Hoplieten

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

Misschien moet ik eens een reeksje beginnen over typische antieke begrippen die steeds blijven terugkeren, hoewel er eigenlijk prima Nederlandse woorden voor zijn. Zoals de “hopliet”. In onze eigen taal kun je zo iemand prima aanduiden als een zwaarbewapende. Er zijn weinig situaties waarin het nodig is veel specifieker te zijn.

We hebben het over de Griekse soldaten uit de archaïsche en klassieke tijd, dus laten we zeggen tussen 800 en 300 v.Chr. Ze droegen een groot, zwaar schild (de aspis), een helm, harnas, scheenplaten, een zwaard en een speer. Hun gevechtslinie heet een falanx: lange rijen dicht op elkaar gepakte soldaten, waarbij elke hopliet zijn schild aan zijn linkerkant zó droeg dat hij de rechterkant van de man links van hem dekte.

Homeros:

Schilden aan schilden, helmen aan helmen, mannen aan mannen.
Steeds als de helmbossen knikten, raakten de helmen elkaar met
’t flikkerend licht van hun kammen, – zo dicht opeen stond hun linie.
Zwaaiend met speren die over elkaar uit hun moedige handen
– (Ilias 13.131; vert. De Roy van Zuydewijn)

Iedere soldaat werd gedekt door de man rechts van hem, wat betekende dat er één plek is waar u liever niet zou staan (als u überhaupt graag ten oorlog zou trekken): helemaal rechts. Dat was dan ook de plek van de commandant. Die hoefde overigens niet meer te doen dan het teken geven tot de aanval, want dicht opeengepakt als de falanx was, kon ze niet makkelijk naar links of rechts draaien. (Het gebeurde overigens wel, bijvoorbeeld bij Marathon.)

Maar in principe was een klassieke hoplietenslag geen gevecht vol tactische manoeuvres. De commandant hoefde geen bevelen te geven. Als men oorlog met sport mag vergelijken: een hoplietengevecht was zoiets als een “scrum” in een rugbywedstrijd. Beide partijen, gewapend met speren, probeerden de vijand weg te duwen, en zodra de ene falanx daarin slaagde, liep ze over de verliezende soldaten heen. Achter de linie stonden soldaten klaar waarvan het de taak was de verslagen, gewonde soldaten af te maken. Ik heb eens ergens gelezen dat ze hun slachtoffers voorhielden niet teveel te klagen – hun moeders hadden meer pijn gehad toen die hun het leven schonken.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

14 gedachtes over “Hoplieten

  1. Frans

    En omdat deze manier van oorlogvoeren dus typisch is voor het oude Griekenland, lijkt het me prima om er een Grieks woord voor te gebruiken.

  2. Toch zijn “hopliet” en “zwaarbewapende” geen synoniemen van elkaar. Elke hopliet mag zwaarbewapend zijn, niet elke zwaarbewapende is een hopliet. En wat Frans schrijft – de term omvat dus ook een typerende manier van oorlogsvoeren.
    MEer lijkt me geen goede vertaling, omdat MEers voor binnenlands gebruik zijn en hoplieten ook in het buitenland werden ingezet.

  3. jacob krekel

    “Zwaargewapende” heb ik vroeger op school geleerd en het lijkt me een prima aanduiding, evenals lichtgewapende voor peltast.. Als dat om soldaten in een klassieke context gaat, dan weten we precies wat er bedoeld wordt.
    Ander voorbeeld: we noemen een volksvertegenwoordiging een parlement, hoewel dat vrijwel alleen in Groot Brittannië specifiek zo genoemd wordt. De specifieke naam is in Duitsland Reichstag, in Nederland Staten-Generaal, in Frankrijk Assemblée, in de USA Congress, in Noorwegen Storting (=grote vergadering), etc. Toch we kunnen we dat allemaal vangen onder “‘parlement”. De Griekse hopliet kunnen we dus zonder probleem zwaargewapende noemen.

    1. De term ‘Reichstag’ is er toch echt een uit een wat verder verleden. Duitsland kent de Bundestag , vergelijkbaar met de Tweede Kamer, en de Bundesrat, vergelijkbaar met de Eerste Kamer.

  4. Robert

    “de “hopliet”. In onze eigen taal kun je zo iemand prima aanduiden als een zwaarbewapende.”

    Vast wel, maar een ‘zwaarbewapende wat’? Want een hopliet is natuurlijk wel een typische infanterist uit de klassieke oudheid, maar voor een typische cavalerist moet je een ander woord gebruiken.
    Het woord ‘hopliet’ mag dan herkenbaar zijn, ik denk dat in onze taal het woord ‘ridder’ meer typisch is voor een soldaat met een hoop bepantsering.

    “De commandant hoefde geen bevelen te geven. Als men oorlog met sport mag vergelijken: een hoplietengevecht was zoiets als een “scrum” in een rugbywedstrijd.”

    Dit lijkt mij een verkeerde voorstelling van zaken. Dit soort veldslagen kon uren duren, en niemand houdt dat vol. Waarschijnlijker is dat de ‘scrum’ even aanhield, waarna de linies terugtrokken om op adem te komen. De lichte troepen (peltasten en slingeraars) namen het dan over, mogelijk was er wat cavalerie-activiteit op de flanken, waarna de zware infanterie het weer tegen elkaar opnam.

    De commandant was niet een zinloze functie die er alleen maar hoefde te staan. Belangrijk was bijvoorbeeld de formatie tegen te houden, die een natuurlijke neiging had om naar links te ‘drijven’.

    1. Frans

      En een adellijke afkomst. Zo waren de gepantserde ruiters uit de oudheid wel zwaarbewapende ruiters, maar geen ridders.

      1. Dat is omgekeerd. Uit de ridders, die tot in de 13e eeuw vaak als horigen (ministerialen) in dienst waren, groeide een nieuwe adellijke klasse. In de Latijnse kronieken worden ze meestal als ‘miles’, gewoon professionele soldaat, aangeduid.

      2. Robert

        “En een adellijke afkomst. Zo waren de gepantserde ruiters uit de oudheid wel zwaarbewapende ruiters, maar geen ridders.”

        Juist wel. In het Romeinse leger waren de ruiters afkomstig uit de rijkste klasse, en hun naam (equites) is net synoniem met de Romeinse ‘ridderstand’. Later verwaterde dit natuurlijk maar vanwege de hoge kosten zijn de twee altijd verbonden gebleven. Ons woord ridder is dan ook gewoon van ‘ruiter’ afkomstig, al waren zeker lang niet alle Middeleeuwse cavaleristen van adel.

Reacties zijn gesloten.