De ondergang van Assyrië

Assyrische bodycount (Nationaal Museum van Irak, Bagdad; klik = groot)

Wie wat bewaart die heeft wat. In de jaren tachtig studeerde ik aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de studenten ontdekten in hun tweede jaar dat onderwijs een puinhoop was. Enkele studenten kozen ervoor een eigen theoriecollege op te zetten. Degene die hun de ruimte gaf, was de Bert van der Spek die medeauteur is van het handboek waarover we in ons eerste jaar les hadden gehad, Een kennismaking met de oude wereld. Hoewel we in die tijd regelmatig hard botsten en ik uiteindelijk weg ben gegaan van de VU omdat almaar niks verbeterde, heeft Van der Spek ons wel de kans gegeven het onderwijs te normaliseren. Daaruit spreekt openheid voor andermans ideeën alsmede relativering van het eigen gelijk. Dat prijs ik zeer.

De twee studenten die dat theoriecollege opzetten, hadden het echter al snel bekeken. Degene die het uiteindelijk contre coeur afrondde, was ik. Geen leuke tijd. Vooral de archeologen zegden van alles toe en deden niets. Het leuke is echter dat ik nog wel de Wordperfect-bestanden bezit, met daarin een leuke passage die toont hoe Van der Spek zijn handboek bekritiseert. Een handboek is er immers om discussie los te maken. En wie zijn eigen gelijk een beetje relativeert, komt een heel eind. Hij schreef in die theoriesyllabus het volgende over zijn handboek:

Oorzaak en gevolg

Elke historicus schrijft in termen van oorzaak en gevolg. Soms doet hij dit bewust; veel vaker onbewust. Dit gebeurt bewust als hij zegt: de oorzaak van B is A. Vaker gaat het echter om impliciete oorzakelijke verklaringen, namelijk wanneer hij zinnen gebruikt met “omdat”, “wegens”, “toen moest wel”, “zoals te verwachten was” enzovoort. Ik sla er eens een willekeurig pagina in het handboek Een kennismaking met de Oude wereld op na. Het gaat in de aangehaalde passage over de ondergang van het Nieuw-Assyrische imperium.

Het verlies van Egypte luidde voor Assyrië de ondergang in. Langzamerhand verloor het zijn greep op de vazallen in Palestina, zoals Juda. Na de dood van Aššurbanipal (627) ging het mis. De stabiliteit van het Assyrische rijk hing namelijk sterk af van de capaciteiten van de koning. Bij vele troonswisselingen vonden er opstanden plaats. Het rijk ging dan ook te gronde, toen drie pretendenten streden om de troon, terwijl ook nog de Chaldeeën in opstand kwamen en er een sterke buitenlandse dreiging was: die van de Meden uit het Oosten. De Chaldeeën en de Meden maakten gemene zaak en samen brachten zij Assyrië ten val. Tussen 614 en 609 werden alle Assyrische hoofdsteden ingenomen en grotendeels verwoest.

De moeilijkheid bij oorzaak-en-gevolg-relaties is, dat het verband zo moeilijk is te bewijzen. De vaststelling: gebeurtenis B gebeurt na gebeurtenis A, wil niet altijd zeggen dat A ook de oorzaak van B is. Hier wordt een aantal gebeurtenissen genoemd die vóór de val van Assyrië in de jaren 614-609 v.Chr.. hebben plaatsgehad. Het verlies van Egypte, het zelfstandig optreden van vazallen in Palestina, de dood van Aššurbanipal in 627, troonstrijd, dreiging van Meden en Chaldeeën. Afgezien van het feit dat de schrijver hier een en ander bewust in het vage laat, is nog niet meteen duidelijk wat de oorzaak was of wat de belangrijkste oorzaak was. Met andere woorden, het is moeilijk te bewijzen dat genoemde omstandigheden de val van Assyrië bewerkstelligden.

Van der Spek speelt hier met de post hoc ergo propter hoc-misvatting: de redenatiefout dat als dingen na elkaar gebeuren, het recentere het gevolg is van het eerste. Steeds nadat de haan heeft gekraaid, komt de zon op.

Klimaatverandering

In feite weten we niet hoe Assyrië ten onder is gegaan. Onze onwetendheid komt gedeeltelijk voort uit het feit dát het ten onder is gegaan. Onze bronnen drogen daardoor op. Deze problematiek speelt ook bij de ondergang van het Hethitische Rijk en, in mindere mate, bij de desintegratie van het West-Romeinse Rijk.

Wel kunnen we sinds de jaren tachtig, toen Van der Spek zijn opsomming van mogelijk relevante factoren schreef, een factor toevoegen. U raadt al welke: een klimaatomslag. Ik blogde er twee jaar geleden over en was toen wat sceptisch. Het lijkt wel alsof er elke eeuw iets veranderde en dat bij iedere gebeurtenis uit de IJzertijd een klimaatomslag een rol speelde. Dat klinkt alsof het klimaat een joker is die de historicus altijd kan uitspelen. Het betekent echter feitelijk dat we nog bezig zijn met het opbouwen van een dataverzameling. We weten zeker meer dan vroeger maar het beeld is nog onvoldoende scherp. Die zou in de laatste druk van het handboek best vermeld hebben mogen zijn.

