Het verdronken klooster van Stavoren

Kaart uit 1853/56 van Stavoren, met links “De steenen” en rechts daarvan de begraafplaats.

Stavoren is een van de trotse elf steden van Friesland, of Fryslân zoals men ter plekke zegt, maar het hoge woord moet eruit: het is alleen een stad in de zin dat het middeleeuwse stadsrechten bezit. Tegenwoordig is Stavoren vooral een jachthaven, een aanlegplaats van de veerpont naar Enkhuizen en een tussenstop in de Elfstedentocht. Stavoren is een schaduw van wat het ooit is geweest.

Hanzestad Stavoren

In de Frankische tijd was het de hoofdplaats van Zuidergo en de naam, Oud-Fries voor “bij de palen”, zal betrekking hebben gehad op het grote palenscherm bij de vroegere haven aan de Vlie (de verbinding tussen de Waddenzee en de Almere). Door de golven te breken zorgde dit scherm ervoor dat schepen veilig konden aanmeren.

Het opkomende water knabbelde echter steeds meer delen van dit middeleeuwse Stavoren af, zodat de stad als het ware naar het oosten opschoof. Van het oudste Stavoren, dat dus in het huidige IJsselmeer moet liggen, zijn tot op heden geen archeologische resten gevonden. Slechts enkele contemporaine schriftelijke bronnen spreken over dat Stavoren. Zo weten we dat Vikingen in 991 de havenstad plunderden.

Maar Stavoren, weinig vermeld in onze bronnen en archeologisch spoorloos, floreerde. Het verkreeg al in 1068 bepaalde rechten en die werden in 1292 bevestigd door de graaf van Holland. Stavoren trad toe tot de Hanze en droeg de bijnaam “hoofdstad van de Friese kusten”. Na de Middeleeuwen kwam door diverse redenen de klad in de handel en dat is, ondanks een korte heropbloei in de zeventiende en achttiende eeuw, eigenlijk nooit meer goed gekomen. Zoals gezegd: tegenwoordig is Stavoren een havenstadje, bekend om de watersport.

Parallel aan de stedelijke ontwikkeling was er de ontwikkeling van Stavoren als religieus centrum. Die ontwikkeling is zo mogelijk nog belangrijker.

Het klooster van Odulphus

De abdij van Sint-Odulphus te Stavoren was één van de belangrijkste middeleeuwse kloosters in de Lage Landen. De rond 855 overleden heilige Odulphus, wiens leven is vastgelegd in een tiende-eeuwse Vita Odulfi presbyteri, was een benedictijner kanunnik uit Utrecht, die zich in 837 op last van bisschop Frederik I in Stavoren vestigde om de Friezen te kerstenen en ariaanse ketterijen te bestrijden. Zo zette Odulphus het werk voort van zijn roemruchte voorgangers Willibrordus, Bonifatius en Liudger.

Odulphus bouwde in Stavoren een kerk, misschien gewijd aan de patroon van de zeevarenden, Sint-Nikolaas (en niet te verwarren met de huidige, negentiende-eeuwse Nicolaaskerk). Daar omringde hij zich met een aantal kanunniken en vormde zo een kloostergemeenschap. Na Odulphus’ dood kwam de gebedsplaats als parochiekerk in handen van leken en dat was voor de bisschop van Utrecht onacceptabel. Om het kerkelijke gezag te herstellen stuurde hij een aantal benedictijnen om een abdij te stichten. Zo werd in 1132 ten westen van de stad, aan de oever van de Vlie, een benedictijner klooster gesticht, gewijd aan Sint-Odulphus en de Maagd Maria.

De lezer zal inmiddels aan zijn water voelen dat het bouwen van een klooster aan de oever van een belangrijke waterloop niet bijster slim was. Vanaf 1170 kreeg het klooster dan ook last van lekkage. Rond 1300 werd een deel van de bewoners overgeplaatst naar de Sint-Nikolaas-priorij in Hemelum, acht kilometer landinwaarts.

Voor 1370 verwoestte het water de beide kerktorens van het klooster. In 1398 werd de abdij – niet voor het eerst – ook nog eens gebruikt als fort, waarbij het opnieuw schade opliep. In 1414 was de abdij dermate door water- en oorlogsgeweld getroffen, dat de monniken het niet haalbaar achtten het klooster nog te herbouwen. Althans niet op dezelfde plek. De bisschop van Utrecht verleende ze in het volgende jaar toestemming om de abdij te herbouwen in Stavoren zelf, maar omdat het water ook daar zorgde voor overlast, verhuisden de monniken in 1494 naar de priorij te Hemelum.

Het verdronken klooster van Stavoren

De resten van de oude abdij verzonken in de loop van de vijftiende eeuw steeds verder in het water. Van de kerk restte alleen nog een kapel op een eilandje in zee, waar in de vijftiende en zestiende eeuw nog weleens iemand heen ging “ter verering van het Heilig Bloed”. Maar ook dat verdween onder de golven.

In 1608 was de hele Zuiderzee dichtgevroren. De bewoners van Stavoren zagen toen kans om via wakken de nodige voorwerpen uit het verdronken klooster naar boven te halen. De Friese historicus Christianus Schotanus vertelt in zijn kroniek over het jaar 1664 dat als de wind voor langere tijd uit het oosten waait, men “ophaelen en oude fondamenten van putten, murwerck, straten, etc. ziet”. De ondiepte waar het klooster gelegen moet hebben, stond lange tijd bij vissers bekend als “De stiennen” of “It tsjerkhof”, waar in de vissersnetten regelmatig stenen en beenderen zouden zijn opgehaald.

Tot op heden is echter niets teruggevonden. In 2009 verscheen een archeologisch rapport dat concludeerde dat er niets resteert van het klooster. De ruïne heeft het lot gedeeld van de Brittenburg: ze is, zoals dat heet, verspoeld.

Nou ja, er is één uitzondering. In 1999 werd vlak voor de kust van Stavoren een zandstenen sarcofaag uit zee opgevist. Dat is het enige materiële bewijs van de aanwezigheid van het oude Sint-Odulphus-klooster. Al kan het ook een out-of-context-vondst zijn geweest, bijvoorbeeld verloren ballast van een vrachtschip. De sarcofaag bevindt zich tegenwoordig in het klooster in Hemelum.

De klokken van Sint-Odulph

Wat wel resteert, is een aardige legende, opgetekend door Theun de Vries in zijn jeugdwerk Friesche sagen (1925). Ze is hier te lezen. De verdwijning onder water van het klooster wordt er in verband gebracht met ongewijde klokken, waarvan het geluid op gezette tijden nog opklinkt uit de diepte.

Sinds 2007 wordt op 12 juni een Sint-Odulphusbedevaart gehouden in Stavoren, Hemelum en Bakhuizen. Deze wordt georganiseerd door het Russisch-Orthodoxe Klooster van Sint-Nikolaas in Hemelum. Heiligen van vóór het Schisma van 1054 worden doorgaans ook door de oostelijke kerken erkend, dus ook Sint-Odulphus.

Overigens heb ik gelukkig geen verband kunnen ontdekken tussen het Sint-Odoluphus-klooster, Stavoren en koning Redbad. Stel je voor dat ze ook daar nog eens een speelfilm over maken.

[Een bijdrage die aan deze blog is nagelaten door de eerder dit jaar overleden Hans Overduin.]


Columbus

november 25, 2014

De val van Tyrus

oktober 14, 2024
Deel dit:

Een gedachte over “Het verdronken klooster van Stavoren

Reacties zijn gesloten.