Een andere “ander”

Wie de Griekse teksten leest over de Skythen of de Romeinse teksten over de Germanen, stuit al snel op passages waarvan je je afvraagt wat daar aan de hand kan zijn. Zo zijn er Germanen die het haar op hun voorhoofd lang dragen en op hun achterhoofd kort. De Germaan is dan de anti-Romein, levend in een omgekeerde wereld. Hij is de Ander. Hetzelfde geldt voor de Skythen en nog een hele trits volken rondom de Grieks-Romeinse wereld.

Over “de constructie van de Ander” is veel geschreven. Op zich gaat het om een simpele constatering: u en ik, we definiëren wie we zijn door (onder meer) aan te geven wat ons onderscheidt van onze naasten. Ik ben niet mijn zus, want ik woon in Amsterdam en zij woont op Curaçao. Ook ben ik mijn buurman niet, want hij woont aan de voorkant van het huis terwijl ik uitkijk op de achtertuin. Elk “ik” veronderstelt een ander, zo simpel.

De constatering dat de mens een knooppunt is in een netwerk van medemensen, lijkt neutraal maar kan vrij makkelijk worden gepolitiseerd. Niet iedereen heeft in dit netwerk immers evenveel te vertellen. Het denken over deze tegenstellingen is een beetje een Amerikaanse ontwikkeling. Wit tegen zwart, rijk tegen arm, man tegen vrouw, hetero versus homo, u weet wel. Die nadruk op tegenstellingen is soms verhelderend en noodzakelijk, soms ook vrij steriel en overbodig.

Erich Gruen heeft, min of meer als een contrapunt tegen “de Ander als vijand”, in Rethinking the Other in Antiquity de verbindingen benadrukt. Niet de feitelijke overeenkomsten, waarvan er vele zijn, maar hoe de Grieken, Joden en Romeinen het zelf conceptualiseerden. Tegenover elk vijandsbeeld plaatst hij beelden van verbindingen. Jedes du ist ein Alter Ego.

Rethinking the Other in Antiquity is niet op elke pagina even overtuigend, maar bevat wel op elke pagina een observatie waarbij je denkt “zo had ik het niet bekeken”. Je kunt bijvoorbeeld naar die woeste Germanen kijken als aartsvijanden van de Romeinen, tegenover wie een Romein kan tonen wat ’ie waard is, maar ook het omgekeerde is waar: dat die Germaan tegenover de Romein zijn Germaanse zelf moet zien te bewijzen. En dat die twee elkaar nodig om het beste uit elkaar naar boven te brengen.

Kortom: Rethinking the Other in Antiquity is een interessant boek en een mooi deel in de reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”.

PS

O ja, ik weet dat het voor sommige gebruikers van de reageerpaneeltonelen onweerstaanbaar aantrekkelijk is meningen te geven over Amerikaanse politieke filosofie. Zullen we dat eens een keertje achterwege laten? Er zijn al teveel mensen die hier niet langer reageren door de politieke discussies.

3 gedachtes over “Een andere “ander”

  1. Rob Duijf

    ‘Ik ben niet mijn zus, want ik woon in Amsterdam en zij woont op Curaçao. (…) Elk “ik” veronderstelt een ander, zo simpel.’

    Fysiek gezien is dat zo, alhoewel er complexe interacties zijn tussen afzonderlijke biologische organismen en dat geldt voor mensen ook. Het onderzoek naar ecosystemen is nog betrekkelijk jong. We maken met zijn allen deel uit van een zeer complex biologisch systeem.

    Bij mensen speelt – behalve het natuurlijke onderscheidingsvermogen – innerlijk nog iets anders, namelijk beeldvorming. Ik heb een beeld, een idee, van de ander en van mijzelf, zoals ik een beeld heb van de wereld en het ‘andere’, het ongeziene. Die verbeelding is de werkelijkheid niet, maar schept wel verdeeldheid; het idee dat ik anders ben dan jij en dat ik als ego, als individu, los sta van mijzelf, de ander en de wereld om mij heen.

    En als ik denk dat ik anders ben, dan ben ik dat ook, omdat door mijn handelen de verbeelding manifest wordt. Dus als ik denk dat ik anders ben dan jij, dan zal ik me als zodanig naar jou gedragen. En jij doet precies hetzelfde… Dat dualisme is in potentie conflict. Het psychologisch mechanisme van identiteit en identificatie in de mens is al heel erg oud en gecultiveerd. Het zit als conditionering diep in ons bewustzijn verankerd, omdat we het vanaf onze geboorte met de paplepel krijgen ingegoten.

    Als we de ander werkelijk willen ontmoeten, dan zullen we moeten inzien dat beeldvorming de waarneming blokkeert. Dat inzicht doorbreekt de ketenen van de conditionering. Dat is niet simpel, anders zouden we het wel doen…

    PS: Er zit een foutje in de titel van jouw wederom leuke vlog: ‘Rething’. Maar dat was je ook wel opgevallen… 😉

  2. Robbert

    Beste Rob Duijf,
    Je schrijft, geheel in lijn met wat je, niet te missen! al eerder schreef:
    “Dat dualisme is in potentie conflict”.
    Juist! Maar je vergeet: Dat dualisme is in potentie ook: samenwerking.
    Samenwerken en conflict, daar draait het om. Het slappe koord, de evenwichtsbalk.

    1. Rob Duijf

      ‘Dat dualisme is in potentie ook: samenwerking.’

      Nee, in tegendeel!

      Samenwerking veronderstelt eenheid (etymologisch beteken samen: bijeen). Het mag duidelijk zijn dat daarvan in het geval van dualisme geen enkele sprake is, omdat minimaal twee partijen met ieder hun eigen belangen tegenover, of op zijn best, naast elkaar staan. Twee parallelle lijnen zullen echter nooit samenvallen, zullen elkaar nooit ontmoeten, terwijl dat juist zo ontzettend belangrijk is!

      Als we ‘samenwerking’ meer willen laten zijn dan een retorisch begrip, dan zullen we moeten beseffen wat ons verdeeld houdt, namelijk identificatie: ‘de blauwe veren’ vs. ‘de rode veren’. Dualisme betekent strijdt. Bij het ‘beschaafd’ sluiten van moeizame, tijdrovende compromissen, waarbij iedere partij de eigen agenda op zak houdt, om die te pas en te onpas te kunnen trekken, gaat kostbare tijd en energie verloren. Dat is een feit, het gebeurt! In echte samenwerking komt echter een enorme energie vrij, die nodig is om snel te kunnen schakelen.

      Eenheid zal er pas zijn, wanneer we de verdeeldheid opheffen. Samenwerking overstijgt het eigen belang. Ik hoef je niet te vertellen dat op de grote en kleine tonelen van de mensheid momenteel een aantal stukken speelt die schreeuwen om samenwerking, om eenheid, omdat er geen tijd te verliezen is!

Reacties zijn gesloten.