Hypothese en hulphypothese

Gezichtsmasker van een Romeinse helm, gevonden te Kalkriese

Niet ver ten noorden van Osnabrück ligt het dorpje Engter met daarnaast een plek die Kalkriese heet. Archeologen hebben daar een enorme hoeveelheid Romeinse militaria aangetroffen, gelegen tussen een moeras en de resten van een aarden wal op een heuvel. Wie op een landkaart van oost naar west kijkt, ziet de vondsten in een soort rechte lijn liggen tot hij aankomt bij het smalle stuk tussen wal en moeras. Daarvandaan waaieren de vondsten in twee richtingen uit: naar het noordwesten en naar het zuidwesten.

Engte

Al jaren wordt deze plek geassocieerd met de Slag in het Teutoburgerwoud in het najaar van 9 n.Chr. De Romeinen kwamen uit het oosten, moesten hier langs het moeras en werden vanachter de wal bestookt door Germaanse krijgers. De legertros viel uiteen: een groep ging naar het noordwesten, de andere naar het zuidwesten. De vondsten duiden op de aanwezigheid van voetvolk, ruiters, administratief personeel en vrouwen. De naam “Engter” is een letterlijke vertaling van het eerste woord van Saltus Teutoburgiensis, want saltus betekent niet alleen “woud” maar ook “weide”, “pas” of (in dit geval) “engte”. Het Teutoburgerwoud is dus geen woud en pollenonderzoek heeft bevestigd dat er weinig bosvegetatie was.

Een belangrijke correctie op het bovenstaande verhaal was, nog niet zo lang geleden, dat de wal niet door de Germanen was gebouwd om de Romeinen onder vuur te nemen, maar dat het de zijkant was van een Romeins kamp. Het bewijs bestond uit 200 zilverstukken, gevonden ten zuiden van de wal – dus in een door Romeinen beheerst gebied. Dit is inmiddels verder gecompliceerd door een tweede wal achter de eerste wal. We weten domweg nu niet wat dit alles betekent.

LPA

Er is nog een ander probleem: er is een zwaard gevonden met daarop de letters LPA, Legio Prima Augusta, dat later I Germanica zou heten. De legioenen die met generaal Varus ten onder zijn gegaan in de Teutoburger Engte zijn XVII, XIIX en XIX.

Eén oplossing van het probleem is dat dit zwaard hier is verloren door een latere bezoeker. Het Eerste Legioen is inderdaad in de Teutoburger Engte geweest, namelijk toen prins Germanicus er terugkeerde om de doden te begraven. Dus deze hypothese is welbeschouwd zo vreemd niet. Een andere hypothese is dat een soldaat was overgeplaatst. Of dat LPA iets anders betekent. Lucius Postumius Albus bijvoorbeeld.

Hypothese en hulphypothese

Wat we hier in feite zien, is dat we een goede hypothese hebben – Kalkriese maakte deel uit van de gevechten in 9 n.Chr. – en wat conflicterend bewijsmateriaal. In de praktijk is één aanwijzing voor het tegendeel meestal onvoldoende om een goede hypothese op te geven. Je stelt liever een hulphypothese op. Vergelijk het met natuurkunde: de baan van Mercurius is niet te verklaren met de wetten van Newton, maar geen natuurkundige piekerde erover die opzij te schuiven. En uiteindelijk bood Einstein de verklaring.

Zo is het ook hier: om de hypothese dat Kalkriese iets van doen heeft met de gebeurtenissen in het jaar 9 op te geven, is méér nodig dan een zwaard met de letters LPA. We ruimen conflicterende informatie op met een hulphypothese en pas als we dat al te vaak moeten doen, wordt het tijd om écht na te denken.

De tijd zal het leren. En er wordt nog volop gegraven. Een handig overzicht stond afgelopen weekend in de Frankfurter Allgemeine.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

82 gedachtes over “Hypothese en hulphypothese

  1. Rob Duijf

    ‘Het Teutoburgerwoud is dus geen woud en pollenonderzoek heeft bevestigd dat er weinig bosvegetatie was.’

    In het Nederlands kan ‘woud’ de betekenis ‘wildernis’ hebben. Veel Nederlandse plaatsen hebben ‘woud’ in hun naam. Denk aan Woudsend, Veenwoude, De Woude. Dan moet je eerder denken aan moerasvegetatie of broekbos met struiken en bomen, pioniers die zich in die vochtige omstandigheden thuis voelen, zoals wilgen, els en berken.

    Tijdens mijn bezoek aan Kalkriese heb ik ook in de omgeving gewandeld. In het Venner Moor, ten noorden van de site, wordt nog steeds turf gestoken. De vegetatie daar geeft een aardig beeld van een ‘woud’. Kalkriese ligt in Nedersaksen, op de Noordduitse laagvlakte, in wezen op ‘een steenworp’ afstand van wat wij nu Nederland noemen, maar in de Romeinse tijd een aaneengesloten natte Germaanse wildernis moet zijn geweest.

