Een ouderwetse Tacfarinas

Een Numidisch reliëf uit Sila dat Tacfarinas’ Musulamii vermeldt (Recueil des inscriptions libyques 808) in de tuin van het Musée de Cirta, Constantine.

Op de geschiedenis van Algerije in de Romeinse tijd bestaan ruwweg drie visies. Eén: de Romeinen kwamen de beschaving brengen aan de inheemse bevolking. Twee: de Romeinen waren onderdrukkers en hadden voortdurend te maken met inheemse protesten. Je zou dit de koloniale perspectieven kunnen noemen, want in beide visies is het beeld van de Romeinen beïnvloed door de praktijk van de Fransen, en in beide visies is een dichotomie verondersteld tussen Romeinen en niet-Romeinen.

Het derde perspectief benadrukt de relaties tussen de elites. De Romeinse bestuurlijke elite – een gouverneur, zijn officieren, de stedelijke bestuurders – werkten samen met de Maghrebijnse leiders: Numidische en Mauretanische dorpsoudsten en burgemeesters, de aanvoerders van groepen seizoensmigranten op de Hautes Plaines, de stamhoofden van de nomaden verder naar het zuiden. En dan waren er nog de vazallen: koning Juba II van Mauritanië en de magistraten van de Confederatio Cirtensis, die bestond uit de vier steden Cirta, Rusicade, Chullu en Mileu. Ik noemde dit gebied, niet onvergelijkbaar met de Dekapolis, al eens in een eerder blogje.

Lees verder “Een ouderwetse Tacfarinas” →

De Slavische volken (2) Jordanes

De Slavische volken volgens Jordanes (met dank aan Kees Huijser)

[Dit is het tweede van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In mijn vorige blogje verzuchtte ik: over de vroegste Germanen hebben we tenminste Latijnse teksten, hadden we die maar voor de vroegste geschiedenis van het gebied waar het Proto-Slavisch moet zijn gesproken! De eerste echte beschrijvingen van de Slavische volken dateren van het midden van de zesde eeuw na Chr., als Slavischsprekende stammen zich aandienen aan de grenzen van het Byzantijnse Rijk. Dan lezen we over Sklabenoi (Latijn Sclaveni), Antes en “Veneti”. Die laatste groep stond nog lange tijd bekend als de Wenden.

Veneti

En misschien, misschien, is er een voorgeschiedenis. De Romeinse auteurs Plinius de Oudere en Publius Cornelius Tacitus kennen namelijk ook Veneti, die ergens in het oosten woonden, voorbij de Weichsel, dus zeg maar richting Polen. Tacitus schrijft expliciet dat hij niet weet of hij deze Veneti wel moet rekenen tot de Germanen, hoewel ze in hun gewoontes en leefwijze lijken op hun westerburen.noot Tacitus, Germania 46. Voor een Romein wilde dat zeggen: het waren heel primitieve boeren, een punt dat belangrijk is voor een volgend blogje. Ze waren echter “anders” dan de Germanen en dat andere zou weleens de taal kunnen zijn geweest.

Lees verder “De Slavische volken (2) Jordanes” →

Veleda

Veleda (Walhalla, Regensburg)

Vandaag blogje numero 7500, en ik wijd het aan een van de grote vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis: Veleda. De enige keer dat ik iets zag dat in de verte leek op een standbeeld, was een reliëf in Regensburg, in het Walhalla. Maar misschien moeten we daar eens verandering in gaan brengen.

Om te beginnen: Veleda was (althans volgens de Romeinse auteur Publius Cornelius Tacitus) een van de belangrijkste personages uit de Bataafse Opstand, namelijk de profetes die de diverse Germaanse groepen het vertrouwen gaf voor de strijd tegen Rome. Zelf behoorde ze tot de Bructeren, die leefden van de Achterhoek tot aan de Lippe in Duitsland.

Lees verder “Veleda” →

Zes vragen aan Renske Janssen

Renske Janssen

De vaste lezers van deze blog kennen de rubriek waarin dit de alweer zesde aflevering is: we laten oudheidkundigen aan het woord over hun onderzoek en hun visie op het wetenschappelijk proces. Vandaag is het woord aan rechtshistorica Renske Janssen, die eerder een bekroond proefschrift schreef over de juridische kant van de vervolging van joden, waarzeggers en christenen, Marginalized Religion and the Law in the Roman Empire. Ze is tevens de initiatiefnemer van de vlogserie Wegen naar Rome.

