De Oudheid als eenheid

De Oudheid als eenheid: teksten en archeologische reconstructies bij elkaar

Een opvallend aspect van de bestudering van de Oudheid is haar verdeeldheid. Je hebt allerlei bloedgroepen, waarvan de classici en archeologen het grootst zijn, en die bloedgroepen werken nauwelijks samen. Weliswaar stimuleren subsidieregelingen interdisciplinaire samenwerking, maar zulke prikkels zouden niet nodig zijn als de onderzoekers werkelijk wilden. Ik ben niet op de hoogte van het bestaan van een door de samenwerkende onderzoekscholen opgestelde nota over de vormen van interdisciplinariteit waarvan de samenleving de meeste kenniswinst mag verwachten. De academische reflex om specialisme hoger aan te slaan dan generalisme, zit te diep. Specialisme geldt als normaal.

Voorlichting

En dat terwijl er meer is dat de bloedgroepen verbindt dan scheidt! Om te beginnen de voorlichting. Iedereen die weleens publieksvragen beantwoordt, weet dat mensen inzicht willen in de Oudheid, en geen informatie over de Oudheid met de beperkingen van de materiële cultuur of informatie over de Oudheid vanuit het perspectief van de classicus. In de voorlichting kan niemand zonder informatie uit elke bloedgroep.

Ik heb al weleens verteld dat wie een lezing verzorgt over de archeologie van de Germaanse veenlijken, zal meemaken dat een aanwezige een vraag stelt over Tacitus’ tekst over die geëxecuteerden. En omgekeerd: mensen verwachten dat wie spreekt over Tacitus’ Germania, ook uitleg geven kan over het Meisje van Yde. Voor het publiek bestaat de grens tussen klassieke talen en archeologie niet. Publiekstijdschriften als Archeologie Magazine, Phoenix, Hermeneus, Antike Welt, Dossiers d’ archéologie of Ancient History springen van vondsten naar teksten en terug. Hetzelfde geldt voor musea: ook al ligt het zwaartepunt bij de objecten, vaak zijn op de muren vertaalde teksten aangebracht. Zie boven voor een voorbeeld.

Onderzoek

Wat geldt voor informatieoverdracht, geldt ook onderzoek. De grenzen van de Oudheid, pakweg 3000 v.Chr. tot 650 na Chr., zijn immers kentheoretisch bepaald. Daarvóór hebben we uitsluitend archeologische informatie; met het ontstaan van het schrift krijgen we naast dat materiële bewijs ook teksten, al zijn het er niet genoeg. Na de arabisering is er wel voldoende bewijsmateriaal. Het westen bereikte  dat punt iets later, maar ook daar markeert het moment waarop we genoeg geschreven informatie krijgen het einde van de dataschaarste. De Oudheid is het tijdperk waarbij we voortdurend moeten nadenken over verloren data. Oudheidkundigen proberen al een eeuw of zes nieuwe soorten informatie aan te boren.

Nog een belangrijk punt: de pre-feodale samenlevingen tussen 3000 v.Chr. en 650 na Chr. hadden wezenlijke sociale, economische en culturele overeenkomsten. Slavernij was gewoon, de agrarische sector was onvoorstelbaar groot, er was sprake van een vroege staat. Deze kenmerken zijn niet exclusief voor de Oudheid, maar maken wel dat er opnieuw meer is dat de diverse bloedgroepen verbindt dan scheidt.

Rechtvaardiging

Ik wijs er nog op dat West-Europa – niet geheel terecht en ook niet geheel onterecht – Jeruzalem, Athene en Rome heeft aanvaard als culturele erflaters. Een fors deel van de westerse cultuurgeschiedenis is een dialoog met de joodse en klassieke cultuur.

Oudheidkundigen misbruiken dat regelmatig om de bestudering van de Oudheid te rechtvaardigen. Dat is natuurlijk onzin. Rechtvaardiging is helemaal niet nodig. De antieke cultuur is gewoon boeiend. Om elke hoek ligt iets moois voor je klaar waar je je over mag verbazen. Het genot dat je daaraan beleeft, vormt voldoende rechtvaardiging. Dit geldt – opnieuw – voor alle bloedgroepen.

De belangstelling mag dan geen rechtvaardiging nodig hebben, dat ligt anders bij de onderzoeksfinanciering. Het zou immers oneerlijk zijn als wij met z’n allen betaalden om een handvol wetenschappers als enigen te laten genieten. Vandaar dat universiteiten relevantie zijn gaan claimen voor de Oudheid. Bij de argumenten zit een hoop gebakken lucht. De argumenten die echter wél overtuigend zijn, hebben echter gemeen dat ze van toepassing zijn op én classici én archeologen én oudhistorici én andere oudheidkundigen.