  2. Huibert Schijf

    Bedankt voor die verwijzing naar dat stuk in de FAZ. Het is niet achter een betaalmuur gestopt. Verbeeld ik me dat, of is de kwaliteit van dit stuk beter dan wat we gewoonlijk in Nederlandse kranten aantreffen. Ik begrijp niet waarom dat zwaard een weerlegging van de veronderstelling zou zijn over de locatie van de slag. Dan zouden we iets over de drager van het zwaard moeten weten. En dan nog. Ik weet niets over Romeinse legers, maar misschien was hij een verbindingsofficier. Aan de andere kant een odd case (zo heet dat technisch) is altijd de moeite waard om verder te onderzoeken. Veel odd cases zouden overigens ook geen weerlegging van de veronderstelling betreffende locatie zijn.
    Maar wel dat er in de samenstelling van die drie legioenen misschien iets over het hoofd is gezien.

  3. A. den Teuling

    Onder het artikel staat een link naar een uitvoeriger beschouwing, die helaas wel achter de betaalmuur zit…

  4. Saskia Sluiter

    Het fijne aan de Frankfurter Allgemeine is dat je je als lezer serieus genomen voelt. Van zo’n artikel steek je echt wat op. Heldere afwegingen, duidelijke formuleringen. Op de een of andere manier krijg je dat gevoel bij de kranten hier steeds minder. Die lijken steeds meer op de kijker af te stemmen: lappen van foto’s en een beetje tekst.
    Kalkriese wordt overigens hoe langer hoe interessanter, dank hiervoor!

  5. FrankB

    “Ik begrijp niet waarom dat zwaard een weerlegging van de veronderstelling zou zijn over de locatie van de slag. ”
    Dat is het ook niet. Het zwaard is wel iets dat niet verklaard kan worden met het simpele “hier vond de Slag bij het Teutoburgerwoud plaats”. Zie de titel van dit stukje: de term “hulphypothese” verwijst niet naar weerlegging, maar naar aanvulling.
    Het is inderdaad heel aardig om een vergelijking met de baan van Mercurius te maken. Want die is weer eens een beetje ingewikkelder dan op het eerste gezicht lijkt.

    https://nl.wikipedia.org/wiki/Mercurius_(planeet)#Baan

    JonaL’s punt dat niemand ooit overwoog om Newton’s wetten overboord te gooien klopt. Thomas Kuhn wees er al op Popper’s Falsificatieprincipe niet deugt als beschrijving van de wetenschappelijke werkwijze. Het is wel zo dat theorieën vervangen worden als er nieuwe theorieën opduiken die een groter aantal relevante empirische data verklaren. Met de nadruk op als.
    Dat is gebeurd in het geval van Mercurius. Newton’s klassieke mechanica is nl. een vereenvoudiging van Einstein’s relativiteitstheorie. Zie Wikipedia, correspondentieprincipe.
    In het geval van Kalkriese gaat dat niet op. We kunnen echt niet zeggen dat Einstein een stel hulphypotheses formuleerde. De relativiteitstheorie is op bepaalde punten nl. gewoon in strijd met Newton’s klassieke mechanica. Bijvoorbeeld gps-systemen weerleggen die laatste. Op het onverwachte zwaard dat in Kalkriese is gevonden is het correspondentieprincipe niet van toepassing, juist omdat die een aanvullende verklaring behoeft.
    Er zijn in de geschiedkunde wel gevallen te vinden waar het correspondentieprincipe wel van toepassing is. Ze zijn op deze blog ook wel eens voorbij gekomen, maar ik kan zo gauw geen voorbeeld bedenken.
    Een aardig voorbeeld van een hulphypothese in de natuurkunde is Planeet Negen (Engelse Wikipedia, Planet Nine). Want het huidige model van ons Zonnestelsel klopt nog steeds niet volledig. En inderdaad, niemand die er over denkt het werk van Newton en Einstein opzij te schuiven. Aanvullende verklaringen in overvloed. Maar wat nu als Planeet Negen er niet blijkt te zijn?
    Om JonaL’s favoriete uitspraak te citeren: we weten het weer eens niet.

    1. Martin van Staveren

      De klassieke mechanica is een lage snelheid benadering van de speciale relativiteitstheorie. De vereiste GPS correctie wordt uitgelegd door de algemene theorie. Die GPS satellieten bevinden zich verder van Aarde af, in een minder sterk gekromde spacetime, dan klokken hier op het aardoppervlak.

  6. FrankB

    Een voorbeeld van het correspondentieprincipe in de geschiedkunde wordt gegeven door de Kruistochten. Om bekende politieke redenen worden die nogal eens verklaard uit de tegenstelling islam vs. christendom (vergelijk ook Holland en Huntingdon). Nou zal die vast wel een rol hebben gespeeld, maar er is een hele reeks bekende relevante historische feiten die niet in die tegenstelling passen. Een aardige vind ik altijd Rodrigo Diaz de Vivar (en al helemaal het verschil met de filmversie), maar men kan ook aan de Baltische Kruistochten denken. Er zijn dan ook beslist betere theorieën geformuleerd, waarin religie nog steeds terug te vinden is.

  7. FrankB

    Vrijdag as zullen we zien of Julius Caesar het inderdaad bij het rechte eind had toen hij zei dat de Belgae de dappersten zijn. De Bataven zijn het iig niet, zo is gisteren gebleken; zij betoonden zich allesbehalve moedig tegen de Boii en werden smadelijk aan hun zwaard geregen in de Slag om Aquincum.

    1. Saskia Sluiter

      Dat bespaart ons een hoop oranje gehos (en hopelijk een berg oranje plastic zooi). Mij hoor je niet klagen om de nederlaag bij Aquincum.

