Het einde van Klearchos

Marcherende hoplieten (Louvre, Parijs)

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het slot van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]

De legers passeerden Kainai, het huidige Tikrit, en bereikten de rivier de Kleine Zab (die Xenofon overigens niet noemt). Hier stuurde Klearchos een gezant naar Tissafernes met het verzoek het gerezen wantrouwen te bespreken, waarop deze de Griek meteen uitnodigde. Xenofon geeft op dit punt de twee toespraken weer waarmee de twee commandanten elkaar zouden hebben willen overtuigen van hun goede bedoelingen.

Klearchos zou na afloop overtuigd zijn geweest van de oprechtheid van de Pers en meende dat deze teveel lasterpraatjes had gehoord. Hij stemde erin toe dat de leugenaars zouden worden gearresteerd. Voor hem had dit als bijkomend voordeel dat tegenover de andere Grieken duidelijk zou zijn dat alleen hij de leider was, en hij moet hebben gedacht dat ook de Pers het zo wilde, want de Perzen prefereerden vanouds eenhoofdig gezag bij de partijen waarmee ze onderhandelden.

Landschap langs de Tigris, even ten noorden van Tikrit

Moord in Babylon

De volgende dag keerde Klearchos terug naar zijn gastheer, met in zijn gezelschap vijf hoge officieren en twintig compagniescommandanten. Samen zouden ze ontdekken wie verantwoordelijk was voor het verspreiden van desinformatie. Tissafernes’ mannen doodden de compagniescommandanten echter zonder veel plichtplegingen, terwijl de officieren werden gearresteerd. Een gezant kwam de Grieken uitleggen dat dit was gebeurd omdat Klearchos het verdrag had geschonden.

De Spartaan werd in Babylon voorgeleid aan de grote koning, die hem volgens Xenofon liet onthoofden. Als dat waar is, was dat de laatste keer dat Artaxerxes Klearchos met een zekere vriendelijkheid bejegende, want traditioneel werden een meinedige eerst neus en oren afgesneden en de ogen uitgestoken. Na enige tijd te zijn tentoongesteld werd hij ten slotte gekruisigd. Ktesias meldt dat de lichamen van Klearchos’ gezellen uiteindelijk een prooi waren voor de honden en vogels en dat betekent dat Artaxerxes hun een nette uitvaart gunde. Niets was de Perzen namelijk een groter gruwel dan het begraven of cremeren van lijken, omdat dan Gods aarde en het heilige vuur werden verontreinigd.

Xenofon schrijft vol afkeer over het verraderlijke gedrag van Tissafernes en prijst Klearchos, zonder diens ruwe karakter te ontkennen, als een goede militair die zijn mannen zelfvertrouwen gaf. Ktesias gaat zelfs zo ver te beweren dat toen het stoffelijk overschot van de huurlingenleider aan de honden werd gegeven, een briesje opstak dat zand over het lichaam legde, alsof de goden wilden dat Klearchos, net als de homerische helden, als laatste rustplaats een grafheuvel zou krijgen.

Besluit

Het valt in de twee auteurs te prijzen dat ze over de doden niets dan goeds willen schrijven en desnoods een grafmonument verzinnen. Ze bedekken echter wel erg veel met de mantel der liefde. Als Klearchos zich tijdens de slag bij Kounaxa niet had laten verleiden tot het achtervolgen van vluchtende lichtbewapenden, en in plaats daarvan het centrum van het koninklijke leger in de rug had aangevallen, zou Cyrus koning zijn geweest. En als de Spartaan daarna niet zo koppig had vastgehouden aan het idee dat de Grieken de overwinning hadden behaald, zou er geen sfeer van wantrouwen zijn ontstaan. De huurlingen hadden in Perzische dienst kunnen treden. Ze zouden zijn ingezet in een oorlog in Egypte en Klearchos zou het gouverneurschap van het aloude land aan de Nijl hebben kunnen verwerven.

Het mocht niet zo zijn. De huurlingen zouden die winter langs de Tigris verder marcheren, achtervolgd en bestookt door de troepen van Tissafernes. Tijdens de expeditie groeide Xenofon uit tot een van de commandanten. Maar ook hij kon niet verhinderen dat minder dan de helft van de dertienduizend Grieken die na de slag bij Kounaxa nog leefden de Egeïsche Zee terugzagen. Daarover woensdag meer.

Een gedachte over “Het einde van Klearchos

  1. A. den Teuling

    U maakt erg aannemelijk dat er twee verschillende culturen botsten in en na de afloop van de veldslag. Maar ik vind dat u de Perzische koning toch te veel de eer geeft van de nobele wilde. Omdat wij in het westen altijd de genialiteit van de Grieken hebben hooggehouden, terecht of ten onrechte, slaat u nu wel door naar het tegendeel.
    Het zou natuurlijk rationeel geweest zijn als Artaxerxes de Griekse huurlingen gewoon had overgenomen, maar misschien was hij helemaal niet zo rationeel, maar rancuneus voor het personeel van zijn broer.

Reacties zijn gesloten.