Misverstand: Teutoburgerwoud

Reconstructie van het antieke landschap bij Kalkriese: moeras vooraan, palissade achteraan

Misverstand: Het Teutoburgerwoud was een woud

In het najaar van 9 n.Chr. verloren de Romeinen in de slag in het Teutoburgerwoud drie legioenen. Het gevecht vond echter niet plaats in wat tegenwoordig het Teutoburgerwoud heet, en ook al niet in een woud.

Weliswaar spreekt de Romeinse historicus Tacitus van een Saltus Teutoburgiensis, maar geen mens wist waar dat lag, tot enkele Renaissancegeleerden begrepen dat het ergens voorbij de bovenloop van de Lippe moest worden gezocht, naar ze meenden in een rijkelijk bebost gebied. Dat was er ook, namelijk de heuvelrug die vanaf Rheine naar Detmold loopt, destijds Osning geheten. In de negentiende eeuw kreeg deze de antieke naam waaronder hij ook nu bekendstaat en verrees bij Detmold een enorm monument ter ere van de Germaanse leider Arminius. Inmiddels hebben archeologen het slagveld echter teruggevonden bij Kalkriese, ten noorden van Osnabrück. De naam bleek dus toegekend aan de verkeerde plaats.

Maar er is meer aan de hand. Er is ook nooit een Teutoburgerwoud geweest. Weliswaar kan het door Tacitus gebruikte woord saltus “woud” betekenen, maar het kan ook slaan op een passage, bijvoorbeeld tussen een heuvel en een moeras, zoals bij Kalkriese. Dat dit was waaraan de auteur van Tacitus’ bron dacht, is aannemelijk, want inmiddels is met pollenonderzoek vastgesteld dat bij Kalkriese geen woud was. Weliswaar vermelden de antieke auteurs dat de Romeinen problemen ondervonden doordat ze door een bos trokken, maar die opmerkingen zijn beïnvloed door de stereotype opvattingen die de Grieken en Romeinen hadden over het landschap waar de barbaren woonden. Dat moest wel onherbergzaam zijn, vol bergen en wouden, want anders zou het wel door beschaafdere mensen worden bewoond.

Nu u hier toch bent…

Door de coronacrisis ben ook ik aan huis gebonden. Terwijl ik graag wat had gedaan om mijn boek te promoten over de wedloop tussen papyrusvervalsers en wetenschappers, Bedrieglijk echt. Dat de oudheidkunde wordt gebruikt om de winst van zwarthandelaren op te drijven, vond (en vind) ik voldoende verontrustend om het wat meer onder de aandacht te hebben willen brengen. Dus bestel, lees en bespreek dat boek. Of bekijk dit filmpje. Ik ben trouwens ook beschikbaar voor betaald schrijfwerk.

[Oorspronkelijk verschenen in mijn boekje Spijkers op laag water (2009)]

11 gedachtes over “Misverstand: Teutoburgerwoud

    1. Rob Krabbendam

      Al die misverstanden zijn heel normaal. Dat is wat geschied*wetenschap* interessant maakt. Dat er zo weinig van die complexiteit doordringt, komt omdat 1) mensen in het algemeen niet van onzekerheid en complexiteit houden en 2) serieuze geschiedschrijving, die onzekerheid en complexiteit presenteert als noodzakelijkheid, grotendeels vervangen is door populaire, narratieve geschiedschrijving die kop, midden, staart heeft – dus voorspelbaarheid, maar helaas valse zekerheid biedt.

