Naar het Colosseum

Twee gladiatoren, reliëf gevonden in Cumae ( Römisch-Germanische Zentralmuseum, Mainz)

Ik heb in het verleden weleens over Augustinus geblogd. Vandaag nog maar eens een stukje, maar nu laat ik de laatantieke auteur zelf aan het woord. Het is een van de beroemdste passages uit de Belijdenissen, het verhaal over de wijze waarop Alypius een amfitheater in Rome bezoekt, vrijwel zeker het Colosseum. Alypius was overigens een jeugdvriend van Augustinus. De twee mannen zijn hun leven lang met elkaar in contact gebleven, ook toen de een bisschop was in Hippo en de ander in Thagaste.

De vertaling van Belijdenissen 6.8.13 is van Wim Sleddens O.S.A.

In de lijn van de carrière die zijn ouders hem hadden aangepraat, was Alypius al vóór mij naar Rome gegaan om rechten te studeren. Daar raakte hij helemaal in de ban van de gladiatorenspelen, in een bevlieging die je niet gelooft! Hij was er eerst tegen en vond ze afschuwelijk. Maar op een dag kwam hij op straat na het eten toevallig een paar vrienden en medestudenten tegen. En al wilde hij helemaal niet en sputterde hij nog zo tegen, zij pakten hem stevig beet zoals vrienden doen, en namen hem mee naar het amfitheater.

Het was een van de dagen met die wrede spelen op leven en dood. “Je kunt mijn lichaam daar wel mee heenslepen en daar neerzetten,” zei hij, “maar je denkt toch zeker niet dat je mijn geest en mijn ogen op dat spektakel kunt richten? Ik zit daar dan wel, maar alsof ik er niet ben, en zo ben ik jullie én dat spektakel de baas!”

Maar ze namen hem gewoon mee, misschien alleen maar om te zien of hem dat zou lukken. Ze kwamen bij het theater en konden nog een plaats krijgen. Het zinderde er al van wreed genot. Maar Alypius sloot de poorten van zijn ogen en verbood zijn geest om bij dit soort kwaad betrokken te raken.

Had hij ook zijn oren maar dichtgestopt! Want op een bepaald moment van het gevecht kwam er zo’n enorm geschreeuw van heel de massa op hem af dat hij nieuwsgierig werd. Misschien dacht hij dat hij er wel tegen kon als hij even keek wat er gaande was en dat het hem niets zou doen. Hij deed zijn ogen open, maar de wond die op dat moment in zijn ziel geslagen werd, was dieper dan die in het lichaam van de gladiator naar wie hij wilde kijken. Deze val van hemzelf was ernstiger dan de val van de gladiator, die aanleiding was geweest tot het geschreeuw. Dat was door zijn oren naar binnen gekomen en had zijn ogen ontgrendeld. Zo kon hij geraakt en neergesmakt worden. Het was bij hem eerder overmoed dan werkelijke kracht en die was nog des te zwakker, omdat hij meer vertrouwd had op zichzelf dan op u [God], op wie hij had moeten bouwen.

Want met het zien van bloed, dronk hij ook de wreedheid in. Hij keerde er zich niet van af, nee, hij bleef er juist naar kijken en zoog heel die dwaasheid naar binnen. Maar dat drong al niet meer tot hem door, hij kreeg plezier in dit misdadig gevecht, hij werd dronken van bloedige wellust. Hij was niet meer dezelfde als die daar binnengekomen was, hij was nu een van de massa waar hij naar toe gegaan was, en volledig kameraad van wie hem daarheen gesleept hadden.

Wat moet ik nog meer zeggen? Hij keek, hij schreeuwde, hij raakte in vuur en vlam en nam de waanzin mee naar huis die hem prikkelde om terug te gaan, niet alleen samen met de mensen die hem hadden meegesleurd, maar als hun leider en hij sleepte ook nog anderen mee.

32 gedachtes over “Naar het Colosseum

  1. Ja, die eerste christenen, dachten dat ze niet wreed konden, maar de geschiedenis toon dat ze net zo zijn als andere mensen. Kruistochten ketters verbranden, niet gelovige uitroeien en ga maar door.

    1. Ik denk andersom. De eerste christenen wisten juist heel goed dat ze in staat waren tot alles wat menselijk is. Het christendom is te lezen als een poging (en niet als effectief middel) dat aspect van het mens-zijn te “temmen”. Dat dit niet is gelukt, toont vooral hoe sterk onze wreedheid is, maar niet dat het verlangen haar te bedwingen niet goed zou zijn.

