Misverstand: Sparta

Hoplietenveldslag (British Museum, Londen)

Misverstand: De Spartanen waren krijgszuchtig

De eerste steden ontstonden in het derde millennium v.Chr. in het oude Nabije Oosten. Vaak werden ze bestuurd door een koning die ook het omringende platteland beheerste. Tweeduizend jaar later ontstonden ook in Griekenland steden, en daarvan was Sparta een van de machtigste.

Het wordt wel beschouwd als kazernestaat, en inderdaad: de bewoners besteedden veel tijd aan hun opleiding tot soldaat. Dit werd mogelijk gemaakt doordat ze het land lieten bewerken door staatshorigen. De vrije burgers kregen zo zeeën van vrije tijd, waarvan ze dus een deel wijdden aan militaire oefeningen. Uit allerlei teksten blijkt dat de Spartanen een sobere levenswijze prefereerden om bikkels van krijgers te vormen. Sparta’s imago – goed getraind en immer voorbereid op oorlog – was ijzersterk en bestaat nog altijd.

Lees verder “Misverstand: Sparta”

Sybota (4)

Een triëre op een scherf, gevonden op Korfu (Villa Mon Repos, Korfu)

[Slot van een vierdelige serie over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Ik beschreef in de eerdere delen de geleidelijke escalatie rond het eiland Korkyra. Het eerste deel is hier.]

De Korinthiërs, die dertig triëren hadden verloren, voeren tussen het wrakhout door en probeerden hun mensen uit het water te redden. De lekke, nog drijvende schepen namen ze niet op sleeptouw, want die waren vooral een obstakel als ze verder wilden varen naar Epidamnos. Dit zou de verslagenen aan het denken hebben moeten zetten, maar ze verkeerden nog in de veronderstelling dat hun tegenstanders op Korkyra wilden landen. Veel tijd om op andere gedachten te komen kregen ze niet, want al snel kwamen de Korinthiërs weer naar het noorden gevaren. Haastig brachten de Korkyreeërs en Atheners hun nog bruikbare schepen in gereedheid. Het woord is weer aan Thoukydides (in de vertaling van M.A. Schwartz):

Lees verder “Sybota (4)”

Sybota (2)

Portret van Thoukydides uit de Romeinse villa bij Welschbillig (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

[Tweede deel van een serie van vier over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Het eerste deel, waarin ik het ontstaan van het Atheense imperium beschreef, is hier.]

Athene was de onbetwiste meester van de Egeïsche Zee. Het bleef echter moreel verplicht de oorlog tegen de Perzen voort te zetten en daarom voerden de Griekse triëren van tijd tot tijd aanvallen uit op de Perzische havensteden, waar men de Atheners moet hebben ervaren als hinderlijke piraten. Toen ze zich zelfs in de Nijldelta waagden, betaalde Perzië de Spartanen om de Atheners aan te vallen, opdat die hun troepen uit Egypte zouden terugtrekken. Wat volgde was een complexe oorlog waarin Athene zich staande hield tegen diverse vijanden tegelijk maar uiteindelijk werd gedwongen vredesonderhandelingen aan te knopen.

Het verdrag tussen Athene en Sparta werd getekend in 445 en staat bekend als het Dertigjarig Bestand. Beide partijen verplichtten zich tot wat grenscorrecties en beloofden dat ze toekomstige geschillen zouden oplossen door arbitrage. Atheners legden de eden van trouw af namens hun bondgenoten in het Egeïsche Zee-gebied en Spartanen deden hetzelfde namens de hunne op de Peloponnesos. De Atheense alliantie, die was ontstaan “door angst voor de Perzen” en was blijven bestaan “omwille van de eer”, was nu uitgegroeid tot een imperium dat was gebaseerd op een ook door Sparta erkend “eigenbelang”. Het is geen toeval dat vanaf dit moment in inscripties sprake is van “de steden waarover de Atheners heersen”.

Lees verder “Sybota (2)”

This is Sparta!

(© Warner Bros)

Frank Miller heeft nogal uitgesproken opvattingen over mannelijkheid. Zijn helden zijn mannen die in een cynische wereld proberen iets van waarde te beschermen. Zo pleegt in Sin City John Hartigan na een jarenlange gevangenisstraf zelfmoord om het onschuldige leven van Nancy Callahan veilig te stellen. In 300 zijn de Grieken die zich zullen doodvechten bij Thermopylai de enige hoop in de wereld op rede en gerechtigheid, terwijl de Perzen slechts een zee van mystiek en tirannie hebben te bieden. De graankorrel moet sterven om te laten leven, zoiets. Geseculariseerde christologie.

