Zonsverduistering

Zichtbaarheid van de zonsverduistering van 12 augustus 2026 volgens de Franse IMCCE. De grijze lijn geeft de smalle strook aan waar de zonsverduistering totaal is.

Vandaag (12 augustus) vindt een zonsverduistering plaats die in de namiddag ook in Nederland goed waarneembaar zal zijn. De smalle strook waarin de zon totaal wordt verduisterd begint bij de Siberische kust (nabij Tajmyr) en passeert iets ten zuiden van de noordpool achtereenvolgens het oostelijke deel van Groenland, het westelijke deel van IJsland, de Atlantische Oceaan, Noord-Spanje en eindigt boven de Balearen. In Nederland is deze zonsverduistering niet totaal maar bij het maximum (ongeveer een uur voor zonsondergang) zal ongeveer 88½% van de zonneschijf door de maan worden bedekt zodat slechts nog maar een smalle sikkel van de zonneschijf overblijft.noot In Utrecht begint de zonsverduistering om 19:17, vindt het maximum plaats om 20:11 en eindigt de verduistering om 21:03, slechts enkele minuten voor zonsondergang. Elders kunnen de tijdstippen enkele minuten afwijken.

Zonsverduisteringen verklaard

Een zonsverduistering vindt plaats wanneer de maan tijdens nieuwe maan precies (of bijna precies) tussen de aarde en de zon kruipt. De smalle kegelvormige schaduw van de maan valt dan op het aardoppervlak en waarnemers op of nabij de centrale lijn zien dan dat de maan voor enkele minuten de zonneschijf bedekt. Als de schijnbare grootte van de maan groter is dan die van de zon wordt de gehele zonneschijf bedekt en spreekt men een totale verduistering; is de schijnbare diameter van maan iets kleiner dan die van de zon dan wordt de zonneschijf niet geheel bedekt en ziet men een felle ring rondom de maan. Deze wordt een ringvormige zonsverduistering genoemd.noot Soms kan een zonsverduistering beginnen als een ringvormige zonsverduistering, dan overgaan in een totale zonsverduistering en weer eindigen als een ringvormige zonsverduistering: deze wordt een ringvormig-totale of een hybride zonsverduistering genoemd.

Lees verder “Zonsverduistering”

Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen

Een Perzische ruiter verslaat een Griekse soldaat (Staatliche Münzsammlung, München)

In het vorige blogje introduceerde ik de Griekse geschiedschrijver Ktesias, en vertelde ik dat aan zijn betrouwbaarheid sterk wordt getwijfeld. Dat heb ik niet echt toegelicht, dus ik bied nu een becommentarieerd overzicht van zijn Geschiedenis van de Perzen.

Assyrië, Babylonië en Medië

Dat werk begint met drie boeken over de geschiedenis van wat Ktesias aanduidt als Assyrië. En daarmee verraadt hij dat hij staat op de schouders van de door hem bekritiseerde Herodotos van Halikarnassos, die met deze naam verwijst naar zowel Assyrië als Babylonië. De verklaring kan alleen maar zijn dat beide voormalige koninkrijken in Achaimenidisch Perzië behoorden tot dezelfde bestuurseenheid, maar het is absurd om het terug te projecteren op de eerdere geschiedenis. Ktesias volgt Herodotos in zijn vergissing, en wat hij presenteert als geschiedenis is grotendeels legendarisch.

Lees verder “Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen”

Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

Lees verder “Alexander de Grote op weg naar Gaugamela”

De hoofddoek (2) het westen

Hellenistische dame met hoofddoek (RIjksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik gaf gisteren aan dat het hoofddoekje in het oude Nabije Oosten en in de Mediterrane wereld gold als het privilege van een getrouwde vrouw. Negatief geformuleerd: het onbedekte haar van slavinnen, prostituees en ongetrouwde meisjes was een aanwijzing dat ze seksueel beschikbaar waren – uiteraard na toestemming van de eigenaar, na betaling of na huwelijkssluiting. Ik attendeerde er ook op dat vrouwenportretten een andere werkelijkheid documenteren: vrouwen waarvan we zeker weten dat ze getrouwd waren, worden met onbedekt haar afgebeeld. Ik ben er vrij zeker van dat niemand de Romeinse keizerin beschouwde als seksueel beschikbaar.

Dat er in elk geval in de Romeinse keizertijd diverse normen bestonden, blijkt tevens uit teksten die het joodse leven documenteren. De traditionele norm, dat een getrouwde vrouw een hoofddoek mocht dragen, wordt verondersteld in de rond 200 na Chr. samengestelde Mishna. Deze eerste grote optekening van rabbijnse opvattingen legt het vertrouwde verband tussen het dragen van een hoofddoek en het huwelijk: een man mocht zijn echtgenote verstoten als ze met onbedekt haar over straat ging, en hoefde dan de bruidsschat niet terug te betalen.noot Mishna, Ketuboth 7.6.

Lees verder “De hoofddoek (2) het westen”

De hoofddoek (1) het oosten

Een moeder met een complexe hoofddoek (Archeologisch museum, Basra)

Ergens rond 1770 v.Chr. verloofde Shibtu, de dochter van de koning van Aleppo, zich met Zimri-Lim, de machtige koning van de Mesopotamische stad Mari (r.1775-1762 v.Chr.). In een overgeleverd kleitablet schrijft Shibtu’s vader zijn aanstaande schoonzoon dat er, toen diens gezanten de jonge vrouw kwam ophalen, wat complicaties waren.

