De Galaten

De Stervende Galliër (eigenlijk een van de Galaten) (Capitolijnse Musea, Rome)

Zoals ik al heb aangegeven, zit het hoofdstuk over het hellenisme in het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, aanzienlijk beter in elkaar dan het hoofdstuk over het klassieke Griekenland. Het hoofdstuk illustreert bovendien leuk hoe lastig het is een handboek te schrijven. Ik licht er een punt uit waar de auteurs alleen maar in de problemen konden raken: de invasie van de Galaten. De Blois en Van der Spek vertellen dat de Macedoniërs in de derde eeuw v.Chr. nogal wat te stellen hadden met

agressieve volkeren uit het noorden. Tegen een van die volkeren waren ze niet bestand: de Galaten, een Keltische stam, die in 279 dwars door Macedonië naar Midden-Griekenland doordrong tot bij Delfi, een jaar later overstak naar Klein-Azië en daar de Seleukiden en Attaliden tot zware militaire acties dwong. Uiteindelijk vestigden zij zich blijvend in het midden van Klein-Azië (Galatië).

U leest over die zware militaire acties hier meer.

Structuur

Dit is onberispelijk maar we lopen hier tegen de structuur van het boek aan: eerst het Nabije Oosten, dan Griekenland met het hellenisme, daarna Rome. Deze verdeling van de stof over drie culturen is begrijpelijk, maar blokkeert ook het zicht op de wisselwerking. Want waar komen die Kelten nou ineens vandaan? Het bijschrift bij een voorspelbare en eigenlijk niet heel informatieve foto (zie boven) doet wat reparatiewerk:

“Kelten” is in werken van Griekse schrijvers vaak een verzamelnaam voor alle volken die ten noorden van Marseille woonden. Tegenwoordig wordt wel gedacht dat zij kwamen uit het gebied waarin archeologen de La Tène-cultuur gevonden hebben (Noordoost-Frankrijk en Zuid-Duitsland). Hun gebied moet zich na 500 v.Chr. geleidelijk uitgebreid hebben over heel Gallië, Noordwest-Spanje, de Alpengebieden, Bohemen en de Britse eilanden (hoewel reeds in de Oudheid getwijfeld werd of de bewoners ervan Kelten waren).

Dit is een samenvatting van iets wat we veel verderop in het handboek, als de Romeinen het Keltische westen onderwerpen, over de Kelten te lezen krijgen.

Alternatief?

Ik weet niet of er een alternatief is, maar ik heb er wel over nagedacht. De Griekse kolonisatie zou een moment zijn geweest om Marseille te introduceren en de vraag die deze stad uitoefende op de achterliggende Hallstatt-cultuur. We zouden dan hebben kunnen uitleggen dat van de Griekse vraag structurerende werking op IJzertijd-Europa was uitgegaan: meer sociale stratificatie in de zone van Noordoost-Frankrijk en Zuid-Duitsland, waar door de zoutwinning al een handelsnetwerk was ontstaan. Op die manier komen de Kelten, als ze in het hellenistische hoofdstuk hun opwachting maken, niet zo uit de lucht vallen.

Het is maar een suggestie. Het nadeel is natuurlijk dat de student dan al in een vroeg stadium wordt geconfronteerd met wéér een antiek volk. En er zijn al zo veel oude volken, is de klacht van eerstejaars.

Kortom, de takeaway van dit stukje is: de vorm van een handboek blokkeert onvermijdelijk de informatie en er is geen oplossing. Een handboek is immers eeen Zwitsers zakmes.

En nu ik het toch heb over de IJzertijdculturen van Europa: wauw.

Literatuur

  • Over de Kelten verschijnt binnenkort De god van de maretak van de zeer door mij bewonderde wetenschapsjournalist Herman Clerinx. U bestelt het boek hier al.
  • Een wat oudere synthese is Barry Cunliffe, The Ancient Celts (1997, diverse geactualiseerde herdrukken)

Belasting, monetarisering en handel

De monetarisering van de economie in beeld: een schat van Ptolemaïsche munten uit het Huis van Dionysos in Pafos (Cyprusmuseum, Nicosia)

Bij gebrek aan andere overtuigende definitie stel ik voor dat we voortaan belasting beschouwen als wezenlijk aspect van de beschaving. Dat klinkt als een flauwe grap, maar ik ben serieus. Belastingen zorgen ervoor dat een verzameling individuen gemeenschappelijk omziet naar elkaar. Zonder belasting geen posterijen, geen politie, geen rechtspraak. Daarom is het falen van een belastingdienst, zoals in de Toeslagenaffaire, ook zo afschuwelijk: het betekent niets minder dan dat de gemeenschap mensen uitstoot.