  1. Rogier Brussee

    Ik ken de streek van het Teutoburger Wald vrij goed omdat ik er jaren heb gewoond, Het heeft een vrij bijzondere geologie, die er toen ook al geweest moet zijn hoewel het er natuurlijk anders moet hebben uitgezien . Het gebied vormt een driehoek tussen het Wiehengebirge in het noorden en wat nu het Teutoburger woud wordt genoemd in het zuiden, stijle ongeveer 300 meter hoge bergruggetjes die als een muur uit het landschap opstijgen.. Er ligt op veel plekken vruchtbare löss grond dooradert met beekjes, in tegenstelling tot de hoogveen moerassen en dekzanden ten noorden en ten zuiden van die ruggen. Bovendien lopen er riviertjes precies van oost west door dat gebied: vanuit de Weser, eerst de Werre, dan de Else die natuurlijke verbinding vormt tussen de Werre en de Hase bij Osnabrück die weer in de Ems uitmond. Ik heb altijd begrepen dat Varus vanuit een kamp aan de Weser ergens tussen wat nu Porta Westfallica en Minden is vertrokken. Het lijkt me dat Varus die natuurlijke verbinding van de riviertjes door wat bewoond land moet zijn geweest heeft gevolgd, met zijn bagage op boten. Vanaf Melle wordt het echter heuvelachtiger en omdat de Else er kleiner is kan hij wellicht zijn bagage niet meer per boot hebben vervoerd. Bovendien wordt westelijk van Melle de water afvoer onduidelijk en lijkt het waarschijnlijk dat er in de dalen woest moerasbos moet zijn geweest dat naadloos overging in het Hercinische oerbos op de heuvels. Het lijkt daarom logisch dat Varus vanaf Melle richting wat nu Ostercappeln is getrokken waar een natuurlijke doorgang door de richel van het Wiehengebirge is, Daarbij moeten ze door dichte wouden zijn getrokken aan de voet van dicht beboste stijle kalk heuvels met onmiddellijk daarnaast moerassen en moerasbos. Vanuit de doorgang bij Ostercaspel kunnen ze dan aan de voet van het Wiehengebirge zijn door getrokken naar de Kalkriese. Vanuit de geografische gegevenheden is het m.i. ook vrij duidelijk waarom ze daar bij de Kalkriese waren: het lijkt logisch dat ze bij Bramsche de Hase wilde oversteken en van daaruit naar de bevoorradingsbasis bij Lingen aan de Ems over de hoge grond van de zandrug die van Bramsche naar Lingen loopt als een eilanden keten in de omringende diepe hoogveen moerassen of de Hase volgend hoewel ik me kan voorstellen dat die zich in die tijd verloor in de moerassen.

    In elk geval lijken me berichten over bossen en moerassen bepaald meer dan alleen literaire stijlfiguren.

      1. Rogier Brussee

        Ik wist dat er moeras en grasland was direct aan de voet van de Kalkriese (het Museum geeft een goede indruk hoe smal die strook was), en ik kan iet vergelijkbaars, of maar ietsje breders goed voorstellen in een smalle strook aan de hele noordrand van het Wiehengebirge, waar het tegen de muur van de het gebergte aangewaaide dekzand vrijwel meteen over gaat in moeras. Het heet er nog steeds Moor en Venne. In de driehoek tussen de beide gebergten, waar heel andere grondsoorten te vinden zijn, heel vruchtbaar behalve op de stijle hellingen van de kalkheuvels, kan ik me dat minder goed voorstellen tenzij er aanwijzingen zijn dat de Germanen het hele gebied zo intensief zouden hebben benut dat alles was omgezet in landbouw en weide grond en zelfs de stijle hellingen zouden zijn kaalgekapt. De verklaring over bos en moeras zouden dan eenvoudig over episoden op de weg van Minden naar Ostercappeln verhalen,

  2. Jeff

    “Inmiddels hebben archeologen het slagveld echter teruggevonden bij Kalkriese, ten noorden van Osnabrück.”

    Dit zou zomaar ook nog eens een ‘misverstand’ kunnen blijken te zijn.
    De discussie over de juiste locatie van de ondergang van Varus is beslist nog niet afgerond.
    Al eerder heb ik daar op dit blog in de commentaren melding van gemaakt.

    Bij het stukje ‘Theodor Mommsen’, 1 mrt 2020
    https://mainzerbeobachter.com/2020/03/01/theodor-mommsen/

    Bij het stukje ‘De slag in het Teutoburgerwoud (7)’, 22 mrt 2020
    https://mainzerbeobachter.com/2019/03/22/de-slag-in-het-teutoburgerwoud-7/

    1. Ja, ik ken de discussie maar er zijn twee punten te maken. Eén, ik probeer hier uit te leggen dat de locatie westelijker is dan Detmold en dat er sporen zijn. Ik zeg niet dat dit de precieze plek is van een vierdaags gevecht. Twee, toch kan de plek toevallig een significant moment in de gevechten documenteren omdat hiervandaan een spoor van vondsten naar het zuidwesten en naar het noordwesten buigt. Je krijgt de indruk dat de Romeinen eerst naar het NW trokken, niet verder kwamen, het kamp opsloegen en de dag erna ZW verder trokken.