Je hoeft Millers ideeën niet te delen om te erkennen dat hij meesterwerken maakt en je begrijpt waarom Sin City en 300 zijn verfilmd. Over die laatste heb ik al eens geblogd: 300 was bepaald geen onschuldig vermaak. Het gaat me vandaag om iets anders: de samenleving van de Spartanen. In zowel de graphic novel als de film zijn het snoeiharde macho’s. Dat is ook het beeld dat we krijgen uit de bronnen: een echte Spartaan is een getrainde soldaat, een professionele krijger, die het werk op het platteland laat doen door heloten, een soort horigen of lijfeigenen die staatsbezit zijn. Er waren nog wat andere bevolkingsgroepen maar bovenaan stond elite van Spartanen en onderaan bevonden zich de heloten.

Lees verder “This is Sparta!”

Het einde van Sparta

Ik beschreef eergisteren hoe de Griekse legers in de vijfde eeuw waren geprofessionaliseerd en hoe er, naast de zwaarbewapende hoplieten, ook lichtbewapende peltasten waren gekomen. In het stukje van gisteren gaf ik aan dat het nu mogelijk werd tactisch onderdelen te verplaatsen, waardoor de krijgskunst veranderde. Ook vermeldde ik dat de Perzische koning Artaxerxes II Mnemon in 387 de Grieken had gedwongen tot het beëindigen van hun eeuwige oorlogen en Sparta had aangewezen als toezichthouder.

De Thebanen waren ongelukkig met die constructie en vochten, onder leiding van generaal Epameinondas, de regeling vanaf 382 aan. Vijf jaar later stichtten de Atheners een tweede Delische Zeebond, die de Spartanen behoorlijk in de problemen bracht, tot de Perzische koning in 371 opnieuw eiste dat zijn westerburen de vrede hernieuwden. Alleen de Thebanen weigerden daaraan gehoor te geven, waarop tienduizend Spartaanse hoplieten een inval deden Boiotië, “de dansplaats van Ares”, de landstreek waarin Thebe lag. Bij het dorp Leuktra kwam het tot een veldslag. Daarin bleek dat het leger van Sparta, zelfs al was het uitgebreid met peltasten en cavalerie, niet voldoende met zijn tijd was meegegaan. Het woord is aan Xenofon:

Lees verder “Het einde van Sparta”

De scheve falanx

Ik beschreef gisteren hoe de Griekse legers in de vijfde eeuw waren geprofessionaliseerd en hoe er, naast de zwaarbewapende hoplieten, ook lichtbewapende peltasten waren gekomen. Dit veranderde de krijgskunst. Het werd meer dan vroeger zaak tactisch met onderdelen te schuiven.

In een traditionele veldslag hadden beide legers in twee lange rijen tegenover elkaar gestaan. Als ze elkaar waren genaderd was het vooral aangekomen op brute kracht, waarbij de linie die de andere omverduwde, de slag had gewonnen. Hierop was enige variatie mogelijk geweest, zoals het versterken van de vleugels (Marathon), en niet zelden had er ruiterij gestaan aan weerszijden van de slaglinie, maar in principe hadden alle veldslagen plaatsgevonden volgens dit stramien: twee rijen die tegen elkaar duwden. Nu waren daar dus de peltasten bij gekomen. Daarbij bleef het niet.

Lees verder “De scheve falanx”

Peltasten

Een lichtbewapende Griekse soldaat, vroege vierde eeuw v.Chr., op een Apulische krater in het Archeologisch Museum van Zagreb. Peltasten droegen overigens kleren.

Professionalisering: misschien is dat wel het beste woord om de Griekse krijgskunst van de vijfde en vierde eeuw te beschrijven. Aanvankelijk beschikte alleen Sparta over beroepssoldaten, al was dat door “Spartaan” gelijk te stellen aan “soldaat” zodat er in feite geen andere beroepen bestonden. Het eigenlijke werk werd gedaan door staatshorigen (de heloten) en andere rechtelozen of halfgerechtigden. In de loop van de vijfde eeuw kregen ook de andere Griekse steden hun beroepslegers. Zo had de stad Argos een keurkorps van duizend man.

