De krater van Vix

De krater van Vix (Musée du Pays Châtillonnais)

Vorige week zondag bezocht ik het Musée du Pays Châtillonnais in Châtillon-sur-Seine. Het is een museum zoals er in Frankrijk vele zijn, met een collectie die varieert van opgezette vogels via laatmiddeleeuwse sculptuur en zeventiende-eeuwse prenten tot herinneringen aan een buiten Châtillon allang vergeten generaal. Maar er is één pronkstuk: het enorme bronzen mengvat (“krater” in jargon) dat bij het dorpje Vix is gevonden in het graf van een dame die ietwat voorbarig “Prinses van Vix” is genoemd. Mogelijk gaat het niet om een vrouw, zoals aanvankelijk aangenomen, maar om een man.

De Prinses van Vix – zo zal ik haar toch maar noemen – moet tegen het einde van de zesde eeuw v.Chr. hebben gewoond in het met een Murus Gallicus omgeven heuvelfort dat bekendstaat als Mont Lassois. Een jaar of twintig geleden is daar een opvallend grote woning opgegraven die, met wat fantasie, mag worden aangeduid als haar paleis. Dat weten we natuurlijk niet zeker, maar het is wel zeker dat Mont Lassois lag in de regio van Lotharingen tot en met Beieren waar schitterende elite-graven zijn gevonden uit de Late Hallstatt-periode. De mensen die hier werden bijgezet, beheersten de handel tussen de noordelijke regio’s, waar allerlei grondstoffen vandaan kwamen (textiel, barnsteen…), en de steden in het Mediterrane zuiden.

Lees verder “De krater van Vix”

De gouden helm van Coțofenești

De gouden helm van Coțofenești

Eigenlijk wilde ik al een hele tijd een blogje schrijven over de gouden helm van Coțofenești, die onlangs is gestolen van de Dacië-expositie in het Drents Museum in Assen, samen met enkele armbanden waarover ik al eens blogde. Het kwam echter almaar niet van dat blogje. Maar overmorgen is hier een gastblogger die naar de diefstal zal verwijzen, dus nu kan ik het niet langer uitstellen. Zomaar wat vragen die bij mij opkwamen.

Vragen

Om te beginnen: waar komt het ding nou vandaan, hoe oud is het en is het wel afkomstig uit Dacië? De laatste weken lezen we dat de helm komt uit Coțofenești, maar toen die in 2019/2020 stond opgesteld in de Dacië-expositie in Tongeren, was hij nog afkomstig uit Vărbilău. En terwijl we nu lezen dat het voorwerp stamt uit het midden van de vijfde eeuw v.Chr., dateerde het in Tongeren nog uit 425 tot 375 v.Chr.

Lees verder “De gouden helm van Coțofenești”

Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Lees verder “Faits divers (33): archeologie”

De Vorst van Oss (in Oss)

Het zwaard van de Vorst van Oss

De beruchte uitspraak van staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra dat hij niet wist wat hij had aan musea vol lokaal opgegraven potten en pannen, had betrekking op museum Jan Cunen in Oss. Ik moest onwillekeurig aan al die misplaatste minachting denken toen ik dat museum onlangs bezocht. Er is momenteel namelijk een geslaagde expositie over de Vorst van Oss, over wie ik al eerder blogde. Het is nieuws dat de Vorst nu in Oss is, want de inhoud van zijn graf ligt normaliter niet in Oss maar in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Het RMO buiten Leiden

De Osse expositie is om twee redenen interessant. In de eerste plaats natuurlijk om het onderwerp: een rijk graf uit de Vroege IJzertijd. Gevonden in 1933 en herontdekt in 1997 is dit een juweeltje van de Nederlandse archeologie. En in de tweede plaats omdat dit een van de eerste is uit een reeks exposities waarbij voorwerpen uit het Leidse museum gaan naar de plaats van herkomst.

