De keizer in de Romeinse wereld

Elke Romeinse keizer modelleerde zich vroeg of laat op Augustus (Glyptothek, München)

Ik blogde vorige week over de keizers van Rome in de eerst twee eeuwen van onze jaartelling. Het leek een bewogen geschiedenis. Of toch niet? De paradox van het keizerrijk is dat de vorst zoveel macht bezat dat de invulling van zijn rol betekenisloos was. Hij had veel verantwoordelijkheden en kon zich onmogelijk kwijten van alle taken. Zijn staf, de Kroonraad, een groeiend aantal functionarissen uit de senatoriële en ridderstand, legioencommandanten en ambtenaren deden het eigenlijke werk en vielen daarbij terug op beproefde routines. Hoe de vorst zelf zich van zijn taken kweet, was minder belangrijk. Terwijl Nero musiceerde, bloeide het rijk.

De bureaucratische routines waren zo sterk dat de vorsten geen ruimte hadden voor beleidsexperimenten, zoals de god Caligula en de autocratische Domitianus ondervonden. De Severi, die meer deden voor de lagere standen dan hun voorgangers, werden zwaar bekritiseerd door de Senaat – nog altijd hét centrum van bestuurlijke ervaring – en wellicht is hun grootste prestatie dat ze het desondanks veertig jaar uithielden.

Lees verder “De keizer in de Romeinse wereld”

Van keizer tot keizer (2)

Keizer Marcus Aurelius (Carnuntum)

In het vorige stukje behandelde ik de Romeinse keizers van de eerste eeuw en de eerste helft van de tweede eeuw. Meestal wordt de regering van Marcus Aurelius beschouwd als keerpunt.

Van goud naar ijzer en roest

Onze bronnen spreken niets dan lof over deze filosofisch ingestelde man, die, toen hij werd geconfronteerd met de eerste Germaanse invallen sinds mensenheugenis, leiding gaf aan Romes grootste militaire operaties sinds de burgeroorlogen. Latere generaties beschouwden de oorlog aan de Donau als het keerpunt in de Romeinse geschiedenis. Maar het was niet de enige ramp, althans volgens de geschiedschrijver Cassius Dio (ca. 160-ca. 235), een uit het huidige Turkije afkomstige senator die een belangrijk geschiedwerk schreef:

Dit ene ding deed afbreuk aan het geluk van Marcus Aurelius, dat hij zich in zijn zoon, die hij op de best mogelijke manier had grootgebracht en opgevoed, op de ergst denkbare wijze had vergist. Daar moeten we het nu over hebben, want de lotgevallen van de Romeinen toen en onze geschiedenis nu tonen de val van een keizerrijk van goud naar een van ijzer en roest.

Lees verder “Van keizer tot keizer (2)”

Van keizer tot keizer (1)

Claudius (British Museum)

De antieke bronnen presenteren de geschiedenis van het Romeinse keizerrijk als het verhaal van zo’n honderd in de regel opeenvolgende heersers en veel hedendaagse oudhistorici schrijven op dezelfde wijze over de eerste vijf eeuwen van onze jaartelling. Zeker, er wordt verwezen naar allerlei andere zaken, maar de structuur is ingegeven door een paar dynastieën en honderd mannen. Heel masculien, heel negentiende-eeuws. Een en ander laat zich als volgt samenvatten.

De Julisch-Claudische keizers

Toen Tiberius in 37 overleed, werd zijn achterneef Caligula keizer. Deze zou krankzinnig zijn geweest en werd vier jaar later vermoord. Daarop schoven de keizerlijke garde (die een betaalmeester nodig had) en minister Callistus (die de bestuurlijke continuïteit wilde garanderen) Claudius naar voren, een neef van Tiberius die de reputatie had zwakzinnig te zijn. Zo werd, in de woorden van Flavius Josephus, “een volslagen idioot op de troon vervangen door een volslagen warhoofd”. Tegen alle verwachtingen bleek dit warhoofd zeer capabel.