      1. FrankB

        Het geween en geknars van vrouwen en kinderen is tegenwoordig ook niet meer wat het in de Oudheid was.

        1. Saskia Sluiter

          Zonder dollen, ik mag als eenentwintigste eeuwse vrouw in deze uithoek van de wereld mijn handjes dichtknijpen. Het geween en geknars van vrouwen en kinderen was bij een nederlaag niet voor niets. En wij kunnen daar gewoon een geintje over maken. Count our blessings…

    2. Dirk Zwysen

      Na met de Lusitanii afgerekend te hebben, plannen de Belgae vrijdag wraak te nemen op de Romeinen voor de Sabis. Wat denken die kleine mannetjes trouwens te beginnen tegen reuzen als Lukaku? Als de Helvetii straks door de Galliërs worden teruggestuurd naar hun verbrande dorpen, zullen de Belgae in de volgende ronde de beruchte Murus Gallicus slopen of de Iberiërs doldraaien als hun eigen slingers. In Londinium tenslotte zullen wij het grote mengvat bemachtigen want er is in die paar duizend jaar weinig veranderd aan onze voorkeuren. Noch aan onze snoeverij.

  8. Ben Spaans

    Als die versterkingen tot een Romeins kamp hoorden dan wijst dat toch niet op een marcherende legertros die door een Germaanse hinderlaag uiteen werd geslagen?

    1. Rob Duijf

      Volgens Casius Dio, die het meest uitgebreid schrijft over de slag, slaagden de Romeinen er in om een noodkamp aan te leggen. Daar moet je je m.i. niet al te veel van voorstellen; meer dan een greppel en een daaruit opgeworpen aarden wal met aangepunte stokken, waarvan elke legionair er een paar meedroeg, zal het niet zijn geweest. Ze hadden de tijd niet voor een uitgebreide verdediging, want ze werden belegerd.

      Als dat verhaal klopt, is het de vraag waar dat noodkamp moet worden gezocht. Behoort de wal die in Kalkriese is gevonden daartoe? Wat mij opvalt is dat die wal hoog is en een golvend verloop heeft.

      Ik kan me niet goed voorstellen dat de Romeinen daar tijd voor hebben gehad en bovendien wijkt die wal af van de rechte walconstructies van bekende Romeinse kampen. Denk bijvoorbeeld aan het marskamp bij Ermelo.

      1. Frans Buijs

        Misschien maakten de Romeinen gebruik van een natuurlijke glooiing in het land? Als je heel snel een kamp wilt opbouwen, zou dat een voor de hand liggende gedachte zijn.

        1. Rob Duijf

          Dat zou kunnen. De Romeinen waren praktisch; ze pasten hun basisplan aan aan de gesteldheid van het terrein. Dat zie je bijv. ook bij het marskamp bij Ermelo.

          De wal op site van Kalkriese is echter niet recht, maar in een golf aangelegd, dus afwisselend in- en uitspringend. Snap je heb het beeld? Ik heb daar in het terrein geen fysieke aanleiding gezien om dat zo te doen. Dus ik denk dat dit bewust zo is aangelegd als strategisch aanvals- cq verdedigingswerk. En dat is volgens mij heel on-Romeins. Maar ik laat me graag verbeteren op dit punt.

          1. Frans Buijs

            Okay. Ik ben er niet geweest, dus veel kan ik er niet over zeggen. Ik probeerde een beetje mee te denken.

            1. Rob Duijf

              ‘Ik probeerde een beetje mee te denken.’

              Daar is niks mis mee. Zouden meer moeten doen.

            2. Rob Duijf

              ‘Okay. Ik ben er niet geweest (…)’

              Okay. Eerste op je bucketlist! 😉

              Als je bent geïnteresseerd in archeologie in uitvoering moet je hier zijn…

              Niet alleen vanwege de site, maar ook vanwege de manier waarop men probeert aanschouwelijk te maken, wat daar ooit is gebeurd. De hoeveelheid vondsten, verspreid over het terrein vertellen een verhaal dat steeds wordt bijgesteld, maar in grote lijnen een schokkende gebeurtenis die ruim 2000 jaar geleden plaatsvond, huiveringwekkend dichtbij brengt.

              Het doet me denken aan de archeoligische opgravingen van de Romeinse vlootbasis Flevum bij Velsen dat in 27 CE werd belegerd door woedende Friezen. De archeoligische reconstructie van die gebeurtenissen laat zich haast van minuut tot minuut lezen als een spannend boek.

              Daarmee vergeleken is Kalkriese m.i. indrukwekkend in het kwadraat…

              Helaas kost wetenschappelijk onderzoek ook in Duitsland geld. Dat moet op de een of andere manier worden verdiend. En dus wordt ook Kalkriese ‘vermarkt’. Ze doen het wel op een leuke manier.

              https://www.google.com/url?q=https://www.geheimoverdegrens.nl/stad-en-cultuur/musea/varusslag-in-het-osnabrucker-land-museum-und-park-kalkriese/&sa=U&ved=2ahUKEwjtzbDvxLvxAhVPtqQKHWwzCHMQFjAAegQIBBAB&usg=AOvVaw0VvWm8j03AxMqISFPoDmK3

  9. Jort Maas

    Oei, hier gaat toch het een en ander mis. Falsificatie is gewoon nog relevant omdat het uitgevoerde experiment (de vondst van een zwaard) een ambigu resultaat (interpretatie) heeft. Het is daarom juist om de hoofdhypothese (nog) niet te verwerpen. Er is juist een onderzoeksvraag bijgekomen (hoe zit het met het zwaard), maar methodologisch is er niets aan de hand.

