Romeins Halder

Hercules in actie (Romeins Museum, Halder)

Weinig musea zijn zo mooi gehuisvest als het piepkleine Romeinse museum in Halder: het ligt middenin een natuurgebied, als een bijgebouw van een landgoed dat in de zeventiende eeuw is aangelegd op een donk bij het Brabantse riviertje de Dommel. Aan de cour van het landhuis is een theehuis, waar het goed toeven is. Kortom: ideaal voor een fietstochtje.

Je denkt bij Romeins Nederland niet meteen aan het Brabantse platteland, hoewel er bij mijn weten al zeker veertig jaar systematisch onderzoek wordt gedaan, dat zich vooral richtte op grote landgoederen zoals Hoogeloon. Een bestaande boerderij is daar in de eerste twee eeuwen na Chr. uitgegroeid tot een buitenverblijf dat in Italië niet zou hebben misstaan. Er was zelfs een badhuis. Elders in Noord-Brabant zijn landelijke nederzettingen gedocumenteerd die meer het karakter hebben behouden van een IJzertijdnederzetting. Ook daar was de Romeinse nabijheid echter voelbaar.

Lees verder “Romeins Halder”

De Duivelsbrug van Ginneken

De Duivelsbrug van Ginneken

Onverklaarbare zaken worden in het volksgeloof vaak als bovennatuurlijk gezien. Mensen schrijven ze dan graag toe aan een van de twee uitersten op dit gebied: god dan wel de duivel. Of iets dat daar aan onaardse wezens tussenin zit. Vreemd genoeg kon dit zowel positief als negatief uitpakken: we kennen uitdrukkingen als “duivels goed” maar ook “godsgruwelijk”. Van de Italiaanse violist en componist Niccolò Paganini werd beweerd dat zijn vioolspel zó virtuoos was dat hij wel een pakt met de duivel gesloten moest hebben om zo duivels goed te kunnen spelen. Zulke duivelse aspecten, zowel positief als negatief, komen we ook tegen in het begrip “duivelsbrug”.

Duivelsbruggen

Hoewel duivelsbruggen minder bekend zijn dan bijvoorbeeld witte wieven, komen ze in de folklore zó veel voor dat er een aparte categorie voor is in het classificatiesysteem van Aarne-Thompson-Uther. We hebben het in de regel over stenen, gewelfde bruggen, gebouwd in Europa tussen pakweg 1000 en 1600 na Chr., waarbij vaak sprake is van een destijds uitzonderlijke bouwkundige prestatie. Maar op die verhalen zijn varianten.
Lees verder “De Duivelsbrug van Ginneken”

De Vorst van Oss (in Oss)

Het zwaard van de Vorst van Oss

De beruchte uitspraak van staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra dat hij niet wist wat hij had aan musea vol lokaal opgegraven potten en pannen, had betrekking op museum Jan Cunen in Oss. Ik moest onwillekeurig aan al die misplaatste minachting denken toen ik dat museum onlangs bezocht. Er is momenteel namelijk een geslaagde expositie over de Vorst van Oss, over wie ik al eerder blogde. Het is nieuws dat de Vorst nu in Oss is, want de inhoud van zijn graf ligt normaliter niet in Oss maar in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Het RMO buiten Leiden

De Osse expositie is om twee redenen interessant. In de eerste plaats natuurlijk om het onderwerp: een rijk graf uit de Vroege IJzertijd. Gevonden in 1933 en herontdekt in 1997 is dit een juweeltje van de Nederlandse archeologie. En in de tweede plaats omdat dit een van de eerste is uit een reeks exposities waarbij voorwerpen uit het Leidse museum gaan naar de plaats van herkomst.

