Livia Augusta

Livia (Musée des Beaux-Arts, Lyon)

Lectuur kan een extra dimensie krijgen door of geven aan de omgeving. Zicht op zee is de ideale omgeving voor maritieme geschiedenis, dus was het deze vakantie uitkijken naar The Pirate King. The Strange Adventures of Henry Avery and the Birth of the Golden Age of Piracy. Helaas leverde het boek vooral frustratie op en ook de soundtrack van meeuw en branding kon het niet redden. De gemeentelijke bibliotheek van Koksijde bracht soelaas met een uitverkoop van afgevoerde werken. Daar kon ik voor twee euro buitenwandelen met een vertaling van Cassius Dio en de biografie Livia Augusta van Matthew Dennison. Weinig nautisch, maar een aangename verrassing.

Het zal iedereen vergeven worden met enig wantrouwen aan dit boek te beginnen. Dennison heeft, voor zover ik kan nagaan, geen specifieke opleiding of expertise in de Oudheid. Bovendien is het een gevaarlijk en moeilijk onderwerp: vrouwengeschiedenis, en de bronnen over machtige vrouwen zijn schaars, beperkt of vijandig. Speculatie en erotische sensatie vullen dan de leemtes op en kleuren de interpretatie. Zo werd de Romeinse keizerin Livia dankzij Suetonius en Tacitus, via Robert Graves, een manipulatieve gifmengster met de kille ambitie om haar onpopulaire zoon Tiberius op de troon te krijgen. Een herinterpretatie in onze tijd loopt dan weer het risico van Livia een heldin te maken, een sterke vrouw tussen toxische mannen.

Lees verder “Livia Augusta”

Op weg naar Kalkriese

Een kunstwerk dat de Slag in het Teutoburgerwoud verbeeldt (Osnabrück)

Het regent en het is augustus, en ik wilde vandaag fietsen van Osnabrück (waar ik dit schrijf) naar Kalkriese (zeg maar de plek van de slag in het Teutoburgerwoud). Daar wilde ik de tijdelijke expositie van de voorwerpen uit Nydam en het Thorsberger Moor bezoeken, waarover ik nog verslag aan u zal doen. Maar ik wilde ook kijken wat er op dit moment wordt verteld over het lopende archeologische onderzoek in Kalkriese, want er zijn nogal wat verrassende resultaten.

Nieuwe archeologische vondsten

Concreet zijn daar eind jaren tachtig allerlei militaria gevonden, die vrijwel zeker behoren bij de Romeinse nederlaag. Op een smal stuk land tussen een heuvel in het zuiden en een moeras in het noorden, lijkt een Romeins leger, waaronder het eerste cohort van een legioen (de stafeenheid) in moeilijkheden te zijn geraakt. Er waren ook vrouwen en andere burgers aanwezig. Ten zuiden van dit smalle stuk land is een aarden wal gevonden waarvandaan – zo luidde de eerste interpretatie – Germaanse krijgers de Romeinen bestookten. Heel suggestief was de verspreiding van de vondsten: in de vorm van een >-. Dat duidde op een leger, komend uit het oosten en op weg naar het westen, dat in de linkerflank werd aangevallen en uiteenviel. Eén deel trok noordwestwaarts, een ander deel zuidwestwaarts.

Lees verder “Op weg naar Kalkriese”

De schat van Villena

De schat van Villena, kopie van enkele voorwerpen (Archeologisch Museum, Madrid)

De economie is instabiel, de goudprijs gaat door het dak, dus het is lucratief een archeologisch museum te overvallen en daar wat goud te jatten. Vorige maand gebeurde dat met voorwerpen uit Vix en vorig jaar was er uiteraard de diefstal van de helm van Coțofenești.

De ironie wil dat deze kwetsbaarheid erger wordt naarmate het beleid beter is. Je legt originele voorwerpen liefst zo dicht mogelijk bij de vindplaats, waar ze (jonge) mensen het meest inspireren en liefde voor het verleden bijbrengen. Dan liggen kostbaarheden echter in kleine musea, die vaak te weinig geld hebben voor afdoende bewaking. Het alternatief is nog erger: alles op een beperkt aantal plekken neerleggen waar ze wel bewaakt kunnen worden. Maar ja, als alle bijzondere voorwerpen op één plaats liggen, valt een object dat lokaal mensen had kunnen inspireren, niet werkelijk op. Dan is het alleen maar een etalage van rijkdommen. Ook leuk, maar het brengt mensen geen liefde voor het erfgoed bij.

