Archeologisme

Gereconstrueerde vetlamp, gebaseerd op een achtvormige bak

Lezers van dit blog zijn waarschijnlijk bekend met de term re-enactment. Re-enactors zijn van die merkwaardige mensen die een bepaald tijdvak in de geschiedenis bestuderen en de kleding en spullen uit dat tijdvak namaken en gebruiken. Onder Romeinse re-enactors doet de laatste tijd een nieuwe term de ronde: re-enactorisme. Dat duidt dan op een verhaal dat verkeerd gehoord of vaag begrepen is en zo als een nieuw feit een eigen leven is gaan leiden, zonder dat iemand een bron of oorsprong kan noemen.

Ik kan u daarvan verschillende voor beelden geven, maar dat is nu niet het punt. Het gaat me in dit geval om iets wat ik ‘archeologisme’ ben gaan noemen. Archeologische objecten waarvan, omdat ze ons ergens aan een ander voorwerp doen denken, ook automatisch vanuit gegaan wordt dat het dan ook wel op die manier gebruikt zal zijn.

Schrijfstiften

Bijvoorbeeld de platte achterkant van een Romeinse stilus, de schrijfstift waarmee in de was van een tabula cerata, een wasboekje, werd gekrast. Het doet denken aan een gummetje aan het einde van een potlood en daarom wordt meestal aangenomen dat het platte uiteinde dan ook wel gebruikt werd om gemaakte fouten uit de was te krassen.

Een schrijftabletje met schrijfstiften; let op de platte achterkant

Leuk idee; totdat je het probeert. Een letter wil nog wel – met enige moeite – lukken, maar een woord uitwissen, laat staan een zin, is nagenoeg onmogelijk. De tekst is met enige kracht in de was gekrast om zichtbaar te zijn. Om dat te verwijderen, moet je behoorlijk diep schrapen. De nieuwe tekst op die plaats zal dan ook amper leesbaar zijn. Een veel gehoorde remedie is het verwarmen van het platte stilus-einde. Dat gaat prima met een metalen stilus. Het werkt iets beter, maar het effect laat wat leesbaarheid van het nieuwe woord te wensen over. En het werkt gewoon niet met een houten of benen stilus. De eerste brandt, de tweede stinkt…

Telraam

Maar waar zou het dan wel voor kunnen dienen? Daarvoor moeten we verder kijken in de Romeinse geschiedenis. Men gebruikt in de Romeinse tijd om te rekenen een abacus. Een bijzonder handig apparaatje, dat lijkt op een geavanceerd telraam. Je kunt er mee optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen en worteltrekken. Al moet je bij de ingewikkeldere sommen er wel een notitiebriefje bijhouden.

Een moderne abacus in Kokand, vrijwel onveranderd sinds de Oudheid.

En zo komen we weer bij de stilus. Alle Romeinse cijfers zijn terug te leiden naar een cirkel met een verticale streep door het midden. Het oorspronkelijke symbool voor 1000, de M, is een latere verbastering van een grove, niet geheel gesloten, cirkel met een streep erdoor. Alle symbolen voor Romeinse cijfers zijn dus heel snel en simpel met een stilus in de was te noteren. I, V en X met de platte achterkant van de stilus. Alle andere combinaties, C, D en dus ook de oorspronkelijke duizend met ook de puntige kant. Wil men hogere cijfers noteren, maal duizend bijvoorbeeld, gebruikt men daarvoor een vinculum of titulus, een horizontale streep boven het cijfer.

Is het nu te bewijzen dat de platte kant van de stilus daar nu zat om de Romeinse cijfers te kunnen schrijven en daarvoor bedoeld was? Nee, waarschijnlijk niet.

Bekers

Een ander voorbeeld. Veel voorkomende vondsten zijn bekers. In allerlei soorten en maten. Logisch natuurlijk iedereen en alles moet drinken. Geregeld komen er ook bekertjes boven de grond uit o.a. de Romeinse tijd die het formaat hebben van een klein koffiekopje. Hoewel ik in de loop der jaren heel wat re-enactors wel degelijk koffie heb zien nuttigen uit een dergelijke kopje zal het iedereen, en ook hen trouwens, duidelijk zijn daar hier in de oudheid geen koffie uit gedronken werd.