Lees verder “De Vorst van Oss (in Oss)”

Driemaal wereldgeschiedenis

Eroten met guirlandes uit Taxila: een puur Romeinse vorm in het huidige Pakistan (Humboldtforum, Berlijn)

De term “wereldgeschiedenis” is vaag. Toen ik haar tijdens mijn studie voor het eerst uitgelegd kreeg, bedoelde mijn docent er duidelijk “synthese” mee. Tegenwoordig lijken we vooral te bedoelen dat we lokale geschiedenis inbedden in een wijdere context. Dat is bepaald geen nieuw perspectief.

Wereldgeschiedenis: eerste fase

In de achttiende eeuw bereikte een enorme hoeveelheid etnografische informatie Europa. Dat dwong de Verlichtingsfilosofen na te denken over een verklaring voor de overeenkomsten en verschillen tussen de diverse culturen. Zo ontstond het idee dat de mensheid van primitief via barbaars naar beschaving was gegroeid. Etnografische data en informatie uit antieke bronnen gingen bij denkers als Turgot en De Condorcet hand in hand.

Lees verder “Driemaal wereldgeschiedenis”

De Dame van Schengen

Reconstructie van de Dame van Schengencultr

Het eerste kwart van de vijfde eeuw v.Chr. markeert in de regio van Lotharingen via de Elzas, Baden-Württemberg en Beieren naar Bohemen de overgang van de Hallstatt– naar de La Tène-tijd. Die laatste archeologische cultuur mag u Keltisch noemen. De eerste ook wel, want de tweede komt er geleidelijk uit voort. Er zijn echter wel verschillen. Het makkelijkst te onthouden is dat de wagens in Hallstatt-graven vier wielen hebben (zoals), terwijl La Tène-wagens er twee hebben. Het zijn echte strijdwagens en de opkomst van La Tène gaat dan ook gepaard met agressieve expansie in alle richtingen. Rome is geplunderd in 387/386 en Delfi een eeuw later, terwijl La Tène-krijgers ook Turkije bereikten. In noordwestelijke richting is de onlangs ontdekte bijzetting bij Heumen een zeer vroeg La Tène-graf. Het duidt op culturele expansie.

Uit die overgangstijd dateert ook een vijftal graven dat in 1995-1998 is gevonden bij Schengen in het uiterste zuidoosten van Luxemburg, tegen de Moezel aan (hier). Wonderlijk genoeg lag het kwintet tussen de Bronstijdgraven, drie eeuwen ouder. Het is echter nog wonderlijker.

Lees verder “De Dame van Schengen”

Gustaf Kossinna (2)

Hallstatt-voorwerpen uit de Elzas (Palais Rhodan, Straatsburg)

Gustaf Kossinna, over wie ik zojuist al blogde, zou tegenwoordig gelden als een van de grootste archeologen aller tijden, als zijn opvattingen verder hadden gestaan van die van de Nazi’s. Het was in zijn tijd gebruikelijk aan te nemen dat niet alleen de Germanen, maar ook de sprekers van de Proto-Indo-Europese taalfamilie afkomstig waren van de Noord-Duitse Laagvlakte. De Germanen stonden daarom het dichtst bij de oorsprong en bezaten daardoor een etnische zuiverheid die elders afwezig was. Zo was Brittannië door invasies van allerlei volken (Belgen, Romeinen, Vikingen, Normandiërs) verworden tot een etnische smeltkroes, terwijl in Gallië Keltische, Romaanse en Germaanse elementen samenkwamen. De Germanen waren daarentegen raszuiver gebleven. Dacht men.

Nobele Germaanse wilden

Hun raszuiverheid maakte – nog steeds volgens Kossinna – de Germanen biologisch superieur. Bovendien hadden ze een superieure taal, die hen in staat stelde creatiever te zijn dan andere volken: een eigenschap die tot dan toe meestal was toegeschreven aan de Grieken. Wie met de nobele Germaanse barbaren contact maakte, meende Kossinna, raakte daardoor verrijkt.