Wat bestudeert u?
Ik werk aan recht en bestuur in het Romeinse Rijk, met name de periode tussen ca. 100 v.Chr. en 250 na Chr. Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe het recht in de dagelijkse praktijk werkte en hoe mensen die geen juridische experts waren daarover nadachten. Aan welke criteria moest een goede wet volgens hen voldoen, wiens belangen moest het recht beschermen en in welke mate bestond er voor hen een verband tussen recht en rechtvaardigheid? De situatie in de Romeinse provincies is hierbij bijzonder interessant. Als Rome de macht over een bepaald gebied overnam, betekende dat niet dat lokaal recht en bestuur ook meteen werd vervangen – sterker nog, dat zou waarschijnlijk erg onpraktisch zijn geweest. Dat betekent dus dat we niet alleen over de keizer en de gouverneur moeten nadenken als we willen weten hoe de Romeinse wereld functioneerde, maar ook over de rol van de lokale bevolking.

Lees verder “Zes vragen aan Renske Janssen” →

Livia Augusta

Livia (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Lectuur kan een extra dimensie krijgen door of geven aan de omgeving. Zicht op zee is de ideale omgeving voor maritieme geschiedenis, dus was het deze vakantie uitkijken naar The Pirate King. The Strange Adventures of Henry Avery and the Birth of the Golden Age of Piracy. Helaas leverde het boek vooral frustratie op en ook de soundtrack van meeuw en branding kon het niet redden. De gemeentelijke bibliotheek van Koksijde bracht soelaas met een uitverkoop van afgevoerde werken. Daar kon ik voor twee euro buitenwandelen met een vertaling van Cassius Dio en de biografie Livia Augusta van Matthew Dennison. Weinig nautisch, maar een aangename verrassing.

Het zal iedereen vergeven worden met enig wantrouwen aan dit boek te beginnen. Dennison heeft, voor zover ik kan nagaan, geen specifieke opleiding of expertise in de Oudheid. Bovendien is het een gevaarlijk en moeilijk onderwerp: vrouwengeschiedenis, en de bronnen over machtige vrouwen zijn schaars, beperkt of vijandig. Speculatie en erotische sensatie vullen dan de leemtes op en kleuren de interpretatie. Zo werd de Romeinse keizerin Livia dankzij Suetonius en Tacitus, via Robert Graves, een manipulatieve gifmengster met de kille ambitie om haar onpopulaire zoon Tiberius op de troon te krijgen. Een herinterpretatie in onze tijd loopt dan weer het risico van Livia een heldin te maken, een sterke vrouw tussen toxische mannen.

Lees verder “Livia Augusta” →

Op weg naar Kalkriese

Een kunstwerk dat de Slag in het Teutoburgerwoud verbeeldt (Osnabrück)

Het regent en het is augustus, en ik wilde vandaag fietsen van Osnabrück (waar ik dit schrijf) naar Kalkriese (zeg maar de plek van de slag in het Teutoburgerwoud). Daar wilde ik de tijdelijke expositie van de voorwerpen uit Nydam en het Thorsberger Moor bezoeken, waarover ik nog verslag aan u zal doen. Maar ik wilde ook kijken wat er op dit moment wordt verteld over het lopende archeologische onderzoek in Kalkriese, want er zijn nogal wat verrassende resultaten.

Nieuwe archeologische vondsten

Concreet zijn daar eind jaren tachtig allerlei militaria gevonden, die vrijwel zeker behoren bij de Romeinse nederlaag. Op een smal stuk land tussen een heuvel in het zuiden en een moeras in het noorden, lijkt een Romeins leger, waaronder het eerste cohort van een legioen (de stafeenheid) in moeilijkheden te zijn geraakt. Er waren ook vrouwen en andere burgers aanwezig. Ten zuiden van dit smalle stuk land is een aarden wal gevonden waarvandaan – zo luidde de eerste interpretatie – Germaanse krijgers de Romeinen bestookten. Heel suggestief was de verspreiding van de vondsten: in de vorm van een >-. Dat duidde op een leger, komend uit het oosten en op weg naar het westen, dat in de linkerflank werd aangevallen en uiteenviel. Eén deel trok noordwestwaarts, een ander deel zuidwestwaarts.

Lees verder “Op weg naar Kalkriese” →

De schat van Villena

De schat van Villena, kopie van enkele voorwerpen (Archeologisch Museum, Madrid)

De economie is instabiel, de goudprijs gaat door het dak, dus het is lucratief een archeologisch museum te overvallen en daar wat goud te jatten. Vorige maand gebeurde dat met voorwerpen uit Vix en vorig jaar was er uiteraard de diefstal van de helm van Coțofenești.