U hebt het huwelijksgeschenk meegebracht, maar mijn moeder is ziek en ik vrees dat in mijn paleis iets naars zal gebeuren [dat een slecht voorteken voor het huwelijk is]. Ook hebt u niet veel tijd. Daarom hebben wij in allerijl het huwelijksgeschenk dat u, meneer, hebt laten brengen, naar ons paleis gebracht en hebben wij over het meisje haar sluier gelegd.

Lees verder “De hoofddoek (1) het oosten”

Faits divers (46): oosterse data

Een inscriptie in Arabische letters zonder puntjes (Wadi Rum)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer de uitbreiding van het databestand in Mesopotamië en Arabië, waarbij ook allerlei Grieken en Romeinen opduiken.

Spijkerschrift

Ik heb weleens geblogd over de omvang van het overgeleverde corpus van de diverse oude talen, want wetenschappers hebben een jaar of twintig geleden eens uitgeknobbeld hoeveel woorden er over zijn. Over het belang en de methode van zo’n exercitie valt een boom op te zetten, en er is ook wel kritiek op, maar sommige conclusies zijn duidelijk: van de oude talen vóór 300 na Chr. is het Grieks, gemeten aan het overgeleverde aantal woorden, met afstand het grootst. Op een gedeelde tweede plaats stonden het Latijn en het Akkadisch, de spreektaal van de Babyloniërs en Assyriërs en de taal van de internationale diplomatie in de Bronstijd. Het Akkadische corpus blijft groeien: elk jaar worden meer kleitabletten opgegraven dan gepubliceerd.

Lees verder “Faits divers (46): oosterse data”

De Kimmeriërs

Kimmerische of Skythische pijlpunten (Nationaal Museum van Armenië, Yerevan)

De Kimmeriërs, die zijn interessant! En dat is natuurlijk omdat het bewijsmateriaal enerzijds gevarieerd is, zodat allerlei specialisten erbij komen kijken, maar anderzijds tekortschiet, zodat er geen consensus kan ontstaan. Kortom: een fijne puzzel.

Dode Kimmeriërs

Eerste bewijsmateriaal: Griekse poëzie. In de Odyssee vertelt Homeros dat Odysseus, ergens in het verre verre westen, de rand bereikt van de Okeanos, waar de stad en het land van de Kimmeriërs zich bevinden. De zon schijnt er niet, de gebieden zijn eeuwig gehuld in mist en nevel, en “steeds hangt de heilloze nacht om de diep ongelukkige mensen”.noot Homeros, Odyssee 11.14ff. Als dit u doet denken aan het dodenrijk, dan zit u goed, want niet veel later brengt Odysseus inderdaad een bezoek aan die naargeestige plek.

Lees verder “De Kimmeriërs”

Faits divers (41)

Muzikanten uit ZIncirli (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers: ook dit keer een verzameling van berichtjes die mijn aandacht trokken. Niet per se het belangrijkste nieuws, niet per se belangrijk, niet per se nieuws.

Muziek!

Het eerste artikel begrijp ik eerlijk gezegd niet tot in detail, maar wat ik wel denk te begrijpen is dat muziek in Bronstijd-Ugarit en India vergelijkbaar klonk. Een en ander valt af te leiden uit het in Ugarit gevonden lied “De bruiloft van Nikkel en Yarich” en de Indische Rig-Veda.

Lees verder “Faits divers (41)”

Faits divers (34)

Meisje in toga (© Museo de Navarra)

Een nieuwe lente, een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: allerlei kleine, onsamenhangende berichtjes. Daarom heet de rubriek ook faits divers.

***

Toga

De toga geldt als een Romeins mannenkledingstuk. Meer precies, een kledingstuk voor heren die op chique wilden gaan. De dichter Vergilius typeerde de Romeinen als gens togata, getogeerd volk, en keizer Augustus citeerde die woorden toen hij decreteerde dat heren op het Forum Romanum goed gekleed dienden te gaan. Voor mij kwam het vrij onverwacht dat in het noorden van Spanje een standbeeld van iemand, gehuld in een toga, blijkt te hebben toebehoord aan een jonge vrouw. Was het iemand die tot man was “gepromoveerd”? Vergiste de bronsgieter zich? Begrijpen we Romeinse gender-rollen niet goed?

Lees verder “Faits divers (34)”

De antieke hoekharp

Reconstructie van een hoekharp uit Ur, met dertien snaren; de aanhechting van de arm aan de klankkast is verstevigd. (©British Museum, Londen)

De oudste dateerbare harp is een zogeheten hoekharp uit ongeveer 2600 v.Chr., gevonden in de koninklijke graven van Ur door Leonard Woolley. Zo’n hoekharp had een met dierenhuid bespannen doos als klankkast, meestal gemaakt van hout, maar ook ander materiaal komt voor. De klankkast van dit dertiensnarige instrument was horizontaal, terwijl de arm omhoog stak.

Uit dezelfde periode dateert de Cycladische harpspeler uit het vorige blogje. Deze hoekharp wordt bespeeld door een zittende man met de harp op zijn knie. Daar is de klankkast verticaal. De snavelachtige versiering aan de bovenkant lijkt op die van de harp op de vaas van de Peleusschilder hieronder.

Lees verder “De antieke hoekharp”