De slag bij Mantineia (1)

Alkibiades (Capitolijnse musea, Rome)

[Derde deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

De Archidamische Oorlog (431-421 v.Chr.) was geëindigd met een vredesverdrag, maar in Athene heerste grote frustratie. Men had de oorlog niet verloren maar ook geen verbetering bereikt in de strategische positie. De ergernis maakte de weg vrij voor politici als Alkibiades, die met diplomatieke middelen wilde bereiken wat met geweld niet was gelukt. Sparta’s reputatie was zo sterk gehavend dat het in 420 kon worden uitgesloten van deelname aan de Olympische Spelen zonder dat het daartegen veel kon uitrichten.

Een grotere vernedering bestond niet en op de Peloponnesos begon zich een nieuwe, niet meer door Sparta gecontroleerde, alliantie te vormen van de democratische stadstaten Argos, Mantineia en Elis. Alkibiades meende dat Athene zich daar alleen maar bij hoefde aan te sluiten om verzekerd te zijn van bondgenoten in Sparta’s achtertuin. Dat moest voldoende zijn om de Spartaanse alliantie uiteen te doen vallen.

Het initiatief dwong de Spartanen tot een paardenmiddel. Hoewel Athene het vredesverdrag niet had geschonden, besloot Sparta de democratische bondgenoten op de Peloponnesos aan te vallen en op die manier Athene te laten kiezen tussen enerzijds vrede met de Spartanen (die bewaard kon worden door de bondgenoten op te offeren) en anderzijds het handhaven van de nieuwe alliantie (en kans op oorlog met Sparta). De Atheners prefereerden het laatste.

Ze hadden de Archidamische Oorlog immers niet verloren en hadden de afgelopen drie jaar hun politieke invloed op de Peloponnesos spectaculair vergroot. In een veldslag, waarbij ze gesteund zouden worden door nieuwe bondgenoten, konden ze de Spartaanse macht definitief breken; mochten ze de slag niet winnen, dan waren de gevolgen vooral voor Argos, Mantineia en Elis. En dus kozen ze voor oorlog en dus marcheerden de Spartanen in september 418 op volle sterkte naar het noorden tot ze ongeveer twee kilometer ten zuiden van het huidige Mantineia stuitten op het leger van Argos, Athene en Mantineia.

De beschrijving van de veldslag is te vinden in het geschiedwerk van Thoukydides, een auteur die probeert zijn lezers inzicht te verschaffen in de factoren die het verloop van een oorlog bepalen. Omdat de menselijke aard onveranderlijk was, zouden bepaalde soorten gebeurtenissen en types mensen steeds opnieuw terugkeren, en de historicus deed zijn best die te schetsen. Zo typeert hij Kleon als hét voorbeeld van een populist en een burgeroorlog op Korkyra als representatief voor al dit soort conflicten. Het verhaal van het gevecht bij Mantineia komt het dichtst bij een beschrijving van een typische hoplietenveldslag.

[Wordt vervolgd]

7 gedachtes over “De slag bij Mantineia (1)

  1. FrankB

    “Een grotere vernedering bestond niet”
    Het zou nog even duren voor politici er achter kwamen dat vernedering van verliezers niet zo handig is op de iets langere termijn.

    “Omdat de menselijke aard onveranderlijk was”
    Dat is een tikje pessimistisch, maar het gaat wel langzaam.

  2. @Jona: In het onderschrift bij het portret mist de tweede a.
    @Frank: Tikje pessimistisch? U bent wel hoopvol. Realistisch lijkt mij een dekkender omschrijving. Sapiens is maar een eenvoudige primaat met een polijstlaagje. En alfa-exemplaren met machtshonger.

    1. FrankB

      “Realistisch lijkt mij een dekkender omschrijving.”
      Als u denkt dat Homo Sapiens de afgelopen 200 000 jaar niet veranderd is bent u net zo min realistisch als creationisten.

  3. Ben Spaans

    ‘…zouden bepaalde soorten gebeurtenissen en types mensen steeds opnieuw terugkeren.’
    Het is niet wetenschappelijk verantwoord, maar het is wel een beetje zo, tot op zekere hoogte. 😒

    1. FrankB

      Het is in die zin wetenschappelijk verantwoord, dat het consistent is met de evolutietheorie (oftewel het aloude nature aspect), die stelt dat veranderingen zeer langzaam gaan. Homo Sapiens is geen Pan Paniscus en ze zullen beide ook wel anders zijn dat hun gemeenschappelijke voorouders. Op die schaal stelt twee en een halve millennia niets voor.
      Ook is het consistent met allerlei geestes- en sociale wetenschappen, die stellen dat de sociaal-economisch-politieke omstandigheden (oftewel het aloude nurture aspect) invloed hebben. Die veranderen ook niet zo snel als ongeduldige mensen als ik zouden willen.

Reacties zijn gesloten.