Miniatuur-aardewerk uit Ezinge (Museum Wierdenland)

Bij enkele van deze “koffiekopjes” wordt weleens een, meestal kapot, stenen schijfje aangetroffen met in het midden een gaatje. Kan het zijn dat dit was om de vloeistof langzaam af te laten koelen? Kan. Waarschijnlijker is het dat in het kopje een brandbare stof zat, vet of talg, en door het gaatje een lont. Nu is het “koffiekopje’ geen kopje meer maar een lamp.

Betekent dit dat alle kleine bekertjes is werkelijkheid lampen waren? Nee, natuurlijk niet. Maar sommigen wel.

Lampen

Over lampen gesproken. Een redelijk veel voorkomende vondst is een achtvormig bakje met soms, maar niet altijd, een oor of ophangmogelijkheid. Aangenomen werd dat, gezien de overeenkomstige vorm, dit een bakje zou zijn om een olielampje in te zetten. Omdat, zo had men vastgesteld, olie door de wand van een terracotta olielampje lekte.

Dit is echter behoorlijk kort door de bocht geredeneerd. Wanneer je door een olielampje vloeibare bijenwas laat lopen, houdt dit, wanneer uitgehard, alle olie tegen en maakt het zo een bakje overbodig. Verder zijn er sowieso voldoende voorbeelden bekend waarbij olielampjes zonder lekbakje gebruikt werden. Nader onderzoek van deze bakjes wees indertijd al uit dat het in feite vet- of talglampjes zijn. Zie de foto helemaal bovenaan. Het bakje werd hiervoor geheel gevuld met dierlijk vet.

Eén probleem: een lont er zo inhangen geeft niet of nauwelijks licht. De lont moet enigszins omhoog gehouden worden.

Nu is er in de Saalburg in Duitsland een talglamp gevonden waar in de kleine opening een rond stukje aardewerk zat met een gat in het midden. Zeg maar een grote, platgeslagen kraal. Een simpel experiment wees uit dat, wanneer een lont door een dergelijk kraal gevoerd werd en deze in de kleine opening van de lamp gehangen werd, er een mooie stabiele vlam ontstond met goede constante aanvoer van brandstof. Door de wind maakte het vlammetje wat karakteristieke brandsporen op de keramische kraal.

Spinsteentjes (Arlon, Musée Archéologique Luxembourgeois)

Zulke vlamsporen ziet men ook verdacht vaak op de keramische platte kralen die in de archeologie standaard worden aangeduid als spinsteentjes of spinschijfjes. Een spinsteentje fungeert als vliegwiel om een spintol in beweging te houden zodat van losse wol een mooie draad gemaakt kan worden.

Betekent dit nu dat alle gevonden spinsteentjes nu eigenlijk in een lamp thuis horen? Nee, natuurlijk niet. Maar het zou kunnen betekenen dat enkele van de spinsteentjes dus geen spinsteentjes zijn en wél in een talglamp thuishoren. Maar dat is slechts te bewijzen met een zeer uitvoerig onderzoek waarin gewichten, afmetingen enz. enz met elkaar vergeleken worden. En zelfs dan wellicht niet.

Kortom

Wat wil ik nu met deze drie voorbeelden aantonen? Simpel. Dat niet alles hoeft te zijn wat het lijkt. Dat er altijd meer onderzoek nodig is. Wetenschap is en blijft altijd: vragen blijven stellen. Wat eens te meer bewijst wat mijn gastheer Jona geregeld ook op deze blog stelt: geschiedenis is een wetenschap.

[Op mijn uitnodiging om met enkele gastbijdragen dit tot een min of meer coronavrije ontmoetingsplaats te maken, ging Wim van Broekhoven in. Ik interviewde hem en zijn echtgenote Hanneke al eens op deze plaats.

Dank! Meer gastbijdragen zijn welkom.]

15 gedachtes over “Archeologisme

    1. Rob Duijf

      ‘Leuk idee; totdat je het probeert.’

      Als de platte achterkant van de Romeinse ‘stilus’ niet werd gebruikt om tekst in een wastafeltje eenvoudig uit te gummen, zoals algemeen wordt aangenomen, hoe werd dat dan wel gedaan?

