De tien invloedrijkste antieke teksten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  hoe Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Invloed en inspiratie

Ik kreeg n.a.v. dat blogje de vraag of er meer voorbeelden waren. Ja. Die zijn er. Zie mijn boekje Vergeten erfenis. Daarin toon ik enkele structurerende elementen. Toen ik onlangs een paar dagen quarantaine in acht moest nemen, heb ik bovendien filmpjes gemaakt over antieke teksten die op zich misschien niet invloedrijk zijn, maar wel aspecten van de antieke samenleving documenteren waarvan vormende werking uitgaat. De trouwe lezers kennen die teksten al, want ik heb er eerder over geblogd: deel een, deel twee, deel drie, deel vier.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten”

Een cesuur in de geschiedenis

Perzische gouden schaal (Reza Abbasi-museum, Teheran)

In het negentiende-eeuwse beeld van de geschiedenis vormt de totstandkoming van het Perzische wereldrijk en de hereniging van het oude Nabije Oosten onder één vorst, waarover ik onlangs blogde, een cesuur. Griekenland wist namelijk buiten dit wereldrijk te blijven en daar begon de geschiedenis opnieuw. Met een beschaving die, zo meende men destijds, humanistischer, rationeler, creatiever was dan die van het Nabije Oosten. Die zou religieus, mystiek, obscurantistisch en behoudend zijn geweest.

Een logisch vooroordeel

Dat beeld was in de negentiende eeuw niet onlogisch. In 1822 ontcijferde Champollion het hiërogliefenschrift, rond 1850 slaagde Rawlinson erin het Babylonische spijkerschrift te ontraadselen. Archeologie in het Ottomaanse Rijk was moeilijker dan in Italië. Er was lange tijd simpelweg weinig informatie. Bovendien verdeelden de universiteiten, de innovatieve Berlijnse voorop, de bestudering van de Oudheid over afdelingen die waren gewijd aan hetzij klassieke, hetzij Semitische letteren. De Babylonische literatuur kwam zo op dezelfde afdeling als de Hebreeuwse. Zodoende kwam bij de bestudering van het spijkerschriftmateriaal de nadruk als vanzelf te liggen bij de voor Bijbelstudie relevante teksten. Dat de onderzoekers het eerst teksten publiceerden met een religieuze inslag, versterkte het vooroordeel dat de oosterlingen mystiek van aard waren geweest.

Lees verder “Een cesuur in de geschiedenis”

Ibn Khaldun

Standbeeld van Ibn Khaldun in Tunis

Toen ik in mijn boek Vergeten erfenis pleitte voor aandacht voor de oud-oosterse en Arabische bijdragen aan de Europese cultuur, stuitte ik op allerlei interessante geleerden waarvan ik dacht “daar zou ik meer over willen weten”. Denk aan de Ibn Firnas en de Al-Haytham waarover ik onlangs blogde. Of Ibn Khaldun (1332-1406), over wie ik destijds alleen opmerkte dat zijn Muqaddima (“inleiding”) het begin had kunnen zijn van een vorm van sociale wetenschap, maar dat het werk geen navolging kreeg. Ik attendeerde er verder op dat de man zijn werk kon doen dankzij het vorstelijk mecenaat van allerlei vorsten.

Dat mecenaat, dat was zowel de reden waarom de wetenschap kon bloeien als de reden waarom het niet méér werd. Terwijl de wetenschapsbeoefening zich in het Europa van de Nieuwe Tijd ontwikkelde tot een zelfstandige “bedrijfstak” met een financiering die los stond van de wensen van deze of gene vorst, was de middeleeuwse wetenschapper in veel gevallen een hoveling die bedreven was in de kunst der stroopsmeerderij. Wetenschap was geen collectieve en daardoor duurzame activiteit, maar de kwetsbare hobby van enkelingen. Zoals Ibn Khaldun. Dat hij geen navolgers had, zal ermee te maken hebben gehad dat er daartoe ergens een vorst moest zijn die belang stelde in de ontluikende sociale wetenschap. Omdat die ontbrak kreeg Ibn Khaldun pas aandacht in de negentiende eeuw.

