Na de slag bij Gaugamela

De vlakte van Gaugamela, gezien vanuit het zuiden

In onze reeks over Alexander de Grote heb ik een tijdje geleden verteld hoe de Macedoniërs in de zomer van 331 v.Chr. oprukten naar het door de Perzische koning Darius III Codomannus uitgekozen slagveld ten oosten van de rivier de Tigris. Al eerder had ik verteld hoe de slag bij Gaugamela verliep, dus ik neem vandaag de draad van het verhaal op ná Alexanders overwinning en de aftocht van zijn tegenstander. (Als u denkt dat Darius is gevlucht, heeft u de de film van Oliver Stone gezien en geen goed geschiedenisboek gelezen.)

Verliescijfers

Net als na de gevechten aan de Granikos en bij Issos, noteerden de officieren op de dag na de slag het aantal mannen dat niet aanwezig was op het appel. Ook maakten ze een schatting van het aantal gedode vijanden. Alexanders biograaf Curtius Rufus schrijft dat er 40.000 Perzen sneuvelden, “althans volgens de berekeningen van de overwinnaars”, terwijl minder dan 300 Macedoniërs zouden zijn gevallen. De Griekse geschiedschrijver Diodoros verdubbelt de cijfers, namelijk 90.000 en 500, terwijl de anders redelijk nuchtere Arrianus schrijft:

Lees verder “Na de slag bij Gaugamela”

Grieks Apulië

Ares? (Archeologisch museum, Tarente)

[Laatste van vijf blogs over het verleden van Apulië door gastauteur Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

In de Archaïsche Periode koloniseerden de Grieken het zuiden van Italië, een episode die wij Magna Graecia noemen, in navolging van de Romeinen. De Grieken spraken zelf niet over één geheel, Μεγάλη Ελλάς: zij zagen hun nederzettingen als aparte entiteiten, aangezien er ook geen overkoepelend gezag bestond.

Tarente

Het huidige Tarente was een Spartaanse kolonie, Taras genaamd. De stichting is uitvoerig door Strabon van Amaseia beschreven: ze wordt traditioneel gedateerd op 706 v.Chr. De meest plausibele oorsprong van de naam is dat ze gewijd is aan de halfgod Taras, zoon van Zeus, maar de nabije rivier Tara is een andere mogelijkheid. Bijzonder aan deze kolonisatie is dat ze een nieuwe thuis gaf aan de Partheniai, buitenechtelijke Spartanen die geboren waren terwijl de legitieme mannen aan het front waren tijdens de langdurige Messenische oorlogen. Hun leider was de (half-mythische) Falantos, zelf een dergelijke “buitenechtelijke”.

Lees verder “Grieks Apulië”

Alexander de Grote in de Levant

Syriërs (Apadana, Persepolis)

In de zomer van 331 v.Chr. vernam de Perzische koning Darius III Codomannus dat zijn tegenstander, Alexander, was teruggekeerd uit Egypte. De Macedonische koning was op weg gegaan toen hij hoorde dat de inwoners van Samaria, die hij een maand of zeven eerder nog had begunstigd door hun de bouw van een tempel toe te staan, in opstand waren gekomen en de Macedonische gouverneur levend hadden verbrand.

De oorzaak van deze revolte is onbekend, maar we mogen aannemen dat sommige leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap het vertrek van het Perzische garnizoen betreurden en dat anderen meenden dat de tempelbouw het begin vormde van het messiaanse tijdperk, waarin volgens de voorspellingen de taheb (een Mozesachtige profeet) de onafhankelijkheid van het oude koninkrijk Israël zou herstellen. De opstandelingen waren geen partij voor het Macedonische leger en kozen, toen het naderde, wijselijk eieren voor hun geld door de leiders van de opstand uit te leveren. Enkele papyri, gevonden in de Wadi Daliyeh op de westelijke Jordaanoever, lijken te behoren bij een groep vluchtelingen uit Samaria.