  10. Martin van Staveren

    Klopt. In de techniek heb je vaak ruis en mogelijk systematische fouten. Dus als een meting niet exact met de theorie overeenkomt dan is er nog geen man overboord, zolang de meting binnen de error bar ligt is er niets aan de hand.

  11. Jort Maas

    En mbt ‘hulphypothesen’, daar is op zich niets mis mee zolang die zelf in principe ook gefalsificeerd kunnen worden. Want anders kun je op die manier elke denkbare hypothese immuun voor kritiek maken. Het behoeft geen verdere uitleg dat die situatie onwetenschappelijk is (laat staan zonde van de tijd).

    1. FrankB

      “daar is op zich niets mis mee”
      Met dien verstande dat, in geval van keuze, we de verklaring accepteren met het minste aantal hulphypotheses.
      Ook met dien verstande dat hulphypotheses zonder ondersteunende empirische data met skepticisme bekeken moeten worden. De snarentheorie (u weet wel, tien dimensies en zo) heeft in de natuurkunde daarom bij lange na geen consensus bereikt. Nog een bekend maar iets ander twijfelgeval is het multiversum.

      1. Martin van Staveren

        De vraag is inderdaad of een hulphypothese geloofwaardig is. Je kunt wel een hulphypothese uit je duim zuigen, maar waarom zou je die serieus nemen? Ik verwijs maar weer eens naar Bayes.

      2. Jort Maas

        Zeker, alhoewel sommigen zeggen dat het multiversum de enige verklaring zonder extra aannames is van het ‘double slit experiment’. Overigens ga ik nog een stap verder: zelfs ‘hoofdhypothesen’ met veel ondersteunende empirische data moeten met skepticisme bekeken worden. Bergen met empirische data zijn namelijk nooit een bewijs. Er zijn dat soort bergen voor de relativiteitstheorie van Einstein, maar we weten/vermoeden dat het niet het laatste woord is.

      3. FrankB

        “Ik verwijs maar weer eens naar Bayes.”
        In het geval van het multiversum hebben we daar niet zoveel aan, omdat voor bepaalde data dat multiversum de enige mogelijke verklaring is – voorlopig. “Enig mogelijk” mag hier niet gezien worden als synoniem voor “correct”. Om JonaL maar weer eens te parafraseren: de theorievorming lijdt aan een gierend gebrek aan empirische data.

        “we weten/vermoeden dat het niet het laatste woord is”
        Weten. De nu bekende relativiteitstheorie werkt niet voor de allereerste fase (minder dan een seconde) van ons heelal, met name voor oneindige dichtheid op t = 0. Het is niet helemaal uitgesloten dat ze verbeterd kan worden, maar voor zover ik weet gokt daar nauwelijks een natuurkundige op.

        1. Jort Maas

          Het zit wel iets anders. Men verwacht een kwantummechanische formulering van zwaartekracht. Dat is exact de grens van de natuurkunde waar men nog voortgang kan verwachten en dat is dus ook waar veel inspanningen naartoe gaan. En ‘weten’ is een lastig begrip in deze context. We weten namelijk niets 100% zeker. Zelfs onze beste natuurkundige theorie, kwantummechanica, vertoont de laatste tijd barstjes. Iedereen die in de geschiedenis beargumenteerd heeft dat de wetenschap (al dan niet snel) voltooit zou zijn had het bij het verkeerde eind. Er is nu niets wezenlijks anders. We weten veel nog gewoon niet. Degenen die anders beweren zijn verblinde dogmatisten.

          1. Martin van Staveren

            De quantummechanica is een positivistische theorie. Er zijn gewoon regels (een algebra) opgesteld die met de waarnemingen in overeenkomst waren. Het idee is dat gravity ook quantummechanisch te beschrijven zou moeten zijn. Maar door volledig gebrek aan data zijn string theory en quantum gravity alleen maar onbevestigde theorietjes. Dat geldt ook voor de multiverse, die is verzonnen door mensen die denken dat de quantummechanica begrijpelijk zou moeten zijn. Het probleem is de superpositie van twee toestanden. Als we een meting doen dan wordt slechts één daarvan gerealiseerd. De andere uitkomst had ook gekund. Wat bepaalt dan welke van de twee mogelijke uitkomsten wordt gerealiseerd? Is dat nog causaal? In een positivistische theorie maakt dat niet uit, de theorie werkt goed en dat is het dan.

          2. Rob Duijf

            Het is nog maar de vraag of we ooit zullen weten in termen van kennis.

            Iedere theorie is een abstractie van de werkelijkheid, op zijn best een nauwkeurige benadering. Wat dat betreft gedragen sommige wetenschappers zich godsdienstig.

            1. Jort Maas

              Exact, dat komt omdat absolute verificatie onmogelijk is. Maar omdat falsificatie wel kan is er toch voortgang mogelijk. Zo hoeven wetenschappers niet dogmatisch of subjectivistisch te zijn.

