Domitianus (39): Dood van een tiran

Domitianus met dolk

Toen de Romeinse auteur Tacitus in 98 terugblikte op het overlijden van zijn schoonvader, generaal Agricola, schreef hij het volgende:

Er is een diepe troost in zijn ontijdige dood: hij is ontkomen aan die laatste periode, waarin Domitianus de staat niet langer met tussenpozen en adempauzes verstikte, maar zogezegd in één lange wurggreep.

… Weldra waren het onze handen die Helvidius de gevangenis in voerden, waren wij het die getroffen werden door de aanblik van Mauricus en Rusticus, en waren wij het die het onschuldig bloed van Senecio over ons kregen. Nero wendde de ogen tenminste nog af en liet wel misdaden plegen maar keek er niet naar. Onder Domitianus was het moeten toezien en bekeken worden een belangrijk deel van de ellende.

Dreiging

Het is een wrange beschrijving van de volkomen verstoorde relatie tussen Domitianus en de Senaat. Helvidius Priscus had in een toneelstuk een grap ten koste van de keizer gemaakt, Arulenus Rusticus had een lofrede gehouden op iemand die zich tegen Nero had verzet. Van Mauricus en Herennius Senecio is minder duidelijk hoe ze oppositie hebben gevoerd. Hoe dat ook zij: ze waren terechtgesteld of verbannen, en Tacitus impliceert dat de overlevende senatoren medeverantwoordelijk waren.

Het senatorenverzet bleef krachteloos. Het was uiteindelijk een intrige binnen het hof die een einde maakte aan de regering en het leven van Domitianus. Er zijn twee bronnen. Cassius Dio presenteert de moord als een improvisatie, Suetonius houdt het op een zorgvuldig voorbereide coup. Hij beweert dat een hoveling genaamd Parthenius zich bedreigd begon te voelen en het plan in werking zette.

Coup d’état

Er waren slechte voortekens en de samenzweerders maakten de keizer wijs dat hij rond het middaguur zou sterven. Op 18 september 96 was Domitianus, zoals altijd rond twaalf uur, onrustig en hij vroeg zijn bedienden hoe laat het was. Zij zaten echter in het complot en speldden hem op de mouw dat het al middag was. Gerustgesteld ging de keizer naar zijn werkkamer om wat decreten te ondertekenen.

Daar diende zich een zekere Stephanus aan, die zei dat hij bewijsstukken had voor een samenzwering. De man liep al een paar dagen rond met een mitella en kon daardoor zonder problemen een dolk binnensmokkelen. Terwijl Domitianus het document las dat Stephanus hem overhandigde, stak deze hem in zijn buik. De keizer vocht terug, maar de complotteurs hadden enkele gladiatoren achter de hand gehouden en tegen de overmacht was de vierenveertigjarige keizer niet opgewassen.

Althans, zo vertelt Suetonius het. De expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden presenteert het zonder verder commentaar, maar het is natuurlijk alleen maar de versie die de samenzweerders naar buiten brachten. We weten niet hoe het allemaal precies is verlopen. Wat er tijdens een staatsgreep gebeurt, blijft immers uit de aard der zaak voor eeuwig onbekend.

Een gedachte over “Domitianus (39): Dood van een tiran

Reacties zijn gesloten.