De Dame van Schengen

Reconstructie van de Dame van Schengencultr

Het eerste kwart van de vijfde eeuw v.Chr. markeert in de regio van Lotharingen via de Elzas, Baden-Württemberg en Beieren naar Bohemen de overgang van de Hallstatt– naar de La Tène-tijd. Die laatste archeologische cultuur mag u Keltisch noemen. De eerste ook wel, want de tweede komt er geleidelijk uit voort. Er zijn echter wel verschillen. Het makkelijkst te onthouden is dat de wagens in Hallstatt-graven vier wielen hebben (zoals), terwijl La Tène-wagens er twee hebben. Het zijn echte strijdwagens en de opkomst van La Tène gaat dan ook gepaard met agressieve expansie in alle richtingen. Rome is geplunderd in 387/386 en Delfi een eeuw later, terwijl La Tène-krijgers ook Turkije bereikten. In noordwestelijke richting is de onlangs ontdekte bijzetting bij Heumen een zeer vroeg La Tène-graf. Het duidt op culturele expansie.

Uit die overgangstijd dateert ook een vijftal graven dat in 1995-1998 is gevonden bij Schengen in het uiterste zuidoosten van Luxemburg, tegen de Moezel aan (hier). Wonderlijk genoeg lag het kwintet tussen de Bronstijdgraven, drie eeuwen ouder. Het is echter nog wonderlijker.

Dubbelgraf

Graf 17, zoals een van de graven heet, bestond uit een houten doodskist met daarin de resten van een volwassen vrouw, die enkele verbluffend mooie ringvormige sieraden droeg. Aan beide armen had ze een soort manchet van zeven bronzen onderarmringen, boven haar rechterelleboog een bovenarmring zonder parallel, om haar nek een bronzen halsring (torques) en een unieke ijzeren halsring met een hanger, aan weerszijden van het hoofd enorme hoepeloorbellen, verder twee mantelspelden en in het haar een met ringen in het haar gevlochten driehoekig metalen plaatje. Deze Dame van Schengen was vermoedelijk iets van anderhalve meter lang. Dat was ook toen aan de korte kant.

Aan haar voeten lag een urn met de verbrande resten van iemand die, zoals we zullen zien, misschien een man is geweest. Twee individuen, bijgezet op twee manieren, in één graf. Het komt weleens voor, maar is vrij zeldzaam.

Reconstructie van het graf van de Dame van Schengen

Het is de vrouw die ons interesseert. Haar sieraden passen niet bij elkaar. De tweemaal zeven onderarmringen lijken het meest op wat men ten noordwesten van de Hunsrück gebruikte, dus zeg maar in de vallei van de Moezel en in het Eifelgebergte. Dát is niet vreemd voor iemand die in Luxemburg is begraven, maar zulke onderarmringen waren aan het begin van de vijfde eeuw wat ouderwets. Haar mantelspelden waren dan weer volgens de allernieuwste mode. De hoepeloorbel lijken op wat ten zuidoosten van de Hunsrück gangbaar was, dus zeg maar in de Pfalz, terwijl het metalen plaatje in haar haar duidt op het Rijnland. Al met al een interregionale assemblage.

Vragen, vragen

De aanwezigheid van voorwerpen uit Pfalz en Rijnland aan de Moezel suggereert dat de Dame van Schengen een immigrante was, wat allerlei vragen oproept. Was ze uitgehuwelijkt? Kwam ze dan oorspronkelijk uit een nederzetting in de Pfalz (bijvoorbeeld Donnersberg of Dürkheim) of uit een heel andere nederzetting? Of was het een vrouw uit het Moezelland die sieraden uit Pfalz en Rijnland cadeau had gekregen? Waren de tweemaal zeven onderarmringen een erfstuk (als ze uit de Moezelvallei kwam) of een Moezellands geschenk voor de pas aangekomen bruid? En vooral: wat was de maatschappelijke positie van iemand die met zoveel prachtige ringen is bijgezet?

De crematie

Roept de kleding van de Dame van Schengen vragen op, de crematie is ook curieus. Zo zijn van de schedel sommige delen wel bewaard, maar ontbreken de rotsbenen, de kaakbotten en de tanden. Ook alle gewrichten zijn weg. Het wekt de indruk dat er na de crematie botten zijn geselecteerd, alsof de overledene niet op één plek begraven mocht worden. Uit de vergroeiing van de epifyse valt af te leiden dat de overledene tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar oud is geworden.

Was het een man of een vrouw? Zoiets kan een archeoloog vaststellen aan de hand van bijvoorbeeld het bekken, dat bij vrouwen iets anders is dan bij mannen. Maar juist de sekse-specifieke botten ontbreken. Een tweede benadering is te kijken naar de omvang van de botten, want mannen zijn meestal iets langer dan vrouwen. Alleen ontbreekt het aan contemporain vergelijkingsmateriaal uit de regio. Resteert de derde methode, die een erkende noodgreep is: het meten van de dikte van het compacte bot, dus de harde buitenkant. Daar bestaat wel wat vergelijkingsmateriaal van en dit suggereert dat we te maken hebben met een man. Of een stevig gebouwde maar korte vrouw.

Een parallel?

Een generatie vóór de Dame van Schengen werd in het Franse Vix een ongeveer veertigjarige, voorname dame begraven. Ook hier lieten de nabestaanden merken dat ze een internationaal netwerk hadden, nog uitgebreider dan dat in Schengen. De Dame van Vix is bijgezet met bijvoorbeeld een Grieks mengvat. Er was een pondzware halsring van goud en een van brons, er waren acht mantelspelden, er was Etruskisch en Atheens aardewerk. Men neemt van deze vrouw wel aan dat het een reine-prêtresse was. Of zoiets ook geldt voor de Dame van Schengen, valt echter met geen enkele zekerheid te zeggen.

***

[Dit was het 410 voorwerp in mijn reeks museumstukken. De vondsten zijn gefotografeerd op de expositie “Die Dame von Schengen – La Princesse de Schengen” in Belginum.]

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]