Behistun en Herodotos

Darius (meer dan manshoog) en achter hem Xerxes (bijna een kop groter dan de rest van de aanwezigen) staan op het punt de representanten van de onderworpen volken te gaan ontvangen. De hoveling rechts kondigt het begin aan van het defilé. Links twee wachters, de koninklijke wapendrager en de opper-magiër, helemaal rechts nog twee wachters. (Nationaal Museum Teheran)

Met een oog op de laatste dagen van de Irantentoonstelling in het Drents Museum heb ik de afgelopen dagen geblogd over de Behistuninscriptie: de sleutel om het spijkerschrift te ontcijferen, het model voor de beschrijving die Herodotos gaf van de staatsgreep van de Perzische koning Darius én een verhaal dat Herodotos heeft laten liggen.

Als u de twee voorafgaande stukken hebt gelezen, waarin ik vertelde over de burgeroorlog die uitbrak ná Darius’ staatsgreep, dan kunt u een vermoeden hebben waarom Herodotos er niet op inging: het is eigenlijk nogal saai – en dan heb ik het nog niet gehad over de eigenlijke inscriptie, die helemáál stereotiep is. Ik beken dat ik de amusementswaarde van Herodotos’ vertelling over Darius’ inname van Babylon aanzienlijk hoger vind dan het gortdroge verhaal uit de Behistuninscriptie. Dat zullen de Grieken ook wel hebben gevonden, want die zullen het verhaal van Zopyros hebben herkend als een knipoog naar het (ons alleen uit een uittreksel bekende) epische gedicht Ilioupersis. Daarin viel te lezen dat de Griek Sinon zich aandiende bij de Trojanen en hun op de mouw spelde dat ze het Trojaanse Paard moesten binnenhalen. (Vondels Vosmaer de Spie is een derde voorbeeld van dit motief.)

Dus ja, het kan zijn dat Herodotos een onderhoudend verhaal de voorkeur gaf boven een saai verhaal. Alleen: wat wij saai vinden is niet per se wat Herodotos saai vond. Die schiep ook plezier in een opsomming van Perzische belastingdistricten en betoonde zich een goede navolger van Homeros met een catalogus van legeronderdelen die met Xerxes waren gekomen naar Griekenland. Ik weet dus niet of de ilias van rampen die de Behistuninscriptie is, ook door Herodotos saai zou zijn gevonden, al is het een mogelijke verklaring voor Herodotos’ zwijgen.

Andere verklaring: misschien kende Herodotos de tekst van de Behistuninscriptie niet, of slechts gedeeltelijk. Hij weet immers weliswaar van de opstand der Meden maar geeft nergens aan andere verhalen te kennen over, pakweg, de strijd om Babylon of in Armenië. Een derde verklaring kan zijn dat Herodotos de Perzische burgeroorlog wilde behandelen in een nog te schrijven deel, want hij heeft plannen gehad om nog wat oosterse materie op te nemen in zijn boek. Het is alleen niet zo 1-2-3 te zien waarom het verhaal van Darius’ burgeroorlogen niet gewoon geplaatst zou kunnen worden na de beschrijving van diens coup d’état. Het is de logische plek en ik zie zo snel geen motief dat zou hebben kunnen zorgen voor een daverende finale.

Kortom, ik kan drie verklaringen bedenken waarom Herodotos het verhaal liet liggen: hij vond het niet boeiend genoeg, hij kende het niet of hij wilde het later nog eens vertellen. We weten het gewoon niet. We weten echter wel iets anders: de strijd ging niet alleen om de heerschappij van Darius maar ging ook om het voortbestaan van het Perzische Rijk, pas kort tevoren geschapen door Cyrus en Kambyses. Bleef dit bestaan als een eenheid onder één vorst? Eind 522 meenden diverse volken dat hun autonomie hersteld kon worden, begin 520 was duidelijk dat daarvan geen sprake zou zijn.

We kunnen het voorgaande ook herschrijven. De feitelijke inzet was de macht van de adel van de Iraanse volken: de Meden, de Parthen, de Margianers, de Armeniërs, de Sagartiërs, de Sattagyden en de Saken. Hun leiders wilden herstel van de traditionele stam-oligarchie, waarin zij de onbetwiste elite van hun stam vormden, terwijl de samenzweerders en Darius streefden naar een monarchie.

