Factcheck: de bibliotheek van Alexandrië

Reconstructie van een antieke bibliotheek (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

En ineens zat ’ie weer in mijn correspondentie: de vernietiging van de bibliotheek van Alexandrië. Een cultureel misdrijf zonder weerga, maar wie heeft het op zijn kerfstok? Was het Julius Caesar? Waren het de joden die in 116-117 in opstand kwamen? Waren het de christenen? Waren het de moslims? Het wordt allemaal genoemd en al die verklaringen zijn onzin. Voor zover er een basis is in de bronnen, zijn die bronnen tendentieus of laat of allebei. Maar er is meer.

Loop even mee. Volgens de laagste, en door de meeste onderzoekers als zinvolst ervaren, schatting waren er in de bibliotheek die de Ptolemaïsche koningen aanlegden in Alexandrië ongeveer 400.000 boekrollen. Zo’n rol ging ongeveer tachtig jaar mee. Daarna was ’ie sleets geworden en moest een kopiist de tekst overschrijven. Elk jaar moeten er dus zo’n 5000 rollen zijn gekopieerd. Hoeveel tijd daarin ging zitten, is onvoldoende bekend, maar ik neem voor het gemak aan dat iemand vijf weken doet over een volledige rol. (Ik heb hogere schattingen gezien.) Een kopiist kan dan tien boeken in een jaar kopiëren. Voor het onderhoud van de bibliotheek zijn dan, bij de gunstigste schattingen, zo’n vijfhonderd kopiisten nodig.

Kopiisten werkten echter in teams van twee. De een las voor, de ander schreef, waarna de eerste de tekst corrigeerde. Er zijn rollen waarop is te zien dat de twee elkaar afwisselden. In elk geval: we moeten het personeelsbestand verdubbelen. Daarnaast waren er illustratoren, bibliothecarissen en rubricatoren. Deze laatsten waren gespecialiseerd in het schrijven van mooie koppen, vaak van rode inkt (ruber is het Latijnse woord voor rood). Al met al zal het personeelsbestand, uitgaande van een statische bibliotheek zonder aanwinsten, hebben bestaan uit zo’n 1200 à 1500 mensen.

Let wel: geen gewone werknemers. Dit waren specialisten. Als we hun desondanks geen topsalaris toekennen maar een gemiddeld loon, kostte het onderhoud van de bibliotheek ongeveer evenveel als een kwart legioen. Dat is veel geld, zeker voor een voorindustriële samenleving.

Sterker: dit was meer dan viel op te brengen. Deze bibliotheek was domweg te groot om te kunnen blijven bestaan. Het verval was inherent aan haar omvang. Als er al ooit 1200, 1500 mensen tegelijk hebben gewerkt, dan konden die het verval uitstellen tot de eerste de beste crisis in de Ptolemaïsche of – later – Romeinse staatsfinanciën. Daarvan kennen we er verschillende.

Er zijn nu twee conclusies mogelijk. Mogelijkheid één: de bibliotheek is ten onder gegaan doordat ze te kostbaar, te groot was. We hoeven dus geen schuldige aan te wijzen en er is geen cultureel misdrijf zonder weerga, om de doodeenvoudige reden dat de bibliotheek nooit is vernietigd. Het proces is hetzelfde als dat bij de verdwijning van pakweg de poëzie van Sapfo of de gnostische evangeliën: de boeken zijn er niet langer omdat er onvoldoende kopiisten waren.

De andere mogelijke conclusie is misschien logischer: die schatting van 400.000 boekrollen mag dan de laagste zijn, ze is onzin. De bibliotheek was kleiner. De collega-bibliotheek in Pergamon is opgegraven en die bevatte op z’n hoogst enkele tienduizenden boekrollen. Ik denk dat dit de werkelijke verklaring is. Er is geen sprake van een cultureel misdrijf zonder weerga omdat de bibliotheek eigenlijk zo speciaal niet is geweest.

Dit alles neemt niet weg dat er teksten lagen die ik graag gelezen zou hebben: de epische cyclus, alle tragedies van Aischylos, Sofokles en Euripides, alle komedies van Aristofanes, het hofdagboek van Alexander de Grote, de volledige Egyptische Geschiedenis van Manethon. Allemaal teksten waarvan we weten dat ze hebben bestaan, en die allemaal onherroepelijk verloren zijn.

