Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren

Sargon op een reliëf uit Kition (Pergamonmuseum, Berlijn)

Als je op de hellingen van het Libanon-gebergte staat kun je bij zonsondergang, met een beetje geluk, de bergen van Cyprus herkennen: een dunne zwarte lijn aan de horizon. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de Feniciërs van Akko, Tyrus, Sidon, Berytus, Byblos en Aradus zich aangetrokken voelden tot het eiland in het westen, dat zo rijk was aan koper en hout.

Rond 820 v.Chr. namen de Tyriërs – om redenen waarover ik eerder deze week schreef – de verlaten stad Kition over. Het werd al snel een knooppunt in het Fenicische handelsnetwerk, dat een voortzetting was van het systeem uit de Bronstijd. Vanaf Cyprus zouden de Fenicische schepen varen naar Sicilië, naar Karthago en verder. Cyprus was nu weer verbonden met Egypte, Fenicië, Griekenland, Italië en het westelijke Middellandse Zee-gebied.

Kition was ook een religieus centrum: hier werd de godin Astarte ofwel Afrodite vereerd. Het belang van de stad valt af te leiden uit het feit dat Kittim (“mensen uit Kition”) in het Hebreeuws het woord werd om alle westerlingen aan te duiden, Cypriotisch of niet. Het was niet de enige welvarende stad: de koningsgraven van Salamis documenteren de rijkdom van de heersende klasse van Cyprus.

Vergulde schaal uit Idalion met Assyrische en Egyptische motieven (Louvre, Parijs; vgl. deze schaal in het RMO)

In de negende eeuw v.Chr. breidde de Assyrische koning Šalmaneser III zijn macht uit naar wat nu Syrië wordt genoemd en hij begon tribuut te eisen van de Fenicische steden, die rijk waren geworden van de overzeese handel. Latere Assyrische koningen beschouwden Cyprus als een van hun provincies en het bovenstaande reliëf van Sargon II uit Kition bewijst dat dit gezag in tenminste één van de Cypriotische stadstaten werd erkend. Of er een Assyrische marine in het spel is geweest, weet ik niet. In elk geval was Cyprus gedwongen koper en hout te leveren.

Misschien was het als een reactie daarop dat de Cyprioten zich steeds opener stelden voor culturele invloeden uit Egypte, wat bijvoorbeeld blijkt in de kunst uit “Cypro-Archaïsche tijd”, die u tussen 700 en 475 v.Chr. moet plaatsen. Op de vandaag geopende expositie in het RMO zult u bijvoorbeeld deze sfinx uit Tamassos zien.

Sfinx uit Tamassos (Cyprus Museum, Nicosia)

Cyprus werd nu bewoond door mensen die zich beschouwden als Feniciërs, als Grieken en als afstammelingen van de Eteocyprioten, maar de grenzen tussen deze volken waren niet erg duidelijk. Mensen konden verhuizen en in verschillende levensfasen of bij verschillende bezigheden van rol wisselen. Etniciteit deed er wél toe voor de stedelijke overheden: terwijl de meeste steden werden bestuurd door Grieks schrijvende dynastieën, had Kition een Fenicische administratie, terwijl Amathous misschien werd geregeerd door een Eteocypriotische koning. Wie in contact kwam met de overheid, zou zich daaraan moeten aanpassen, ongeacht wat hij thuis sprak.

Een inscriptie van de Assyrische koning Esarhaddon noemt tien koningen “op het eiland Jadnana”:

Ekishtura, koning van Idalion; Pythagoras, koning van Chitroi; Kisu, koning van Soloi; Ityandros, koning van Pafos; Erisos, koning van Soloi; Damasos, koning van Kourion; Admetos, koning van Tamasos; Damasos, koning van Kition; Unasagusu, koning van Ledra; Bususu, koning van Marion.

We kennen nog drie andere stadstaten – Salamis, Amathous en Lapetos – maar die ontbreken. De lokale heersers herstelden hun onafhankelijkheid toen het Assyrische rijk in de tweede helft van de zevende eeuw de controle over zijn periferie verloor en in 612 v.Chr. ten onder ging in de strijd met de Babyloniërs. De Cypriotische onafhankelijkheid was echter niet van lange duur, want ergens rond 560 v.Chr. bezette de Egyptische koning Amasis het eiland. Hij wilde zo verhinderen dat de Babyloniërs de Fenicische havens zouden gebruiken om Egypte aan te vallen: als ze dat deden, konden de Egyptenaren vanaf Cyprus de Babylonische aanvoerlijnen afsnijden. Meer had Amasis op Cyprus niet te zoeken en hij liet de Cypriotische vorsten met rust. Zij erkenden de Egyptische hegemonie en bleven de baas over hun eigen steden.

Ivoorsnijwerk uit de koninklijke graven van Salamis (Cyprus Museum, Nicosia)

Ook de Egyptische suprematie duurde niet lang. Het Babylonische Rijk werd bedreigd door Iraanse vijanden en in 539 v.Chr. veroverde de Perzische koning Cyrus de Grote (r.555-539) de stad Babylon. Hij veroverde ook Anatolië  – over de precieze datum wordt gedebatteerd – en Fenicië. Na 530 werd Cyprus onderdeel van het nieuwe Perzische rijk. Met behulp van de vloten van de Fenicische én Cypriotische stadstaten kon Cyrus’ zoon en opvolger Kambyses Egypte toevoegen aan de Perzische gebieden (525 v.Chr.). Opnieuw erkenden de Cypriotische vorsten de macht van een buitenlandse koning, die hun verder de heerschappij over hun eigen steden toestond.

[Wordt vervolgd. Het eerste deel van deze reeks was hier. Vandaag gaat de expositie “Cyprus, eiland in beweging” in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden open. Het is een bijzondere tentoonstelling, waarvoor het museum tot en met 15 maart zeven dagen per week geopend zal zijn.]

3 gedachtes over “Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren

  1. jan kroeze

    Fraaie afbeeldingen weer! Blijkbaar heb je daar een neus voor. Hoe groot waren de Fenisische schepen? Lengte, breedte?

  2. René

    Wat maakt uitgerekend de Sfinx zo aantrekkelijk voor verschillende volkeren om over te nemen en uit te beelden?

Reacties zijn gesloten.