Lees verder “Alexander de Grote in de Levant”

Sparta en de heloten

Een hopliet (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

In 431 v.Chr. brak oorlog uit tussen de Griekse stadstaten Sparta en Athene. De Atheners hadden een handelsembargo ingesteld tegen een buurstaat, die om hulp had gevraagd in Sparta. Daar was men bang voor reputatieschade als men het verzoek afwees. De Spartanen eisten dus dat de Atheners het embargo opgaven, waarop de Atheners antwoordden dat Sparta niets te eisen had aangezien er procedures waren afgesproken om geschillen op te lossen. Sparta trok de oorlog omdat het niet anders kon en eiste dat Athene zijn alliantie zou ontbinden; Athene trok ten strijde voor het behoud van wat we nu zouden aanduiden als het behoud van de internationale rechtsorde.

Pas na tien jaar, in 421, was deze zogeheten Archidamische Oorlog voorbij: Sparta had Athene niet kunnen dwingen zijn alliantie te ontbinden. Of je de Spartaanse nederlaag moet typeren als een Atheense overwinning, is een kwestie van semantiek.

Lees verder “Sparta en de heloten”

Alexander de Grote in Alexandrië

Alexander als stichter van Alexandrië (Louvre, Parijs)

Vorige maand blogde ik over het bezoek dat Alexander de Grote bracht aan de oase van Siwa, waar hij het orakel van Ammon bezocht en ongevraagd vernam dat hij de zoon van Zeus was. Na deze gebeurtenis keerde hij naar de kust terug, naar de plek waar hij een stad wilde stichten.

Alexandrië

De stedenbouwkundige Deinokrates van Rhodos had voorbereidingen getroffen en op 7 april 331 v.Chr. voltrok Alexander het stichtingsritueel van de nieuwe stad, die wel eens wordt getypeerd als zijn meest duurzame erfenis. Voor het moment was Alexandrië echter vooral een instrument om de graanhandel met de Griekse wereld te controleren, en uit verschillende contemporaine teksten blijkt dat de administrateur van Egypte, Kleomenes, de Grieken inderdaad fikse bedragen liet betalen voor het Egyptische graan.noot Aristoteles, Oikonomikos 1352a17ff en 1352b13ff; Demosthenes, Redevoering 56.7-8.

Lees verder “Alexander de Grote in Alexandrië”

De krater van Vix

De krater van Vix (Musée du Pays Châtillonnais)

Vorige week zondag bezocht ik het Musée du Pays Châtillonnais in Châtillon-sur-Seine. Het is een museum zoals er in Frankrijk vele zijn, met een collectie die varieert van opgezette vogels via laatmiddeleeuwse sculptuur en zeventiende-eeuwse prenten tot herinneringen aan een buiten Châtillon allang vergeten generaal. Maar er is één pronkstuk: het enorme bronzen mengvat (“krater” in jargon) dat bij het dorpje Vix is gevonden in het graf van een dame die ietwat voorbarig “Prinses van Vix” is genoemd. Mogelijk gaat het niet om een vrouw, zoals aanvankelijk aangenomen, maar om een man.

De Prinses van Vix – zo zal ik haar toch maar noemen – moet tegen het einde van de zesde eeuw v.Chr. hebben gewoond in het met een Murus Gallicus omgeven heuvelfort dat bekendstaat als Mont Lassois. Een jaar of twintig geleden is daar een opvallend grote woning opgegraven die, met wat fantasie, mag worden aangeduid als haar paleis. Dat weten we natuurlijk niet zeker, maar het is wel zeker dat Mont Lassois lag in de regio van Lotharingen tot en met Beieren waar schitterende elite-graven zijn gevonden uit de Late Hallstatt-periode. De mensen die hier werden bijgezet, beheersten de handel tussen de noordelijke regio’s, waar allerlei grondstoffen vandaan kwamen (textiel, barnsteen…), en de steden in het Mediterrane zuiden.

Lees verder “De krater van Vix”

Lycië tussen Athene en Perzië

Rotsgraven in Myra

[Dit is het derde van vijf korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

Ik liet u in het vorige blogje achter met de Perzische verovering van Lycië (landkaart), rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. Na Xerxes’ mislukte expeditie naar Griekenland maakten de Griekse steden in Azië zich onafhankelijk, en ook enkele Karische en Lycische havensteden sloten zich aan bij de nieuwe Atheense alliantie, die was gericht tegen Perzië en Sparta.