19 gedachtes over “Factcheck: de bibliotheek van Alexandrië

  1. mnb0

    Elke willekeurige combinatie is natuurlijk ook nog mogelijk. Bij oorlogshandelingen (die van Ouwe Sjuul bv.) gaat er nog wel eens wat cultureel spul verloren, zelfs als het niet de bedoeling is van het opperbevel. En steden na een beleg hebben meestal niet zoveel geld voorhanden dat ze de boel onmiddellijk kunnen restaureren, als dat al de eerste prioteit is.
    Ik vind het best om de vernietiging van de Alexandrijnse bieb een cultureel misdrijf te noemen, maar zonder weerga? Baghdad 1258. Beeldenstorm 1566 *). Ongeveer elke Centraal-Europese stad van 1939 tot 1945. En dat zijn alleen nog maar de westerlingen. Cultureel spul vernietigen is een nogal populaire menselijke hobby **).

    *) Ik kreeg dit onderwerp op neutrale wijze aangeboden op de lagere school, maar kan me mijn instinctieve afkeer (wat zijn dat voor idioten, die alles zomaar kapotmaken?) nog wel herinneren.
    **) En dan heb je nog het fenomeen toerisme. Gelieve niet te lezen in een depressieve bui, maar wel in een cynische:

    http://www.cracked.com/quick-fixes/5-tourists-who-managed-to-be-worst-people-in-world/
    http://www.cracked.com/quick-fixes/4-more-tourists-who-were-worst-people-ever/

    1. Roger Van Bever

      De prestigieuze bibliotheek van de Leuvense Universiteit, mijn Alma Mater, is zowel in WO I door de Duitsers opzettelijk afgebrand.
      Na zijn wederopbouw – vooral met steun van Amerika – werd hij in WO II opnieuw totaal vernield in een artillerieduel (de slag om Leuven) tussen de Britten en de Duitsers, waarbij ongeveer 900.000, deels zeer kostbare boeken, verloren gingen. Nadien beschuldigden Duitsland en het Verenigd Koninkrijk elkaar van het plegen van deze feiten:
      https://www.wikiwand.com/nl/Universiteitsbibliotheek_(KU_Leuven)

  2. A. Harmens

    Ik weet er te weinig vanaf, maar ook in Alexandrië zal de bibliotheek misschien overgegaan zijn naar de perkamenten codex in plaats van de papyrus rol, hoewel waarschijnlijk geleidelijk. Perkament werd in de laat-antieke periode in ieder geval gebruikt in Egypte. De overgang naar een ander materiaal, een andere taal of een andere schrijfwijze is vaak ook weer een moment om boeken niet meer te kopiëren.

    1. We blijven hopen, we blijven hopen.

      Als je mij vraagt waar de grootste kans is op een leuke vondst van veel teksten, zou ik zeggen: Jordanië. De westelijke kant van de Dode Zee is helemaal uitgevlooid, de oostoever niet.

  3. jacob krekel

    Dit soort logistieke analyses is een van de leukste manieren om historische “feiten” te analyseren. Je komt dan op vragen als: aan het einde van de middeleeuwen kon men maximaal 15.000 man op een lange expeditie logistiek ondersteunen (laatste kruistocht). Hoe hebben ze het dan voor elkaar gekregen om bij de eerste kruistocht 100.000 man naar het heilige land te laten gaan.

    Je kunt ook nog het volgende over 400.000 boekrollen zeggen.
    – hoe heeft men die geteld
    – als een boekrol gemiddeld een doorsnede heeft van 5 cm, en ze liggen tien boekrollen hoog, dan nemen 400.000 rollen 2 km plankruimte in beslag
    – als je in een catalogus op één a4tje 20 boeken kwijt kunt, dan is de catalogus dus 20.000 a4-tjes dik. En dan moet je nog bijhouden welke rol wanneer vervangen moet worden.
    Zelfs bij 40.000 is de catalogus maar 2000 a4tjes, en dat is al lastig voorstelbaar.

    Overigens: vlak in het klassement van top-tien cultuurvernietigers de Chinese culturele revolutie niet uit. Of de Feijenoord-supporters in Rome

  4. Ben Spaans

    Dus dat er tijdens het verblijf van Caesar in Alexandrië flink wat van de bieb verloren ging en hij Cleopatra hiervoor compenseerde met werken uit de bieb van Pergamon is niet houdbaar?

      1. Propaganda tegen wie? Niet tegen zijn ‘vader’ Julius Caesar toch? Eerder tegen Antonius, die volgens Plutarchus de schenking uit de Bibliotheek van Pergamon deed.