Oligarchie of monarchie? Het lijkt erop dat Herodotos de vraag heeft meegekregen want in zijn verhaal over Darius’ staatsgreep last hij het zogeheten “constitutionele debat” in. Na de moord op de valse Smerdis, zo zegt Herodotos, bediscussieerden de samenzweerders de vraag wat de ideale staatsvorm was: een monarchie, een oligarchie of een democratie. Deze discussie is, in de manier waarop ze ons wordt gepresenteerd, natuurlijk door-en-door Grieks, maar er kan een reëel debat zijn gevoerd, zoals Herodotos, die blijkbaar rekening hield met kritische opmerkingen, ook expliciet aan zijn publiek verzekert.

Als dit klopt, dan zien we hier weer een aspect van Herodotos’ werkwijze: hij heeft aan een half woord genoeg om een enorm verhaal op te bouwen.

Nog een laatste punt. Herodotos maakte school. Het constitutionele debat werd een echte klassieker. In Flavius Josephus’ beschrijving van het Senaatsdebat in Rome na de moord op Caligula, echoot Herodotos’ beschrijving door van het debat onder de samenzweerders na de moord op Smerdis. In de derde eeuw n.Chr. presenteert Cassius Dio een constitutioneel debat ten tijde van keizer Augustus en biedt Filostratos ons een constitutioneel debat ten overstaan van keizer Vespasianus. Herodotos’ constitutionele debat mag dan fictie zijn geweest, gebaseerd op een misverstand, het werd een blijvertje.

18 gedachtes over “Behistun en Herodotos

  1. FrankB

    Zoals altijd vond ik dit een fascinerende serie. De inscriptie mag dan saai zijn, wat jij er uit en er bij hebt gehaald is dat beslist niet. Of komt er nog meer?

  2. jan kroeze

    Uitstekende opmerking: wat wij tegenwoordig saai vinden hoefde voor Herodotos niet saai te zijn. Wat wij cultuur noemen heeft vele facetten. Het belang van cultuur kan niet genoeg worden onderstreept naar mijn mening!

  3. eduard

    Jona, je brengt als vanzelfsprekend iets wat een “traditionele stam olicharchie” heet, waarin de elites van de verschillende Iraanse volken het voor het zeggen hebben, maar wat weten we over die bestuursvorm? Was het de bestuursvorm die het voorgaande Medische en het daarvoor bestaande Skythische Rijk had? Is daar informatie over bewaard gebleven, of reconstrueren we het aan de hand van sociologische / anthropologische modellen? “Stam” lijkt me eerder een koloniale term dan een term die in de geschiedwetenschap wordt gebruikt (behalve als vertaling).

    1. Goed punt. Als ik het heb over stammen, bedoel ik eigenlijk alles wat voorafgaat aan een echte staat. In dit geval gaat het om de vraag in welke mate de Iraniërs samenwerken onder één volk.

      1. Ben Spaans

        De term Skytisch/Scytisch ‘rijk’ ben ik nog niet eerder tegengekomen. Als er goede argumenten zijn dat een Medisch ‘rijk’ eigenlijk een (zoals dat in het Engels heet) ‘misnomer’ is dan zou ik ‘rijk’ zeker niet op de Skyten toepassen.

        1. eduard

          Daarvoor heeft D. Sneath de term “headless state” verzonnen, voor zulke gebieden die op historische kaarten worden aangegeven met “Skythen”, “Gök-Turken”, “Mongolen”, etc., en die wel degelijk bepaalde statelijke eigenschappen hadden maar eigenlijk geen centraal bestuur, en waarvan de “heerser” indien aanwezig een eigenlijk meer symbolische autoriteit had. Ik denk dat het lijkt op wat Jona “traditionele stam-olicharchie” noemt.

          1. Ben Spaans

            Met Djengiz Khan hadden de Mongolen in ieder geval een centraal bestuur en bepaald geen symbolische leider, om het voorzichtig uit te drukken. Ook beleef tot laten we zeggen het eind van de 13e eeuw een lid van zijn familie steeds een duidelijke eindbaas.