              1. Rob Duijf

                Precies. Het enige meetinstrument dat we in handen hebben, is subjectief. Zijn we ons daar niet van bewust, dan sturen we op gewenste uitkomsten.

              2. Jort Maas

                Priors zijn subjectieve persoonlijke toevoegingen aan statistiek. Je kunt iemand zijn die denkt dat dit nodig is om betere theorieen te verkrijgen, of iemand die denkt dat dit laagje subjectiviteit onnodig is. Als je niet oppast met je aannames riskeer je de kans om niet dichter bij de realiteit te komen terwijl dat wel je doel is. Een terechte waarschuwing in het stuk waar je naar linkte.

          3. Martin van Staveren

            Quantummechanica is als zodanig alleen een framework, en geen theorie. Er moet van het te bestuderen systeem nog steeds een model worden gemaakt, bv welke interacties zijn relevant? Dat is dan een theorie. Vaak is het model een (lage energie of lineaire) benadering, maar daarmee is het QM framework nog niet fout.

  12. Ben Spaans

    De beschrijving van de ondergang van Varrus bij Cassius Dio gelezen hebbend (via Lacus Curtius) gelezen hebbend zagen de Romeinen toch echt door de bomen het bos niet meer, zeg maar. Als er geen bos was, is Dio hier als bron dan niet vrij waardeloos ( doornatte en daardoor onbruikbare schilden klopt ook, meen ik hier weleens te zij tegengekomen)?

    Los daarvan, zou de legertros echt nergens beboste stukken tegengekomen zijn?

    1. Rob Duijf

      ‘Los daarvan, zou de legertros echt nergens beboste stukken tegengekomen zijn?’

      Kalkriese ligt aan de voet van een noordelijke uitloper van het Wiehengebirge; direct ten noorden daarvan begint de Nort Deutsche Tiefebene. Op die bergrug staan bossen. De legertros is daar echter onderlangs geleid, een smalle corridor tussen het gebergte en een uitgestrekt veen- en moerasgebied. Natte zomp dus. Daar zul je geen eiken-, beuken-, of naaldbossen tegenkomen. Die staan juist op de flanken en hoogten van het gebergte. Wat je er wel mag verwachten is een wildernis – een woud of wold – van dichtbegroeide ‘broekbossen’ met bomen en struikgewas dat tegen natte voeten kan, zoals wilgen, els en berken.

      Zie verder mijn eerste reactie hierboven.

      1. Ben Spaans

        Dio heeft het wel over een geïmproviseerd bivak (encampment) op een beboste heuvel (wooded hill), b.v.

        1. Frans Buijs

          Wat we hier niet mogen vergeten is dat Dio een paar honderd jaar later schreef en het gebied niet zelf gezien had.

  13. Ben Spaans

    Doornatte en daardoor onbruikbare schilden klopt ook niet, meen ik hier weleens te zijn tegengekomen.

  14. Rob Duijf

    @Martin van Staveren – Jort K. noemt hierboven ‘voortgang’ dat jij vertaalt met ‘vooruitgang’. Ik vraag me af of we hier niet twee verschillende begrippen van doen hebben?

    Wetenschappers zijn niet geïnteresseerd in wat ze weten, maar in wat ze niet weten. Weten in de zin van kennis is: ‘wat gekend is’, dus wat was; en van daaruit wat wel of niet zou kunnen zijn. Kennis van wat is, bestaat niet! Wat wetenschappers doen, is het volgens wetenschappelijke spelregels verplaatsen van theoretische piketpaaltjes om tot bewijs te komen. Is het bewijs geleverd dan staan de piketpaaltjes vast en kan de volgende stap worden gezet. In die zin is er sprake van voortgang. Het betekent wel dat we dezelfde spelregels moeten hanteren en de vraag is: wat zijn de juiste spelregels?

    Wat we uiteindelijke met de gekende resultaten doen, de kwaliteit van handelen, is bepalend voor de vraag of we ook vooruitgang boeken. Daar valt in onze wereld heel wat op af te dingen…

    1. Martin van Staveren

      De stelling van Bayes is een theorema, het gaat niet over arbitraire piketpaaltjes. Ik bedoelde vooruitgang in de zin van een betere hypothese verkrijgen. Uit het theorema van Bayes volgt dat niet-predictieve hypothesen niet nuttig zijn. Het feit dat een hypothese misschien waar zou kunnen zijn zegt helemaal niets. Dat is natuurlijk de nekslag geweest voor theologie en filosofie, en voor religie in het algemeen.

      1. Jort Maas

        1) ik heb nooit gezegd dat vooruitgang NIET zit in het formuleren van een betere hypothese, het gaat erom hoe men daar komt

        2) een ‘theorema’ is geen goddelijke absolute waarheid net zo min als iedere andere hypothese of theorie, neem het als absoluut op eigen risico maar noem het dan geen wetenschap maar geloof

        3) dat iedere mogelijke hypothese incorrect kan zijn is exact de reden dat er vooruitgang mogelijk is en kritiek en discussie noodzakelijk zijn.

        1. Martin van Staveren

          Ja OK, waar komt logica vandaan? En ja, discussie en kritiek zijn nodig, maar dan wel geïnformeerde discussie en kritiek, daar schort het tegenwoordig nog wel eens aan.