Lees verder “Ibn Khaldun”

Misverstand: Bakermat

 

In Damascus wordt deze stadspoort aangewezen als de plaats waar Paulus ooit over de muur wist te ontsnappen. Weererkers zijn een middeleeuwse uitvinding en deze poort stond er niet in de eerste eeuw.

Misverstand: Het Nabije Oosten is de bakermat van onze religies, het westen van onze rationaliteit

Een van de slagzinnen waarmee het Syrisch verkeersbureau toeristen probeert te trekken, is dat Syrië de ‘cradle of faith’ zou zijn geweest, de bakermat van de religies. Het werkt: elk jaar komen er duizenden westerse christenen naar Damascus om de plek te zien waar de vrienden van de apostel Paulus hem in een mand over de stadsmuur lieten zakken om hem te laten ontsnappen. Op loopafstand drommen Iraanse pelgrims samen bij het graf van Hosseyn, de derde imam. Veel van die religieuze sites zijn van een bedenkelijke authenticiteit: het erkertje waaruit Paulus zou zijn neergelaten dateert bijvoorbeeld uit de Middeleeuwen.

Maar er is een wezenlijker probleem met het religieuze toerisme naar het Midden-Oosten. Om het te begrijpen moeten we tweehonderd jaar terug, naar Berlijn. Daar werd aan het begin van de negentiende eeuw een nieuwe universiteit gesticht waarin het wetenschappelijk bedrijf op een vernieuwende manier werd georganiseerd. De discipline van de oude geschiedenis raakte daarbij verspreid over twee afdelingen: de historicus die Griekenland en Rome wilde bestuderen, moest eerst Grieks en Latijn leren en kwam zo terecht bij de subfaculteit van de klassieke talen; de historicus die zich op het Nabije Oosten richtte, moest Hebreeuws of Arabisch leren en kwam terecht bij Semitische talen. Wat eeuwenlang samen bestudeerd was geweest, raakte zo gescheiden – en niet alleen in Berlijn, maar overal waar dit organisatiemodel werd overgenomen.

Lees verder “Misverstand: Bakermat”

Hoe belangrijk is die Oudheid nou? (1)

Klassieke façade, maar de structuur is gewoon staalbouw

Een van de vaste gasten op deze blog, Martin, stelde onlangs verontwaardigd de vraag hoe mensen toch konden denken iets van de westerse cultuur te begrijpen zonder kennis van de klassieke Oudheid. En hij voegde toe dat er onder het mom van het postmoderne een hoop slechte educatie en een hoop oppervlakkig gewauwel schuilgaat.

Ik houd van dit soort opmerkingen omdat het uiteindelijk gaat om wat je met een concept bedoelt: Oudheid, klassiek, postmodern.

Oudheid

Eerst maar even of we kunnen zonder kennis van de Oudheid. Daar kunnen we kort over zijn: je kunt prima zonder. Het idee dat de Mediterrane wereld vóór pakweg 500 na Chr. belangrijk voor ons zou zijn, is gewoon kant en klare kullekoek. Het zou belangrijk zijn als er destijds iets zou zijn ontstaan dat ons nu nog bewijsbaar beïnvloedt. Voor je zoiets kunt beweren, moet je vier dingen bepalen. Ik behandelde ze ook in Vergeten erfenis en Xerxes in Griekenland.

Lees verder “Hoe belangrijk is die Oudheid nou? (1)”

Die bescheiden Romeinen

Mozaïek met twee Romeinse theatermaskers, afkomstig uit Tivoli en nu in de Capitolijnse Musea. De Romeinen hadden er weinig moeite mee zich een stuk Griekse cultuur toe te eigenen en te erkennen dat de Grieken hun in cultureel opzicht de baas waren.