        Het lastige is volgens mij dat in Bens reactie twee claims liggen:

        – Tijdens Caesars verblijf in Alexandrië werd flink wat van de beroemde bibliotheek verwoest. Je zegt terecht dat die claim in late bronnen staat (Plutarchus, Ammianus e.d.). Ze staat bijvoorbeeld niet in De Bello Alexandrino, dat ca. vijf jaar na de gevechten werd geschreven.

        – Iemand compenseerde Cleopatra hiervoor uit de Bibliotheek van Pergamon. Dat Antonius 200.000 boekrollen aan haar gaf, staat in Plutarchus. Maar Plutarchus zegt niet dat het compensatie was voor de verwoesting van de Bibliotheek van Alexandrië. Dat zal dan een link zijn die moderne historici maken. Dat het, ook zonder enige link, propaganda van Augustus is om Antonius zwart te maken (een plunderaar die zijn exotische liefje alles geeft wat ze vraagt), is alleszins mogelijk. Plutarchus zegt immers dat de beschuldiging van ‘Calvisius’ kwam, en dat moet Gaius Calvisius Sabinus zijn, iemand die aan de kant van Augustus stond.

  5. Wat is eigenlijk de bron voor de claim “die schatting van 400.000 boekrollen mag dan de laagste zijn”? Er zijn moderne auteurs die uitgaan van slechts 40.000 boekrollen, waarbij de bron dan Seneca de jongere is (die overigens spreekt van 40.000 verloren rollen). Zo bijvoorbeeld Tim O’Neill op zijn ‘History for Atheists’.

      1. Bij Seneca is het sowieso geen echte verhandeling over de bibliotheek, meer een ‘terzijde’. Het is geen bijzonder sterke bron, maar daar gaat het me ook niet om. Punt is dat er meer moderne auteurs zijn die van een veel lagere schatting van het aantal boeken uitgaan.

  6. A. Harmens

    Misschien een leuke aanleiding om eens iets over de bibliotheek van Constantinopel te schrijven? Een deel van de boeken kennen we alleen uit de uittreksels die de controversiële, negende-eeuwse patriarch Photios ervan maakte in zijn Bibliotheca.

  7. … Allemaal teksten waarvan we weten dat ze hebben bestaan, en die allemaal onherroepelijk verloren zijn …

    Wat mij altijd zo verwondert, is dat van sommige auteurs een dusdanig precieze aanduiding gegeven wordt van wat en hoeveel ze geschreven hebben en wat daarvan overgebleven is. Ik schrijf momenteel voor mijn Latijnse leesclub een stukje over de Hellenistische filosofie. Over de stichter van de Stoa, Zeno van Cytium, lees ik dan dat hij een enorm aantal werken heeft geschreven waarvan praktisch niets is overgebleven.
    Die titels van die werken worden door Diogenes Laërtius zowat 600 jaar later opgesomd en worden dan door iedereen braafjes later aan Zeno toegeschreven.
    Ik kan me dat moeilijk voorstellen, want wat er niet meer is, daarvan kun je ook niets zeggen.

    In de Engelse Wikipedia lees ik het volgende over Diogenes Laërtius:
    “Diogenes has acquired an importance out of all proportion to his merits because the loss of many primary sources and of the earlier secondary compilations has accidentally left him the chief continuous source for the history of Greek philosophy.”.

    Alles (of bijna alles) staat of valt met de betrouwbaarheid van die ene bron, waarvan we niet altijd weten welke die is, omdat er behalve veel primaire ook veel secundaire literatuur verloren is gegaan. Wel zouden we veel te weten zijn gekomen over de levens van die filosofen, gebaseerd op citaten bij andere schrijvers, anecdotes, etc. Is dat toch niet een beetje mager? Ik lees zijn werk momenteel.
    Hoe zit dat vraag ik mij af. Dit lijkt mij een cruciaal probleem voor de vorsers van de klassieke literatuur. Wat voor rol speelt de archeologie hierbij? Hoe kan bepaald worden (zoals bv. bij de presocratici) aan wie een klein teruggevonden fragment toegeschreven kan worden?

    Helaas zijn we thans beter gedocumenteerd over rampen of vernielingen die boeken of bibliotheken getroffen hebben in het recente verleden. Zie hierover mijn reactie op mnbO hierboven.

    Overigens weer een boeiend stuk!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s