      2. Martin van Staveren

        Vandaag in NRC een opinie van Jan Schinkelshoek en Gerrit Voerman over de neergang van het CDA. Daarin:

        “Als gevolg van allerlei structurele ontwikkelingen – ontideologisering, secularisering, deconfessionalisering, individualisering – zijn de christen-democraten vanaf het midden van de jaren zestig stap voor stap de vanzelfsprekende achterban kwijtgeraakt. Net als bij een andere volkspartij, de PvdA, is het klassieke reservoir kleiner geworden. En wat zich nog wel christen noemt, stemt al lang niet meer automatisch op het CDA.”

        Ja, “ontideologisering, secularisering, deconfessionalisering, individualisering”.

        Dat zou ook wel eens een rol kunnen spelen in de neergang van de geesteswetenschappen.

        1. Ook het omgekeerde is denkbaar. De geesteswetenschappen doorgronden onze ideeën. formuleren alternatieven en bevrijden de mensen daardoor van vooroordelen. Ik denk dat dat goed is, maar je kunt het aanbieden van alternatieven opvatten als ideologische manipulatie.

          Het ligt heel genuanceerd, maar ik begrijp wel waarom mensen de geesteswetenschappen afdoen als ideologisch vooringenomen. Dat de geesteswetenschappers zo weinig uitleggen hoe ze tot hun conclusies komen en dat die niet op lucht zijn gebaseerd maar intersubjectief toetsbaar zijn, maakt de geesteswetenschappers medeverantwoordelijk voor dat misverstand.

          1. Martin van Staveren

            “Dat de geesteswetenschappers zo weinig uitleggen hoe ze tot hun conclusies komen”, ja dat is denk ik het punt.

            Het komt ook voor dat geesteswetenschappers tot een incorrecte conclusie komen omdat ze het verschil tussen correlatie en oorzakelijk verband niet begrijpen. Ik meen dat dit het grootste probleem is. Men plot gewoon iets in een x-y grafiek, en als daar een duidelijke correlatie tussen y en x in te zien is, dan is x dus de oorzaak van y. Ik heb dat vaak gezien, vooral bij politiek gevoelige onderwerpen. Zie de onderwijskunde. Of men begrijpt dat verschil wel, maar doet alsof men het niet begrijpt. De universiteit als voortzetting van de politiek, ik vind dat niet in orde. Ik heb nooit FvD gestemd maar Baudet had wel een puntje toen hij het over de universiteiten had. Alleen, als je geen goede predictieve theorie voor het verschijnsel hebt, hoe kun je dan concluderen wat het echte oorzakelijke verband is? Ik concludeer hieruit dat er vakgebieden zijn die op los zand zijn gebouwd.

          2. Jort Maas

            Sommige menswetenschappen zijn ook ideologisch vooringenomen. Dit gebeurde toen het acceptabel/mode werd om objectiviteit los te laten, op basis van argumenten die voortkomen uit slechte filosofie. Wat er voor in de plaats komt is vaak autoritair denken, dat vele vormen kan aannemen. De smeulende puinhopen van de archeologische theorie zijn daar een tragisch voorbeeld van.

            1. Ben Spaans

              ‘Rechtse’ cultureel antropologen? Migratie-experts die uiterst sceptisch tegenover migratie staan? Rechts-extremisme experts die steeds positiever over bruin gedachtegoed worden? Arabisten die Israël op zich een goed idee vinden?

              Opzettelijk grotesk natuurlijk, maar…

              1. Martin van Staveren

                Jort verwijst hierboven naar elsewhere.org. Ik heb daar eens naar gekeken. Er is geen touw aan vast te knopen. Een soort van jaren 1960 anti-kapitalistische theorie.

  15. Raymond Haselager

    “In de praktijk is één aanwijzing voor het tegendeel meestal onvoldoende om een goede hypothese op te geven. Je stelt liever een hulphypothese op. ” Een hulphypothese is een hypothese die je gebruikt om de hoofdhypothese te toetsen. Een voorbeeld is de datering van een bepaalde vondst. Je hebt dan allerlei hypothesen nodig over verval van isotopen die eigelijk met je hoofdhypothese niets te doen hebben maar wel noodzakelijk zijn. Hulphypotheses zijn dus een integraal onderdeel van de wetenschappelijke redenatie.

    Hier zou ik willen spreken van een “ad hoc hypothese”, een hypothese die louter en alleen bedacht is om een speciaal geval te verklaren, zoals bv de vondst van het zwaard. Ad hoc hypotheses zijn geen integraal onderdeel van de wetenschappelijke redenatie, ze plaatsen eigenlijk het geval erbuiten. Maar als je teveel ad hoc hypotheses nodig hebt om je stelling omhoog te houden, dan wordt het wel dubieus.

    1. Martin van Staveren

      Ik zou zeggen dat hoofdhypothese + hulphypothese een nieuwe hypothese is. Bv bij de test van Einstein’s theorie over de perihelionverschuiving van Mercurius werden twee telescopen gebruikt, een kleine en een grote. De het resultaat van de kleine kwam overeen met de theorie, die van de grote niet. De hulphypothese was dat de grote telescoop teveel was opgewarmd, dat resultaat werd dus verworpen. Dat is gebruikelijk: er kan een systematische fout zijn, b.v. dat je apparaat niet goed gecalibreerd is. Het kan natuurlijk verleidelijk zijn om een vervelend resultaat tot een outlier te verklaren om zo de theorie te redden.

