De danseres van Geldrop

De Danseres van Geldrop (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

In de archeologische opstelling van het Noord-Brabants Museum in Den Bosch staan allerlei interessante voorwerpen. Ik heb er onlangs met plezier een uurtje doorgebracht. Zo nu en dan is de toelichting echter wat beknopt, zoals bij het zandstenen voorwerpje dat bekendstaat als “De danseres van Geldrop”. U ziet het hierboven. Als u goed kijkt, herkent u wat lijntjes. Het is moeilijk te herkennen, maar het is inderdaad een afbeelding van een danseres. Hier ziet u meer. De toelichting is dat de tekening dateert uit ongeveer 11.000 v.Chr.

Ooit is deze steen door prehistorische jagers gebruikt om vuursteen te bewerken. Maar daarnaast is er een figuurtje ingekrast van een halfnaakte danseres. Deze ontdekking veroorzaakte in 1961 grote opwinding: nog nooit was in Nederland kunst uit de Oude Steentijd gevonden. Wetenschappelijk onderzoek heeft de echtheid van de steen bevestigd.

Twijfel

Hier is een kans gemist om te vertellen wat archeologen nu eigenlijk doen in het lab, dat voor veel mensen toch een beetje geheimzinnig is. Ik zou wel willen weten op welke manier de echtheid van de tekening is vastgesteld.

Twijfel is er namelijk van begin af aan geweest. De simpele reden: als iets te mooi is om waar te zijn, is het meestal ook niet waar. Een vervalser maakt doorgaans iets waarvan mensen willen dat het bestaat, zodat hun ontdekkingsvreugde hun kritische zin overschaduwt. De ontdekking van Steentijdkunst in een land waar dat nog nooit was gevonden, was eigenlijk het eerste rode licht.

Rode lichten

Het tweede: de herkomst is onduidelijk. Het dagboek van de opgraving waarbij de steen is gevonden, bevat andere informatie dan de eerste publicatie. Dit is op zich geen bewijs voor fraude, maar vertrouwenwekkend is het nou ook weer niet.

Ondanks twee verslagen is de exacte vindplaats van de Danseres van Geldrop niet bekend. Opnieuw: dit is geen bewijs voor fraude. Van de Nag Hammadi-bibliotheek weten we het ook niet (en daar heeft het vérgaande implicaties voor de datering en interpretatie) en niemand betwijfelt de echtheid.

Een derde rood licht is de samenstelling van de vindplaats. Op een opgraving komen bepaalde soorten vondsten in een bepaalde combinatie voor en als iemand alleen maar gebruiksvoorwerpen vindt en geen afval, is er iets raars aan de hand. Óf de vindplaats is vreemd óf het onderzoek is slecht gedaan. Sterker nog, in Geldrop zijn vondsten gedaan die niet bestaan kunnen: rendierkiezen. Die horen in dat bodemtype te vergaan.

Volgende rood licht: de afbeelding zelf. We weten wel iets van de wijze waarop kunstenaars in de Oude Steentijd mensen afbeeldden. Een lendendoek valt dan wat uit de toon. Opnieuw: het is geen snoeihard bewijs dat dit een vervalsing is, maar er is wel reden tot twijfel.

En tot slot: bij de ontdekking van de Danseres van Geldrop was Ad Wouters aanwezig, de man achter Tjerk Vermaning. Hij wist op welke plaats de mensen zouden gaan graven.

Maak er een tentoonstelling van!

Al met al: er is reden tot twijfel aan de echtheid van de Danseres van Geldrop. Als u er meer over wil lezen, kunt u terecht in Valsheid in gesteente, het prachtboek van Frans de Vries e.a. over de affaire-Vermaning.

Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig naar het wetenschappelijk onderzoek dat het Noord-Brabants Museum deed concluderen dat echtheid bewezen was. Niet dat ik het museum niet geloof, maar  ik ben nieuwsgierig naar de argumenten voor authenticiteit. Dit is gewoon waanzinnig interessant. Als ik het Noord-Brabants Museum was, zette ik een kleine expositie op rond de Danseres van Geldrop om het publiek uit te leggen wat archeologie is.

Dit was het 422e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

8 gedachtes over “De danseres van Geldrop

  1. Frans Buijs

    Het is inderdaad een beetje: het is wetenschappelijk aangetoond, dus is het zo. En er staat ook alleen maar dat de echtheid van de steen is aangetoond. En het is een merkwaardige afbeelding: wel duidelijke borsten en brede heupen, door en door vrouwelijk dus, en geen hoofd.