Lees verder “Van keizer tot keizer (1)”

De opvolging van keizer Augustus

Munt met Augustus en Agrippa (Musée d’Archéologie Nationale, Saint-Germain-en-Laye)

“De regerende keizer,” zo schrijven De Blois en Van der Spek in Een kennismaking met de oude wereld, “moest proberen te vermijden dat de legers – die feitelijk de grootste macht bezaten – na zijn dood eigen kandidaten naar voren zouden schuiven.” Dan zouden de burgeroorlogen herleven. Erfopvolging was de oplossing, vervolgen de twee oudhistorici, want “de soldaten voelden zich meer verbonden met de persoon en de familie van de keizer dan met de abstracte wetten en regels van de staatsregeling.”

Ik weet niet of het laatste wel helemaal waar is. Alsof gewone soldaten het belang van staatsrecht niet zouden begrijpen. Het eerste is echter wel degelijk waar: dat het leger zich met de vorst verbonden voelde, is goed gedocumenteerd. Augustus moet het als geen ander hebben geweten: hij had het leger van zijn oudoom en adoptiefvader Caesar geërfd. Zelfs al waren de legionairs gedemobiliseerd, ze keerden terug onder hun standaards om Octavianus te helpen.

Lees verder “De opvolging van keizer Augustus”

De vrienden van keizer Augustus

Livia, de echtgenote van Augustus (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Ik heb de afgelopen weken geblogd over keizer Augustus (een, twee, drie). Het is moeilijk de betekenis van zijn regering te overschatten en het is verleidelijk te zeggen dat Augustus de grote lijnen uitzette. Maar het is misleidend. Het moet te denken geven dat hij de alleenheerschappij zelf presenteerde als herstel van de republiek. Het moet eveneens te denken geven dat geen van zijn tijdgenoten – althans voor zover overgeleverd – het anders formuleerde. Het is pas in jongere teksten dat we aanwijzingen vinden dat men het monarchale karakter van het augusteïsche systeem herkende. Minimaal in schijn bestond er nog een collectief leiderschap en geen geringere geleerde dan Theodor Mommsen geloofde dat. Hij meende dat er sprake was van een dyarchie ofwel dubbele heerschappij: deels monarchie, deels senatorieel.

Het team rond Augustus

Dat “wordt nu niet meer zo relevant gevonden”, schrijven De Blois en Van der Spek in hun handboek Een kennismaking met de oude wereld. Een monarchie is een monarchie, is de implicatie. Dat is natuurlijk ook zo. Tegelijk: er bleef wel degelijk een collectief aspect. Augustus was niet alleen. Hij had vrienden. Een Agrippa. Een Maecenas. Zijn beoogde opvolger Marcellus. Zijn adoptiefzonen Drusus en Tiberius. En wat zouden we graag meer weten over keizerin Livia.

Lees verder “De vrienden van keizer Augustus”

Keizer Augustus (2)

Goudstuk van Augustus (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Ik rondde het blogje over keizer Augustus van vorige week af met de constatering dat de keizer geen onbeperkte macht had. Hij deelde die met het volk, dat officieel weinig te zeggen had, maar via spreekkoren bij de spelen nog altijd zijn mening kon geven. En daar had een keizer rekening mee te houden, zoals hij ook te maken had met de 600 multimiljonairs in de Senaat.

De keizer kon rekenen op de leden van de Kroonraad ofwel het consilium principis. Enkele juridisch geschoolde senatoren en ridders die ’s keizers vertrouwen genoten, adviseerden hem op velerlei terrein. In de Kroonraad werden de beslissingen voorbereid en of dit gremium de beslissingen ook nam, zal van keizer tot keizer hebben verschild. We zouden meer willen weten over de vrienden van Augustus. Welke rol hadden mensen als Lollius, Maecenas, Agrippa, Marcellus, Tiberius en keizerin Livia?