      De suggestie dat die platte achterkant werd gebruikt om makkelijk cijfers te maken, is wellicht praktisch, maar sluit tevens het gebruik van een mogelijke gumfunctie niet uit.

      Kan het te maken hebben met de kwaliteit van de hars die de Romeinen voor hun ‘tabulae’ gebruikten? Ik meen dat Plinius schrijft dat de beste hars van Cyprus komt.

        1. Rob Duijf

          Punt!

          De beste hars om wijn om smaak te brengen kwam van Cyprus.

          Maar hoe zit het nou met die was…? 🤔

      1. https://www.archaeology.org/issues/241-features/top10/5110-london-roman-tablets

        Als de platte achterkant van de Romeinse ‘stilus’ niet werd gebruikt om tekst in een wastafeltje eenvoudig uit te gummen, zoals algemeen wordt aangenomen, hoe werd dat dan wel gedaan?

        antw: Dat gaat het makkelijkste met een spatula, een instrumentje dat geregeld gevonden wordt. Het was oppervlak wordt voorzichtig verhit en daarna wordt het geheel met de spatel glad gestreken. Werkt best goed. De platte achterkant wordt dan weer gebruikt om de hoekjes aan te drukken.

        1. Rob Duijf

          OK, daar heb je een punt; met de wasspatula kun je was op de tabula aanbrengen en door de spatula te verwarmen kun je de ingeschreven waslaag weer gladstrijken. Dat lijkt me echter nogal rigoreus ‘uitgummen’ als je alleen een woord wilt veranderen of een schrijffout wilt herstellen, want dan moet je je hele tekst opnieuw schrijven. Niet erg praktisch, toch?

        2. Rob Duijf

          ‘Het was oppervlak wordt voorzichtig verhit (…)’

          Ik neem aan dat je bedoelt dat de spatula werd verhit boven een vlammetje en dat met de hete spatula het wasoppervlak werd gladgestreken? Althans, dat wordt aangenomen, of zijn er beschrijvingen of iconografie van?

          1. Nee, ik heb proefondervindelijk vastgesteld dat als je de spatula verwarmt, hij dan te heet is als je hem op de was zet. Hij zakt dan onmiddellijk door tot op het hout en je krijgt een “rug” in de was die heel slecht weer glad te krijgen is. Het werkt beter om het hele oppervlak van de was heel voorzichtig boven een klein vlammetje, olielampje is heel geschikt, te verwarmen en dan uit te strijken met de spatula. Er blijft dan een verwaarloosbaar beetje was aan de spatula kleven maar het totaal effect is een mooi glad oppervlak. Afbeeldingen hiervan heb ik niet gevonden maar ik heb wel gehoord dat ze geregeld samen gevonden werden bij opgravingen.

  1. Robert

    “Onder Romeinse re-enactors doet de laatste tijd een nieuwe term de ronde: re-enactorisme. Dat duidt dan op een verhaal dat verkeerd gehoord of vaag begrepen is en zo als een nieuw feit een eigen leven is gaan leiden, zonder dat iemand een bron of oorsprong kan noemen.”

    Niet helemaal. Ik ken deze term al zeker tien jaar, en binnen de wereld van reenactors duidt dit dan vooral op het navolgen van iemand of een groep met veel invloed, zonder dat men de bron zelf nagaat. Voorbeelden zijn de uitrusting van de decurio van de Engelse groep ‘Ermine Street Guard’ die jarenlang slaafs werd gekopieerd, of het dragen van de zwaardriem onder de heupgordel (zodat deze niet afzakt).

  2. Robert

    “Een veel gehoorde remedie is het verwarmen van het platte stilus-einde.”

    Ik heb altijd begrepen dat dit alleen werkte door alle was te verwarmen en de hele tekst op die manier uit te wissen. Bij mij werkte dat al werd het nooit meer helemaal glad.

  3. Robert

    “Betekent dit dat alle kleine bekertjes is werkelijkheid lampen waren? Nee, natuurlijk niet. Maar sommigen wel.”
    Door sommige reenactors wordt zo’n bekertje als inktpotje wordt gebruikt. Ze zijn er ook van glas.

Reacties zijn gesloten.