Het begin van de Oudheid

Sumerisch echtpaar (door de vandalen vergeten toen ze het museum in Bagdad plunderden)

Objectieve kennis kan niet bestaan, maar als mensen met diverse achtergronden aan de hand van dezelfde data en dezelfde methoden tot dezelfde conclusies komen, zitten we aan de veilige kant. En je krijgt betere informatie als je meer en uiteenlopender data in je analyse betrekt. Klinkt logisch, gebeurt onvoldoende. De oudheidkundige opleidingen zijn te kort. Daarnaast zijn er twee andere problemen, namelijk dat inzichten achter betaalmuren liggen en dat het daardoor niet mogelijk is het publiek normaal te informeren. Daarom twijfel ik al een tijdje aan de zin van mijn activiteiten en keerde ik terug naar het handboek waarmee ik over oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek.

Ik blogde er al eens over – een, twee, drie – en een van de auteurs, Van der Spek, reageerde al. Deze reeks kan leuk worden. Vandaag: het begin van de Oudheid. Ofwel de overgang van de laatste fase van de Prehistorie, het Chalcolithicum, naar de Bronstijd.

Lees verder “Het begin van de Oudheid”

De grenzen van de Oudheid

Ik had een reeks beloofd over handboekkennis. Na die belofte en wat gefantaseer over hoe mijn eigen handboek eruit zou zien, neem ik vandaag de Inleiding ter hand van Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. De auteurs geven daarin aan dat de Oudheid op zichzelf een boeiend onderdeel van de menselijke geschiedenis is. De Oudheid is gewoon leuk en dat is volgens mij voldoende rechtvaardiging om je ermee bezig te houden. (Vanzelfsprekend geldt dit niet voor de financiering. We willen allemaal wel betaald krijgen om leuke dingen te doen.)

Bakermat

Maar wat is die Oudheid nou? De auteurs noemen het “de bakermat van de Europese en islamitische beschavingen” en spreken van

de landen rondom de Middellandse Zee, en in het bijzonder de cultuurcentra van het oude Nabije Oosten enerzijds en de antieke Grieken en Romeinen anderzijds.

Hier zouden zaken zijn ontstaan die de westerse en islamitische culturen bepalen. Bepalen. We zijn in het land van de sociale wetenschappen.

Lees verder “De grenzen van de Oudheid”

Het ideale handboek (volgens mij dan)

Pauw in Cherchell; er is geen diepere betekenis of verband met het onderstaande, maar het is een leuk plaatje.

Ik wilde, zo kondigde ik vorige week aan, gaan bloggen over het handboek waarover ik ooit eerstejaarscolleges heb gehad. Een kennismaking met de oude wereld is zes keer geactualiseerd herdrukt dus ik zal er zeker weggezakte kennis mee opfrissen. Maar de afgelopen week bedacht ik: hoe zou ik zelf een boek schrijven waarmee eerstejaars met de oude wereld kennis zouden maken?

Opfrissen

Het zou, denk ik, moeten beginnen met een vluchtig overzicht, zoals ik zelf ooit hier heb gepubliceerd. Ik weet niet hoeveel woorden het zijn, misschien duizend, maar het geeft de hoofdlijnen, een basis die nuttig is om op voort te bouwen. Daarna zou ik uitleggen waarom de bestudering van de Oudheid een wetenschap is. Even de colleges wetenschapsleer opfrissen waarmee het eerste academisch jaar begon. Hoofdstuk één, paragraaf één: wat is een feit? Daarna een introductie tot de oudheidkundige data: iets over teksten en de uitleg daarvan, iets over vondsten en vondstinterpretatie, iets over etnografische parallellen, iets over de discussies onder historici, zoals de relatie tussen individu en proces of de aard van continuïteit. Ook nog iets over de kern van een wetenschap (de negatieve heuristiek van verboden manieren om de data te interpreteren) en de beschermende schil (de positieve heuristiek van toegestane interpretatiewijzen).

Lees verder “Het ideale handboek (volgens mij dan)”

Het oudhistorisch handboek

De auteur van een handboek heeft het in één opzicht makkelijk. Hij schrijft voor een publiek van eerstejaarsstudenten die ervoor hebben gekozen een bepaalde studie te doen. Je zou deze doelgroep, omdat ze het belang van het vak niet ter discussie stelt, wetenschapspositief kunnen noemen. Deze welwillende houding heeft als gevolg dat de auteur geen bladzijden hoeft te besteden aan uitleg van waartoe dat vak dient. Hij kan het boek gewoon tjokvol stoppen met conclusies. Dat het handboek dient voor een bepaald vak, geeft bovendien een duidelijke begrenzing. Zo, met een afgebakend vakterrein en een positieve doelgroep, kan een handboek zijn doel dienen: het is de basis voor werkcolleges, waarin studenten leren dat wat een handboekauteur schrijft, wordt tegengesproken door andere geleerden.

Geen consensus

Dat is niet omdat een handboekauteur niet alles weten kan, al speelt ook dat een rol. Veel belangrijker is dat er over veel zaken geen consensus is. Ik lees bijvoorbeeld zojuist dat Filippos II van Macedonië wegens een privéruzie werd vermoord. Misschien is dat zo, maar de voornaamste bron over de moord zegt expliciet dat de moordenaar wegrende naar enkele klaar gezette paarden, meervoud, wat de mogelijkheid opent dat er sprake was van een handlanger, een complot en een politiek motief. Er is dus discussie mogelijk en de auteur van een handboek presenteert alleen zijn eigen keuzes.

Dat is al moeilijk genoeg. Als de handboekauteur het makkelijk heeft door een heldere doelgroep, afbakening en doel, wil dat nog niet zeggen dat het ook in andere opzichten eenvoudig is.

Lees verder “Het oudhistorisch handboek”

Aarzelend voorwaarts – maar waarheen? (1)

Ik ben even de weg kwijt.

Als rusteloosheid, een gevoel van malaise en een onvermogen effectief toekomstplannen te maken symptomatisch zijn voor corona, dan ben ik er de afgelopen maand door ingehaald. Niet dat het slecht gaat. Ik ben gezond, had voldoende spaargeld om door de afgelopen maanden te rollen en kon naar Wallonië uitwijken toen ik onlangs mijn huis aan familieleden moest uitlenen. Nu dat laatste zich herhaalt, kan ik terecht bij twee van de vaste lezers van deze blog – ik kan rekenen op steun van talloze mensen. Ik ben een gezegend mens en dat ben ik me elke dag bewust.

Maar eerlijk is eerlijk: ik ben rusteloos en richtingloos. De eerste corona-weken ging het allemaal wel. Ik had in vrij korte tijd vier boeken gepubliceerd (Constantijn, Xerxes, Wahibre-em-achet en Bedrieglijk echt) en had een achterstand bij allerlei ander werk. Een deel van die achterstand heb ik kunnen wegwerken, maar niet alles. Langzaam zonk bij me in dat sommige projecten nooit af zouden komen en dat geeft me een naar gevoel. Ik ben te vaak aan iets begonnen en heb te veel energie gestoken in mislukkingen. Volgens mij kan The Seven Habits of Highly Effective People worden samengevat als “alles wat Lendering niet is”.

Lees verder “Aarzelend voorwaarts – maar waarheen? (1)”