De slag bij Kounaxa (1)

De Eufraat

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon, waar we nooit zullen aankomen.]

Het begin

Darius en Parysatis hadden twee zoons. De oudste heette Artaxerxes, de jongste Cyrus. Toen Darius ziek was en zijn einde voelde naderen wilde hij zijn beide zoons bij zich hebben. De oudste was al aanwezig, maar Cyrus moest hij uit het machtsgebied laten komen waarover hij hem had aangesteld. […] Cyrus reisde dus naar zijn vader. Hij liet zich vergezellen door Tissafernes, die hij als een vriend beschouwde, en door een escorte van driehonderd Griekse hoplieten onder bevel van Xenias uit Parrasia.

Toen Darius gestorven en Artaxerxes koning geworden was, probeerde Tissafernes Cyrus bij zijn broer verdacht te maken: hij zou een coup voorbereiden. Artaxerxes geloofde het en nam Cyrus gevangen met de bedoeling hem ter dood te brengen. Maar hun moeder kwam tussenbeide. Op haar aandringen werd hij vrijgelaten en kon hij weer terugkeren naar zijn machtsgebied.

Dat was een gevaarlijke en smadelijke ervaring geweest en na zijn terugkeer zon Cyrus op middelen om voortaan onafhankelijk van zijn broer te zijn en zo mogelijk koning te worden in zijn plaats.

De intrige

Het lijkt het begin van een sprookje, de (door Gerard Koolschijn vertaalde) woorden waarmee de Athener Xenofon zijn Anabasis begint, het spannende boek waarin hij vertelt hoe hij als zevenentwintigjarige deelnam aan de expeditie waarmee de Perzische prins Cyrus probeerde zijn broer af te zetten. Zoals nog zal blijken had Xenofon goede redenen om een hekel te hebben aan Tissafernes en in het bovenstaande suggereert hij dat deze in feite maar wat praatjes rondstrooide, die het conflict creëerden waardoor Cyrus werd gedwongen in opstand te komen. Wij denken vriendelijker over de capabele Tissafernes, die zijn hele carrière trouw was aan de grote koning en vermoedelijk niet lichtvaardig getuigde tegen diens broer.

In elk geval: onder het mom een inheemse stam te willen bestrijden, begon Cyrus twee strijdmachten bijeen te brengen, waarvan de ene grotendeels bestond uit Lydiërs en de andere uit zo’n dertienduizend Griekse huurlingen, gecommandeerd door de Spartaanse officier Klearchos. Tissafernes begreep dat de troepenopbouw niet in verhouding stond tot het opgegeven doel en rapporteerde dit aan koning Artaxerxes, die nu ook begon met de voorbereidingen van een burgeroorlog.

Op mars

In de zomer van 401 rukten de legers van de opstandeling op, dwars door wat nu Turkije heet naar Syrië en de Eufraat. Die wilde Cyrus stroomafwaarts volgen, wetend dat Artaxerxes langs dezelfde rivier zou oprukken.

Begin november 401 bereikten Cyrus’ troepen de Koninklijke Kanalen, die sinds mensenheugenis de Eufraat verbonden met de Tigris. Het zou voor Artaxerxes de logische plaats zijn geweest om zijn broer op te wachten, want hij kon zijn manschappen bevoorraden vanuit Sippar, de noordelijkste stad van Babylonië. Omdat het zo’n voor de hand liggende plaats was om slag te leveren, liet Cyrus zijn mannen in slagorde oprukken.

Het kwam die dag echter niet tot gevechten, want de koning bleek zijn tegenstander hier niet op te wachten. Sterker nog, de dam op de plaats waar de Koninklijke Kanalen zich van de Eufraat afsplitsten, lag onbewaakt en Cyrus’ legers staken ongehinderd over. De Grieken, die het dichtst bij de rivier stonden, gingen het eerst over de dam, gevolgd door Cyrus en ten slotte de Lydische troepen. Een vijandelijke waarnemer kon dus vanuit het nabijgelegen Nehardea op zijn gemak vaststellen hoe de aanvallers van plan waren zich op te stellen tijdens de veldslag.

[Wordt vervolgd]