      1. Rob Duijf

        Het gaat er niet om het mens-zijn te temmen, maar te begrijpen. Mens zijn we zelf. Omdat we onszelf niet begrijpen, gaan we door met wat we doen.

    2. Robert

      ‘En ga maar door’.. U dacht dat uw generaliserende negatieve opmerking van een hoger niveau was? Relibashing zonder achtergrondkennis. Goed zo.

      1. Jeroen

        U kunt toch enig geweld vanuit Christelijke zijde moeilijk ontkennen, wel?
        Antoinetteduijsters zegt namelijk niet dat er ‘alleen maar agressie’ of ‘louter negatieve aspecten’ in de geschiedenis van het Christendom te vinden zouden zijn.
        Uw roep om verdieping lijkt te suggereren alsof u het echter wel zo gelezen heeft…

        1. frayek

          Het blijft me verbazen dat mensen van wie we gewend zijn aan sterke bijdrages, zo gauw het komt te gaan over een onderwerp dat met het christendom te maken heeft meteen op tilt slaan (inquisitie! kruistochten!). De klassieker in deze, Dawkins’ egoïstische gen. Schitterend over genes en memes en speltheorie, maar als hij er op het eind om duistere redenen religie bijhaalt vraag je je af door welke klungel hij dat heeft laten schrijven. Dus zucht ik maar weer eens diep als men er drie regels voor nodig heeft om vanuit een prachtig verhaal van Augustinus te komen bij ketterverbrandingen van duizend jaar later. Dan vervalt elk protocol voor rationele argumentatie en bloeien de vooroordelen welig. Hoe vreemd.

          1. Rob Duijf

            Het verbaast mij echter geenszins dat u in de gordijnen vliegt, zodra het christendom (dat overigens vele gedaanten heeft) ter discussie wordt gesteld. Dat geldt overigens in het algemeen voor mensen die vasthouden aan de een of andere overtuiging of ideologie, dus het valt u niet persoonlijk aan te rekenen. De beste manier om de aandacht af te leiden, is verwijzen naar anderen en u toont aan dat u deze tactiek prima verstaat.

            Uw ‘rationele argumentatie’ is niet anders het bewijzen uw eigen gelijk. Op een blog dat pretendeert wetenschappelijk te zijn, zou u om te beginnen het wetenschappelijke protocol kunnen volgen en uw eigen aannames ter discussie kunnen stellen. Dat betekent dat u afstand moet nemen van wat u gelooft en meent te weten om onafhankelijk te kunnen onderzoeken. Doet u dat niet dan wordt uw onderzoek gestuurd door uw eigen vooringenomenheid en staat de uitkomst bij voorbaat vast.

            1. frayek

              Rob, dit is geen sterke bijdrage. Ik wil je best uitleggen waarom maar niet hier, want gaat te ver weg van het topic. De webmaster is bij deze geautoriseerd je mijn NAW te geven.

    1. jacob krekel

      Is daar dan iets tegen?? Het naïeve optimisme dat de mens (alleen) goed zou zijn is veel gevaarlijker. Mooie blog die laat zien hoe actueel Augustinus kan zijn.

      1. FrankB

        Ja. Het naïeve pessimisme, zo typerend voor christenen (zij het niet alle), dat de mens (alleen) slecht zou zijn is namelijk nog veel gevaarlijker.
        Mensen hebben als sociale wezens namelijk de sterke neiging zich te gedragen zoals van hen verwacht wordt. En dat geldt met name voor kinderen. De Nederlandse literatuur heeft er een overvloed aan bekentenisliteratuur aan te danken, die voor een verstokt ongelovige als ik stomvervelend is.
        Augustinus van Hippo is voor het menselijk welzijn en geluk dan ook ongeveer even schadelijk als Sigmund Freud en een sta-in-de-weg voor de opbouw van een leefbaren samenleving.
        Het christendom heeft allerlei verdiensten. Het negatieve mensbeeld, dat er een belangrijke oorzaak van is dat het ‘temmen’ nooit gelukt is (overigens geheel volgens de christelijke voorspelling zelf, want ongeneeslijk zondig) is er geen. De mens is beter af zonder en dus ook zonder Augusinus’ overloze geëmmer over zijn jeugdzonde van het stelen van fruit.
        Indien hij voor u wel actueel is kan ik slechts medelijden met u hebben, maar van mijn eigen emotionele en psychische verwikkelingen zal ik u verre houden.

