De slag bij Kounaxa (4)

Xenofon (Museum van Afrodisias)

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het vierde deel van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]

In de Perzische visie op oorlog was een veldslag voorbij als een van de partijen haar doel had bereikt. Nu Cyrus dood was, was de heerschappij van Artaxerxes onbetwist en dus was de oorlog afgelopen. De Grieken zagen dat anders. Voor hen betekende een overwinning dat de vijand was verslagen, wat bijvoorbeeld bleek als deze zich terugtrok. Meestal werden na afloop onderhandelingen gevoerd, waarin de verslagenen toestemming vroegen hun doden te bergen; de overwinnaars richtten dan een zegeteken op. Doordat Grieken en Perzen militaire zeges anders definieerden, kon het gebeuren dat ze de volgende dag allebei oordeelden te hebben gewonnen.

Onderhandelingen

Klearchos meende aanvankelijk dat het aan hem was een nieuwe koning te benoemen en bood de Perzische generaal van Cyrus’ Lydische leger het purper aan, maar die sloeg het af. Ongeveer op hetzelfde moment arriveerden gezanten van de koning, die de Grieken uitnodigden naar Artaxerxes te komen. Nu hadden de Grieken, anders dan bijvoorbeeld de nomaden van het huidige Oezbekistan, niet het privilege wapens te dragen in de nabijheid van de grote koning, dus ze kregen het verzoek in vreedzamer kleding op audiëntie te komen. Dat kwam de gezanten te staan op de repliek dat het niet de gewoonte was dat overwinnaars hun wapens afstonden. Omdat daarmee de onderhandelingen in een impasse raakten, vertrokken de gezanten met de mededeling dat als de huurlingen de plaats verlieten waar ze waren, Artaxerxes dit zou opvatten als een daad van oorlog.

Daarop besloten de generaals van de twee legers van Cyrus samen naar Lydië terug te marcheren. Niemand wist waar de grote koning zich bevond, maar het krijgsplan was eenvoudig. Aangezien ze tijdens hun opmars al het graan langs de Eufraat hadden opgemaakt, moesten ze zo snel mogelijk oprukken langs de Tigris. Als ze daarbij de voedselvoorraden vernietigden, konden ze hun achtervolgers van zich afschudden.

Aqar Quf

De terugweg

De volgende dag begon de terugtocht in de richting van enkele dorpen, waar men eten meende vinden. De Duitse Duitse krijgshistoricus Otto Lendle meent dat de huurlingen nu in de omgeving waren van Aqar Quf, ergens ten westen van het huidige Bagdad, al is het moeilijk een ziggurat van tientallen meters hoog te typeren als dorp. Hoe dat ook zij, de mannen hoopten de dorpen te bereiken bij zonsondergang. Xenofon schrijft (in de vertaling van Gerard Koolschijn):

Daarin hadden ze zich ook niet vergist, maar – en daar hadden ze niet op gerekend – toen het nog middag was, dachten ze vijandelijke ruiterij te zien. De Grieken die buiten de gelederen waren, renden naar hun plaats en de leider van het andere leger stapte van de wagen waarop hij zat omdat hij gewond was en begon zijn harnas aan te trekken. Zijn mannen volgden zijn voorbeeld. Zij waren daar nog niet mee klaar, toen de vooruitgestuurde verspieders terugkwamen en meldden dat het geen ruiters waren, maar grazende lastdieren. Iedereen begreep onmiddellijk dat het kamp van de koning ergens in de buurt moest zijn en inderdaad zagen ze rook in dorpen niet ver daarvandaan. Klearchos rukte niet tegen de vijand op. Hij wist dat de soldaten uitgeput waren en geen eten hadden gehad en bovendien was het al laat.