Het is een andere vraag hoe je belastingen int. Eeuwenlang incasseerde de overheid een deel van de oogst. Dat varieerde van regio tot regio, afhankelijk van de vruchtbaarheid van het land, die immers bepaalde hoeveel zaaigoed een boer moest aanhouden. Je kon beter in Mesopotamië wonen dan in Griekenland. Een andere factor was de voorspelbaarheid van de oogst. Als je wist dat de oogst elk jaar ruwweg hetzelfde zou zijn, hoefde je niet méér dan het noodzakelijke op voorraad te houden. De Numidische hoogvlakte was gunstiger dan Syrië. Ondanks al deze variatie eisten de antieke overheden echter gemiddeld een tiende van de oogst.

Lees verder “Belasting, monetarisering en handel”

De hellenistische steden

De hoofdstraat van Apameia

Zoals zoveel zaken in de hellenistische tijd, was de gewoonte steden te stichten een voortzetting van een eerdere praktijk. De vader van Alexander de Grote, Filippos, was de stichter van Filippoi, terwijl drie Fenicische moedersteden Tripoli hadden gesticht. Dit zijn geen koloniën – sowieso een lastig begrip – want Filippoi en Tripoli verrezen niet overzee. Het waren volksplantingen in eigen land.

Het was, zoals zo vaak, Alexander die radicaliseerde. Het lijstje begint met Iskenderun in Turkije, Alexandrië in Egypte en Edessa in Turkije. In Afghanistan liggen Alexandrië in Arië (Herat), Proftasia, Alexandrië in Arachosië (Kandahar) en Alexandrië in de Kaukasos (Begram bij Kabul). Alexandrië aan de Oxos is identiek aan Kampyr Tepe in Oezbekstian. Het Verste Alexandrië is vermoedelijk Khojand. Nikopolis, Boukefala en Alexandrië aan de Akesines (Uch) liggen in de Punjab. Er lijken stadstichtingen te zijn geweest rond Karachi. Charax ligt in zuidelijk Irak. We ronden af met Alexandrië in de Troas in Turkije en Alexandrië in Margiana (Gyaur Kala in Turkemistan). Dit waren compleet nieuwe steden of sterk vergrote oudere dorpen.

Lees verder “De hellenistische steden”

De slag bij Ipsos

Seleukos I Nikator (Metropolitan Museum, New York)

Het handboek waarover ik op donderdag blog, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, verwijst één keer naar de slag bij Ipsos. Na de dood van Alexander de Grote was de opvolgingsstrijd uitgebarsten en zijn dynastie uitgemoord. Antigonos Eénoog en diens zoon Demetrios de Stedendwinger lijken – “lijken”, want we weten het niet zeker – te streven naar de alleenheerschappij.

In 301 werd Antigonos bij Ipsos in Klein-Azië verslagen door een coalitie met onder anderen Seleukos, terwijl Ptolemaios “meehielp” door Palestina en Zuid-Syrië te bezetten. Antigonos sneuvelde op eenentachtigjarige leeftijd.

Meer is in een handboek ook niet nodig, maar er valt wel iets méér over te vertellen. Om te beginnen dat Seleukos niet bepaald gelukkig was met Ptolemaios’ “hulp”. Ptolemaios beheerste nu wat Seleukos meende dat hem rechtens toekwam. Seleukos zei geen oorlog te willen voeren met Ptolemaios, die hem ooit had geholpen, dus hij verdaagde het onvermijdelijke conflict tot de volgende generatie. De toen uitgebroken reeks conflicten staat bekend als de Syrische Oorlogen. Of Seleukos’ verwijzing naar Ptolemaios’ eerdere verdiensten de feitelijke reden was, of slechts een smoes, valt niet langer uit te maken.