Lees verder “De Vorst van Oss (in Oss)”

Cuijk: de weg is weg (2)

Het zoekgebied rond Cuijk

[Ten oosten van Cuijk moet in de Romeinse tijd een weg hebben gelegen die de brug over de Maas verbond met de forten aan de Rijngrens. Alleen: er is niets van die weg teruggevonden, en dat terwijl de omstandigheden voor het archeologisch onderzoek ideaal waren. Mijn goede vriend Richard Kroes, die ooit betrokken was bij het archeologisch onderzoek te plekke, licht toe. Het eerste deel was hier.]

Een brug zijnde een brug viel aan te nemen dat de weg die aan de kant van Cuijk aansloot op de brug, aan de andere kant verder zou gaan. Meer specifiek: naar de grensroute tussen het Romeinse fort Xanten naar Nijmegen. Je zou een weg hebben verwacht die vanaf de oostelijke Maasoever naar een van deze steden liep. Of twee wegen, in allebei de richtingen. Of naar een van de forten tussen Xanten en Nijmegen, zoals Altkalkar of Qualburg.

Lees verder “Cuijk: de weg is weg (2)”

Cuijk: de weg is weg (1)

Maquette van de brug bij Cuijk (Museum Ceuclum, Cuijk)

[Ten oosten van Cuijk moet in de Romeinse tijd een weg hebben gelegen die de brug over de Maas verbond met de forten aan de Rijngrens. Alleen: er is niets van die weg teruggevonden, en dat terwijl de omstandigheden voor het archeologisch onderzoek ideaal waren. Mijn goede vriend Richard Kroes, die ooit betrokken was bij het archeologisch onderzoek te plekke, licht toe.]

Archeologen bestuderen het verleden aan de hand van wat we materiële cultuur noemen. Dat behelst niet veel meer dan dat u uw thee drinkt uit een kopje met een oor eraan, terwijl uw Marokkaanse buurvrouw haar thee drinkt uit een hoog glaasje met veel goud- of zilverglitter erop. Archeologen bestuderen dus de gebruiksvoorwerpen die mensen maken, van theekopjes tot gemeentehuizen, van havens tot peddels. Gebruiksvoorwerpen raken doorgaans geconcentreerd op plekken waar mensen langere tijd verblijven. En uiteindelijk komt een theekopje – meestal kapot – tussen het afval terecht, een peddel zinkt af in de haven, de haven verzilt en het gemeentehuis verkrot, of wordt koninklijk paleis.

Lees verder “Cuijk: de weg is weg (1)”

De danseres van Geldrop

De Danseres van Geldrop (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

In de archeologische opstelling van het Noord-Brabants Museum in Den Bosch staan allerlei interessante voorwerpen. Ik heb er onlangs met plezier een uurtje doorgebracht. Zo nu en dan is de toelichting echter wat beknopt, zoals bij het zandstenen voorwerpje dat bekendstaat als “De danseres van Geldrop”. U ziet het hierboven. Als u goed kijkt, herkent u wat lijntjes. Het is moeilijk te herkennen, maar het is inderdaad een afbeelding van een danseres. Hier ziet u meer. De toelichting is dat de tekening dateert uit ongeveer 11.000 v.Chr.

Ooit is deze steen door prehistorische jagers gebruikt om vuursteen te bewerken. Maar daarnaast is er een figuurtje ingekrast van een halfnaakte danseres. Deze ontdekking veroorzaakte in 1961 grote opwinding: nog nooit was in Nederland kunst uit de Oude Steentijd gevonden. Wetenschappelijk onderzoek heeft de echtheid van de steen bevestigd.

Lees verder “De danseres van Geldrop”

Bacchus in Esch

Bacchus (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

Ik ben te moe om iets te schrijven. Geniet maar van dit mooie plaatje: een barnstenen beeldje dat de god Bacchus voorstelt. Het dateert uit de tijd tussen pakweg 175 en 250 na Chr. Het is gevonden in het Noord-Brabantse dorpje Esch, halverwege Boxtel en Vught. Er zijn daar wel meer kostbaarheden uit de grond zijn gekomen. Het voorwerpje, een centimeter of tien groot denk ik, is te zien in het Noord-Brabants Museum in Den Bosch.

En het is gewoon mooi.