      1. Raymond Haselager

        Nee, je hebt het hier over een ad hoc hypothese, niet over een hulphypothese. Dit soort hypotheses worden ad hoc gepostuleerd om de theorie te redden, meestal om een vreemd resultaat te diskwalificeren door specifieke omstandigheden aan te voeren die de afwijking verklaren.

        De hoofdhypothese is de these die je wilt testen, die verandert niet. Je kunt hoogstens een nieuwe opstellen.

        Hulphypotheses zijn hypotheses die juist voor het het redeneren over gewone resultaten gebruikt worden, b.v. de werking van telescopen beschrijven. Zij vormen als het ware de verbinding tussen de hoofdhypothese en de feitelijke resultaten.

        Dus m.i. worden er een aantal dingen door elkaar gehaald.

        1. Martin van Staveren

          Nou ja, hoe je het noemt maakt niet zoveel uit. Als je twee hypothesen nodig hebt om een resultaat te verklaren dan vormen die twee hypothesen samen de theorie.

  16. Martin van Staveren

    @Jort 4:18: ja, die priors. Dat betekent eigenlijk de inschatting van waarschijnlijkheden voordat je de nieuwe data hebt gezien. Je kunt natuurlijk een prior kiezen die onzinnig is, maar gekken heb je altijd. Toch geeft de stelling van Bayes aan hoe wij de wereld interpreteren. Mensen die je denkt te kennen doen opeens iets wat je niet had verwacht, dat soort dingen gebeuren.

    1. Rob Duijf

      ‘Toch geeft de stelling van Bayes aan hoe wij de wereld interpreteren.’

      Interpretatie gaat altijd uit van beperkte, verouderde informatie. Er moet immers eerst informatie zijn, voordat nieuwe informatie kan worden geïnterpreteerd.

      In termen van kennis zien we dus niet wat feitelijk ìs (objectief), maar een impressie van wat wàs (subjectief). Denken is immers beeldvorming. Het denken – dus kennis – hobbelt altijd achter de objectieve, feitelijke werkelijkheid aan. Dat is de beperking van het denken.

      Praktisch – dus ook wetenschappelijk – kunnen we er prima mee toe en ook intelligente voortgang boeken, mits we ons maar bewust zijn van die beperking. Dat vraagt om een uiterst kritische, sceptische houding; het vermogen om onderscheid te maken tussen feit en fictie.

      1. Martin van Staveren

        Onderscheid maken tussen feit en fictie is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bayes laat zien dat je a priori informatie of inschatting daarin een rol speelt. Dat zie je continu in de politiek. Dat is ook de reden waarom de politiek vaak probeert om relevante informatie geheim te houden. We kunnen wel nagenoeg objectief waarnemen, bv als we door een microscoop kijken, of als we zien of het licht aangaat als we de schakelaar omzetten. Alles tot “subjectief” verklaren gaat ook weer te ver. Als het stoplicht op rood staat dan staat hij op rood.

        1. Rob Duijf

          ‘Alles tot “subjectief” verklaren gaat ook weer te ver.’

          Dan heb je het niet begrepen. Het gaat erom te beseffen wat het wezenlijke verschil is tussen objectiviteit en subjectiviteit. Het denken is door zijn aard niet tot objectiviteit in staat, omdat het verbeeld, abstraheert. Het denken creëert een subjectieve ‘waarnemer’. De periferie van die waarnemer is het subjectieve ‘waargenomene’, een virtueel scherm tussen de waarnemer en het object.

          In onze beleving lijkt het alsof die twee zijn gescheiden, wanneer ik bijv. zeg: ‘ik zie een boom’, waarbij ‘ik’ de waarnemer is en ‘een boom’ het waargenomene, zijnde een woord/beeldassociatie die staat voor een identiteit, een kennisconcept, namelijk een verzameling indrukken, impressies, abstracties van de objectieve boom. Het ‘zien’ is de virtuele scheiding tussen waarnemer en waargenomene. Maar zowel waarnemer als waargenomene zijn producten van het denken. Feitelijk bestaan ze niet. Het is verbeelding, illusie, fictie.

          Praktisch is dat noodzakelijk, zo werkt het denken nu eenmaal, maar als je het niet beseft, als je je er niet feitelijk van bewust bent, het inziet, dan creëer je een fictieve, illusoire wereld die door jouw handelen realiteit wordt. Welkom in jouw wereld.

          Dat is een kwestie van zelfkennis en zelfinzicht; je kunt dit proces namelijk observeren als je er even de tijd voor neemt om het tot je door te laten dringen.

          En als het stoplicht op rood staat, moet je gewoon stoppen.

            1. Rob Duijf

              Het is zo jammer dat we van-alles-en-nog-wat kennen – of denken te kennen – over van-alles-en-nog-wat. We hebben echter nauwelijks zelfkennis, laat staan dat we beseffen wat zelfinzicht is, terwijl juist dàt zo belangrijk is voor de kwaliteit van ons leven en de maatschappij, de cultuur, de wereld die daar uit voortkomen èn dus ook de wetenschap.