Lees verder “De slag bij Ipsos”

Het hellenisme

Hellenisme: de Macedonisch-Egyptische koning Ptolemaios XI met Griekse baard en Egyptische kroon (Louvre, Parijs)

In het handboek waarover ik op donderdag schrijf, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, zijn we aanbeland bij het hellenisme. Een sterk hoofdstuk. Ik heb het dilemma van de handboekauteur al eens aangegeven: je moet enerzijds een standaardverhaal vertellen en anderzijds mensen die nooit méér informatie krijgen over de Oudheid, de correcte inzichten tonen. Het standaardverhaal is echter in wezen negentiende-eeuws, waardoor correcte inzichten niet aansluiten bij wat wat maatschappelijk bekend is. Dit keer varen de auteurs tussen Skylla en Charybdis door.

Er wordt vaak gesuggereerd dat in de hellenistische tijd grote monarchale rijken [Ptolemaïsch Egypte, Antigonidisch Macedonië, Seleukidisch Azië en Attalidisch Pergamon] de plaats innamen van de kleine zelfstandige stadstaten (poleis) van de klassieke tijd. Dat is maar ten dele waar.

Zo kan het dus ook: je noemt het standaardbeeld en legt uit dat het ongenuanceerd is. De auteurs kiezen positie. Het leidt tot een fijn, helder hoofdstuk. Het is beter dan het voorafgaande, dat veel te vaak de bronnen volgde en daardoor uit balans was.

Lees verder “Het hellenisme”

Barsine, de vrouw achter Alexander de Grote

Vrouwenportret uit Persepolis (Nationaal Museum, Teheran)Perzishc

Ik beloofde een stuk over Barsine, de vrouw achter Alexander de Grote. Eigenlijk is het een beetje een afgeleide van een afgeleide. In het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, waren we aangekomen bij de transitie van de klassiek-Griekse naar de hellenistische wereld; we hadden het daarom over Alexander; ik vond het daarna aardig het ook te hebben over de Perzische edelman Artabazos, een afgeleid onderwerp maar wel een man van twee werelden en twee tijdperken; en vandaag behandel ik dus Barsine. Ze was de dochter van Artabazos en de geliefde van Alexander.

Jeugd

Barsine is waarschijnlijk in 363 v.Chr. geboren als oudste dochter van Artabazos. Net als zijn voorouders was hij satraap van een provincie in het noordwesten van het Aziatische deel van het huidige Turkije. Barsine zal zijn opgeleid door de beste Perzische leraren, maar had ook Griekse leraren.

Lees verder “Barsine, de vrouw achter Alexander de Grote”

Artabazos

Portret van een Perzisch edelman (Nationaal Museum, Teheran)

Ik heb in mijn stukjes over de Bondgenotenoorlog en de Derde Heilige Oorlog een paar keer Artabazos genoemd, de Perzische opstandeling die eerst Atheners en later Thebanen in dienst nam. Het is een interessante man die, samen met zijn dochter Barsine, wat aandacht verdient. Historici vertellen het verhaal van Alexander de Grote, waarin beide een rol spelen, vaak vanuit het perspectief van de Macedonische verovering – en terecht – maar er zijn meer perspectieven. Dus, bij wijze van aanvulling op het handboek van De Blois en Van der Spek, vandaag: Artabazos.

Opstand

Hij is rond 389 v.Chr. geboren als jongste zoon van Farnabazos II, de satraap van wat bekendstaat als Hellespontijns Frygië. Dat is het gebied ten zuidoosten van de Zee van Marmara. De familie heerste er al ruim een eeuw; ik noemde al eens een eerdere Artabazos. De Farnakiden, zoals ze heetten, waren op allerlei manieren verwant en vervlochten met de lokale elites in Perzisch Anatolië. Zo raakte ze in de jaren zestig van de vierde eeuw betrokken bij opstanden tegen koning Artaxerxes II Mnemon. Die eindigden rond 362 toen Artabazos’ oudere broer werd verslagen en gekruisigd. De aanspraken van de familie op de satrapie waren echter zo sterk dat de koning er niet omheen kon een familielid van zijn verslagen tegenstander te benoemen: Artabazos dus.

Lees verder “Artabazos”

Alexander de Grote in context

Al voor Alexander de Grote verspreidde de Griekse cultuur zich, zoals gedocumenteerd door dit teliëf uit Sidon uit het tweede kwart vierde eeuw v.Chr. (Nationaal Museum, Beiroet).