  2. Aardig stuk van Ad Maas gevonden over de danseres van Geldrop, onder andere op https://docplayer.nl/12511709-Het-einde-van-een-mythe-de-danseres-van-geldrop-of-de-venus-van-mierlo.html .

    Daarin staat “Na een zorgvuldig onderzoek aan de universiteit van Bordeaux door een internationeel bekende deskundige bleek ze echt te zijn. Verhart meldde mij
    persoonlijk dat zowel de ‘Venus van Geldrop’ als de ‘Danser van Wanssum’ echt zijn: Enige jaren geleden ben ik in Bordeuax geweest en heb samen met Fr. D’Errico, een erkend expert, een onderzoek ingesteld. Er is geen twijfel mogelijk.”

    Dat lijkt op deze manier meer een bewijs met volledige intimidatie te zijn… Het gaat om Francesco d’Errico van de universiteit van Bordeaux. Op Google Scholar vind je wel degelijk twijfels, maar die kan ik verder niet inschatten.

    De Venus van Mierlo vind ik dan weer geniaal gevonden (Mierlo ligt in dezelfde gemeente als Geldrop).

  3. Het onderzoek waar Joost van den Buijs aan refereert is gepubliceerd in het Festschrift voor Dick Stapert getiteld ‘A Mind set on Flint’, uitgegeven in 2012 ter gelegenheid van zijn pensionering. Zelf was ik een van de redacteuren. Beide auteurs, Leo Verhart en Francesco d’Erricco, zijn overtuigd van de echtheid van zowel de Danseres van Geldrop / Venus van Mierlo als de Danser van Wansum. D’Errico is een specialist op het gebied van prehistorische graveringen op stenen artefacten.

    Het gaat te ver om hier al hun argumenten te bespreken, van belang is dat ze zich vooral richten op de krassen op de steen (het is een retouchoir, een soort klopsteen om vuursteen mee te retoucheren) en de vraag of deze authentiek zijn en stilistische kenmerken. Een paar van hun observaties: 1. de graveringen en het oppervlak van de steen zijn in dezelfde mate verweerd, 2. de volgorde van het aanbrengen van de krassen en de klopsporen duiden er op dat de steen eerst als klopsteen is gebruikt, daarna gegraveerd en vervolgens is er weer mee geklopt. Dit wijst er volgens hun op dat de gravering authentiek is. Een aanname van beide onderzoekers is dat de retouchoir zelf authentiek is; ze vragen zich niet af of deze wellicht een vervalsing is. Een tweede punt is dat een steenoppervlak vrij eenvoudig te ‘verouderen’ is, dit hebben we ook gezien bij de stenen van Vermaning en Wouters. Nu ik de foto’s van de graveringen na lange tijd weer eens bekijk meen ik ook een type kras te zien die we ook op de Vermaning-artefacten en Wouters artefacten tegenkomen. Stapert en Boekschoten hebben jaren geleden ook al gesignaleerd dat de graveringen anders zijn dan die van zekere authentieke graveringen. Dat de graveringen met een vuurstenen werktuig zijn aangebracht – dit blijkt uit het onderzoek – zegt uiteraard ook niets over de ouderdom. Al met al een boel onduidelijkheden die vragen om een uitgebreide heranalyse van beide stukken. Het is opvallend dat beide stenen zo rond dezelfde tijd zijn gevonden, dat de contexten onduidelijk zijn, en dat de graveringen pas enige tijd nadat de stenen zijn gevonden zijn ontdekt. Ook de naam van Wouters komt weer bovendrijven.

    In beide gevallen gaat het om afbeeldingen die we niet van andere paleolithische vindplaatsen kennen, het zijn vreemde eenden in de bijt. Een van de stukken die zij als vergelijkingsmateriaal gebruiken, is een stuk uit Italië zonder context waar de datering niet van bekend is.

    Het is overigens ook vrij zwak dat beide onderzoekers de Danser van Wansum gebruiken als argument om de Danseres als prehistorisch te betitelen. Het ene dubieuze voorwerp wordt dus gebruikt om de echtheid van de andere uit af te leiden.

    Ik krijg sterk de indruk dat het uitgangspunt van het onderzoek was dat de Danseres en Danser beide authentiek zijn, en dat dit het onderzoek heeft vertroebeld. Tijd voor nieuw onderzoek!

Reacties zijn gesloten.