Koning Kyrië

Kabouterberg, Hoogeloon

Even ten oosten van Hoogeloon, dat op zijn beurt weer ten westen van Eindhoven ligt, verrijst de Kabouterberg. Het is een oud Romeins graf. Of beter, het is een gereconstrueerd Romeins graf. De eigenlijke grafheuvel is een eeuw geleden gesloopt. De aarde is gebruikt om meertjes in de omgeving te dempen. Tien jaar geleden is de bult echter opnieuw opgeworpen. Die is lastig om te vinden want ze ligt middenin een bos. Mocht u het monument willen bekijken, dan zijn er twee wegen: deze en deze. Ik zou de eerste nemen, want de tweede is een soort hindernisbaan.

Naast de grafheuvel stond een Romeins grafmonument waarvan archeologen wat sporen hebben opgegraven. Op de foto ziet u de moderne reconstructie, gebaseerd op een vergelijking met soortgelijke monumenten in het Rijnland. De naam van de overledene is ontleend aan een militair diploma dat even verderop is gevonden in een Romeinse villa. Wat u daar in het bos ziet is dus allemaal op een grandioze manier nep, maar het is in elk geval geen onzin.

Lees verder “Koning Kyrië”

Twee keer Den Bosch

Op de bibliotheek in Den Bosch staat, zoals u hierboven ziet, elegant samengevat wat de humaniora zijn. U mag ook “onderwijs, cultuur en wetenschappen” zeggen of “het goede, schone en ware”, want dat is hetzelfde.

Hier lezen we boeken,
inspireren we tot meer,
oefenen we met taal,

vertellen we elkaar verhalen,
maken we kennis,
ontmoeten we de ander.

Anders gezegd: het gaat om het verwerven van informatie, waardoor we ontdekken dat onze eigen ideeën niet de enig mogelijke zijn (zo “ontmoeten we de ander”) en ons denken beter leren doorgronden (zo “maken we kennis”). Classica Tazuko van Berkel gaf gisteren een mooi voorbeeld: “Wat doet het met ons als wij onszelf zien als homines economici?” We kunnen, door ons eigen denken beter te begrijpen, als mensen beter worden (zo “inspireren we tot meer”).

Niet dat de humaniora de enige weg zijn, overigens. Ik heb al vaker verwezen naar de schitterende toespraak van John F. Kennedy, waarin hij erop wees dat het Apollo-project, dat toch eerder de exacte en technische wetenschappen vertegenwoordigde, diende om het beste uit de betrokkenen boven te halen.

Lees verder “Twee keer Den Bosch”

De B-25 Mitchell: vliegend erfgoed

Een landende B25 Mitchell bommenwerper

Ook als we geen coronacrisis hadden, zou ik een flink deel van mijn tijd thuis werken. Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk. Als een vliegtuig overkomt, verlies ik concentratie. Dat geldt ook voor bouwvakkers of andere kabaal. Of, als ik zit te werken in de trein, voor geklets in de stiltecoupé. Petities om de vliegbewegingen van Schiphol terug te brengen tot een aanvaardbaarder niveau, of om rolkoffers uit de Amsterdamse straten te weren, of om de stiltecoupés te voorzien van automatische schietstoelen voor mensen die blijven kletsen, zal ik ongezien tekenen. Geluidsoverlast veroorzaakt hart- en vaatziekten. Het RIVM schat dat we door onvoldoende bestreden geluidsoverlast elk jaar ruim tachtig extra doden hebben.

Ik sympathiseer dan ook ten diepste met de mensen in Gilze, die deze zomer klaagden over een B-25 Mitchell-bommenwerper. Die vloog nogal laag over en bleef laag overvliegen. “Je kunt buiten geen gesprek meer voeren als het gevaarte overkomt.” Heel herkenbaar. Ik zou een grap over luchtdoelgeschut maken als die grap niet al duizend keer gemaakt was.

Lees verder “De B-25 Mitchell: vliegend erfgoed”