De Oudheid als eenheid

De Oudheid als eenheid: teksten en archeologische reconstructies bij elkaar

Een opvallend aspect van de bestudering van de Oudheid is haar verdeeldheid. Je hebt allerlei bloedgroepen, waarvan de classici en archeologen het grootst zijn, en die bloedgroepen werken nauwelijks samen. Weliswaar stimuleren subsidieregelingen interdisciplinaire samenwerking, maar zulke prikkels zouden niet nodig zijn als de onderzoekers werkelijk wilden. Ik ben niet op de hoogte van het bestaan van een door de samenwerkende onderzoekscholen opgestelde nota over de vormen van interdisciplinariteit waarvan de samenleving de meeste kenniswinst mag verwachten. De academische reflex om specialisme hoger aan te slaan dan generalisme, zit te diep. Specialisme geldt als normaal.

Voorlichting

En dat terwijl er meer is dat de bloedgroepen verbindt dan scheidt! Om te beginnen de voorlichting. Iedereen die weleens publieksvragen beantwoordt, weet dat mensen inzicht willen in de Oudheid, en geen informatie over de Oudheid met de beperkingen van de materiële cultuur of informatie over de Oudheid vanuit het perspectief van de classicus. In de voorlichting kan niemand zonder informatie uit elke bloedgroep.

Lees verder “De Oudheid als eenheid”

De Oudheid uitleggen: vier adviezen

Restauratie op zaal: een mooie manier om wat diepgang te bieden (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is “de Oudheid uitleggen” mijn vak en zou ik willen dat we de mensen beter bereikten. Ik denk momenteel concreet aan een groepsblog, zodat tenminste de informatie die bij elkaar hoort, bij elkaar te vinden is. Bijkomend voordeel is dat journalisten een punt hebben waar ze zich kunnen informeren.

Toevallig verzorg ik binnenkort ook een college over mijn werk, waarin ik vier adviezen zal geven. Ik zet ze hieronder neer. Voor een deel van de lezers zal dit weinig nieuws zijn, maar niets dwingt u hier te blijven. Bekijk anders deze of die pagina!

Lees verder “De Oudheid uitleggen: vier adviezen”

Academisch aanbod en publieke vraag (1)

Het Meisje van Yde (©Drents Museum, Assen)

“Wetenschappers”, schrijft hoogleraar wetenschapscommunicatie Ionica Smeets dit weekend in haar wekelijkse column in De Volkskrant, “mogen best wat vaker voldoen aan de vraag om verzoeknummers”. Ze eindigt haar stukje met een kristalhelder, door de Vlaamse filosoof Jean Paul Van Bendegem bedacht voorbeeld: de fictieve discipline “Buitenlandse reizen”. Haar eerste beoefenaren

ontdekken dat reisgidsen een belangrijke factor zijn bij buitenlandse reizen. In de loop der jaren verdiept het onderzoek zich en ontstaan er groepen onderzoekers die zich helemaal specialiseren in de vormgeving van reisgidsen. Eén getalenteerde wetenschapper verdiept zich jarenlang in drukinkten.

Vervolgens krijgt hij het verzoek om een lezing te geven bij een culturele vereniging die een avond organiseert met als thema: “Wat heeft de wetenschap ons te zeggen over buitenlandse reizen?” De beste man vertelt een enthousiast verhaal over druktechnieken, de geschiedenis van inkt en allerlei fascinerende aspecten van drukinkt. Hoe boeiend dat verhaal ook is, na afloop zal het publiek zich volkomen terecht afvragen wat dit alles in hemelsnaam te maken heeft met buitenlandse reizen. En wat de wetenschap nu eigenlijk te zeggen heeft daarover.

Lees verder “Academisch aanbod en publieke vraag (1)”

Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor de Franken en het “Germaanse” deel van onze geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Lees verder “Friezen en Franken (1)”

De waarde van de klassieken

Het boek In moerassen en donkere wouden, waarin Vincent Hunink de “Germanenteksten” van de Romeinse auteur Tacitus presenteerde en waarvoor ik een inleiding schreef, wordt herdrukt. Vincent kondigde het met bescheiden trots aan op zijn Facebookpagina: een plaatje van het omslag met daarbij alleen het woord “herdrukt”. Ik gaf als commentaar dat ik de herdruk terecht vond omdat ik het geen slecht boek vond.

Lacunes

Ik kreeg verschillende reacties dat ik wel iets tevredener mocht zijn, maar dat kan ik niet. Ik kan de feilen van het boek namelijk moeiteloos aanwijzen. Het bevat bijvoorbeeld geen foto’s, wat jammer is omdat verschillende Tacituspassages door een illustratie zouden zijn verhelderd. Een foto van het meisje van Yde, dat in de toelichtingen enkele keren wordt genoemd, zou zeker een meerwaarde hebben gehad.

Lees verder “De waarde van de klassieken”

Tacitus

Archetypische barbaren: de Germanen

De Nijmeegse classicus Vincent Hunink houdt zich al zeker vijftien jaar bezig met het vertalen van de Romeinse auteur Tacitus. Het is leuk zijn vroege en recentere weergaven van het lastige Latijn te vergelijken, want je ziet dan hoe Vincent steeds brutaler wordt en een bepaald staccato-effect bereikt dat – voor zover ik dat kan beoordelen – de lezer een gevoel geeft van het ongemakkelijke Latijn in de brontaal.

Een tijdje geleden vroeg hij me of ik de inleiding en de verbindende teksten wilde schrijven voor zijn vertaling van de aan de Germanen gewijde gedeelten van Tacitus’ Germania, Historiën en Annalen. Uiteraard zei ik ja, want het zijn boeiende teksten en bovendien heb ik prettige herinneringen aan de samenwerking bij Vincents prachtvertaling van Velleius Paterculus.

Lees verder “Tacitus”