De Grieken kampeerden in de dorpen, maar die waren inmiddels door het leger van de koning leeggehaald om er zeker van te zijn dat de voormalige soldaten van Cyrus er niets bruikbaars zouden aantreffen. Als Artaxerxes en Tissafernes de Grieken hadden willen aanvallen, was dit het moment, want de hoplieten waren verzwakt en zouden in een straatgevecht hinder hebben ondervonden van hun bepantsering. Maar de koning liet zijn cavalerie geen kordon leggen en stuurde geen boogschutters om de rieten daken in brand te steken. In plaats daarvan zond hij gezanten om de huurlingen een plaats te wijzen waar ze voedsel konden vinden en op krachten konden komen. Klearchos legde dat uit als bewijs dat de Perzen bang waren, wat zijn bereidheid tot het doen van concessies niet vergrootte.

Langs de moderne weg: vlakker dan vlak

Het was pas toen ik in oktober zelf door dit gebied reisde dat ik me realiseerde hoe moeilijk het op dit moment voor de huurlingen was. Het land is vlakker dan vlak. Er is gewoon helemaal niets waarop je kunt oriënteren. Ze moesten met de Perzen samenwerken.

Uiteindelijk werd toch een verdrag gesloten. Beide partijen wilden immers dat de legers van Cyrus naar huis terugkeerden. De Grieken staken de Koninklijke Kanalen weer over en vonden voedsel in de dorpen die hun waren aangewezen. Daar voegde ook Tissafernes zich bij hen, die voorstelde gezamenlijk terug te marcheren. Hij moest immers ook die kant op. Als we geloof mogen hechten aan de woorden die Xenofon de Pers in de mond legt, was deze zo slim in het midden te laten wie nu wie had verslagen.

Naar het noorden

Begin oktober begon de tocht naar het noorden. Dat de Perzen te goeder trouw waren, blijkt uit het feit dat ze de Grieken toestonden de Tigris over te steken naar het vruchtbare gebied tussen die rivier en het Zagrosgebergte. Weliswaar lagen er nu twee stromen tussen de huurlingen en hun bestemming, maar als ze ten westen van de Tigris waren gebleven, zouden ze regelrecht de woestijn in zijn gemarcheerd. In plaats daarvan stonden de Perzen hun voormalige vijanden toe gebruik te maken van de Koninklijke Weg, die de Perzische hoofdsteden verbond met Lydië. Als de beschrijving van deze route in HerodotosHistoriën accuraat is, mochten Klearchos en de zijnen erop rekenen dat ze na ruim honderd etappes zouden aankomen in Sardes, de laatste grote Perzische stad voor de Egeïsche Zee.

Het liep anders. Na vier dagen bereikten de drie legers de rivier de Diyala. Het leger van Tissafernes en Cyrus’ Lydische troepen waren de brug al gepasseerd toen er plotseling nog een leger aankwam: versterkingen voor het koninklijke leger uit de oostelijke gebiedsdelen, die te laat waren voor de veldslag bij Kounaxa. Klearchos liet de Grieken tergend langzaam verder trekken om er zeker van te zijn dat zijn troepenmacht groter leek dan ze feitelijk was.

Vervolgens meldt Xenofon dat de huurlingen tien dagen door een verlaten gebied trokken met de Tigris aan hun linkerhand. Ze plunderden dorpen om aan voedsel te komen. Hoewel Xenofon het niet expliciet zegt, moeten de Grieken de Koninklijke Weg, die op enige afstand lag van de rivier, hebben verlaten, omdat ze alleen zo konden verhinderen tussen beide Perzische legers in te komen. Blijkbaar wantrouwde Klearchos Tissafernes nog altijd, en deze moet ook bedenkingen over de Spartaan hebben gehad, want door een andere weg te nemen had de Griek het verdrag geschonden. Het is geen toeval dat Xenofon over de gevolgde route terughoudend is.

[Wordt straks afgerond]

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Een gedachte over “De slag bij Kounaxa (4)

  1. Ben Spaans

    Grieken moeten als huurlingen toch al ervaring hebben opgedaan met de Perzische visie op winst en verlies?
    Of was Cyrus avontuur de eerste keer dat Griekse huurlingen op grote schaal in Perzië ingezet werden?

Reacties zijn gesloten.