Dit suggereert dat deze Lyciërs ongelukkig waren met de Perzische heerschappij, maar het is ook mogelijk dat een Atheens leger hun tot overgave heeft gedwongen. We weten zeker dat de Atheense admiraal Kimon rond 468 v.Chr. in de regio actief is geweest; ik blogde al eens over de slag bij Eurymedon. Er moeten echter meer soortgelijke expedities zijn geweest, die we niet kennen doordat we zo weinig bronnen hebben.

Lees verder “Lycië tussen Athene en Perzië”

Herakles (2)

De Kretenzische Stier (Archeologisch Museum, Antalya)

In mijn vorige blogje introduceerde ik de eerste zes werken die Herakles moest verrichten voor koning Eurystheus van Tiryns. De halfgod had de Peloponnesos ontdaan van monsters en zou voor zijn volgende zes werken reizen maken buiten de Peloponnesos.

De Kretenzische stier

Herakles’ zevende werk was het vangen van de Kretenzische stier. De bronnen zijn het oneens over de aard van dit beest: was het de vader van de Minotaurus of was dit het dier dat Europa vervoerde van Fenicië naar Kreta? Om het nog wat complexer te maken, wordt hetzelfde verhaal verteld over de Atheense held Theseus. In elk geval: men vertelde dat Herakles het ondier bedwong in de buurt van Marathon.

Lees verder “Herakles (2)”

Perzisch Lydië

Een Lydiër (Persepolis)

In het vorige blogje vertelde ik over het ontstaan, de bloei en de ondergang van het IJzertijdkoninkrijk Lydië. Rond het midden van de zesde eeuw had de Perzische koning Cyrus de Grote het onderworpen. De eerste door hem aangewezen gouverneur werd geconfronteerd met een opstand, die echter werd onderdrukt. Vanaf nu was Lydië een Perzische satrapie, wat een duur woord is voor een grote provincie. Misschien moeten we de gouverneurs, de satrapen, wel aanduiden als onderkoningen. De nieuwe heersers verbeterden de zogeheten Koninklijke Weg die Sardes en Gordion verbond met de hoofdsteden van het Perzische Rijk: Sousa, Persepolis en Pasargadai.

Oroitos

De generaal die de Lydische opstand onderdrukte, een zeker Harpagos, lijkt vrij lang over het westen van Anatolie geregeerd te hebben. Nog lang daarna claimde een lokale dynastie in Lycië, het zuidwesten van het huidige Turkije, van Harpagos af te stammen. Zulke claims zijn weleens waar gebleken. Wat de waarheid ook zij, toen Cyrus in 530 v.Chr. overleed, was de hoogste bestuurde in Lydië een satraap genaamd Oroitos.

Lees verder “Perzisch Lydië”

Hoe Alexander de Grote koning werd (2)

Tempe, waar Alexander de Grote zijn eerste overwinning boekte

In het vorige stukje gaf ik aan dat er allerlei geruchten gingen over de moord op koning Filippos II van Macedonië. Niet iedereen was overtuigd door de officiële lezing dat twee broers van Alexandros van Lynkestis achter de moord zaten. Zo benadrukt filosoof Aristoteles, die goed geïnformeerd was over het Macedonische hof, in zijn Politika dat Pausanias had gehandeld uit persoonlijke motieven.

Erkenning door het leger

Een extra loyaliteitsbetuiging van de Macedoniërs moest de legitimiteit van de heerschappij van Alexander de Grote benadrukken. Daarom belegde Antipatros na de begrafenis een legervergadering, waarbij de manschappen Alexander erkenden als koning. Deze bijeenkomst zou bepalend zijn voor Alexanders verdere carrière. De acclamatie door de manschappen gaf hem wat hij nodig had, maar schiep ook verplichtingen. Hij dankte zijn positie aan de manschappen en zou bijvoorbeeld nooit een veldslag kunnen aangaan als zijn soldaten het daar niet mee eens waren. Hij kon ze niet zomaar bevelen geven maar zou ze ook moeten overtuigen, bijvoorbeeld door te delen in de gevaren. De enige acceptabele stijl van leidinggeven was een theatrale: Alexander moest zich presenteren als een homerische held die de mannen voor ging in de strijd. Dit vormt de kern van de mythe van de jonge wereldveroveraar.

Lees verder “Hoe Alexander de Grote koning werd (2)”