Opvallend waren de huurlingen. Niet dat die nieuw waren. Voordat Egypte door de Perzen was onderworpen, hadden de farao’s al Kariërs en Grieken in dienst gehad. Wahibre-em-achet bijvoorbeeld. Wel nieuw was de snelle toename van het aantal huurlingen in Griekenland zélf tijdens en na de Archidamische Oorlog (431-421) en de Dekeleïsche Oorlog (415-404). Onder hen waren ontheemden, anderen waren avonturiers, terwijl er ook mannen tussen waren als Xenofon, die politieke opvattingen hadden die slecht lagen bij hun stadsgenoten. Lees verder “Peltasten”

Thoukydides’ betrouwbaarheid

Thoukydides (Mozaïek uit Gerasa, nu in het Altes Museum, Berlijn)

Ik had het gisteren over enkele conflicten tussen Sparta en Athene. Dat waren er vier:

In een periode van drieënzeventig jaar stonden de twee mogendheden in tweeënveertig jaren wel en in eenendertig jaren niet tegenover elkaar. Hetgeen ons brengt bij de vraag die u al wilde stellen: als er een Eerste Peloponnesische Oorlog was, was er dan ook een tweede?

Het antwoord is nee. Er is wel een gewone, ongenummerde Peloponnesische Oorlog. Die vormt het onderwerp van het geschiedwerk van de Atheense historicus Thoukydides: hij beschouwde het tweede en derde conflict als geheel, dat volgens hem dus duurde van 431 tot 404. De jaren ertussen waren weliswaar vrede, maar Thoukydides beschouwde een tussenliggende expeditie van Athene richting Sicilië (415-413) als onderdeel van wat hij beschouwde als één Peloponnesische Oorlog. De vraag is of Thoukydides daarmee gelijk heeft.

Lees verder “Thoukydides’ betrouwbaarheid”

Sage, mythe, strip: Frank Millers 300 (5)

[Deze bespreking van het beroemde stripverhaal verscheen eerder op Frontaal Naakt. Het eerste deel is hier.]

Het valt Miller niet kwalijk te nemen dat hij een strip heeft gemaakt van een antieke politieke sage, aangelengd met de nodige moderne mythografie en een vleugje modern-Griekse propaganda. Het is kunstenaars toegestaan de waarheid wat bij te buigen. En zelfs als kunst een politieke boodschap heeft, kun je het als kunst analyseren.

Maar wat is er nu echt gebeurd in Thermopylai? Waarom konden de Grieken zich herstellen van de Spartaanse nederlaag en verdreven ze uiteindelijk de Perzen uit hun land? Moderne oudhistorici worden niet langer gehinderd door gymnasiale vooroordelen en lezen ook wel eens bronnen uit het Perzische rijk. Dat levert een genuanceerder beeld op en helpt ons “tussen de regels door te lezen” in het verslag van Herodotos.

Lees verder “Sage, mythe, strip: Frank Millers 300 (5)”

Sage, mythe, strip: Frank Millers 300 (4)

[Deze bespreking van het beroemde stripverhaal verscheen eerder op Frontaal Naakt. Het eerste deel is hier.]

Frank Millers 300 is dus een navertelling van een politieke sage. Maar er is een verschil: Miller gaat veel verder dan Herodotos. Waar de laatste de tragiek benadrukt van twee gelijkwaardige volken die met elkaar in conflict raken, is de gelijkwaardigheid bij Miller ver te zoeken. Aan de ene kant toont hij heldhaftige Spartanen, echte kerels en “the world’s one hope for reason and justice”; aan de andere kant presenteert hij Aziaten, slaafse en verwijfde types levend “in a sea of mysticism and tyranny”. Het is licht versus donker, mannelijkheid versus verwijfdheid, vrijheid versus slavernij, Europa versus Azië. Het is zelfs blank versus zwart: hoewel Grieken en Perzen verwante Indo-Europese volken zijn, geeft Millers inkleurster Lynn Varley de laatsten een negroïde huidskleur mee.

Zó heeft Herodotos het nooit gepresenteerd. Zijn Grieken vechten beter dan de Perzen, maar laatstgenoemden zijn niet verwijfd. Millers Xerxes is daarentegen een androgyne verschijning, voorzien van talloze juwelen en beroofd van de fraaie baard die hij, blijkens afbeeldingen, heeft gehad. Nergens claimt Herodotos dat de Grieken een superieur gevoel voor “reason and justice” hebben en voor elke tirannieke daad van een Perzische bestuurder weet hij er ook wel een te noemen van een despotische Griek.

Lees verder “Sage, mythe, strip: Frank Millers 300 (4)”