Drie rechtvaardigingen

Primo, in de Oudheid zijn dingen ontstaan die ons beïnvloeden. Dat wil zeggen: er gaat van de ene samenleving vormende werking uit op de andere. Tenzij wij, voorzien van een vrije wil, besluiten dingen anders te gaan doen, zullen we als vanzelf dingen op een bepaalde manier doen of er op een bepaalde manier over denken. Een voorbeeld dat ik al eens uitwerkte is het schisma tussen joden en christenen, afgedwongen door Domitianus’ snoeiharde toepassing van de zogeheten Fiscus Judaicus. Wij kunnen ons al vele eeuwen niet voorstellen dat iemand joods en christelijk tegelijk kan zijn, of überhaupt meer dan één godsdienst zou kunnen hebben. Daar heeft een samenleving uit het verleden invloed op onze cultuur. Als je Domitianus’ beleid echter werkelijk wil doorgronden, zul je classicus en archeoloog en historicus moeten zijn.

Secondo, we kunnen antieke ideeën reconstrueren, kunnen ze vergelijken met onze eigen ideeën en kunnen daardoor beter herkennen dat onze eigen opvattingen niet de enig mogelijke zijn. Ze zijn plaats- en tijdgebonden. Als we dat herkennen, kunnen we beter begrijpen waarom we denken zoals we denken. Je zult die antieke ideeën echter alleen kunnen reconstrueren door álle data mee te nemen. De dataschaarste dwingt je.

Terzo, de oudheidkunde heeft als vak invloed op de samenleving. Rens Bod heeft dit mooi beschreven in De vergeten wetenschappen (2010). Zo leidde de tekststudie van de Renaissance in de zestiende eeuw tot de Reformatie. Op de integratie van de etnografie in het geschiedbeeld volgde in de achttiende eeuw de Verlichting. De vooruitgangsgedachte, eenmaal archeologisch onderbouwd, leidde tot het twintigste-eeuwse modernisme, de gedachte dus dat alles wat nieuw is ook beter is. U merkt: het gaat weer om alle bloedgroepen. Het is volstrekt stompzinnig ze gescheiden te houden en dooddoeners waarmee de specialismen worden verdedigd zijn nog geestdodender.

Ik weet het: dit is een vergeefs stukje. Het oudheidkundig hyperspecialisme is zo ingeburgerd dat het aan de universiteiten geldt als normaal. De universiteit hervormen – en ik bedoel dat letterlijk: her-vormen – is eigenlijk niet langer mogelijk. Maar ik weiger te doen alsof dat normaal is.

[De oudheidkundige wetenschappen bieden meer dan feitjes, wistjedatjes en trivaliteitjes. Het zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]

Deel dit:

16 gedachtes over “De Oudheid als eenheid

  1. FrankB

    Niets dan lof van mijn kant, met slechts een kanttekening.

    “alleen kunnen reconstrueren door álle data mee te nemen”
    Dit geldt ook bij een overvloed. Een wetenschappelijke theorie die data negeert deugt niet. Het beste voorbeeld blijft BCS theorie voor supergeleiding – er ligt al vele jaren een Nobelprijs te wachten voor degene die deze vervangt door een theorie die supergeleiding boven de 36 K correct beschrijft.

    “Maar ik weiger te doen alsof dat normaal is.”
    Terecht. Hyperspecialisme leidt tot tunnelvisie. Bij bv. de recherche weten ze al lang hoe rampzalig dat kan ziijn.

  2. Karel van Nimwegen

    Zeker in de museumwereld beginnen we te merken hoe eenzijdig het aanbod is. Ik denk aan exposities als Moving Stories of Domitianus, die niet alleen door de coronaproblemen niet werkelijk uit de startblokken kwamen. Als er problemen in onze sector zijn, hangen ze mede samen met ons gebrek aan intellectuele bagage.

      1. Thusnelda Wetering

        Het is voor de universiteiten niet makkelijk om het schip bij te sturen. Als je langere opleidingen aanbiedt, en dat zal moeten, krijg je meteen het terechte verwijt dat je jarenlang studenten te weinig hebt bijgebracht.

  3. Ik geef nog een vierde reden. De oudheid (en de middeleeuwen) hebben een enorme invloed op allerlei fantasy verhalen, althans: een karikatuur daarvan. Het kan geen kwaad om te vertellen hoe het echt geweest is, althans: voor zover dat mogelijk is.