Lees verder “De schat van Villena”

Wat heet mooi? De teksten

Een dichteres uit Pompeii, soms geïdentificeerd als Sapfo.

Wat heb ik me op de hals gehaald, dacht ik, toen ik de ruim 230 mooie voorwerpen en tekstennoot Een tekst is natuurlijk ook een voorwerp, meer precies een werktuig, en nog preciezer een container (voor informatie). zag waarmee u reageerde op mijn oproep anderen met schoonheid te verrijken en te bevoordelen. U leverde teveel schoonheid voor één blogje, en sometimes there’s so much beauty in the world, I feel like I can’t take it. Ik begin met een lijst van mooie teksten, en heb op 11 september een blogje over architectuur, en wat daarna komt weet ik nu nog niet.

Observatie vooraf: je zou hebben verwacht dat als mensen houden van een bepaalde cultuur en bijvoorbeeld sculptuur noemen, ze ook wel architectuur zouden noemen en teksten. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Soms kan ik verklaren waarom mensen die een bepaalde esthetiek waarderen die wel in de ene kunstcategorie kunnen benoemen maar niet in een andere. Keltische voorwerpen liggen in allerlei musea maar Keltische architectuur is feitelijk niet overgeleverd. Even vaak kan ik het verschil niet verklaren.

Lees verder “Wat heet mooi? De teksten”

Bleef Paulus in Rome? (2)

Paulus (Teseum, Tongeren)

In het vorige blogje legde ik uit dat het archeologisch onderzoek onder de Sint-Paulus buiten de Muren niet hielp om vast te stellen of Paulus na zijn gevangenschap in Rome in die stad was gebleven. De traditie geeft echter een duidelijk antwoord: Paulus is onthoofd tijdens de vervolging door Nero, die plaatsvond na de grote brand van Rome. Die woedde in de zomer van 64 en afgaand op het verslag van Publius Cornelius Tacitus liet de keizer enkele christenen levend verbranden. De bevolking, voegt Tacitus toe, was verontwaardigd over deze onmenselijke straf. Er is geen vermelding van Paulus.

Clemens en Ignatius: geen Rome, geen Nero

De marteldood van Paulus is echter in een oude bron vermeld: de Eerste Brief van Clemens. Die dateert vermoedelijk uit de laatste jaren van de eerste eeuw, misschien een tikje later.

Lees verder “Bleef Paulus in Rome? (2)”

Romeins Nijmegen (1) Ontstaan

Bataafse munt (Valkhof Museum, Nijmegen)

Ik ging naar Nijmegen om een badhuis te zien. Ik zag geen badhuis. Maar het was een geslaagd weekend. Deze week enkele blogjes, waar u ook het blogje over de Nijmeegse classicus Vincent Hunink bij mag rekenen. Maar eerst even iets over de geschiedenis van Romeins Nijmegen.

Oppidum Batavorum

In 19 v.Chr. werd in het oosten van de huidige stad een militaire basis ingericht (Hunerberg), die echter niet lang in gebruik is gebleven. Even oostelijker lag op het Kops Plateau een kleiner kamp, dat tientallen jaren functioneerde. De meest duurzame stichting lag echter in het huidige stadscentrum, waar een civiele nederzetting verrees, bewoond door migranten uit het Overrijnse die de geschiedenis in zijn gegaan als Bataven. Die naam betekent “bewoners van de Betuwe”, wat weer is afgeleid van *bat-agwiō, “vruchtbaar eiland” (tussen Waal en Rijn). De burgerlijke nederzetting heette Batavodurum of ook wel Oppidum Batavorum, wat allebei “Batavenburcht” betekent.

Lees verder “Romeins Nijmegen (1) Ontstaan”

De Germanen (6) Religie

Metalen godsbeeldje edelsmeedwerk  (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)

[Dit is het laatste van zes blogjes over de oude Germanen. Het eerste was hier.]

Er zijn nog twee met elkaar verwante onderwerpen die ik ter afronding van deze reeks blogjes wil bespreken: de Germaanse religie en de “archaic survivals”. Over het eerste weten we te weinig en dus roepen wetenschappers het tweede in, maar ook daarmee zijn problemen. En om het helemaal complex te maken zijn er allerlei versteende theorieën die inmiddels niet meer als hypothese worden herkend en gelden als feit. Zo werd ooit gedacht dat alle religie was ontstaan als de verering van natuurkrachten, hoewel dat ten dele christelijke polemiek is (“alleen het monotheïsme is een zuivere religie, de heidenen vereerden valse goden zoals natuurverschijnselen”). De notie blijft echter terugkomen, en niet alleen in de germanistiek.