Lees verder “Gustaf Kossinna (2)”

Een Keltisch graf bij Heumen

Ritueel vernietigde bronzen situla (© Restaura/Museum Het Valkhof)

Misschien heeft u in het Handelsblad het stuk van mijn hand gelezen waarin staat dat in Heumen, even ten zuiden van Nijmegen, een Keltisch wagengraf is gevonden. Samenvatting:

  • een elitegraf uit de vijfde eeuw v.Chr. (La Tène A) met een strijdwagen;
  • een opvallende luxe voor een regio met een vrij egalitaire samenleving;
  • uit alles blijkt dat de betrokkenen aansluiting hadden bij de Keltische cultuur en ermee om wisten te gaan;
  • het is onduidelijk hoe de overledene aan zijn welvaart kan zijn gekomen maar hij kan deel hebben uitgemaakt van de cliënteel (Gefolgschaft) van iemand uit zuidelijker streken.

Het schrijven was een leuke klus, waar ik eigenlijk al anderhalf jaar op hoopte. Toen Nico Roymans een week of twee geleden belde om te vertellen dat het nieuws nu dan toch naar buiten zou komen, overviel het me desondanks toch, maar ik heb veel plezier beleefd aan het schrijven van dit stuk. Vandaag wat aanvullinkjes voor wie meer wil weten.

Lees verder “Een Keltisch graf bij Heumen”

Hallstatt

Hallstatt-voorwerpen uit de Elzas (Palais Rhodan, Straatsburg)

Het is maar hoe je ernaar kijkt. De door mij bewonderde archeoloog Barry Cunliffe meende dat de Keltische cultuur ontstond vanuit een elite die de handel beheerste tussen de Griekse en Italische culturen in het zuiden en de leveranciers van ruwe grondstoffen in het noorden, waar tin en barnsteen werd gewonnen. Daar valt best iets voor te zeggen: Champagne, Lotharingen, de Elzas, het Zwarte Woud, Beieren en Bohemen (het gebied waar de Keltische La Tène-cultuur ontstond) liggen inderdaad tussen zuid en noord.

Je kunt het ontstaan van de Centraal-Europese IJzertijdculturen ook zien als een autonome ontwikkeling. Benoorden de Alpen werden allerlei metalen gewonnen: veel ijzer, een beetje tin en koper (de bestanddelen van brons), en daarnaast ook zout, dat kwam uit mijnen in de noordelijke uitlopers van de Alpen. Degenen die rijk werden van de metaal- en zoutwinning ruilden hun producten tegen textiel, levensmiddelen, pelzen, huiden en slaven. Hierdoor ontstond tussen Champagne en Bohemen een handelsnetwerk. De elite van de tussenhandelaren toonde haar kapitaal door zich te laten begraven in wagengraven. Dit was het begin van de Hallstatt-cultuur, die is te beschouwen als de voorganger van de Keltische La Tène-cultuur.

Lees verder “Hallstatt”

De vorst van Oss

Het graf van de vorst van Oss (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik was afgelopen zondag voor een lezing van Petra Sijpesteijn in het Rijksmuseum van Oudheden en maakte van de gelegenheid gebruik om de mooie Cyprusexpositie te bekijken en ook even te wandelen over de afdeling Nederlandse archeologie. Een aanleiding was er niet, maar die heb je natuurlijk ook niet nodig. En zo stond ik ineens voor de vitrine met het Vorstengraf van Oss.

Dat is een bijzonder iets. Het begint in de Bronstijd (2000-800 v.Chr.), als een enorme grafheuvel wordt opgeworpen. Doorsnede: ruim vijftig meter. Hoogte: drie tot vier meter. Fast forward naar de IJzertijd, zeg pakweg 650 v.Chr., als de mensen hun doden bijzetten in urnen. De mensen zoeken de oeroude grafheuvel op om daarin een voornaam persoon – we mogen hem “de vorst van Oss” noemen – bij te zetten. Ze graven een kuil en plaatsen daarin een soort emmer, een situla, met daarin de gecremeerde resten van de overledene. De emmer, eigenlijk een vat om wijn in te mengen, komt uit het oostelijk Alpengebied en is een kostbaar artikel.

Lees verder “De vorst van Oss”