            1. eduard

              Temujin had in zoverre een centraal bestuur in de zin dat hij persoonlijk de macht aan zijn volgelingen delegeerde. Na Dzjengiz Khan waren de verschillende delen van het Mongoolse Rijk in de praktijk autonoom. Er was een gedeelde kijk op de Mongoolse “manifest destiny”, een wetsysteem genaamd de yassa, de “overlegstructuur” van de quriltai, en de geaccepteerde legitimiteit van een beperkt aantal Mongoolse heersersfamilies uit het nageslacht van Temujin, maar in feite beoorloogden de Ilkhanieden, de Gouden Horde, Tsjagatai en andere Mongoolse groepen elkaar en trokken ze zich maar weinig aan van de Mongoolse heerser van China, laat staan dat Kublai Khan een centraal bestuur had dat het Mongoolse Rijk dirigeerde.

              1. Ben Spaans

                Je kan alle pre-moderne heersers voor Napoleon (en zelfs die) wel tot symbolische leiders redeneren/reduceren, maar dan ga je toch missen wat machtsuitoefening kan betekenen

  4. jacob krekel

    Mooie serie. Het is zo ongelofelijk dat het Perzische rijk, dat toch in een vloek en een zucht is ontstaan het bijna 200 jaar van de Aegeïsche zee tot de Indus heeft volgehouden, en zonder die malle Alexander misschien nog veel langer. Zo’n rijk had nog nooit bestaan en na 2300 BP is het er ook nooit meer geweest. Er moeten al die tijd enorme centrifugale krachten (ik weet het in de natuurkunde bestaan die niet, maar in de politiek wel) aan het werk zijn geweest, en toch was kennelijk de stabiliteit van dat ene Rijk groot genoeg om het zaakje bij elkaar te houden. Het moet voor de inwoners ook een zegen zijn geweest dat het voorjaar niet meer de tijd was waarop de koningen erop uit trokken om oorlog te voeren, zoals de bijbel ons meedeelt.
    Of zoiets heeft meegespeeld in het succes van Darius poging om de nieuwvorming van Cyrus en Cambyses in stand te houden? Daar zou je meer over willen weten want gangbaar is dat zo snel ontstane rijken ook weer snel uiteen vallen, zoals bij Timoer Lenk, Dsjengis Khan, Asoka…
    Trouwens, het Romeinse Rijk is langzamer gegroeid, maar ook daar lijkt mij de vraag waarom het zo lang heeft bestaan veel interessanter dan de vraag waarom het ten onder is gegaan.

    1. eduard

      Tegenwoordig denken veel historici niet meer dat het Perzische Rijk door de Perzen ontstaan is, maar dat de Perzen de erfgenamen waren van hun Medische voorgangers, die weer een coup hadden gepleegd om het rijk van hun Skythische voorgangers over te nemen.

  5. Theo Joppe

    Met alle kritiek die men tegenwoordig kan leveren blijft onverlet dat Herodotus een gigantische prestatie heeft geleverd met de middelen die hij had: het eerste geschiedenisoverzicht, met een methodiek en vanuit een breed perspectief: het wat, hoe en waarom van de Perzische Oorlogen. Dat was nog nooit eerder gedaan, en het moet hem onwaarschijnlijk veel inspanning hebben gekost, want hij kon niet (zoals wij) eens een boekje uit de kast plukken. Hij moest er echt naar toe, praten met iedereen, inscripties laten vertalen, enfin. We moeten niet vergeten dat de Griekse historiografie vóór hem voornamelijk bestond uit mythenverzamelingen.
    Daarnaast was hij een fantastische verhalenverteller, maar altijd met de uiteindelijke focus op de Griekse geschiedenis. Daarom hoef je ook niet alle veldslagjes van Darius I bij hem te verwachten: hij schetste een beeld.

      1. Theo Joppe

        Tja, dat weten we gewoon niet. Hij zegt zelf dat het zijn eigen onderzoek is (er klinkt een zekere trots in door), en dat moeten we dan maar van hem aannemen. Voor zover ik weet zijn er ook geen opvallende stijlverschillen die op knip-en-plakwerk zouden kunnen duiden. Maar er zullen wél massa’s mensen zijn geweest die hem (al dan niet betrouwbare) gegevens leverden: Egyptische priesters, lokale zegslieden, en uiteraard degenen die de Perzische en Egyptische teksten voor hem toegankelijk maakten. In Athene zal er ongetwijfeld veel bronmateriaal zijn geweest over de Griekse kant van de oorlogen, en allicht nog enkele ooggetuigen.
        Het blijft een monumentale prestatie.

Reacties zijn gesloten.