Het einde van Athene (4)

Marcherende hoplieten (Louvre, Parijs)

[Het laatste deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het eerste deel is hier.]

Alleen de Athener Konon was aan het bloedbad bij de Geitenrivieren ontkomen. En met hem de bemanning van negen schepen. De Spartanen bemachtigden of vernietigden de rest van de Atheense vloor. Ze stelden de krijgsgevangen genomen Filokles terecht. Van de andere gevangen Atheners hakten ze de rechterduim af, zodat ze nooit meer een zwaard of roeiriem zouden hanteren. Alkibiades sloeg weer eens op de vlucht en zou korte tijd later zijn einde vinden.

Athene had de oorlog met Sparta, die de laatste jaren succesvol was verlopen, verloren in één avond. Zonder vloot was het immers onmogelijk de stad te bevoorraden met het graan dat Athene importeerde van de Egeïsche eilanden en het gebied rond de Zwarte Zee. De Atheners wisten dat ze gedoemd waren, zoals Xenofon aangeeft:

Lees verder “Het einde van Athene (4)”

Het einde van Athene (3)

De Hellespont, kijkend vanaf de monding van de Geitenrivieren naar Lampsakos

[Het derde, wat lange deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het eerste deel is hier.]

Over wat volgde, bestaan twee verslagen. Het eerste daarvan is geschreven door Xenofon, een tijdgenoot die een vervolg schreef op het onvoltooid gebleven geschiedwerk van Thoukydides. Ik zal hem hierna citeren in de vertaling van Gerard Koolschijn. De andere beschrijving van de slag bij de Geitenrivieren is van Eforos van Kyme. Deze auteur werd enkele jaren na de gebeurtenissen geboren maar kon nog volop overlevenden interviewen. Zijn boek is verloren gegaan, maar een uittreksel is opgenomen in de Bibliotheek van de Wereldgeschiedenis van de Siciliaanse historicus Diodoros.

De twee verslagen lijken elkaar bij de beschrijving van de slag tegen te spreken, maar stemmen overeen over de aanloop. Xenofon zegt het als volgt:

Lees verder “Het einde van Athene (3)”

Het einde van Athene (2)

De Hellespont, kijkend vanaf Lampsakos naar de monding van de Geitenrivieren. Overigens eens van de allereerste digitale foto’s die ik nam, in 2003.

[Het tweede deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het eerste deel is hier.]

Er is wel eens geopperd (onder andere door Simon Hornblower) dat Thoukydides, in de jaren waarin Alkibiades het lot van Athene leek te verbeteren, het idee ontwikkelde dat als een oorlog maar lang genoeg duurde, zelfs de beste krijgsvoorbereidingen minder belangrijk waren dan het blinde toeval. In elk geval was ook de volgende wending in de oorlog een volstrekt toevallige, waarop Spartanen noch Atheners veel invloed hadden kunnen uitoefenen: het vertrek van Tissafernes. De Perzische koning Darius II Nothos had twee zonen, waarvan de oudste, Arsakes, hem zou opvolgen als Artaxerxes II Mnemon. De jongste, Cyrus, liep daarbij in de weg en kreeg daarom in 407 het gouverneurschap van Lydië toegewezen, een eervol ambt dat wel vaker was gebruikt om machtige prinsen weg te promoveren.

Anders dan Tissafernes, die slechts zijn vorst wilde dienen, had Cyrus een verborgen agenda. Hij wilde zijn vader opvolgen. Hij hoopte in opstand te komen tegen zijn broer en had daarvoor Griekse huurlingen nodig, die hij alleen kon krijgen als de oorlog tussen Athene en Sparta ten einde kwam. De logische gevolgtrekking was dat hij een van beide partijen onvoorwaardelijk moest steunen. Aangezien Athene Pissouthnes en Amorges had gesteund, lag het voor de hand dat hij steun ging geven aan de Spartanen.