12 gedachtes over “De ondergang van Assyrië

  1. Frans Buijs

    En het kan ook dat er zo gauw aan klimaatverandering gedacht wordt omdat dat de laatste tijd zo in het nieuws is.

  2. Bert van der Spek

    Op zaterdag 2 april organiseert het genootschap “Ex Oriente Lux” zijn Jaardag te Leiden (Lokhorstkerk). Thema: “Klimaat en migratie”. Sprekers: Francis Ludlow, Bleda Düring en Nicky van de Beek. Francis Ludlow is een klimaatwetenschapper te Dublin die zich o.a. heeft bezig gehouden met de gevolgen van erupties van vulkanen op het weer in Ptolemeïsch Egypte en de gevolgen ervan voor de politieke geschiedenis. Momenteel werkt hij (in feite PhD-student Rhonda McGovern) aan de weerberichten in de astronomische dagboeken uit Babylon. Het thema van zijn lezing staat nog niet vast. Mogelijk gaat hij in op de lezing van Bleda Düring, archeoloog te Leiden, over migratie en klimaat in de Late Bronstijd. Nicky van de Beek, egyptologe die nu werkt in Mainz, zal spreken over Egyptische teksten over dit thema. Nog een beetje vaag dus. Houd voor nader bericht de website van Ex Oriente Lux in de gaten http://www.exorientelux.nl.

  3. Martin van Staveren

    “De vaststelling: gebeurtenis B gebeurt na gebeurtenis A, wil niet altijd zeggen dat A ook de oorzaak van B is. ”

    Heel goed. En als B altijd samengaat met A, dan wil dat ook niet zeggen dat A de oorzaak is van B of B de oorzaak van A.

    Op pagina 20 van het coalitieakkoord staat

    “We halen het beste in elke leerling naar boven. Of je nu een leerachterstand hebt of juist een excellente leerling bent. We kiezen voor een structurele versterking van scholen met veel leerachterstanden. Gelijke kansen vragen een ongelijke aanpak, zodat elk kind de beste kans krijgt.”

    Maar ook

    “We verbeteren de overgang van basis- naar voortgezet onderwijs. We stimuleren brede en verlengde brugklassen met oog voor de talenten van elke leerling. We bevorderen doorstroom en differentiatie om leerlingen maximale kansen te geven in het voortgezet onderwijs.”

    Ja, wat is nu de bedoeling? Het beste ook in excellente leerlingen naar boven halen en vervolgens een “brede en verlengde brugklas” invoeren. Dat gaat dus niet samen. Dat is ook weer een voorbeeld van de afwezigheid van correcte statistische analyse, men zegt maar wat.

    1. FrankB

      “Dat gaat dus niet samen. Dat is ook weer een voorbeeld van de afwezigheid van correcte statistische analyse, men zegt maar wat.”
      Als de tweede zin correct is is de eerste zin ongefundeerd.

      1. Martin van Staveren

        U citeert niet goed, er staat: “Het beste ook in excellente leerlingen naar boven halen en vervolgens een “brede en verlengde brugklas” invoeren. Dat gaat dus niet samen”. Dat die niet samen gaan is evident, dus mijn eerste zin is gefundeerd. En nu stop ik.

  4. Ben Spaans

    Je zou weleens denken historici doen moeilijk over dit soort kwesties om maar bezig te blijven…😏 ik heb Peer Vries in een iets andere context zoiets weleens horen suggereren…

    Goed dat einde van Assyrië in welke teksten/inscripties is dat eigenlijk tot ons gekomen? Egyptische bronnen moeten met Babylonische bronnen en de laatste Assyrische inscripties/kleitabletten gecombineerd worden? En nog een beetje Herodotos?

    1. Ik denk dat historici de nadruk op dit soort kwesties leggen omdat dit is wat hun vak maakt tot een wetenschap. Bronnen navertellen en omvormen tot smeuïg verhaal kan iedereen, weten wat je precies aan het doen bent is waar het in de wetenschap om draait. Je gaat doordacht methodisch te werk.

      1. Ben Spaans

        Waarschijnlijk schiet ik tekort voor echte wetenschap. Ik ben iemand voor wie alles zoveel mogelijk moet kloppen, zoals ik weleens eerder gezegd heb. Anders voel ik me zo naar….😔 Ik heb weleens een historicus op tv sarcastisch horen opmerken dat historici blijkbaar alles nodeloos ingewikkeld moeten maken…(was een holocaust gerelateerd onderwerp meen ik).
        Een smeuïg verhaal schrijven kan lang niet iedereen hoor.

        Maar met de bronnen kwestie zit ik wel een beetje in de richting?/

  5. Dirk Zwysen

    Voor jonge studenten – ik denk nu aan mijn leerlingen in de lagere school en mijn tienerdochters en hun recente examens geschiedenis – is het alvast gemakkelijker om coherente gehelen te memoriseren dan losse gegevens. Oorzaak en gevolg smeden data tot verhalen. Maar dan heb je achteraf, op de unief of bij de geïnteresseerde leek, heel wat werk om dat ogenschijnlijk stevige bouwsel te relativeren.
    De methode uitleggen is zo belangrijk. We kunnen er niet vroeg genoeg mee beginnen.

Reacties zijn gesloten.