De ironie wil dat deze kwetsbaarheid erger wordt naarmate het beleid beter is. Je legt originele voorwerpen liefst zo dicht mogelijk bij de vindplaats, waar ze (jonge) mensen het meest inspireren en liefde voor het verleden bijbrengen. Dan liggen kostbaarheden echter in kleine musea, die vaak te weinig geld hebben voor afdoende bewaking. Het alternatief is nog erger: alles op een beperkt aantal plekken neerleggen waar ze wel bewaakt kunnen worden. Maar ja, als alle bijzondere voorwerpen op één plaats liggen, valt een object dat lokaal mensen had kunnen inspireren, niet werkelijk op. Dan is het alleen maar een etalage van rijkdommen. Ook leuk, maar het brengt mensen geen liefde voor het erfgoed bij.

Lees verder “De schat van Villena” →

Wat heet mooi? De teksten

Een dichteres uit Pompeii, soms geïdentificeerd als Sapfo.

Wat heb ik me op de hals gehaald, dacht ik, toen ik de ruim 230 mooie voorwerpen en tekstennoot Een tekst is natuurlijk ook een voorwerp, meer precies een werktuig, en nog preciezer een container (voor informatie). zag waarmee u reageerde op mijn oproep anderen met schoonheid te verrijken en te bevoordelen. U leverde teveel schoonheid voor één blogje, en sometimes there’s so much beauty in the world, I feel like I can’t take it. Ik begin met een lijst van mooie teksten, en heb op 10 september een blogje over architectuur, en wat daarna komt weet ik nu nog niet.

Observatie vooraf: je zou hebben verwacht dat als mensen houden van een bepaalde cultuur en bijvoorbeeld sculptuur noemen, ze ook wel architectuur zouden noemen en teksten. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Soms kan ik verklaren waarom mensen die een bepaalde esthetiek waarderen die wel in de ene kunstcategorie kunnen benoemen maar niet in een andere. Keltische voorwerpen liggen in allerlei musea maar Keltische architectuur is feitelijk niet overgeleverd. Even vaak kan ik het verschil niet verklaren.

Lees verder “Wat heet mooi? De teksten” →

Bleef Paulus in Rome? (2)

Paulus (Teseum, Tongeren)

In het vorige blogje legde ik uit dat het archeologisch onderzoek onder de Sint-Paulus buiten de Muren niet hielp om vast te stellen of Paulus na zijn gevangenschap in Rome in die stad was gebleven. De traditie geeft echter een duidelijk antwoord: Paulus is onthoofd tijdens de vervolging door Nero, die plaatsvond na de grote brand van Rome. Die woedde in de zomer van 64 en afgaand op het verslag van Publius Cornelius Tacitus liet de keizer enkele christenen levend verbranden. De bevolking, voegt Tacitus toe, was verontwaardigd over deze onmenselijke straf. Er is geen vermelding van Paulus.

Clemens en Ignatius: geen Rome, geen Nero

De marteldood van Paulus is echter in een oude bron vermeld: de Eerste Brief van Clemens. Die dateert vermoedelijk uit de laatste jaren van de eerste eeuw, misschien een tikje later.

Lees verder “Bleef Paulus in Rome? (2)” →

Romeins Nijmegen (1) Ontstaan

Bataafse munt (Valkhof Museum, Nijmegen)

Ik ging naar Nijmegen om een badhuis te zien. Ik zag geen badhuis. Maar het was een geslaagd weekend. Deze week enkele blogjes, waar u ook het blogje over de Nijmeegse classicus Vincent Hunink bij mag rekenen. Maar eerst even iets over de geschiedenis van Romeins Nijmegen.

Oppidum Batavorum

In 19 v.Chr. werd in het oosten van de huidige stad een militaire basis ingericht (Hunerberg), die echter niet lang in gebruik is gebleven. Even oostelijker lag op het Kops Plateau een kleiner kamp, dat tientallen jaren functioneerde. De meest duurzame stichting lag echter in het huidige stadscentrum, waar een civiele nederzetting verrees, bewoond door migranten uit het Overrijnse die de geschiedenis in zijn gegaan als Bataven. Die naam betekent “bewoners van de Betuwe”, wat weer is afgeleid van *bat-agwiō, “vruchtbaar eiland” (tussen Waal en Rijn). De burgerlijke nederzetting heette Batavodurum of ook wel Oppidum Batavorum, wat allebei “Batavenburcht” betekent.

Lees verder “Romeins Nijmegen (1) Ontstaan” →