Lees verder “Het einde van Athene (2)”

Het einde van Athene (1)

Tempel van Nike, Athene

Onlangs schreef ik over de Siciliaanse Expeditie: in 415 v.Chr. probeerde Athene vergeefs Sicilië te veroveren – of althans Syracuse. Het was uitgelopen op een ramp. Terwijl de Atheners in het westen actief waren, hadden de Spartanen Athene opnieuw de oorlog verklaard en koning Agis II had niet ver van de stad een fort ingericht. Hadden ze tijdens de Archidamische Oorlog – meer precies in de jaren 431-425 v.Chr. – het Atheense platteland alleen geplunderd met korte campagnes, nu waren de Spartaanse troepen er permanent. Tijdens de Ionische of Dekeleïsche Oorlog (413-404) brachten enorme schade toe aan de vijandelijke economie.

De anders afstandelijke Thoukydides kan voor één keer niet verbergen dat ook hij uit Athene kwam: zoiets slims konden de Spartanen niet zelf hebben bedacht, zoiets moest wel zijn verzonnen door een Athener. Namelijk Alkibiades, de tijdens de Siciliaanse Expeditie uit het generaalsambt gezette Atheense politicus, die in Sparta in ballingschap was gegaan. Of hij echt zoveel invloed heeft gehad staat te bezien.

Lees verder “Het einde van Athene (1)”

De Siciliaanse Expeditie (5)

Grafmonument van een hopliet (Archeologisch Museum, Peiraieus)

[Dit is het voorlaatste deel van een zesdelige reeks over de Siciliaanse Expeditie waarmee Athene probeerde Syracuse te onderwerpen. Het eerste deel is hier.]

Nu de verslagen Atheners hun vertrek uitstelden, konden de Syracusanen hun geluk niet op. Onmiddellijk blokkeerden ze de ingang van de Grote Haven. Hun tegenstanders deden een wanhopige poging uit te breken, maar in de zeeslag bleken de Atheense triëren geen partij meer te zijn voor die van Syracuse. Voor de Atheners was nu bijna alles verloren, want ze hadden zelfs geen schepen meer om naar huis te varen. Het enige wat erop zat was proberen hun basis in Katana te bereiken. En dus marcheerden ze langs de rivier de Anapos landinwaarts, in de hoop zich een weg door het laaggebergte te kunnen banen. De afwezigheid van cavalerie bleek nu fataal. Thoukydides heeft een huiveringwekkende beschrijving van de ondergang van de Atheners, hier geboden in de vertaling van M.A. Schwartz.

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (5)”

De Siciliaanse Expeditie (4)

Model van een triëre (Allard Pierson, Amsterdam)

[Dit is het vierde stukje in een zesdelige reeks over de Siciliaanse Expeditie waarmee Athene probeerde Syracuse te onderwerpen. Het eerste deel is hier.]

Op dat moment arriveerde de Spartaanse officier Gylippos met versterkingen uit de Peloponnesos. Ook hij bestormde de Hoogten, marcheerde om de nog onvoltooide Atheense muur en bereikte Syracuse, waar het moreel snel verbeterde. Onmiddellijk begonnen de Syracusanen met de bouw van een nieuwe dwarsmuur, waarmee de Atheners moest worden belet hun stellingen te voltooien. Nikias begreep hoe kritiek de situatie was: zou deze dwarsmuur worden voltooid, dan hielden de Syracusanen hun aanvoerlijn open. Terstond zond hij er troepen op af, maar die werden overvleugeld en verslagen door de Syracusaanse cavalerie.

Voor de Atheners was dit het begin van het einde. De Syracusanen voltooiden hun dwarsmuur, Gylippos beveiligde de verdere weg naar het westen door Labdalon in te nemen en de inheemsen liepen over naar Syracuse.

