De Bergrede (19): De Tweesprong

Vandaag mijn voorlopig laatste stukje over de Bergrede. En omdat het de laatste dag is van de Week van de Klassieken, kijken we opnieuw naar een passage met een klassieke parallel. Hier is Matteüs 7.13-14 in de onlangs herziene Nieuwe Bijbelvertaling.

Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.

Voor de liefhebbbers: er is een parallel in het evangelie van Lukas (13.24), maar daar is de regel, vrijwel zeker afkomstig uit Q, geplaatst in een andere context.

Het beeld van een makkelijke, brede weg die velen nemen en een moeilijke, smalle weg, is ook te vinden in de klassieke literatuur. Het wordt toegeschreven aan Prodikos van Keos, maar diens werk is verloren, en we kennen het alleen uit Xenofons Herinneringen aan Sokrates (2.1.21-33). Er is een Nederlandse vertaling door Cornelis Verhoeven.

In Prodikos’ verhaal komt een nog jonge Herakles aan bij een tweesprong, waar twee rijzige vrouwen naar hem toe komen. De ene is opgemaakt en belooft Herakles een aangenaam leven. Herakles vraagt hoe ze heet, en ze antwoordt “Mijn vrienden noemen mij Geluk, maar zij die mij haten, geven mij de weinig vleiende naam Ondeugd.”

De andere vrouw, wat soberder van voorkomen, heeft iets anders te bieden: “Van alles wat goed en mooi is, geven de goden aan de mensen niets zonder inspanning en toewijding van hun kant.” Zij heet Degelijkheid en houdt de halfgod voor: “Als jij, Herakles, zoon van goede ouders, niet voor inspanningen terugschrikt, dan is het ook voor jou mogelijk het meest volmaakte geluk te bereiken.”

Uiteraard kiest Herakles voor het pad van de deugd, zodat zijn verdere leven bestaat uit het opruimen van leeuwen, hydra’s, dol geworden stieren en ander ongedierte.

Prodikos’ beeld van de tweesprong in het mensenleven werd een klassieker en is dat gebleven. Denk voor een betrekkelijk modern voorbeeld maar aan “The Road Not Taken” van Robert Frost. Misschien sloeg Prodikos’ beeld aan omdat de tweesprong destijds al een algemeen bekende beeldspraak was. Erg origineel is het immers niet. Ik beweer dus niet dat Jezus (of de auteur van Q) een Griekse filosoof citeert; ik houd het erop dat het een algemeen bekend beeld is geweest.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier. Het programma van de Week van de Klassieken is daar.]

2 gedachtes over “De Bergrede (19): De Tweesprong

Reacties zijn gesloten.