De eerste filosofen (8): Anaxagoras

Een filosoof (Archeologisch museum van Chaironeia)

[Omdat ik het in april redelijk druk heb, geef ik het woord aan Kees Alders, webdesigner en tevens auteur van het boek De wereld vóór God. Filosofie van de Oudheid. Vandaag gaan we verder met zijn reeks over de eerste filosofen, de zogenaamde voorsocratici. Het eerste deel was hier.]

We gaan nu drie filosofieën behandelen die probeerden het probleem van Parmenides op te lossen. Parmenides stelde: hoe kan verandering plaatsvinden in een wereld waarin iets niet zomaar kan veranderen in iets anders?

De Milesiërs

De eerste is de filosofie van Anaxagoras, een reizende goeroe die werkte als filosoof en astronoom.

Het zal lezers opvallen dat de naam van deze man irritant veel lijkt op zijn collega’s Anaximandros (die van die oerchaos) en Anaximenes (die van dat water). Alle drie waren ook afkomstig uit de regio van Milete. Anaxagoras bracht de filosofie daarvandaan naar Athene, waar hij zich als eerste grote filosoof zou vestigen.

Anaxagoras was wat jonger dan zijn bijna-naamgenoten en zag zich geconfronteerd met de vraag van Parmenides: hoe kan verandering bestaan als iets niet zomaar in iets anders kan veranderen, verdwijnen of verschijnen?

Alles zit in alles

Om te beginnen sloot Anaxagoras zich aan bij zijn filosofische voorvader Anaximandros, door te stellen dat de wereld is ontstaan uit een soort oerchaos. Maar het onbestemde element apeiron waarmee Anaximandros die oerchaos probeert te omschrijven laat Anaxagoras verder links liggen.

De oerchaos, beredeneert Anaxagoras, moet eruit hebben gezien als een ongeordende hoeveelheid minuscule deeltjes: de onveranderlijke elementen. Zij zijn oneindig klein en hebben altijd bestaan en zullen altijd bestaan.

Deze deeltjes functioneren als een soort kiemen. Zo is alles wat een peterselieplant een peterselieplant maakt, in beginsel al in het peterseliezaadje aanwezig. Zo werkt het ook met die oerdeeltjes.

Alles wat in de wereld bestaat, en alle informatie van de hele kosmos, is al aanwezig in die deeltjes. Alles zit volgens Anaxagoras in alles. In sneeuw zit water, en in zwart zit wit. Het hangt maar net van de positie van het deeltje af in welke richting het zich ontwikkelt. En daardoor is verandering volgens hem mogelijk.

Alles wordt gestuurd door de Nous

Natuurlijk had Anaxagoras voor zijn kiemtheorie goed gekeken naar planten. Maar toch kunnen we zijn kiemen beter begrijpen door ze te vergelijken met hoe onze eigen lichaamscellen zich gedragen. In een lichaamscel zit het erfelijk materiaal opgeslagen voor een compleet mens. Het hangt van de positie van de cel af waar deze uiteindelijk deel van gaat uitmaken: van een neus, een hand, of van de hersens.

Maar waarom gaan die kiemen zich dan eigenlijk ontwikkelen? Volgens Anaxagoras moet er een puur geestelijke kracht zijn die dit proces op gang brengt of vertegenwoordigt. Hij noemde deze kracht de Nous, de scheppende kracht, het enige in het hele universum dat los staat van de kiemen. Het is bovendien een intelligente kracht. Deze kracht is volgens Anaxagoras vooral aanwezig in levende wezens en dan bij uitstek bij de mens, maar staat daar feitelijk los van.

Xenofanes en Herakleitos schetsten eerder al een godsbeeld. Dualisme, de scheiding van lichaam en geest, treedt op de voorgrond bij Pythagoras, volgens wie de ziel voortleeft door reïncarnaties. Puur abstracte begrippen als Strijd, Liefde en Haat, doemden al op bij Herakleitos. Parmenides poneerde een onveranderlijk Zijn. Al die begrippen hebben met elkaar gemeen dat het allemaal abstracte begrippen zijn.

Maar met de Nous van Anaxagoras komen we voor het eerst in de filosofie een begrip tegen die een pure geestelijke kracht beschrijft. De Nous staat los van de materie, en is meer dan alleen maar een abstract begrip als ‘de Natuurwetten’. Alles zit volgens Anaxagoras al besloten in alles, maar de manifestatie ervan is een gevolg van de Nous. Kortom, de Nous is niet een of andere abstracte verzameling regels, maar een reële drijvende kracht achter de kosmos die ervoor zorgt dat alles bezield wordt en vorm krijgt. Een soort intelligente en autonome wereldgeest.

Sommige mensen zullen dit alles heel interessant vinden, want ja, hier komt toch de latere christelijke God om de hoek kijken, zij het in een archaïsche gedaante. Anderen zullen zich wanhopig afvragen wanneer die Griekse filosofen nu eens een keer ophouden met dat gezweef, en zich eindelijk bezig gaan houden met zinvolle zaken, zoals echte natuurwetenschap.

Gelukkig voor de laatsten had Anaxagoras twee concurrenten die een wat zakelijkere aanpak hadden.

[Overmorgen meer. Deze reeks, oorspronkelijk gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net, is gebaseerd op het boek De wereld vóór God, dat een introductie biedt tot de filosofische stromingen van de oude wereld. Het hele boek is hier te bestellen.]