        1. jacob krekel

          In de catechismus komt u niet verder dan zondag 3 (de drie zondagen over de ellende). De overige 49 zondagen (verlossing en dankbaarheid) zijn u kennelijk geheel onbekend, en het lijkt er op dat u dat graag zo wil houden, ook al komt u zo niet verder dan een karikatuur van Christenen en hun zeer uiteenlopende geloofsvoorstellingen. Als u zich daar wel bij voelt, tja. Verder dank ik u voort het mij betoonde medelijden, maar echt nodig is het niet.

          Augustinus worstelt, evenals Paulus met de vraag waarom wij het goede willen, en toch het verkeerde doen. Het fragment hierboven is daarvan een goed voorbeeld.
          In deze wereld we weten we wat fout doen (veel te veel en verkeerd consumeren, iets waartoe de beschikbare hulpbronnen niet toereikend zijn), en toch gaan we er mee door. Terwijl we toch ook graag een leefbare wereld voor ons nageslacht willen achterlaten.
          Paulus en Augustinus zijn hoogst actueel.

          1. Rob Duijf

            ‘Terwijl we toch ook graag een leefbare wereld voor ons nageslacht willen achterlaten.’

            Dat kunt u wel willen, maar u doet het niet. U vereenzelvigt u met uw geloof, zoals anderen dat met het hunne doen, overtuigd als u bent van uw eigen gelijk. U loopt op krukken en dat is het enige dat u in de aanbieding heeft.

      2. Rob Duijf

        De mens is goed noch slecht. We zijn wie we zijn, maar daar hebben flauw benul van, al hebben we er mooie en minder mooie theorieën over.

  2. eduard

    Er zit nog iets anders in het verhaal, dat je je mee laat sleuren in de gezamenlijke emotie van de menigte om je heen.

    1. Rob Duijf

      Dat doen we nog steeds, dag na dag. We laten ons beïnvloeden en manipuleren en doen daar evenzeer aan mee. Waarom?

  3. Paulke Snijders

    Dat mee laten sleuren van Alypius beschrijft Augustinus inderdaad erg goed. Professor dr. S. Freud spreekt in zijn boekje “Het Ik en de Psychologie der Massa” (oorspronkelijke titel “Massenpsychologie und Ich-Analyse”) over de geestelijke infectie (‘contagion mentale’) die het individu ondergaat in de massa en die men moet rangschikken onder ‘verschijnselen van hypnotische aard’. “In zijn afzonderlijkheid was de mens misschien een ontwikkeld individu, in de massa is hij een barbaar, d.w.z. een wezen dat zijn driften volgt”.

    1. Bert Schijf

      Daar hebben voetbalfans ook erg last van. Overigens vermoed ik dat ook voor de liefhebbers van stierengevechten de beschrijving van het bloederige geweld door Augustinus goed herkenbaar is.

        1. Bert Schijf

          Wat ik zeg is een antwoord op Paulke Snijders. Fantastisch toch dat hij dat nog steeds actuele boekje van Freud kent. Dat was in mijn studententijd verplichte kost. En last is natuurlijk badinerend bedoeld.

    2. Rob Duijf

      Vergeet Freud c.s. Dat is theorie. Kijk naar jezelf. Jij bent een mens. Het meest interessante studieobject ben jezelf.

    1. Rob Duijf

      Sport kan best heel leuk zijn als je het samen doet. Wij willen echter concurrereren, we willen de glorie en de trots van het beter zijn dan de ander en de keerzijde is dat we de ander vernederen en dat we ons verkneukelen over zijn verlies. Het gevolg is revanche.

      Gewoon gezellig een balletje spelen en na afloop samen een biertje drinken kan ook. Als je samen speelt dan win je samen en je verliest samen.

  4. Frans

    Iemand die ook wijlen is, cabaretier Fons Jansen, omschreef het toch iets leuker: “sport vereist een speciaal soort intelligentie. Aan de ene kant moet je slim genoeg zijn om de spelregels te snappen, aan de andere kant moet je dom genoeg zijn om te denken dat het er ook maar iets toe doet wie er eigenlijk wint. We hebben als mensen onder elkaar afgesproken: wie niet van winnen houdt, is een zak. En daar wens ik niet aan mee te doen. Ik ben gewoon een zak.”

  5. A. Harmens

    Zouden de gladiatorenspelen niet zelf, bedoeld of onbedoeld, een mechanisme kunnen zijn geweest om geweld in de Romeinse samenleving te reguleren?

    1. Frans

      Klopt, en het was ook een manier voor de keizer om contact te houden met het volk. Jerry Toner beschrijft het in het boek The day Commodus killed a rhino.

Reacties zijn gesloten.