Martialis compleet

Ivoren doosje (Museu Arqueologic de Catalunya, Barcelona)

De dichter Marcus Valerius Martialis, die u moet plaatsen in het laatste kwart van de eerste eeuw n.Chr., geldt als de grootmeester van het Romeinse puntdicht. Over zijn leven is weinig meer bekend dan wat hij in zijn gedichten vertelt: dat hij uit Spanje kwam, dat hij in Rome ergens drie hoog achter woonde en het niet breed had, dat zijn gedichtjes goed gelezen werden, dat hij het gaandeweg wat breder kreeg en dat hij zich tegen het eind van zijn leven terugtrok in Spanje.

Misschien is het waar, maar het zou mij niet verbazen als het allemaal pose is geweest en als Tout-Rome wist dat Martialis elke ochtend een cappuccino kwam wegtikken aan de Via Cavour, in de middag zat te lunchen op de Piazza Navona en ’s avonds meewandelde in de pantoffelparade door de Via dei Serpenti. Dat zo’n society-dichter pretendeerde in armoede te leven, maakt de poëzie alleen maar geiniger.

Of u alles moet lezen, tja. In zijn eerste boek beschrijft hij de gruwelijke executies in het Colosseum. Ik werd er niet vrolijk van. Hij heeft een reeks ranzige gedichtjes geschreven die niet naar mijn smaak zijn. Maar daar zit dan ineens het schitterende grafschrift voor Erotion bij waarover ik al eens blogde. En dan zijn er de boeken dertien en veertien, waarin hij de gerechten en de cadeautjes beschrijft die voorname mensen elkaar in december gaven tijdens het Saturnalia-feest. Over een chique ivoren geldkistje schrijft Martialis:

Dit kistje is alleen gepast
voor muntgeld met een gele kleur.
Gebruik voor zilver maar wat anders.
Iets van hout of zo.

Het zou te ver gaan te zeggen dat u het lezen móet. Piet Schrijvers, die vorig jaar een vertaling publiceerde van Martialis’ epigrammen, sloeg het dertiende en veertiende boek over omdat hij deze gedichtjes van onvoldoende literair niveau vond getuigen. Dit doet de dichter tekort. De twee boeken zijn even speels en amusant als de versjes bij een Sinterklaascadeautje en tonen dat Martialis meer noten op zijn zang had dan executies, ranzigheden en grafschriften. Ik blogde al eens over het gedichtje op het masker van een woeste Bataaf.

Om Martialis toch compleet in onze taal beschikbaar te hebben, heeft Vincent Hunink de boeken dertien en veertien vertaald. Zijn boekje, dat zelf eigenlijk ook een aardig Sinterklaaspresentje is, verschijnt later dit jaar bij HL Books, een wat kleinere uitgeverij. Het project wordt deels gefinancierd door de Stichting Carptim en zelf ben ik erbij betrokken als beeldredacteur. Voor iedereen is deze klus pro deo, al vertrouwen we erop dat Martialis ons in het hiernamaals nog eens een leuk cadeautje geeft.

Maar ook nu alle medewerkers afzien van betaling, beste lezer, zitten we met een gat in de begroting. We doen dus een beroep op u: als u HL Books nu eens een cadeautje geeft. Hier is een collecte zonder complexe technische toeters en bellen, bedoeld om ook dit aspect van Martialis’ dichterschap te ontsluiten voor Nederlandstalige lezers.

Naschrift (20:45)

Het streefbedrag is gehaald. Dan u wel!

11 gedachtes over “Martialis compleet

      1. Bert Schijf

        Jeetje. Mijn verontschuldiging. Er staat inderdaad JL Books. Ik lees als vanzelfsprekend HL Books. Ik kan zelf niet goed lezen. Een typefout van Jona zelf?

  1. Kistje van ivoor? Ik neem aan dat de knop en de bovenrand van ivoor zijn? Vlgs. zie ik hout en ook nog metaal, maar wel een heel mooi kistje!

  2. Dirk

    Op fb werd het weglaten van boeken 13 en 14 idioterie genoemd wegens het onvolledig publiceren van een bron. Mijn eerste gedachte daarbij dat het vanuit een literair oogpunt perfect verdedigbaar is om een selectie te vertalen, al maak ik die selectie persoonlijk liever zelf.
    Maar de uitgave wordt wel gepresenteerd als een geschiedkundige bron voor het dagelijkse leven en een vertaling van alle epigrammen. Bovendien merken ze zelf op dat eerdere bloemlezingen een eenzijdig beeld geven. Dan moet je ook de huis,- tuin-, en keukenrijmpjes erbij nemen.

  3. Op blz. 8 in de pdf twee verschrijvingen gespot:

    “Dat doet vermoeden dat de praktijk van cadeaus geven in zijn tijd enigszins was.”
    – Hier ontbreekt een woord.

    “…er was ook sprake van ‘Meeneemgeschenken’, die centraal staat in boek 14.”
    – *staan

  4. Theo Joppe

    Nee, gelukkig weten we wel iets meer over Martialis’ omstandigheden: zie de brief van Plinius de Jongere (III 21) naar aanleiding van zijn overlijden. Die brief is een monument van ijdelheid: ja, Martialis was een ware ‘amicus’ geweest en een Very Great Poet (The Best!), maar met name omdat hij een vleiend gedichtje over Plinius had geschreven. Daarom had hij hem ook reisgeld gegeven voor zijn terugkeer naar Spanje.
    Wat leert ons dat: (a) Martialis moest het hebben van zijn ‘patroni’, als een echte cliënt; (b) hij had op dat moment geen geld te makken om zijn terugkeer te betalen.
    Dus nee, zeker iets later in zijn leven zal het zeker geen vetpot zijn geweest. Er is wel eens gesuggereerd dat hij na de dood van Domitianus een beetje passé was in de high society van Rome, maar dat is natuurlijk niet hard te maken.

Reacties zijn gesloten.