvankelijk maakte het eiland deel uit van de provincie Cilicië; tijdens de burgeroorlogen werd het teruggegeven aan het Ptolemaïsche Rijk; uiteindelijk werd het in 31 v.Chr. een zelfstandige provincie. De kopermijnen werden toegekend aan een Romeinse bondgenoot, Herodes de Grote, de koning van Judea. Hoewel Salamis de grootste stad van het eiland bleef, woonde de gouverneur (iemand met de rang van procurator) in Nieuw Pafos: het lag dichter bij Rome en bovendien was dit een makkelijke voortzetting van de Ptolemaïsche praktijk. Het is de plaats waar de apostel Paulus werd verhoord.

Salamis bleef daarentegen de belangrijkste handelshaven, terwijl Oud-Pafos het belangrijkste religieuze centrum bleef: dit was de plaats waar Afrodite vanouds werd vereerd. De aanbidding van Afrodite was echter niet langer de enige belangrijke cultus: ook het orakel van Apollo in Kourion werd nu belangrijk.

Lees verder “Romeins Cyprus”

Cyprus in de IJzertijd

Kop van een man uit Idalion, een van de steden op Cyprus (Neues Museum, Berlijn)

In de Bronstijd was Cyprus bewoond geweest door mensen die een taal spraken die we tegenwoordig “Eteocypriotisch” noemen. Er waren handelscontacten geweest met de Mykeense Grieken, die zich na de ondergang van de paleisburchten hadden gevestigd op Cyprus en het Peloponnesische dialect hadden meegenomen.

Na de ineenstorting van het handelssysteem van de Bronstijd, dat zich uitstrekte tot aan de tinmijnen aan de Atlantische kust, begon de tijd die we aanduiden als de Duistere Eeuwen, zeg maar de tijd tussen 1150 en 850 v.Chr. De traditionele naam is niet helemaal terecht, want juist de veronderstelde duisterheid heeft archeologen aangetrokken en de afgelopen halve eeuw is er veel bekend geworden, zeker voor het Neohittitische Anatolië en Syrië.

In deze tijd werden de drie schriftsoorten van Cyprus vervangen door een vierde, dat eenvoudigweg “Cypriotisch” wordt genoemd en is afgeleid van Cypro-Minoïsch-1. Het lijkt wel wat op het Lineair-B van de Mykeense Grieken, werd gebruikt om zowel Grieks als Eteocypriotisch te schrijven en zou nog eeuwen in gebruik zijn.

Lees verder “Cyprus in de IJzertijd”

De geboorte van Afrodite

De baetyl van Afrodite in Oud-Pafos

Eind volgende week begint in het Rijksmuseum van Oudheden de expositie “Cyprus. Eiland in beweging”. Ik was gisteren in het museum en mocht even achter de schermen kijken. Ik zag al enkele prachtige voorwerpen en ik verklap geen geheim als ik u zeg dat de catalogus er ook piekfijn uitziet. Wat u vermoedelijk niet zult zien, is de baetyl uit Oud-Pafos.

Een baetyl is een grote steen die religieuze eerbewijzen krijgt omdat er een godheid in zou wonen. De naam, afgeleid van het Semitische Beth-El, betekent dan ook “huis van god”. Het gebruik stamt uit het oosten: er waren bijvoorbeeld baetyls in de Fenicische havensteden Byblos en Tyrus. In het Syrische Emesa, het huidige Homs, werd de zonnegod Elagabal vereerd als een kegelvormige zwarte steen die werd beschermd door een adelaar, de Syrische zonnevogel. Van deze steen werd gezegd dat ze uit de hemel was komen vallen, wat de gedachte heeft doen postvatten dat het een meteoriet zou kunnen zijn geweest. Dat vertelde men ook van de steen die tijdens de Tweede Punische Oorlog van Pessinos in Turkije naar Rome werd overgebracht en die niets minder zou zijn dan de godin Kybele zélf. In onze tijd is er vanzelfsprekend de Zwarte Steen in Mekka.

Lees verder “De geboorte van Afrodite”