Alexander de Grote: in het handboek waarover ik op donderdag vaak blog, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, ben ik nu aangekomen bij deze wereldveroveraar. Ik heb al aangegeven dat de auteurs bij hun behandeling van de vijfde eeuw v.Chr. de nadruk legden op de Griekse stadstaten die lagen binnen de grenzen van het huidige Griekenland. Eenmaal aangekomen bij de vierde eeuw trekken ze dit enigszins recht met een kort, eigenlijk te kort, stuk over de westelijke Grieken. Ook is er een paragraaf over de economie. Daarmee komt het hoofdstuk over de klassieke tijd ten einde.

Het volgende hoofdstuk gaat over de hellenistische periode, dus de tijd van Alexander tot Augustus, zeg 330 tot 30 v.Chr. Een belangrijk kenmerk van dit tijdvak is dat de Griekse cultuur zich verspreidde over het Nabije Oosten. Overal moest ze zich met oudere beschavingen zien te verhouden, wat echt interessante wisselwerkingen oplevert. Alleen al voor de zalen die in het Louvre zijn gewijd aan het hellenistische en Romeinse Nabije Oosten zou je naar Parijs willen. Ik schrijf dat zonder ironie of overdrijving. Je kunt er twee dagen rondlopen zonder je te vervelen.

Lees verder “Alexander de Grote in context”

De Derde Heilige Oorlog (2)

Filippos II, portret uit de villa van Welschbillig (Landesmuseum, Trier)

[Tweede deel van een stuk over de Derde Heilige Oorlog. Het eerste was hier.]

Thessalië

De Derde Heilige Oorlog werd beslist in Thessalië. De Thessaliërs waren een federatie van poleis, waarvan Larissa traditioneel het belangrijkst was. In de voorafgaande jaren had Ferai meer invloed gekregen en het was Ferai geweest dat in de Derde Heilige Oorlog van Thebe naar Fokis was overgelopen. Dat zat de leiders in Larissa niet lekker, die besloten hulp te vragen bij Filippos van Macedonië.

Ferai vroeg daarop hulp in Fokis en Onomarchos reageerde door eerst zijn broer te sturen met 7000 man en er vervolgens zelf op af te gaan met 20.000 man. De aantallen zijn geloofwaardig en suggereren dat Fokis Thessalië niet alleen wilde helpen, maar ook op eigen voorwaarden wilde herorganiseren. De inzet bestond uit de Thessalische stemmen in de Delfische Amfiktyonie: als Fokis die controleerde, kon het de Amfiktyonie laten stemmen tegen verdere voortzetting van de Derde Heilige Oorlog.

Lees verder “De Derde Heilige Oorlog (2)”

De Derde Heilige Oorlog (1)

Marcherende hoplieten (Louvre, Parijs)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, beschreef ik vorige week de Bondgenotenoorlog (357-355 v.Chr.). Die eindigde toen de Atheners, door de dreiging van een Perzische vlootinterventie, de handdoek in de ring gooiden. Zo verloren ze hun imperium. De democratie hield het nog wat langer uit maar het einde van het klassieke Athene kwam in zicht. Wat ik niet noemde was dat de Atheense alliantie ook weleens een succesje boekte, zoals die keer, kort voor het uitbreken van de Bondgenotenoorlog, toen het eiland Euboia aansluiting zocht.

Dat zat de Thebanen niet lekker. Hun stad had Sparta verslagen – ik blogde er al over – en had later de Spartaanse orde op de Peloponnesos voorgoed vernietigd. Nu Thebe de nieuwe leider van Griekenland was, kon het niet zomaar toestaan dat Euboia afvallig was. Een conflict met Athene was echter iets dat het niet wilde. Het Atheense debacle lag, toen Euboia afviel, nog anderhalf jaar in de toekomst. Om te tonen dat Thebe niet met zich liet spotten, zocht het een andere oorlog. Het doelwit was Fokis, het landschap ten westen van Boiotië (het landschap waarin Thebe lag). Het voorwendsel: de Fokenzen zouden land hebben bebouwd dat eigendom was van Apollo, de god van Delfi.

Lees verder “De Derde Heilige Oorlog (1)”