    1. FrankB

      In Engeland is er al zoiets: Sister Fidelma (geschreven door een Engelsman, speelt in Ierland), Brother Cadfael.
      Ik heb het altijd opmerkelijk gevonden dat fantasy bijna altijd in een soort middeleeuwse wereld speelt. Het Oude Egypte, Assyrië, het Hittitische Rijk lijken mij een onaangeboorde bron van inspiratie – bovennatuurlijke verschijnselen in overvloed. Maar ja, ik heb wel vaker gesteld dat fantasy schrijvers aan een gebrek aan fantasie lijden.

      1. Frans Buijs

        De strip Papyrus is een goed voorbeeld van fantasy in het oude Egypte. Maar het blijft toch een beetje beperkt als je alleen maar over Egypte kunt vertellen. In een (gefantaseerde) middeleeuwse wereld heb je gewoon meer mogelijkheden. Ridders, draken, jonkvrouwen, tovenaars, alles van koning Arthur tot sprookjes kan erin en het sluit aan bij Europese mythen en legenden en daarom is het zo herkenbaar en zo populair. En Papyrus heeft ook die elementen; de held heeft een magisch zwaard en dat komt niet uit de Egyptische mythologie, dus ook die strip grijpt weer terug op de koning Arthur legende. Ik ben het overigens met je eens dat er in fantasy niet zo veel fantasie zit, maar ja, dat kun je van horror of westerns ook zeggen. Ze volgen allemaal de regels van het genre.

  4. Robbert

    Behalve leuk vind ik de oudheid fascinerend omdat daar het begin van onze huidige wereld te zien is. Daar hoort wel Oost-Azie bij en iets van India en een snufje Zuid-Amerika. Ik bekommer me daarbij als leek niet te zeer om wetenschappelijke continuiteits argumenten.

  5. Huibert Schijf

    “Ik weet het: dit is een vergeefs stukje. Het oudheidkundig hyperspecialisme is zo ingeburgerd dat het aan de universiteiten geldt als normaal.” Ongetwijfeld heb je met wat je zegt over oudheidkunde gelijk. Maar het is niet typisch voor dat vak. Superspecialisme geldt bij vele disciplines en soms wordt dat normaal gevonden omdat het niet anders kan. Je zou het ook wetenschappelijke vooruitgang kunnen noemen.

    1. Ik weet dat het ook elders voorkomt, maar ik kan het documenteren voor mijn eigen vak. En ik zie bij bijvoorbeeld Neerlandistiek dat het niet zo hoeft te zijn. Maar ik doe liever geen uitspraken over pakweg kwantumfysica.

      De crux is eigenlijk: er wordt veel intellect en tijd aan onderzoek besteed dat meer zou opleveren als de onderzoekers breder zouden zijn gevormd.

    2. FrankB

      Zeker komt superspecialisatie in de natuurwetenschappen ook voor. Alleen beseffen die superspecialisten bijna allemaal dat het handig is om andere superspecialisten te raadplegen als er overlap is. Bovendien is het de normaalste zaak van de wereld om de ene superspecialisatie in te wisselen voor de andere.
      Waarom zou u anders denken dat er bij een instituut als CERN zulke grote teams werken?

  6. Robbert

    Nog maar even, heb er zin in op de maandagmorgen. Ik vermoed dat specialisaties broodnodig zijn voor vooruitgang. Vergelijk mijn vroegere vakgebied, geneeskunde. Wel is ook daar te weinig samenspraak. De cardioloog praat nauwelijks met de longarts ook niet als ze dezelfde persoon behandelen. Daar zijn uitzonderingen op, bv. bij de overkoepelende zorg voor kankerpatienten. En de generalist (huisarts) is ook is een specialist geworden. Er zal wel een sociologische wetmatigheid achter zitten.
    Gelukkig de oudheidkundige armen van geest die de oudheidkundige integratie op dit blog beleven zodat zij aan woorden als “vergeefs” geen boodschap hebben.

    1. Ik denk dat de vraag niet is of specialisme zinvoller is dan generalisme (en omgekeerd). Ze hebben allebei hun betekenis. Het probleem is dat we momenteel maar één soort hebben en dat daardoor minder terugkomt van de investering van talent, geld en tijd dan we – denk ik – mogen verwachten van een meer evenwichtige universiteit.

  7. Toch zijn er wetenschappers die het wel lukt om tot een integrale aanpak te komen. Ik denk aan een Cat Jarman, Walter Scheidell of Kyle Harper. Het is denk ik interessant om na te gaan waarom hen dat lukt, met andere woorden wat succesfactoren kunnen zijn.

Reacties zijn gesloten.