    1. Rogier Brussee

      Het is een leuk gebied voor een korte vakantie, en vlak bij Nederland: nog geen 100 km over de grens bij Oldenzaal. Dat van die “muur” zie je ook duidelijk als je naar Berlijn rijdt en bij Bad de trein van Amsterdam naar Berlijn neemt (via Hengelo en Bad Bentheim), en je bij Porta Westfalica langs de Weser en bij het Kaiser Wilhelm monument die “muur” passeert, Daarna zit je op de Noord Duitse laagvlakte. Een totaal ander landschap.

  3. ‘Saltus’ kan, zoals je al aangeeft, ook een plotseling niveauverschil betekenen. Een sprong. Wij zijn jarenlang naar de Franse Jura op vakantie geweest. Daar heb je op de loop van de Doubs een plotseling niveauverschil met waterval, de ‘Saut du Doubs’. Als ik de gedetailleerde beschrijving van Rogier Brussee lees, zou de slag best op een zeer heuvelachtig terrein plaatsgevonden kunnen hebben en een woud.

  4. Johan Hendriks

    Uit mijn Hovo-cursus over de Romeinen, m.n. de Germaniëpolitiek van Augustus:

    In het jaar 7 werd Publius Quinctilius Varus benoemd tot gouverneur van Gallië en opperbevelhebber van het Romeinse Rijnleger. Hij kreeg als taak het recent onderworpen gebied om te bouwen tot een Romeinse provincie, zoals Gallië dat was geworden. Maar het ging mis. In de herfst van het jaar 9, wat de Romeinen op 23.000 man verlies kwam te staan (de legioenen XVII, XVIII en XIX + 5000 hulptroepen), waardoor Rome de controle verloor over de Germaanse gebieden op de rechteroever van de Rijn. Alleen de Friezen en de Chauken aan de Noordzeekust bleven Rome trouw. Suetonius schreef de beroemde zin “Quinctilius Varus, geef mij de legioenen terug”, die Augustus zou hebben uitgesproken toen hij van de nederlaag hoorde. Volgens Tacitus vond deze slag plaats in het “saltus Teutoburgiensis”, het Teutoburgerwoud. Waar dit woud (saltus) heeft gelegen wist niemand. Men dacht dat met deze “saltus” de heuvelachtige ‘Höh’ tussen Oerlinghausen en Bad Driburg werd bedoeld, dat door een slimmerik in de 18e eeuw werd hernoemd tot Teutoburgerwoud. En zie: als hier het Teutoburger Woud gelegen heeft, dan heeft hier dús ook de Varusslag plaatsgevonden! Niet dat er ooit wat Romeins gevonden was, maar dat weerhield de mensen er niet van om op een heuvel buiten Detmold in de 19de eeuw het pompeuze beeld op te richten van de aanvoerder van de Germanen, die we overigens alleen met zijn Latijnse naam kennen: Arminius, door Maarten Luther vertaald met Hermann. En zo vinden we op een plek die niet historisch is een 25 m hoog standbeeld (excl. sokkel) van een man die de naam Herman waarschijnlijk nooit gedragen heeft, ter ere van de Germaan die de Romeinen versloeg, een mooie 19de-eeuwse nationalistische gedachte. Het beeld is tussen 1838 en 1875 vervaardigd door Ernst von Bandel. Arminius was de aanvoerder van de Germaanse Cherusken, maar had ook in het Romeinse leger gediend, bezat inmiddels het Romeinse burgerrecht en zelfs de rang van ‘ridder’. Hij kende de Romeinse wereld en denkwijze dus goed, inclusief het militaire aspect. Vervolgens is men op zoek gegaan naar de mogelijke locaties waar deze slag zich dan echt zou hebben afgespeeld. Het leverde meer dan 700 theoriëen op. Al in 1885 werd Kalkriese door Theodor Mommsen aangewezen als de plek van de slag. Vanaf 1987 wordt hier in het Weserbergland onderzoek gedaan, niet ver van de stad Bramsche. Inmiddels erkennen de meeste archeologen dat dit de mogelijke locatie van de Varusslag geweest zou kunnen zijn, al blijven er vraagtekens. Het meest bijzondere is de vondst van een ooit verzilverd ijzeren ruitermasker van 16,9 cm hoog.

Reacties zijn gesloten.