Lees verder “Keizer Augustus (2)”

Keizer Augustus (1)

De familie van keizer Augustus (bovenaan) en Romeins oorlogsgeweld (onderaan): de Gemma Augustea (Kunsthistorische Museum, Wenen)

De Blois en Van der Spek vertellen in hun handboek Een kennismaking met de oude wereld het standaardverhaal over keizer Augustus. Die heette, zoals we vorige week zagen, oorspronkelijk Gaius Octavius, was door Julius Caesar geadopteerd en noemde zich sindsdien eveneens Gaius Julius Caesar. Om ze te onderscheiden, noemen oudheidkundigen de jongste van het tweetal meestal Octavianus, een naam die hij vanzelfsprekend nooit heeft gedragen. De magische naam “Julius Caesar” was de sleutel tot zijn succes.

Plus de meedogenloosheid waarmee hij diverse burgeroorlogen ontketende.

Koning, of zoiets

Na afloop van de laatste burgeroorlog, waarin hij zijn rivaal Marcus Antonius en diens geliefde Kleopatra VII versloeg, stond Octavianus voor het probleem waar ook Caesar mee had geworsteld: hoe de monarchie te verkopen aan de republikeinse Romeinen?

Lees verder “Keizer Augustus (1)”

Octavianus

Octavianus (Museum van Epidauros)

Ik had u, in mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek vorige keer achter gelaten bij de moord op Julius Caesar. Zijn moordenaars waren senatoren die de macht wilden teruggeven aan de Senaat. Maar het hoge college was verdeeld. Veel leden hadden leven en positie te danken aan de dictator en sympathiseerden met de nieuwe leider van zijn partij, Marcus Antonius. Binnen enkele dagen was hij meester van stad en imperium. De moordenaars kregen gratie als ze instemden met de maatregelen van de dictator en werden naar onbeduidende provincies weggepromoveerd.

In juli verscheen een komeet aan de hemel en opperpriester Marcus Aemilius Lepidus verklaarde dat dit betekende dat Caesar was opgenomen onder de goden. Dat gaf Antonius rugdekking: voortaan rechtvaardigde hij zijn optreden met een beroep op de vergoddelijkte Julius. Hij beheerste de situatie volkomen.

Lees verder “Octavianus”

Gaius Julius Caesar (3): dictator

Julius Caesar (Altes Museum, Berlijn)

[Slot van het op de deze blog onvermijdelijke overzichtsartikel over Julius Caesar. Het eerste deel was hier.]

De Tweede Burgeroorlog

In Rome keerde na een half jaar de rust terug en Pompeius, inmiddels hertrouwd, liet zijn nieuwe schoonvader tot consul kiezen: de behoudende Quintus Caecilius Metellus Pius Scipio. In de volgende maanden werden de regels voor de verkiezingen zó aangepast dat Caesar zich moeilijk kandidaat kon stellen. De Senaat was op ramkoers gegaan met de succesvolle generaal, die zijn troepen samentrok in de Moezelvallei en daar plannen voor een oorlog lijkt te hebben voorbereid. Het kamp bij Hermeskeil bij Trier is geïdentificeerd.

Lees verder “Gaius Julius Caesar (3): dictator”

Gaius Julius Caesar (2): Gallië

Julius Caesar; portret uit Nijmegen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Tweede deel van het op de deze blog onvermijdelijke overzichtsartikel over Julius Caesar. Het eerste deel was hier.]

Het Driemanschap

Gewoonlijk wees de Senaat (d.w.z. de optimates) aan elke consul een provincia toe, dat wil zeggen een mandaat om een bepaalde taak te verrichten. Het hoefde niet per se een militair commando te zijn, al is ons woord “provincie” afgeleid van provincia in de zin van krijgstheater, maar dat was wel wat een consul het liefst had. Omdat Caesars tegenstanders bang voor hem waren, zorgden de senatoren ervoor dat hij de zorg voor de Italische bossen en wouden kreeg toegewezen. De senatoren konden het risico niet nemen dat Caesar aan het hoofd van een leger zou komen staan.

Lees verder “Gaius Julius Caesar (2): Gallië”