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (4)”

De Siciliaanse Expeditie (1)

Thoukydides (Mozaïek uit Gerasa, nu in het Altes Museum, Berlijn)

Wat was de allerbelangrijkste gebeurtenis uit de Griekse geschiedenis? De Atheense geschiedschrijver Thoukydides wist het: de mislukte expeditie van zijn landgenoten naar Sicilië.

Het was bij mijn weten de belangrijkste gebeurtenis uit de Griekse geschiedenis, omdat ze voor de overwinnaars even schitterend verliep als voor de verliezers rampzalig. Zij zijn immers op overweldigende wijze verslagen en hadden de zwaarste verliezen geleden. Het was zogezegd een nationale ramp: leger, vloot, ja wat niet al, was verloren gegaan. En van al die mensen is maar een handjevol thuisgekomen. (Thoukydides, Peloponnesische Oorlog 7.87.5-6; vert. Hein van Dolen)

Deze woorden uit het geschiedwerk van Thoukydides gelden als hét klassieke voorbeeld van de stijlfiguur die bekendstaat als bathos: na drie plechtige volzinnen volgt op de plaats waar je de ronkende conclusie zou verwachten een zinnetje in spreektaal dat, doordat het de verwachting doorbreekt, bevreemdend overkomt. Vaak is dat komisch bedoeld, maar niet bij de serieuze Thoukydides. Zijn wending in stijl illustreert de wending in de oorlog. Toen hij de geciteerde woorden schreef, vermoedelijk in 411 v.Chr., meende hij dat de mislukte Atheense aanval op Sicilië een keerpunt was geweest in het al langer spelende conflict met Sparta. (Ik blogde al eerder over de aanloop naar de oorlog bij Sybota, over de Archidamische Oorlog van 431-421 en over de slag bij Mantineia in 418.) De Atheense verliezen waren, althans volgens Thoukydides, te groot geweest en toen het conflict met Sparta opnieuw oplaaide (de Dekeleïsche Oorlog, 413-404) zou Athene vroeg of laat bezwijken. Vandaar: de Siciliaanse expeditie was de belangrijkste gebeurtenis uit deze oorlog en de hele Griekse geschiedenis.

Lees verder “De Siciliaanse Expeditie (1)”

De slag bij Mantineia (2)

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

[Vierde deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

De Spartanen waren uitgerukt tegen een coalitie van Argos, Mantineia, Elis en Athene. Volgens Thoukydides stuitten de legers twee kilometer ten zuiden van Mantineia op elkaar. De Spartanen, die meenden dat hun vijand zich noordelijker bevond, rukten in een rij op door een bos en zagen, toen ze de bosrand hadden bereikt, ineens het al opgestelde leger van hun tegenstanders. Snel stelden de Spartaanse onderdelen zich op:

Lees verder “De slag bij Mantineia (2)”

De slag bij Mantineia (1)

Romeins mozaïek met een portret van Alkibiades (Museum van Sparta)

[Derde deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

De Archidamische Oorlog (431-421 v.Chr.) was geëindigd met een vredesverdrag, maar in Athene heerste grote frustratie. Men had de oorlog niet verloren maar ook geen verbetering bereikt in de strategische positie. De ergernis maakte de weg vrij voor politici als Alkibiades, die met diplomatieke middelen wilde bereiken wat met geweld niet was gelukt. Sparta’s reputatie was zo sterk gehavend dat het in 420 kon worden uitgesloten van deelname aan de Olympische Spelen zonder dat het daartegen veel kon uitrichten.

Een grotere vernedering bestond niet en op de Peloponnesos begon zich een nieuwe, niet meer door Sparta gecontroleerde, alliantie te vormen van de democratische stadstaten Argos, Mantineia en Elis. Alkibiades meende dat Athene zich daar alleen maar bij hoefde aan te sluiten om verzekerd te zijn van bondgenoten in Sparta’s achtertuin. Dat moest voldoende zijn om de Spartaanse alliantie uiteen te doen vallen.

Lees verder “De slag bij Mantineia (1)”