              De kunst van het onbevooroordeeld waarnemen, observeren, maakt geen deel uit van onze opvoeding. Er is geen enkele aandacht voor. Daarin schieten we ernstig te kort. Juist daarom zijn we psychologisch, innerlijk, niet in staat werkelijkheid van fictie te onderscheiden, noch waarheid van onwaarheden, behalve binnen de kaders die we zelf hebben bedacht, die we aannemen en waar we in geloven.

              Zonder dat kritische inzicht vervalt wetenschap tot ‘wetenschappisme’.

  17. Martin van Staveren

    Ik zie nu op elsewhere.org

    “The essay you have just seen is completely meaningless and was randomly generated by the Postmodernism Generator”. Het is dus een parodie.

      1. Martin van Staveren

        Ik ken de Sokal (natuurkundige) affaire. Dat die verzonnen onzin van Sokal gepubliceerd werd geeft wel aan hoe de vlag erbij hangt.

        1. Yup.

          Ik zit nu te kijken naar een hopeloos artikel dat nooit gepubliceerd had mogen worden maar overal is te downloaden, terwijl de refutatie, die er gelukkig is, achter een academische betaalmuur ligt.

  18. Martin van Staveren

    Dan maar een echt voorbeeld:

    https://brill.com/view/book/9789004430297/BP000009.xml

    Typisch voor de USA, dat komt natuurlijk door de slavernijgeschiedenis aldaar. en de huidige toch wel ongunstige statistieken over de huidige Blacks in de USA. Een zin als “Scholars tend to posit whiteness as an ideological, political, legal, and social fiction that places so-called whites in a position of hegemony over other non-dominant groups.”

    Er wordt zomaar wat beweerd. Ik ben nooit in a position of hegemony geplaatst over other non-dominant groups, ik heb alles zelf moeten doen. Zulks wordt dus aan universiteiten in de USA onderwezen.

    Volgens Brill is dat dus Scholarship in Education. Ik dacht altijd dat Brill een serieuze uitgever was.

  19. Rob Duijf

    @Martin van Staveren

    ‘Waarheid van onwaarheid scheiden is vaak moeilijker dan het lijkt.’

    Dat lijkt zo, Martin…

    We weten niet wat waarheid is, in de zin van kennis. Maar we weten wel wat waarheid niet is, in de zin van kennis. Volg je het nog?

    Kennis is verbeelding. Verbeelding is illusie. Illusie is niet waar. Denken is de beweging van kennis. Zoals bewegende filmbeeldjes in de bioscoop de illusie van werkelijkheid opwekt, zo wekt de beweging van denkbeeldjes dezelfde illusie op. Wat we denken te zien is niet de werkelijkheid, maar een voorstelling, een impressie van de werkelijkheid. We kijken dus naar de werkelijkheid door een virtueel projectiescherm waarop de ‘waarnemer’ het ‘waargenomene’ projecteert. M.a.w. we zien de werkelijkheid niet zoals deze is, maar zoals we denken dat deze is.

    Nou is dat praktisch noodzakelijk. Het denken kan niet anders dan dat. Als ik een tafeltje wil maken, dan heb ik eerst een idee, dat idee werk ik uit in een plan en als ik over de vaardigheid, het gereedschap en het materiaal beschik, maak ik dat tafeltje. Zo wordt het idee door mijn handelen realiteit. En aangezien tafeltjes niet aan de bomen groeien, is dat geen natuur, maar cultuur. Het is een uiting van intelligentie.

    Psychologisch werkt dat echter ook zo. Als ik denk dat ik een liberaal ben (of een socialist, een christen, een moslim, een Oranjefan of WAT DAN OOK) dan is dat een identiteit, een idee waarmee ik me identificeer. Identificatie is een egocentrisch proces, want er is altijd de ‘ik’ nodig die zich met het ‘niet-ik’ identificeert, ofwel de waarnemer die zich met het waargenomene identificeert, want de ‘ik’ is de waarnemer, het virtuele centrum van waaruit wordt waargenomen. Door mijn handelen wordt dat denkbeeld realiteit: ik ben wat ik denk dat ik ben, want zo manifesteer ik me. Zo wordt wat begon als idee, als illusie, werkelijkheid. Dat is ook cultuur, maar bepaald niet intelligent…

    Als je dit goed tot je door laat dringen, dan besef je dus dat denken verbeelding is dat enerzijds praktisch noodzakelijk is om ideeën te realiseren, maar dat anderzijds ook de illusie van het ego creëert dat via het handelen manifest wordt. In identificatie ligt de oorzaak van onze problemen, zowel innerlijk als uiterlijk. En daar zijn we ons niet van bewust. Dat is zelfkennis.

    De beperking van dit hele verhaal is dat ik niets anders heb dan de communicatieve kracht van verwoording, verbeelding, om zelfkennis over te dragen. Die zelfkennis is subjectief, abstract; jij hebt er dus niets aan, behalve door het te objectiveren. Dat is wat je doet wanneer je het toetst door jezelf te observeren. De kunst van het observeren, is objectief waarnemen zonder subjectief centrum. Dat is dus een precognitief proces. En wat gebeurt er dan? De beantwoording van die vraag is zelfinzicht. En dat is niet overdraagbaar. Maar als nou uit die toetsing blijkt dat mijn zelfkennis onjuist is, laat je het me dan alsjeblieft even weten?

Reacties zijn gesloten.