Ter zake nu. Wat weten we wel? Ik denk het volgende.

Lees verder “De Germanen (6) Religie”

De Germanen (5) Cultuur

Een gereconstrueerde Germaanse boerderij (Archäologisches Freilichtmuseum, Oerlinghausen)

[Dit is voorlaatste van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Het moge na de vorige blogjes duidelijk zijn dat “de” Germanen vooral hebben bestaan in de fantasie van de Romeinen. Die spraken over een onbeschaafde krijgerscultuur, terwijl ze in de praktijk wisten dat degenen met wie ze vochten, verdragen sloten en handel dreven, niet één volk vormden, maar een verzameling van verschillende stammen met verschillende levenswijzen. De Germanen tussen Rijn en Wezer hadden een veel gevarieerder cultuur dan de Elbe-Germanen, terwijl de Germaanse talen uit het oosten (zoals het Gotisch) verschilden van het noordelijke Germaans. In het zuiden hadden Germaanse groepen zich gevestigd tussen de eerdere, Keltische groepen.

Het is dus gevaarlijk bloggen over “de” Germaanse cultuur. Daar komt nog bij dat er tussen de Jastorf-cultuur en de Late Oudheid volop veranderingen zijn opgetreden: wat bij de Germanen (ietwat misleidend) bekendstaat als de “Romeinse IJzertijd”, is feitelijk een proces, een ontwikkeling van een egalitaire naar een meer hiërarchische samenleving.

Lees verder “De Germanen (5) Cultuur”

De Germanen (4) Meer geschiedenis

Germaans krijgersgraf (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

In het vorige blogje had ik een begin gemaakt met een geschiedenis van de Germanen, een geschiedenis die grotendeels een geschiedenis is die door Romeinse auteurs wordt verteld. Maar die vertelden niet altijd de hele waarheid. Eén factor die ze niet lijken te hebben herkend, is dat de Elbe-Germanen de andere groepen wat opduwden richting Rijn.

Romeinse controle

Je kunt ook zonder legers een land beheersen, en dat was Romes nieuwe beleid voor de regio tussen Rijn en Donau. Het is grappig dat er enerzijds een culturele discussie was over “de Germanen”, die konden worden gepresenteerd als nobele wilden en als degenen tegen wie een Romeinse man kon bewijzen wie ’ie was, terwijl het concrete beleid was gericht op samenwerking met losse stammen of volken – dus niet “de Germanen”, maar de Chamaven, de Bructeren of zo. Rome wees leiders aan, stamkrijgers dienden in de Romeinse legers, en er was handel. Publius Cornelius Tacitus zegt ergens tussen neus en lippen door dat de Germanen het meeste hielden van “de oude munten” en dus voldoende wisten om te herkennen dat de Romeinen met het zilvergehalte sjoemelden. De Germaanse kooplieden wisten heel goed wat ze deden.

Lees verder “De Germanen (4) Meer geschiedenis”

De Germanen (2) Gradaties

Tacitus’ Germania (Landesmuseum, Bonn)

[Dit is het tweede van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Ik heb in het vorige blogje verteld dat de Germanen rond 100 v.Chr. voor het eerst opduiken in het overgeleverde deel van de Grieks-Romeinse literatuur en dat er in die tijd een zuidwaartse migratie plaatsvond vanuit Denemarken en de Noord-Duitse Laagvlakte. Dit is te bewijzen aan de hand van de historische taalkunde, waar ik nog even mee verder ga. Ik zal vertellen dat de regio waar men Germaans sprak, niet samenvalt met de regio die de Grieken en Romeinen “Germania” noemden. Ze valt trouwens ook niet samen met de Germaanse archeologische culturen, en ook daarover wil ik het hebben.

De grenzen van Germania

Als de zuidgrens van Germania hebben de Griekse en Romeinse auteurs altijd de Donau aangewezen. Dat was al zo ten tijde van Poseidonios van Apameia en voor zover ik weet heeft geen enkele antieke geograaf er ooit anders over gedacht. Ten zuiden van de rivier lagen Keltische staten als Raetia (zeg maar Baden-Württemberg) en Noricum (zeg maar Beieren): twee gebieden die voor zover ik weet niemand ooit Germaans heeft genoemd.

Lees verder “De Germanen (2) Gradaties”