U zult de oude Romeinen, die toch wel iets snoeverigs over zich hadden, niet meteen beschouwen als bescheiden, maar gek genoeg waren ze dat op een bepaalde manier wel. Ze hadden er althans geen moeite mee te erkennen dat de Grieken hun artistiek en wetenschappelijk de baas waren en namen van alles over. Dat laatste deden de Grieken ook – ze wisten dat ze leentjebuur hadden gespeeld in het Nabije Oosten – maar bescheidenheid was de Grieken vreemd. Een Plato kon erkennen dat andere volken weleens iets hadden bedacht, maar meende dat de Grieken het vervolgens beter deden.

Niets daarvan bij de Romeinen. Beeldhouwkunst, theater, architectuur, geneeskunde, literatuur, mythologie? Ze erkenden dat ze het allemaal hadden overgenomen van de Grieken. Bestudering van voortekens? Overgenomen van de Etrusken. Kalender? Gebaseerd op Egyptische berekeningen. Militaire uitrusting? Invloeden uit Iberië en Gallië. Consulaat? Overgenomen van de Karthagers. Monotheïsme? Een joodse sekte schopte het tot dominante godsdienst.

Lees verder “Die bescheiden Romeinen”

Karel de Grote

charlemagne
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Het is natuurlijk best leuk de machtigste man in West-Europa te zijn, maar je wil natuurlijk ook iets nalaten, zodat mensen zich jou herinneren. Karel de Grote koos voor een onderwijshervorming. Die staat bekend als de Karolingische Renaissance. Rond 795 dicteerde hij de circulaire die bekend is komen staan als De brief over het cultiveren der letteren. Wie de tekst wil nalezen, kan terecht in de reeks middeleeuwse bronnen die bekendstaat als Monumenta Germaniae Historica, en wel in het eerste deel met Capitularia Regum Francorum. Daarin is het nummer 29.

Het is tekst met twee stemmen. Enerzijds zien we hoe de klerken zich inspanden om het mooi te formuleren, anderzijds horen we de spreektaalwoorden van de grote koning, die de zorg voor het onderwijs legt bij de bisdommen en abdijen. Hier is een deel van de tekst:

Lees verder “Karel de Grote”

Culturele continuïteit

Vorige week zaterdag verzorgde ik in Utrecht een lezing voor de Vrienden van het Gymnasium. Dat is om twee redenen een sympathieke organisatie. De eerste is dat ze zich inzet voor de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs, een onderwerp dat onze permanente aandacht verdient. De tweede is dat de Vrienden niet altijd de makkelijkste weg kiezen en moeilijke vragen niet uit de weg gaan.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat men mij uitnodigde om te spreken over Vergeten erfenis, een boek waarin ik betoog dat de grondslagen van de westerse beschaving niet alleen moeten worden gezocht in Griekenland en Rome. De Babylonische en Arabische bijdragen zijn inmiddels genoegzaam gezegd; een lezing is alleen nog interessant als ze achtergrondinformatie geeft, en dan wordt het pittig. Zoals gezegd: men gaat moeilijke kwesties niet uit de weg.

Lees verder “Culturele continuïteit”

Vergeten erfenis: een aanvulling

Volgende week spreek ik in Rotterdam over mijn boekje Vergeten erfenis. Een sympathiek aspect van de uitnodiging was het verzoek of ik een literatuurlijstje kon opgeven. Dat bleek, wonderlijk genoeg, nog niet zo gemakkelijk, maar uiteindelijk heb ik toch iets in elkaar weten te zetten waarover ik voldoende tevreden ben om het online te plaatsen. Mocht het u interesseren: het staat hier.

Het aardige was dat ik, door dit klusje, ineens mijn hele redenatie van destijds weer even moest heroverwegen. Niet dat ik nu op andere ideeën kom, maar het was leuk het plezier van het schrijven opnieuw te kunnen beleven.